M.E.(cvs)-wetenschap

september 30, 2012

Geen verband tussen M.E.(cvs) & XMRV of pMLV

Filed under: Infektie — mewetenschap @ 3:59 pm
Tags: , ,

In eerdere stukken hier (‘XMRV bij M.E.(cvs)’, ‘XMRV controverse’, ‘Afwezigheid van XMRV bij CVS-patiënten uit het V.K.’ en ‘XMRV & MLV => scepsis’), maanden we aan tot voorzichtigheid aangaande verregaande conclusies omtrent verband, oorzakelijkheid en behandeling van dit retrovirus bij M.E.(cvs). Nu lijkt de controverse te worden begraven…

Een multi-centrum studie daaromtrent verscheen in mBio, een zgn. ‘open access’ tijdschrift dat wordt gepubliceerd in samenwerking met de ‘American Academy of Microbiology’. Het staat in de top 20 van de microbiologie tijdschriften, met een impact-factor van 5,3. De researchers behoren tot gerenommeerde instituten en de M.E.(cvs) klinici die aan deze studie deelnamen staan alom bekend als specialisten…

————————-

mBio Vol. 3, #5 (September 2012)

A Multicentre Blinded Analysis Indicates No Association between Chronic Fatigue Syndrome / Myalgic Encephalomyelitis and either Xenotropic Murine Leukemia Virus-Related Virus or Polytropic Murine Leukemia Virus

Harvey J. Alter (a), Judy A. Mikovits (b), William M. Switzer (c), Francis W. Ruscetti (d), Shyh-Ching Lo (e), Nancy Klimas (f,g), Anthony L. Komaroff (h), Jose G. Montoya (i), Lucinda Bateman (j), Susan Levine (k), Daniel Peterson (l), Bruce Levin (m), Maureen R. Hanson (n), Afia Genfi (o), Meera Bhat (o), Hao Qiang Zheng (c), Richard Wang (a), Bingjie Li (e), Guo-Chiuan Hung (e), Li Ling Lee (n), Stephen Sameroff (o), Walid Heneine (c), John Coffin (p), Mady Hornig (o) & W. Ian Lipkin (o)

a) Department of Transfusion Medicine, Warren G. Magnuson Clinical Centre, National Institutes of Health, Bethesda, Maryland, USA

b) Mikovits Consulting, Oxnard, California, USA

c) Division of HIV/AIDS Prevention, Centres for Disease Control and Prevention, Atlanta, Georgia, USA

d) Cancer and Inflammation Program, Frederick National Laboratory for Cancer Research, Frederick, Maryland, USA

e) Tissue Safety Laboratory, Office of Cellular, Tissue and Gene Therapies, Centre for Biologics Evaluation and Research, Food and Drug Administration, Bethesda, Maryland, USA

f) Nova Southeastern University, Fort Lauderdale Florida, USA

g) Miami Veterans Affairs Medical Centre, Miami, Florida, USA

h Brigham and Women’s Hospital, Boston, Massachusetts, USA

i) Infectious Disease Clinic, Stanford University, Palo Alto, California, USA

j) Fatigue Consultation Clinic, Salt Lake City, Utah, USA

k) Levine Clinic, New York, New York, USA

l) Simmaron Research Institute, Incline Village, Nevada, USA

m) Department of Biostatistics, Columbia University, New York, New York, USA

n) Department of Molecular Biology and Genetics, Cornell University, Ithaca, New York, USA

o) Centre for Infection and Immunity, Columbia University, New York, New York, USA

p) Department of Molecular Biology and Microbiology, Tufts University, Boston, Massachusetts, USA

Samenvatting

De invaliderende aandoening die bekend staats als Chronische Vermoeidheid Syndroom of Myalgische Encefalomyelitis werder eerder, in twee onafhankelijke studies, gelinkt aan infektie met het xenotroop muizen leukemie virus -gerelateerd virus (XMRV) en polytroop muizen leukemie virus (pMLV). Hoewel deze associaties niet bevestigd werden in daaropvolgende studies door andere onderzoekers, blijven patiënten de consensus van de wetenschappelijke gemeenschap, die de validiteit van de associatie verwerpen, in vraag stellen. Hier rapporteren we over een geblindeerde analyse van perifeer bloed van een rigoureus gekarakteriseerde, geografisch diverse populatie van 147 patiënten met CVS/M.E. en 146 gezonde individuen door de onderzoekers die de oorspronkelijke associatie beschreven. Deze analyse brengt aan het licht dat er geen bewijs voor XMRV of pMLV infektie.

Belang

Chronische Vermoeidheid Syndroom / Myalgische Encefalomyelitis heeft een prevalentie die wordt geschat op 42/10.000 in de V.S., met een jaarlijkse directe medische kost van 7 miljard dollar. Hier rapporteren de oorspronkelijke onderzoekers die XMRV en pMLV vonden in het bloed van individuen met deze aandoening, dat dit verband niet wordt bevestigd in een geblindeerde analyse van stalen afgenomen bij strikt gekarakteriseerde individuen. De toenemende frequentie waarmee molekulaire methodes worden gebruikt voor ontdekking van pathogenen, levert nieuwe uitdagingen op voor de publieke gezondheid en ondersteuning van wetenschap. Het is dringend noodzakelijk dat strategieën worden ontwikkeld om snel en coherent ontdekkingen aan te pakken opdat ze kunnen worden leiden naar vertaling in de klinische geneeskunde of achterwege gelaten om investeringen op meer produktieve wijze te kunnen focussen. Onze studie biedt een paradigma voor pathogen ont-ontdekking dat nuttig kan zijn voor anderen die in dit onderzoek-veld werken.

————————-

De M.E.(cvs)-patiënten in de studie hadden geen neurologische of psychiatrische ziekte; voldeden aan de ‘Fukuda’ én de ‘Canadian Consensus’ criteria, vertoonden symptomen van een virale infektie voorafgaandelijk aan de aanvang van CVS, had verminderde scores qua levenskwaliteit en op de Karnofsky Performantie Schaal (< 70%), enz.

De controle-individuen waren gematcht qua leeftijd, geslacht, ras en geografische lokatie. Ze hadden eerder geen contact met M.E.(cvs)-individuen. Allen werden ze getest op metabole, endocriene of infektueuze ziekten die vermoeidheid zouden kunnen veroorzaken. Er werd bloed van M.E.(cvs)- en controle-individuen die voldeden aan de selektie-criteria afgenomen voor geblindeerde XMRV en/of pMLV analyse d.m.v. molekulaire technieken, cultuur en serologische methodes, die eerder in de individuele laboratoria (waar XMRV of pMLV werd gevonden of uitgesloten) werden aangewend – elk team gebruikte dus de bepalingen die door hen waren geoptimaliseerd om XMRV/pMLV te detekteren.

Geen enkel van de laboratoria vond dus bewijs voor XMRV of pMLV in stalen van M.E.(cvs)- of controle-individuen. Voor kwaliteit-controle van de molekulaire testen werden afzonderlijke positieve controles (bloedstalen die opzettelijk met XMRV/pMLV waren ‘besmet’) en negatieve controles (bloedstalen die vooraf waren gescreend en waar geen retrovirussen waren gevonden) gebruikt; deze bevestigden dat de diagnostische bepalingen goed funktioneerden.

Negen controle- en negen M.E.(cvs)-bloedstalen bleken positief voor XMRV/pMLV-reaktieve antilichamen. De nauwkeurigheid van deze bepaling kan echter niet worden achterhaald omdat er geen positieve controles in de algemene bevolking met XMRV serologie gekend zijn. Er was zowiezo géén correlatie tussen antilichaam-reaktiviteit in het bloed van M.E.(cvs) en controles. In het artikel staat: “De serologie-resultaten liggen moeilijk gezien het feit dat de bepaling niet kan worden gevalideerd met plasma van mensen met bevestigde XMRV- of MLV-infektie. We stellen dat de positieve resultaten ofwel niet-specifieke of kruis-reaktieve binding vertegenwoordigen en noteren dat onafhankelijk van de verklaring, een positief signaal niét correleert met ziek of gezond zijn.”.

Dr. Mikovits, auteur van het artikel in Science waarin XMRV eerst werd gelinkt met CVS, verklaarde: “Ik apprecieer ten zeerste de mogelijkheid te hebben gekregen deel te nemen aan deze studie die zonder precendent was. Zonder precedent omdat het samenwerking-niveau, de integriteit van de onderzoekers en de toewijding van de ‘National Institues of Health’ om de CVS-gemeenschap de aanzienlijke middelen te bieden voor deze belangrijke studie. Hoewel ik teleurgesteld ben dat we geen verband vonden tussen XMRV/pMLV en CVS, is het positief dat onze melding een hernieuwde interesse voor research naar deze invaliderende ziekte heeft doen ontstaan.” Wij stellen ons echter de vraag of dit wel zo is en er zal nog moeten blijken of er niet veeleer argwaan is ontstaan…

W. Ian Lipkin, directeur van de multi-site studie zei: “Hoewel de veelbelovende XMRV en pMLV hypothesen nu werden uitgesloten, is het gevolg van de vroegere meldingen die deze virussen leken te verbinden met de ziekte dat er nieuwe middelen en onderzoekers werden aangetrokken om de uitdaging die M.E.(cvs) is, aan te pakken.”.

Dr Charles Shepherd, Medisch Adviseur van de Britse ‘ME Association’ liet optekenen (meassociation.org.uk; 18 September 2012) dat “de XMRV sage eindelijk wordt beëindigd”. Hij vindt dat Dr Ian Lipkin en zijn collegas proficiat moeten worden gewenst voor de manier waarop ze hebben samengewerkt bij het voeren van dit diepgaand medisch opsporing-werk. De claims dat een oorzakelijke infektie (XMRV) werd ontdekt, dat een diagnostische bloed-test beschikbaar was en dat behandeling met anti-retrovirale medicijnen doeltreffend zouden zijn, bleken dus valse hoop gebaseerd op gebrekkige wetenschap – de consensus is nu dat de originele bevindingen te wijten waren aan een laboratorium-contaminatie. Hij stelt ook: “Er zouden verontschuldigingen moeten komen – in de eerste plaats door de laboratoria die mensen overtuigden grote sommen geld te spenderen aan nutteloze XMRV-testen; en ook door degenen die mensen met M.E.(cvs) hebben beïnvloed om hun gezondheid te riskeren door anti-retrovirale medicijnen te gebruiken.”.

Kim McCleary & Prof. Suzanne D. Vernon van de ‘CFIDS Association of America’ besluiten in een commentaar-stuk hieromtrent dat nu onbetwistbaar is aangetoond dat XMRV en pMLVs niet gelinkt zijn met CVS (research1st.com; 19 September 2012).

Tot slot nog enkele citaten uit de pers-conferentie (cii.columbia.edu/blog.htm; 18 September 2012) die door de auteurs werd gegeven net voor de publicatie…

Het is theoretisch mogelijk dat retrovirale infektie in weefsels buiten het bloed (milt, lever, schildklier, lymfeklier,…) voorkomt maar we probeerden dus de bestaande bevindingen te re-evalueren en we konden ze niet bevestigen. Het zou extreme ongewoon zijn een systemische ziekte te hebben die start in een orgaan en dan niet zou overgaan naar het bloed of naar de leukocyten. (Harvey Alter)

De ingevroren stalen zullen worden bestudeerd (d.m.v. gesofisticeerde genetische methodes zoals ‘deep-sequencing’) om te proberen agentia en/of gastheer-biomerkers te vinden die indicatief voor de ziekte zouden kunnen zijn. Als er retrovirussen zijn die we hier zouden hebben gemist, hopen we die alsnog te ontdekken. (Ian Lipkin)

De suggestie “Wel, het resultaat is nu negatief maar misschien is het wel nog waar door iets anders te doen.” Moet worden vervangen door “Deze studie was echt heel definitief en heeft in principe deze agentia uitgesloten als de oorzaak van CVS; maar het is toch een impuls om verder te gaan naar meer uitgebreide, diepgaande studies om de eigenlijke oorzaak te vinden.”. (Harvey Alter)

XMRV wordt dus door de meerderheid van de wetenschappelijke gemeenschap beschouwd als een contaminant.

Advertenties

september 3, 2010

XMRV & MLV => scepsis

Filed under: Infektie — mewetenschap @ 5:58 am
Tags: , ,

De XMRV-controverse blijft aanhouden en dat zal nog een periode zo zijn. Niettegenstaande alle nuances en zelfs waarschuwingen van gedegen, onafhankelijke wetenschappers is er echter een grote groep patiënten die voorbarig beweert dat XMRV de oorzaak van M.E.(cvs) is, dure/niet-gevalideerde testen (zelfs meermaals) laat uitvoeren en sommigen die zelfs niet-aangewezen/ gevaarlijke anti-retrovirale therapieën starten. We dachten hierover niet verder te rapporteren (positief noch negatief) tot er onweerlegbare duidelijkheid is maar gezien de vele vragen en misverstanden, gaan we er toch nog even kort op in. Na de negatieve Europese studies, was er die van het CDC (ook negatief) en velen zagen dan ook uit naar de PNAS studie. Het moet uit de duiding die hierover werd gegeven in het wetenschappelijk tijdschrift ‘Science’ (dat ook de oorspronkelijke WPI studie publiceerde) te begrijpen vallen dat er niet echt een replicatie gebeurd is van de studie van Mikovits en dat er nog meer verwarring ontstaan is…

Zie ook de andere stukken i.v.m. XMRV op deze pagina’s: ‘XMRV bij M.E.(cvs)’, ‘XMRV controverse’ & ‘Afwezigheid van XMRV bij CVS-patiënten uit het V.K.’.

Science (www.sciencemag.org) Vol 329 (augustus 2010), p. 1000 (by Martin Enserink)

Nieuw XMRV artikel ziet er goed uit, geven sceptici toe – Toch blijft de twijfel hangen

De plot wordt sterker. Een lang verwacht artikel door Amerikaanse gouvernementele labs over het verband tussen een virus en het Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) zag uiteindelijk het licht. De studie bevestigt een controversieel artikel uit 2009 waarin werd gemeld dat CVS-patiënten vaak besmet zijn met het virus, genaamd XMRV. Sindsdien hebben vier andere studies deze bevindingen niet kunnen dupliceren. Zelfs sceptici zijn onder de indruk over hoeveel zorg de auteurs van de nieuwe studie namen om de nauwkeurigheid te waarborgen. Maar dat maakt het des te verbijsterend waarom sommige labs het virus makkelijk detekteren, terwijl anderen er geen spoor van kunnen vinden bij patiënten.

Het nieuwe artikel, gepubliceerd in de ‘Proceedings of the National Academy of Sciences’ (PNAS), draagt ook bij tot de verwarring: in plaats van XMRV zelf, vond het team een bredere en meer diverse groep van nauw verwante virussen. Dat leidt sommige critici er toe te zeggen dat het artikel gaat over een nieuwe bevinding, geen bevestiging van het eerste artikel. “Laten we duidelijk zijn. Dit is een ander virus.”, zegt Myra McClure, retrovirologe van het ‘Imperial College London’, een co-auteur van één van de vier negatieve studies.

De controverse begon in oktober 2009, toen een team geleid door Judy Mikovits van het Whittemore Peterson Instituut (WPI) in Reno, Nevada, in Science rapporteerde [zie links hierboven] dat 67% van de CVS-patiënten besmet waren met XMRV, vergeleken met slechts 3,4% van gezonde controles. De studie veroorzaakte grote opwinding onder patiënten en de wekte hoop op een behandeling. Maar toen vier andere groepen niet in staat bleken om de resultaten te herhalen, vermoedden sommigen dat het WPI, een privaat gefinancierd lab waar vele onderzoekers zelfs nooit van hadden gehoord, het wel es verkeerd voor zouden kunnen hebben.

Amerikaanse overheid-labs bevonden zich al snel aan tegengestelde kanten in het debat. Onderzoekers van de ‘Centres for Disease Control en Prevention’ (CDC) konden het virus niet vinden, terwijl de nieuwe studie – door wetenschappers van de ‘Food and Drug Administration’ (FDA), de ‘National Institutes of Health’ (NIH) en de ‘Harvard Medical School’ – zeggen dat Mikovits gelijk had. Beide groepen hielden hun artikels tijdelijk op standby om hun resultaten te controleren en te proberen begrijpen wat er gaande was. Beide voelden zich uiteindelijk zelfverzekerd genoeg om te publiceren en het negatieve artikel door de CDC verscheen in Retrovirology in juli.

Wat betreft het PNAS artikel: daar zochten researchers naar sporen van het zogenaamde ‘gag’ gen van XMRV in monsters genomen bij 37 CVS-patiënten midden van de jaren ‘90. Ze vonden bewijs voor het virus in 32 (87%) van de patiënten maar in slechts 3 van de 44 gezonde controles (6,8%). De groep deed veel moeite om fouten te voorkomen, zegt hoofd-auteur Harvey Alter van de NIH Klinisch Centrum. XMRV is nauw verwant met een endogeen muizen-retrovirus, dus testte het team ieder monster dat positief was voor XMRV op sporen van muis mitochondriaal DNA, dat een verklikker zou zijn geweest van laboratorium-contaminatie. Ze vonden er geen. Zij hebben ook verse stalen genomen bij acht van de patiënten en vonden dat, 15 jaar later, ze nog steeds besmet waren en dat het virus was geëvolueerd, “Net zoals we zouden verwachten van een retrovirus”., zegt Alter.

De gegevens lijken solide, erkent Steve Monroe, directeur van de CDC’s afdeling voor ‘Pathogenen en Pathologie van Groot Belang’. “Het is gewoon een goed artikel.”, voegt Reinhard Kurth, viroloog en voormalig directeur van het Robert Koch Instituut in Berlijn, toe. Alter, een alom gerespecteerd viroloog en winnaar van de ‘Albert Lasker Award for Clinical Medical Research’, “weet duidelijk wat hij doet.” Maar Kurth blijft toch sceptisch. Dat geldt ook voor Robin Weiss van het ‘Imperial College London’, die zegt dat hij te veel gevallen heeft gezien van voorgestelde nieuwe menselijke retrovirussen die na nader te zijn bekeken op niets uitdraaiden – met inbegrip van één dat werd gerapporteerd in 1999. “Je kunt een zeer goede reputatie hebben en heel voorzichtig zijn, en het nog steeds bij het verkeerde eind hebben.”, zegt Weiss.

Een deel van het probleem is, zeggen sceptici, dat de onderzoekers niet precies het Science artikel herhaalden. XMRV is een zogenaamd xenotroop muizen-virus, wat betekent dat het niet langer muizen-cellen kan binnendringen maar wel cellen van andere soorten kan infekteren. De PNAS auteurs zeggen dat de virale sequenties die ze vinden zeer divers zijn en meer lijken op de zogenaamde polytrope muizen-virussen, reden waarom zij de term MLV-gerelateerd virus adopteerden voor het muizen-leukemie virus. Maar Alter zegt dat XMRV een subgroep van MLVs is en dat zijn werk de eerdere studie ondersteunt. Mikovits – die “verheugd”’ is met de resultaten – zegt dat haar groep in de tussentijd ook meer diversiteit in het virus heeft gevonden.

Een werkgroep gecoördineerd door het ‘National Heart, Lung and Blood Institute’ (NHLBI) is al aan het proberen uit te vinden waarom zorgvuldige studies van veteraan-wetenschappers dergelijke tegengestelde resultaten kan opleveren. Patient-selektie kan een rol spelen: verschillende studies hebben verschillende diagnostische en recrutering-criteria gebruikt. Maar dan nog: het is moeilijk uit te leggen waarom bij de vier studies geen enkele geïnfekteerde patient zou opgenomen geweest zijn.

Subtiele verschillen bij de staalname en het verwerken of in de wijze waarop testen worden uitgevoerd, kunnen ook geleid hebben tot het feit dat de vier labo’s het virus niet vonden. Maar Monroe van het CDC zegt dat hij ervan overtuigd is dat zijn lab XMRV correct kan identificeren. Als onderdeel van de NHLBI-programma hebben researchers van de FDA, CDC, WPI en andere laboratoria allemaal, geblindeerd, een panel van stalen getest, sommige van hen waren ‘aangerijkt’ met verschillende hoeveelheden van het virus; en die hebben allen goed gepresteerd. Verdere uitwisseling van monsters en reagentia is nu aan de gang. “Ze moeten in staat zijn om hieromtrent duidelijkheid te scheppen tegen kerst.”, zegt Kurth.

Een samenvatting van het FDA/NIH onderzoek in PNAS:

Proceedings of the National Academy of Sciences ot the USA (Preprint augustus 2010)

Detection of MLV-related virus gene sequences in blood of patients with Chronic Fatigue Syndrome and healthy blood donors

Shyh-Ching Lo (a,1), Natalia Pripuzova (a), Bingjie Li (a), Anthony L. Komaroff (b), Guo-Chiuan Hung (a), Richard Wang (c), and Harvey J. Alter (c,1)

a Tissue Microbiology Laboratory, Division of Cellular and Gene Therapies and Division of Human Tissues, Office of Cellular, Tissue and Gene Therapy, Centre for Biologics Evaluation and Research, Food and Drug Administration, Bethesda, MD 20892;

b Department of Medicine, Brigham and Women’s Hospital, Harvard Medical School, Boston, MA 02115;

c Department of Transfusion Medicine, The Warren Grant Magnuson Clinical Centre, National Institutes of Health, Bethesda, MD 20892

Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een ernstige systemische ziekte met onbekende oorzaak. Een studie identificeerde DNA van een ‘xenotroop muizen leukemie virus gerelateerd’ virus (XMRV) in mononucleaire cellen uit perifeer bloed (PBMCs) van 68 of 101 patiënten (67%) d.m.v. ‘nested’ PCR, vergeleken met 218 (3,7%) gezonde controles. Vier daaropvolgende rapporten konden echter geen enkele muizen leukemie virus (MLV) gerelateerd virus gen-sequenties detekteren in bloed van CVS-patiënten. We onderzochten 41 van PBMC afgeleide DNA-stalen van 37 patiënten die voldeden aan aanvaarde diagnostische criteria voor CVS en vonden ‘gag’ gen-sequenties van MLV-achtige virussens bij 32 van 37 (86,5%) vergeleken met slechts 3 of 44 (6,8%) gezonde vrijwillige bloed-donoren. Er werd geen bewijs voor contaminatie met muizen-DNA gevonden in het PCR test-systeem of de klinische stalen. Zeven van 8 ‘gag’-positieve patiënten testten opnieuw positief in een staal verkregen 15 jaar later. In tegenstelling met de gerapporteerde bevindingen van quasi genetische gelijkenis van alle XMRVs, identificeerden we een genetisch diverse groep van MLV-gerelateerde virussen. De ‘gag’ en ‘env’ sequenties bij CVS-patiënten waren nauwer gerelateerd met die van polytrope endogene muizen-retrovirussen dan met die van XMRVs en waren zelfs minder nauw verwant dan die van ecotropie MLVs. Verdere studies zijn nodig om te bepalen of dezelfde sterke associatie met MLV-gerelateerde virussen wordt gevonden in andere groepen van patiënten met CVS, of deze virussen een oorzakelijke rol spelen bij de ontwikkeling van CVS en of ze een bedreiging vormen voor de bloed.

Gezien de afwezigheid van genuanceerde aanbevelingen door medische adviseurs van patiënten-verenigingen in de lage landen geven we hier deze van het Britse ‘MEA’ (www.meassociation.org.uk; bij monde van Dr Charles Shepherd) mee. Enkele fragmenten uit hun reaktie op het PNAS artikel…

[…] Het bevestigen of verwerpen van nieuwe bevindingen is een essentieel onderdeel van het wetenschappelijke evaluatie-proces en omvat dat onafhankelijke onderzoek-groepen proberen de resultaten te repliceren of valideren.

Met betrekking tot XMRV zou een echte replicatie-studie exact dezelfde laboratorium-methodes en hetzelfde ‘type’ patiënten die werden gebruikt in de originele Science studie moet omvatten. Een validatie-onderzoek geeft wetenschappers een zekere mate aan flexibiliteit. In het bijzonder biedt het de mogelijkheid voor andere onderzoek-groepen om te proberen de bevindingen te herhalen met behulp van wat ze denken de meest gevoelige en nauwkeurige laboratorium-methodes te zijn waar zij toegang toe hebben voor het testen XMRV.

In het geval van XMRV omvatte de gehele eerste golf van onderzoek validatie-studies. Ten eerste, omdat er geen internationale overeenkomst bestaat over de meest nauwkeurige en gevoelige manier voor het opsporen van XMRV in bloed-stalen. Ten tweede, omdat deze onderzoek-groepen allemaal snel willen gaan snel en de makkelijkste manier om dat te doen, was om opgeslagen bloed-stalen te gebruiken van mensen met die in het verleden de diagnose CVS op basis van onderzoek Fukuda-criteria kregen. Opgeslagen bloed-stalen van mensen die aan de Fukuda én de Canadese criteria (die gebruikt werden in de oorspronkelijke studie) voldeden, zijn niet direct beschikbaar.

[…]

Hoewel zeer valabele kritiek werd geuit over alle negatieve XMRV-studies […] waren een aantal vooraanstaande virologen die werken met retrovirussen en XMRV betrokken; dus deze XMRV-negatieve resultaten moeten ook ernstig worden genomen.

[…]

De PNAS-studie is dus geen echte replicatie-studie en om het met de woorden van de auteurs te zeggen, ze hebben niet geprobeerd de oorspronkelijke studie van Lombardi te repliceren. Lo et al. hebben verschillende laboratorium-methodes en verschillende patiënten-criteria gebruikt en hun bevindingen hebben betrekking op wat MLV-gerelateerde virussen wordt genoemd. De onderzoek-groep heeft segmenten van genetisch materiaal (niet het volledige virus) gevonden van wat zij aanduiden als een genetisch diverse groep van MLV-verwante virussen. Deze sequenties zijn meer verwant aan die van de polytrope endogene muizen-retrovirussen dan aan die van XMRVs – vandaar het gebruik van de term MLV (= muizen leukemie virus) in de titel. Maar ze behoren allemaal tot een nauw verwante familie van retrovirussen.

[…]

Deze resultaten gelden dus voor een eerder bredere groep van M.E./CVS-patiënten dan deze die werd gebruikt in de Lombardi studie en het patient-staal is waarschijnlijk zeer vergelijkbaar met ten minste één van de andere validatie-studies die negatieve bevindingen opleverden wat betreft XMRV. Net als bij sommige van de andere validatie-studies, is het zeer waarschijnlijk dat een aanzienlijk aantal mensen die ook aan de Canadese klinische criteria voldeden, zal opgenomen geweest zijn in deze studie.

[…]

Het bewijs in het PNAS-artikel heeft dus betrekking op een genetisch diverse groep van MLV-verwante virussen met gen-sequenties die meer verwant zijn aan die van polytrope endogene muizen-retrovirussen polytroop muis (mERVs) dan aan die van XMRV. XMRV is een genetische variant van MLV-achtige virussen – dit is dus een subtiel maar relevant onderscheid.

[…]

De auteurs stellen: “Het ultieme bewijs van lage-graad infektie door MLV-verwante virussen bij de mens zal berusten op het aantonen van de integratie van virale genen in het menselijk genoom.”.

[…]

De auteurs wijzen er op dt het vinden van XMRV or MLV genetische sequenties bij personen met M.E./CVS, of enig andere ziekte, geen definitief bewijs vormt voor virale infektie. Verdere research zal nodig zijn vooraleer een definitief besluit kan worden getrokken wat betreft de vraag of MLV-verwante virussen een rol spelen bij de oorzaak van M.E./CVS. Dit is een proces dat veel tijd en onderzoek zal vergen. Een hoge frequentie van MLV-verwante virussen (of XMRV) bij M.E./CVS-patiënten kan een verhoogde vatbaarheid weerspiegelen voor virale infekties te wijten aan de onderliggende immuun-dysfunktie die word gevonden bij M.E./CVS in plaats van een primair oorzakelijk verband bij de pathogenese van M.E./CVS. Met andere woorden: het retrovirus kan net zo goed een ‘onschadelijke passagier’ zijn.

[…]

De MEA blijft van mening dat het geen nut heeft zeer grote sommen geld uit te geven aan bloed-testen die niet goed zijn gevalideerd, voor XMRV (of MLVs). Een positief resultaat is, bij onze huidige stand van kennis, geen diagnostische merker voor M.E./CVS. Ook betekent een negatief resultaat niet dat je geen M.E./CVS hebt. Een positief resultaat zal momenteel geen enkele invloed hebben op behandeling van M.E./CVS en deze informatie zou, bij opname in medische dossiers, te zijner tijd kunnen leiden tot problemen met andere gezondheid-zaken, zoals aanvragen voor verzekeringen of reizen naar het buitenland.

[…]

De auteurs van dit artikel geven geen commentaar of aanbevelingen met betrekking tot het gebruik van antivirale middelen. Anderen (met inbegrip van de auteurs van het begeleidend commentaar-stuk) suggereren echter dat het tijd is om het gebruik van anti-retrovirale therapie (ART) bij M.E./CVS in sommige klinische proeven te beoordelen. Het is algemeen geaccepteerd dat een manier van onderzoek naar de mogelijke oorzaak van een ziekte de beoordeling is van de respons op specifieke vormen van behandeling.

De MEA heeft er al meermaals op gewezen dat dit type klinische proeven met de grootst mogelijke dient te gebeuren, gezien het feit dat ART ernstige bijwerkingen kan hebben. AZT, kan mitochondriale schade veroorzaken – wat uiteraard zeer relevant is bij M.E./CVS. Maar er zijn andere ARTs die lijken aktief te zijn tegen XMRV en veel veiliger in gebruik zijn (bv. reverse transcriptase remmers, zoals tenofovir en emtracitabine).

We hebben er ook op gewezen dat ARTs een zeer beperkt effekt lijken te hebben bij het verminderen van vermoeidheid bij HIV/AIDS en dat dit te wijten zou kunnen zijn aan de immuunsysteem-aktivatie die in deze situatie voordoet, in plaats van aan een direct effekt op de vermindering van de virale belasting van de HIV-infektie. Dus zouden medicijnen die de immuun-aktiviteit dempen (bv. een tumor necrose factor remmer, zoals etanercept) wellicht een meer geschikte manier.

In het V.K. zullen artsen zeer waarschijnlijk niet bereid zijn om het even welk type van antivirale behandeling voor te schrijven op een individuele basis (d.w.z. niet in het kader van een onderzoek). […] Als er iets misgaat door het gebruik van een potentieel giftige antivirale geneesmiddelen, kan de verantwoordelijke arts gerechtelijk worden vervolgd, niettegenstaande de patient het risico aanvaard.

[…]

Door de uitéénlopende resultaten van de verschillende gerespecteerde retrovirale laboratoria, blijft de klinische en wetenschappelijke gemeenschap in onduidelijkheid of sceptisch over het verband tussen retrovirale infectie en M.E./CVS.

[…]

Over het geheel is er geen teken van een echte wetenschappelijke consensus over de vraag of XMRV en / of MLVs een belangrijke rol spelen bij M.E./CVS en veel belangrijke vragen over de prevalentie, de transmissie en pathogenese blijven onbeantwoord.

[…]

Laten we vooral niet vergeten naast onderzoek betreffende bovenstaande piste zeker ook research op andere gebieden relevant voor M.E.(cvs) te blijven aanmoedigen. ALS een retrovirus ooit een oorzaak zou blijken en er een therapie werkt om het uit te roeien dan nog zal de geleden schade moeten hersteld worden… Het is niet evident dat één enkele therapie het gehele ziektebeeld zal verhelpen!

februari 20, 2010

Afwezigheid van XMRV bij CVS-patiënten uit het V.K.

Filed under: Infektie — mewetenschap @ 7:33 pm
Tags: , ,

Gezien de aankondiging van de mogelijkheid tot het testen voor XMRV door commerciële laboratoria, willen wij – gezien het ontbreken van een standpunt van patiëntengroepen in ons taalgebied (in tegenstelling tot bv. het V.K.) – nogmaals duidelijk maken dat er, niettegenstaande hardnekkige geruchten, nog steeds geen causaliteit van XMRV bij M.E.(cvs) is aangetoond. We rapporteerden reeds over de te plaatsen vraagtekens bij de beweringen hieromtrent door het ‘WPI Institute’ (zie ‘XMRV bij M.E.(cvs)’) en duidden de tegenstrijdigheden aangegeven door de verschillen qua XMRV bij prostaat-kanker (zie ‘XMRV controverse’). Daarom is veel geld uitgeven voor een dergelijke test (nog) niet aangewezen, temeer daar er helemaal geen behandeling voor handen is.

Aan de oproep tot het proberen repliceren van de resultaten van de Amerikaanse studie werd alvast in het V.K. gehoor gegeven. Eerder werd reeds een eerste melding van totale afwezigheid van XMRV bij M.E.(cvs) gedaan door een research-team van het Londense ‘Kings College Hospital’ (voor de selektie van patiënten) en ‘Imperial College’ (voor het laboratorium-onderzoek) (PLoS ONE 5:1 (2010); Failure to Detect the Novel Retrovirus XMRV in Chronic Fatigue Syndrome). Dit werd door een groot aantal patiënten(-groepen) op veel scepticisme onthaald omwille van de betrokkenheid van enkele onderzoekers die de ‘biopsychosociale school’ aanhangen en het feit dat de patiënten geen M.E.(cvs) zouden hebben. Hun resultaten blijken nu te worden bevestigd door een ander Brits team dat hiervan niet kan worden verdacht (o.a. Dr. Jonathan Kerr en Prof. John Gow maken deel uit van deze onderzoeksgroep) en sommige stalen werden geleverd door de neurologen (en M.E.(cvs)-experten) Professor Peter Behan en Dr Abhijit Chaudhuri.

Wij vinden het onze plicht onze mede-patiënten te wijzen op deze uitkomsten…

Natuurlijk eindig het ‘verhaal’ hier niet. Meerdere replicatie-studies zullen volgen en hopelijk een duidelijk beeld geven van het voorkomen van XMRV bij M.E.(cvs) en in de gezonde bevolking in verschillende geografische gebieden.

Retrovirology 2010, 7:10 (Pre-print Februari 2010)

Absence of xenotropic murine leukaemia virus-related virus in UK patients with Chronic Fatigue Syndrome

Harriet C T Groom1, Virginie C Boucherit1, Kerry Makinson2, Edward Randal2, Sarah Baptista2, Suzanne Hagan3, John W Gow3, Frank M Mattes4, Judith Breuer5, Jonathan R Kerr2, Jonathan P Stoye1 and Kate N Bishop1

1 Division of Virology, MRC National Institute for Medical Research, The Ridgeway, Mill Hill, London NW7 1AA, United Kingdom

2 CFS Group, Division of Cellular & Molecular Medicine, St George’s University of London, Cranmer Terrace, London SW17 0RE, United Kingdom

3 The Centre for Forensic Investigation, Dept. of Biological and Biomedical Sciences, Glasgow Caledonian University, Glasgow G4 0BA, United Kingdom

4 Department of Virology, Barts and The London NHS Trust, 18 Newark St, Whitechapel, London E1 2ES, United Kingdom

5 Division of Infection and Immunity, University College London, Windeyer Building, 46 Cleveland St, London W1T 4JF, United Kingdom

Samenvatting

Achtergrond Detektie van een retrovirus, xenotroop muizen leukemie virus gerelateerd virus (XMRV), werd eerder gerapporteerd bij 67% van patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom. Wij hebben een totaal aantal van 170 stalen van Chronische Vermoeidheid Syndroom patiënten uit twee groepen uit het V.K. en 395 controles bestudeerd op zoek naar bewijs voor XMRV-infektie door te zoeken naar de aanwezigheid van virale nucleïne-zuren [DNA/RNA] gebruikmakend van kwantitatieve PCR (detektie-limiet <16 virus-copieën) óf naar de aanwezigheid van serologische responsen d.m.v. een virus-neutralisatie test.

Resultaten We hebben m.b.v. PCR géén XMRV-DNA geïdentificeerd bij geen enkel staal (0/299). Sommige serum-stalen vertoonden XMRV-neutraliserende aktiviteit (26/565) maar slechts één van deze positieve sera kwam van een CVS-patient. De meeste van de positieve sera waren ook in staat MLV-partikels die enveloppe-proteïnen van andere virussen (inclusief vesiculair stomatitis virus, VSV) bevatten, te neutraliseren – wat wijst op significante kruis-reaktiviteit qua serologische responsen. Vier positieve stalen waren specifiek voor XMRV.

Conclusies Er werd geen verband tussen XMRV-infektie en CVS geobserveerd in de geteste stalen, noch via PCR noch serologische methoden. De niet-specifieke neutralisatie gezien bij meerdere serum-stalen suggereert dat het onwaarschijnlijk is dat deze responsen werden teweeggebracht door XMRV en beklemtoont het gevaar van het overschatten van de frequentie van XMRV gebaseerd op serologische testen. Desondanks geloven wij dat de detektie van neutraliserende aktiviteit die VSV-G pseudo-getypeerde MLV [construktie waarbij het genoom van het MLV retrovirus ook de code voor het G-proteïne van een ander virus – het vesiculair stomatitis virus – draagt] niet inhibeerde bij ten minste vier serum-stalen van mensen, er op wijst dat XMRV-infektie kan voorkomen in de algemene bevolking – hoewel met onzekere uitkomsten.

Achtergrond

In 2006 identificeerden Urisman en collegas een nieuw gamma-retrovirus bij prostaat-kanker. Dit virus werd m.b.v. PCR aangetoond bij 9 van de 86 (10%) onderzochte prostaat-tumoren. De sequentie was zeer gelijkaardig met xenotroop muizen endogeen retrovirus elementen en werd dus ‘xenotroop muizen leukemia virus gerelateerd virus’ (XMRV) genoemd. […] Fylogenetische analysen [studie van verwantschap van organismen] plaatsten XMRV bij de muizen endogene retrovirussen […]. Andere groepen stalen van patiënten met prostaat-kanker werd onderzocht op de aanwezigheid van XMRV met positieve [Schlaberg R, Choe DJ, Brown KR, Thaker HM, Singh IR: XMRV is present in malignant prostatic epithelium and is associated with prostate-cancer, especially high-grade tumors. Proc Natl Acad Sci U S A 2009, 106:16351-16356] én negatieve [Fischer N, Hellwinkel O, Schulz C, Chun FK, Huland H, Aepfelbacher M, Schlomm T: Prevalence of human gamma-retrovirus XMRV in sporadic prostate-cancer. J Clin Virol 2008, 43:277-283 ///  Hohn O, Krause H, Barbarotto P, Niederstadt L, Beimforde N, Denner J, Miller K, Kurth R, Bannert N: Lack of evidence for xenotropic murine leukemia virus-related virus (XMRV) in German prostate cancer-patients. Retrovirology 2009, 6:92] resultaten tot gevolg. [zie ‘XMRV controverse]

Een artikel [door de WPI-groep, in ‘Science’] rapporteerde de PCR-detektie van XMRV in PBMC van 68/101 patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS). Replicerend virus kon worden geïsoleerd uit gestimuleerde PBMC met sequenties bijna, maar niet helemaal, identiek aan de virussen geïsoleerd uit prostaat-kanker patiënten. Als klaarblijkelijk overtuigend bewijsmateriaal tegen de mogelijkheid van laboratorium-contaminatie, werd bij een aantal van de patiënten een immun-respons tegen XMRV aangetoond. Ongeveer 4% van de controle-patiënten bleek het virus te dragen.

Replicatie [herhaling door onafhankelijke onderzoeksgroepen] van deze resultaten en de mogelijke identificatie van rollen voor XMRV bij de etiologie van prostaat-kanker en/of CVS zou van grote medische betekenis zijn. Detektie van XMRV zou mogelijks bruikbare diagnostische instrumenten opleveren en zou ook therapeutische mogelijkheden tot behandeling kunnen suggereren. Bovendien zou de wijdverspreide aanwezigheid van een potentieel pathogeen virus belangrijke implicaties kunnen hebben wat betreft zijn rol als een co-factor bij andere aandoeningen en bij de veiligheid van de bloed-voorraad. We hadden dan ook de bedoeling de verspreiding van XMRV bij CVS-patiënten in het V.K. te onderzoeken, gebruikmakend van PCR, om te zoeken naar de aanwezigheid van XMRV-DNA, en van neutralisatie-testen om een anti-XMRV immuun-respons te detekteren. We vonden geen enkel verband tussen XMRV-infektie en CVS in deze studie.

Methodes

Verzameling van stalen

Stalen van de volgende drie centra werden getest: ‘St George’s University of London’ (SGUL), ‘Barts and the London Hospital Trust’ (BLT) en ‘Glasgow Caledonian University’ (GC).

De SGUL groep omvatte 142 volwassen CVS-patiënten en 157 gezonde bloed-donoren. De leeftijd lag tussen 18 en 65, en de man/vrouw-verhoudingen waren 45/97 (CVS) en 43/114 (bloed-donoren). Bij de staalname (2003-2008) werd bloed verzameld in drie tubes (een EDTA bloed-tube voor DNA-bereiding; een tube voor RNA-bereiding en een gewone tube voor serum-preparatie uit gestold bloed). CVS-patiënten werden gerecruteerd via klinieken in Bristol, Dorset, London, Birmingham, Norfolk en Epsom, en alle patiënten voldeden aan de diagnostische criteria van Fukuda et al. Bloed-stalen werden afgenomen tussen 1,5 en 4 jaar na de diagnose. Gezonde normale bloed-donoren kwamen van de ‘National Blood Service’ (NBS) in Dorset, V.K. […]

De BLT cohorte omvatte 226 anonieme serum-stalen afgenomen in 2008-2009 (57 van de prenatale kliniek; 58 met haematologische aandoeningen; 55 lever-patiënten en 56 van de nier-kliniek). […]

The GC groep omvatte 28 CVS-patiënten (20 sera en 8 plasma-stalen) en 12 controles (8 sera en 4 plasma-stalen) uit West-Schotland. CVS-patiënten waren tussen 28 en 79 jaar oud, met een man/vrouw-verhouding van 16/12. Stalen werden verzameld tussen 1995 en 2003. Controles waren tussen 23 en 63, 7mannen/5 vrouwen – stalen verzameld tussen 2002 en 2004. Sommige controles waren verwanten van de patiënten sommige waren vrijwillgers onder het ziekenhuis-personeel. Alle patiënten voldeden aan de Fukuda criteria. […]

PCR

[genomisch gDNA = direct uit de cellen bereid, omvat het ganse genoom; complementair of copie cDNA = uit mRNA verkregen door ‘omgekeerde transcriptie, bevat geen intronen of signaal-sequenties]

Genomisch (g)DNA werd bereid uit PBMCs van de SGUL patiënten en controles [….] [bij standaard PCR:] zeer uniforme amplificatie van of alle sequenties […]. Initieel werden 48 CVS-patient gDNA-stalen gescreend d.m.v. PCR voor gag en env genen [coderend voor- respectievelijk – de kapsel- en matrix-proteïnen, en de enveloppe-glycoproteïnen van het retrovirus], alsook GAPDH [een zgn. ‘huishoudelijk’ gen dat makkelijk te amplificeren is en als controle bij PCR wordt gebruikt], zoals beschreven door Lombardi et al. [WPI studie]. […] Aaangezien amplificatie via deze PCR geen produkten opleverde, ontwikkelden we nog twee sensitieve PCR-testen gebaseerd op 2 gebieden van het env gen […]). Daarmee werden stalen gDNA gescreend […]. In totaal werden 136 CVS gDNA- en 140 CVS cDNA-stalen, en 95 controle gDNA en 141 controle cDNA-stalen geanalyseerd, zodat alle 142 CVS-patiënten en 157 bloed-donoren werden gescreend voor XMRV […].

Plasmiden

[…]

Virus-produktie

[…]

Neutralisatie-testen

[…]

Resultaten

PCR screening

[…]. Om te proberen de [door Lombardi et al. gemelde] associatie van XMRV met deze ziekte te bevestigen, voerden we PCRs uit voor gag, env en GAPDH op 48 (van 142) CVS-patient gDNA-stalen van SGUL, gerbuikmakend van de [door Lombardi et al.] gepubliceerde PCR-methodologie. Hoewel alle stalen positief waren voor GAPDH [bewijs dat deze PCR sequenties kan amplificeren], vonden we echter geen bewijs voor XMRV-DNA in geen enkele van de stalen. Voor het geval we lage waarden viraal DNA misten, ontwierpen we een meer gevoelige PCR. Om de sensitiviteit van deze methode te testen, werden drievoudige seriële 1/10 verdunningen van het VP62-plasmide (coderend voor het volledige XMRV-genoom) toegevoegd aan PBMC-DNA van een gezonde donor en getest via PCR […]. We besloten dat het met onze test mogelijk was op een betrouwabre minstens 16 copieën pro-viraal DNA te detekteren en dat deze waarschijnlijk even gevoelig, wellicht nóg gevoeliger, was dan de andere testen [van Lombardi et al.]. We testten dan het ganse SGUL panel met 142 CVS-stalen en 157 controle-stalen (gDNA, cDNA of beide) […]. Hoewel positief voor GAPDH, waren alle stalen negatief voor XMRV. Om de mogelijkheid van specifieke PCR-inhibitie van de stalen uit te sluiten, voegden we XMRV VP62 DNA toe aan 3 normale controle cDNAs, die eerder negatief hadden getest voor XMRV-DNA, tot een finale concentratie van 2,3×10-6 ng/µl en herhaalden de PCR […]. In deze reakties konden we met succes de VP62 amplificeren, wat bewijst dat de PCR XMRV in de patient-stalen had geamplificeerd als het aanwezig was geweest.

Neutralisatie-testen

In het licht van de negatieve data verkregen d.m.v. PCR-testen, probeerden we te zoeken naar bewijs voor XMRV-infektie m.b.v. een tweede methode. Virale infektie kan een neutraliserende antilichaam-respons opwekken. Het aantonen van een dergelijke neutraliserende aktiviteit kan als bewijs worden beschouwd voor een virale infektie […]. Het definiëren van neutralisatie is moeilijk in afwezigheid van gekende positieve en negatieve sera. Een aantal neutraliserende monoklonale antilichamen [zeer specifieke antilichamen geproduceerd door de klonen van een hybride-cel gevormd door de versmelting van een antilichaam-producerende B cel met een tumor-cel] gericht tegen het Env-proteïne van muizen-retrovirussen werden echter beschreven. We verkregen er meerdere via Leonard Evans [Laboratory of Persistent Viral Diseases, Rocky Mountain Laboratories, National Institute of Allergy and Infectious Diseases, Hamilton, MT] en testten ze op neutralisatie van XMRV en NZB xenotroop MLV(X) alsook ecotroop Friend en Moloney MLV [verwante retrovirussen] door te kijken of er vermindering is qua virus-infektiviteit na incubatie van virus-bevattend supernatant [vloeistof die boven de cellen staat na centrifugatie] met het monoklonaal antilichaam. Zoals verwacht waren enkele monoklonale antilichamen in staat XMRV te neutraliseren, terwijl andere geen effekt hadden op XMRV-infektiviteit. Interessant: we identificeerden drie monoklonale antilichamen die MLV(X) maar niet XMRV neutraliseerden en één dat XMRV maar niet MLV(X) neutraliseerde. Deze reagentia kunnen dan ook mogelijks bruikbare instrumenten zijn waarmee XMRV kan worden onderscheiden van andere xenotrope MLVs bij toekomstige onderzoeken. Via deze experimenten definieerden we twee negatieve en één positieve antilichaam-controle voor toekomstige experimenten. Om de neutralisatie-test te valideren en de mogelijke responsen op ‘normaal serum’ te onderzoeken, testten we neutralisatie gebruikmakend van een panel van 226 serum-stalen van BLT. Eerdere onderzoeken hebben XMRV-DNA in ca. 1-6% van controle-stalen gedetekteerd. Van ons panel vertoonden slechts een handvol mogelijke neutralisatie-aktiviteit, […], met verminderingen qua virale infektiviteit gelijkaardig aan of hoger dan die gezien bij de positieve controle. Meer dan 90% van de geteste stalen had minder dan een 2-voudig effekt op infektiviteit. Via deze gegevens definieerden we een staal positief als de virale infektiviteit met ten minste 70% vermindert bij een verdunning van 1/40 en een daling van 50% geeft bij een 1/80 verdunning. Volgens deze definitie bevat de BLT stalen-set 3 neutraliserende sera – 1,3% van de stalen is dus positief.

Om te bevestigen dat de aangetoonde neutralisatie-aktiviteit specifiek was voor XMRV, testten we een subset van sera op neutralisatie van XMRV naast MLV-partikels die waren pseudo-getypeerd met verscheidene enveloppe-proteïnen van MLV(X), Friend-MLV of VSV. Van deze vier virus-preparaties, werd enkel XMRV-infektiviteit geïnhibeerd door één van de getestte sera. Zelfs de infektiviteit van partikels die de nauw verwante MLV(X) enveloppe (94% identiek met XMRV) tot expressie brengen, bleek onaangetast door sera die XMRV inhibeerden. Het blijkt dus dat de neutraliserende aktiviteit specifiek is voor XMRV.

We vonden daarom dat deze test gevoelig en specifiek genoeg was om het neutraliserend vermogen van de SGUL cohorte van ongekende patient serum-stalen te onderzoeken. Na het bekendmaken van de stalen, bleek dat van de 142 getestte CVS-patient sera er geen enkele positief was zoals gedefinieerd volgens de criteria hierboven. Deze resultaten suggereerden dat er geen link was tussen XMRV en CVS. In tegenstelling daarmee bevatte de controle-groep van 157 bloed-donoren 22 positieven, een frequentie van 14%, aanzienlijk hoger dan bij de BLT groep. Het was ook merkbaar dat de neutraliserende aktiviteit van alle, op één na, van de SGUL positieve stalen veel sterker was dan bij de BLT positieve stalen. De meeste van de SGUL positieve sera reduceerden in feite de XMRV-infektiviteit met een factor 100 bij de 1/40 én 1/80 verdunningen. Intrigerend was dat vele van deze serum-stalen werden verzameld tijdens één enkele bloed-donatie sessie. Sommige stalen van deze sessie waren echter negatief. Verrassend genoeg waren de PCR-analyses van DNA-stalen corresponderend met de positieve sera van de SGUL controles uniform negatief. We onderzochten daarom de specificiteit van deze respons door 21 van de positieve sera te testen op neutralisatie van MLV pseudo-getypeerd me de enveloppe-proteïnen van MLV(X), Friend-MLV of VSV. In ieder van de gevallen was het serum in staat bijkomende virussen naast XMRV te neutraliseren, inclusief partikels pseudo-getypeerd met de non-retrovirale enveloppe van VSV. Dit impliceert dat de sterke positieve neutraliserende aktiviteit aangetoond bij de SGUL bloed-donor controles niet specifiek was voor XMRV en naar alle waarschijnlijkheid niet werd opgewekt door dit virus.

Om na te gaan of SGUL cohorte van CVS-patiënten uniek was, onderwierpen we ook 40 stalen (inclusief enkele plasma-stalen en sera) van een aparte CVS-cohorte aan onze neutralisatie-test. Deze GC groep gaf één enkele postieve van 28 CVS-stalen (3,6%) en géén positieven bij de 12 controle-stalen. Het positieve CVS-patient serum was ook in staat MLV pseudo-getypeerd met MLV(X) of Friend enveloppes te neutraliseren, hoewel – interessant – het niet in staat bleek VSV-G pseudo-getypeerd MLV te neutraliseren. […] Samengevat: we vonden geen verband tussen XMRV en enige CVS-cohorte.

Bespreking

We vingen de studie aan met de bedoeling de resultaten van Lombardi et al. betreffende het verband van XMRV met CVS te bevestigen. In totaal testten we142 CVS-stalen op de aanwezigheid van XMRV-DNA in PBMCs d.m.v. PCR en op de aanwezigheid van neutraliserende antilichamen tegen XMRV in onze virale neutralisatie-test, en nog eens 28 CVS-stalen voor alleen neutraliserende antilichamen. In tegenstelling tot Lombardi et al. vonden we echter geen bewijs voor XMRV-DNA in geen enkel getest patient-stalen en slechts één enkel neutralisatie-positief patient-serum. Onze bevindingen blijken daarom inconsistent met het eerder rapport over isolatie van XMRV uit PBMCs van CVS-patiënten. We zijn er van overtuigd dat, hoewel we niet in staat waren de PCR-detektie van XMRV in PBMC-DNA van CVS-patiënten te herhalen, onze PCR-test gevoeliger is dan de gepubliceerde PCR-methode [van het WPI] en over de nodige gevoeligheid beschikt om XMRV te detekteren als het effektief aanwezig was geweest. Bovendien waren we in staat om neutraliserende aktiviteit te detekteren bij één patient en bij meerdere controle serum-stalen, wat impliceert dat onze neutralisatie-test ook de vereiste sensitiviteit heeft. Het ontbreken van neutraliserende aktiviteit in CVS-stalen vergeleken met controles kan het onvermogen van deze patiënten weerspiegelen om een immuun-respons op te wekken. In dat geval echter zou kunnen worden verwacht dat het virus tot hogere waarden vermenigvuldigt in CVS-patiënten waardoor het makkelijker te detektern zou zijn d.m.v. PCR. Aangezien we geen bewijs konden vinden van XMRV-infektie via onze PCR-testen, denken we dat dit een onwaarschijnlijke verklaring is. Bij onze groepen vonden we dus geen associatie van XMRV met CVS. Dit staat in sterk contrast met het resultaat van Lombardi et al.. Het wordt echter waarschijnlijk geacht dat de term CVS meerdere ziekten omvat en het blijft formeel mogelijk dat een fraktie geassocieerd is met XMRV. Tijdens het indienen van dit manuscript werd een ander rapport gepubliceerd door Erlwein et al. dat ook geen XMRV kon detekteren bij CVS-patiënten via PCR [Erlwein O, Kaye S, McClure MO, Weber J, Wills G, Collier D, Wessely S, Cleare A: Failure to Detect the Novel Retrovirus XMRV in Chronic Fatigue Syndrome. PLoS ONE 2010, 5:e8519]. De publicatie van deze resultaten heeft veel discussie en controverse opgewekt bij zowel CVS-researchers als -patiënten, en heeft de nood voor bijkomende onderzoeken in dit gebied beklemtoont. Volgend op de hier gemelde bevindingen, zou het een oordeelkundige volgende stap voor verdere studies zijn stalen en protocollen te vergelijken tussen verschillende laboratoria over gans de wereld.

Er zijn ook tegenstrijdige rapporten geweest die het verband van XMRV met prostaat-kanker beschreven. Twee studies uit de V.S. hebben een verhoogde prevalentie van het virus gevonden bij prostaat-kanker patiënten, hoewel ze verschilden qua afhankelijkheid van het genotype van de patient. Anderzijds konden twee Duitse studies geen link vaststellen tussen het virus en ziekte. [zie ‘XMRV controverse] Nochtans werd XMRV gedetekteerd in de controle-groepen van meerdere onderzoeken, waarbij de incidentie varieerde tussen 1 en 6%. Bij onze serologische studies hebben we ook neutraliserende aktiviteit tegen XMRV geïdentificeerd in ca. 4% van alle geteste stalen. Merkwaardig veel (maar niet alle) seropositieve stalen werden geïdentificeerd in een relatief kleine groep bloed-donoren binnen het SGUL-cohort, wat mogelijks een lokale infektie-uitbraak suggereert. Er is geen bewijs dat deze groep gerelateerd is met of dat ze een bijzonder hoog risico liep voor het oplopen van een retrovirale infektie. Daarom lijkt een dergelijke uitbraak onwaarschijnlijk. Bovendien: alle positieve stalen – op één na – van de SGUL set die we testten, waren ook in staat met het VSV enveloppe-proteïne pseudo-getypeerd MLV te neutraliseren. Het ene serum dat daar niet toe in staat bleek, was echter in staat MLV-partikels die pseudo-getypeerd waren met andere retrovirale enveloppes te neutraliseren. We beschouwen deze positieven bij gezonde bloed-donoren daarom als niet-specifieke kruis-reagerende responsen. De overblijvende vier positieve stalen van de the BLT en GC cohorten hadden veel zwakkere neutralisatie-aktiviteiten en neutraliseerden pseudo-getypeerd MLV niet, hoewel het positieve serum van GC ook hier partikels neutraliseerde die andere retrovirale enveloppes tot expressie brachten. Hoewel we de mogelijkheid niet kunnen uitsluiten dat de aktiviteit van deze stalen tegen XMRV ook niet-specifiek is, blijft een mogelijke verklaring voor deze serologische bevindingen dat XMRV-infektie voorkomt bij ca. 1 percent van de bevolking. Dit cijfer is consistent met de eerder gemelde algemene prevalentie in controle-stalen. Gezien de oncogene eigenschappen van gamma-retrovirussen en de gerapporteerde link tussen XMRV en prostaat-kanker, kan een dergelijke observatie een aanzienlijke betekenis hebben, in het bijzonder naar bloed-transfusie toe. Er moet echter worden opgemerkt dat we tot hier toe niet in staat zijn geweest om bakterieel tot expressie gebrachte XMRV Gag proteïnen op een betrouwbare manier te detekteren door deze sera in immunoblot-experimenten te gebruiken. Het is daarom denkbaar dat deze neutraliserende aktiviteiten niet werden opgewekt door XMRV. Verdere onderzoeken zijn vereist om de aard van deze antivirale aktiviteiten te bepalen.

Besluiten

We hebben 299 DNA-stalen en 565 serum-stalen bestudeerd op zoek naar bewijs voor XMRV-infektie. We hebben d.m.v. PCR geen XMRV-DNA geïdentificeerd in geen enkele van de stalen. Sommige serum-stalen bleken echter in staat XMRV te neutraliseren in onze testen. Slechts één enkele van deze positieve sera kwam van een CVS-patient, wat impliceert dat er geen verband is tussen XMRV-infektie en CVS. Verder waren de meeste van de positieve sera ook in staat om MLV-partikels te neutraliseren die pseudo-getypeerd waren met andere enveloppe-proteïnen, wat er op wijst dat er kruis-reaktiviteit kan optreden met andere retrovirussen en zelfs met andere virussen met een enveloppe. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat deze responsen waren opgewekt door XMRV. De detektie van neutraliserende aktiviteit die VSV-G pseudo-getypeerd MLV bij ten minste vier menselijke sera niet neutraliseerde, kan er echter op wijzen dat XMRV-infektie voorkomt in de algemene bevolking, hoewel de uitkomst van dergelijke infekties nu nog onzeker is.



december 6, 2009

XMRV controverse

Filed under: Infektie — mewetenschap @ 7:28 am
Tags: , , ,

Velen vergalopperen zich in voorbarige conclusies, niettegenstaande de auteurs van het artikel over XMRV bij M.E.(cvs) zelf waarschuwen: “Ons werk suggereert, maar bewijst niet, dat XMRV de onderliggende oorzaak van M.E.(cvs) is. Veel bijkomend werk is nodig om te begrijpen hoe XMRV eventueel de ziekte, of andere die er mogelijks mee gelinkt zijn, veroorzaakt.”.

Dr Anthony L. Komaroff, MD (Harvard Medical School) liet hieromtrent het volgende noteren (Journal Watch/Medscape oktober 2009):

Ondanks objectieve biologische abnormaliteiten (neurologische, immunologische en metabole), heeft de afwezigheid van een duidelijk etiologisch agens dat al deze abnormaliteiten zou kunnen verklaren, geleid tot het feit dat sommigen besluiten dat CVS een psychiatrische aandoening is. Verscheidene amerikaanse research-teams rapporteren dat ze DNA van een humaan retrovirus, XMRV, hebben geïdentificeerd DNA, bij 67% van patiënten met CVS t.o.v. 4% bij gezonde controles. Vele CVS-patiënten [d.w.z. NIET alle], maar weinig [d.w.z. NIET geen] gezonde controles, hadden virale nucleïnzeuren en proteïnen in meerdere types witte bloedcellen, en antilichamen tegen het virus waren prevalent bij CVS-patiënten. Wanneer ongeïnfekteerde humane cellen werden gecultiveerd met witte bloedcellen van CVS-patiënten, bleken ze ongeïnfekteerd te raken. De gekende humane retrovirussen veroorzaken neurologische, immunologische en metabole abnormaliteiten en kunnen ook latente virale infekties reaktiveren. Dit nieuw virus, XMRV, is dus een mogelijk etiologisch agens voor CVS. We weten reeds dat CVS kan volgen op infekties [dit wil noodzakelijk zeggen dat ze de oorzaak zijn] met andere agentia, dus is het onwaarschijnlijk dat XMRV het enige etiologische agens voor CVS is. Zelfs als de associatie tussen XMRV en CVS wordt bevestigd door andere researchers bij andere groepen patiënten, dan nog zullen die data alleen de causaliteit niet vaststellen.

*************************

De aanleiding voor het zoeken naar XMRV bij M.E.(cvs) was de ‘ontdekking’ van dergelijke virussen bij prostaat-kanker tumoren. Dat men best heel voorzichtig is met het claimen dat M.E.(cvs) wordt veroorzaakt door dit retrovirus, vertellen alle wetenschappers ons en wordt nogmaals aangegeven door een bevinding van een duitse onderzoek-groep betreffende het voorkomen van dit retrovirus bij een groep gevallen met prostaat-kanker uit een andere bevolking-groep.

Prof Robert Silverman en zijn team van de ‘Department of Cancer Biology, The Cleveland Clinic Foundation’ waren de eersten om XMRV bij prostaat-kanker te associëren (Proc Natl Acad Sci U S A. (2007); 104(5): 1655-1660 ‘An infectious retrovirus susceptible to an IFN antiviral pathway from human prostate tumors’). Toen ook al werd de vraag ‘oorzaak of gevolg?’ opgeworpen…

Een rapport door een team van het ‘Robert Koch-Institute’ uit Berlijn, in het tijdschrift ‘Retrovirology’, stelt de associatie in vraag… Bij het bestuderen van 589 prostaat-kanker patiënten vondt men géén link tussen XMRV en prostaat-kanker; bij geen enkele werden nucleïnezuur-fragmenten van XMRV gevonden. Ook had geen enkele patient antilichamen tegen XMRV. Er werd dan ook besloten dat XMRV niet ‘dé’ oorzaak van, geen vereiste voor prostaat-kanker is. Het is meer waarschijnlijk dat XMRV enkel wordt gevonden bij patiënten met een onderdrukt immuunsysteem (een conditie waarbij kanker kan groeien).

Het houdt dus wellicht meer steek te stellen dat het retrovirus een bijwerking is van M.E.(cvs). (Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat het retrovirus werd geïntroduceerd via een vaccin.)

Laat ons dus vooral de onafhankelijke bevestiging door academische laboratoria bij patiënten uit verschillende bevolkingsgroepen en geografische streken afwachten vooraleer definitieve besluiten te trekken; en niet zomaar niet-gevalideerde testen te laten uitvoeren of experimentele (bv. anti-retrovirale) middelen te proberen… Verschillende technieken en methodologieën kunnen ook leiden tot verschillen in het al dan niet detekteren van XMRV. Een andere mogelijkheid is dat de stam die voorkomt in Europa een (lichtjes) verschillende RNA-sequentie heeft dan in de V.S. of dat XMRV gewoonweg meer voorkomt in de V.S.

Retrovirology. 2009 Oct 16;6(1):92

Lack of evidence for xenotropic murine leukemia virus-related virus (XMRV) in German prostate cancer patients

Hohn O, Krause H, Barbarotto P, Niederstadt L, Beimforde N, Denner J, Miller K, Kurth R, Bannert N

Robert Koch-Institute, Centre for Biological Safety 4, Nordufer 20, 13353 Berlin, Germany

Samenvatting

[…]

Resultaten: […]. DNA- en RNA-stalen van patiënten [prostaat-kanker] werden gescreend voor de aanwezigheid van XMRV-specifieke […] sequenties d.m.v. de zeer gevoelige techniek ‘nested PCR’ en RT-PCR. Verder werden 146 sera […] getest op antilichamen tegen XMRV […] d.m.v. een nieuw ontwikkelde ELISA. […] XMRV-specifieke sequentes werden niet gedetekteerd op DNA- noch op RNA-niveau. Consistent met dit resultaat, bevatte geen enkele van de geanalyseerde serum-stalen van prostaat-kanker XMRV-specifieke antilichamen.

Besluit: Onze resultaten wijzen op een veel lagere prevalentie (of zelfs totale afwezigheid) van XMRV bij prostaat-tumor patiënten in Duitsland. Een mogelijke reden hiervoor zou een geografisch beperkt voorkomen van XMRV-infekties kunnen zijn.

*************************

Spijtig dat Prof. Silverman over de research betreffende XMRV bij CVS meent te moeten stellen. “We moeten de data voor ons zelf houden.” Het is inderdaad “niet gepast ongepubliceerde gegevens, die niet ‘peer-reviewed’ zijn, publiek te maken” (www.cleveland.com/healthfit/; 24 november 2009) maar ‘negatieve’ resultaten niet publiceren is vanzelfsprekend ook geen optie…

Er zijn hoedanook nog een boel vragen onbeantwoord… “Wat is de prevalentie in de algemene bevolking? Is het de oorzaak van een ziekte? Zijn CVS-patiënten geïnfekteerd omdat ze meer vatbaar zijn voor het retrovirus? Is het een bedreiging voor de publieke gezondheid of niet?”

Het amerikaanse ‘National Cancer Institute’ (co-auteurs van het artikel over XMRV & CVS) stelt duidelijk: “XMRV […] werd voor het eerst geïdentificeerd in 2006 in prostaat-tumoren van mannen. Het is nauw verwant met muizen leukemie virussen, die een brede waaier aan kankers, en immunologische en neurologische ziekten bij muizen veroorzaken. […] Er is momenteel geen bewijs dat suggereert dat XMRV een epidemie veroorzaakt. De oorsprong van XMRV is onbekend maar researchers vermoeden dat het kan zijn verschenen door overdracht tussen verschillende species: van muizen of mogelijks een andere dier-soort naar mensen.”.

Volgend artikel (door Silverman – en wel degelijk gepubliceerd) doet ook verder nadenken over de rol van XMRV bij M.E.(cvs). Deze aandoening komt veel meer bij vrouwen voor dan bij mannen. Toch rapporteert de ‘ontdekker’ van het retrovirus dat androgenen (mannelijke hormonen) de transcriptie en replicatie ervan stimuleren…

J Virol. 2009 Nov 11

Androgen Stimulates Transcription and Replication of XMRV (Xenotropic Murine Leukemia Virus-Related Virus)

Beihua Dong and Robert H. Silverman

Department of Cancer Biology, Lerner Research Institute, Cleveland Clinic, 9500 Euclid Avenue, Cleveland, OH 44195

Samenvatting

XMRV is een gamma-retrovirus dat oorspronkelijk werd geïdentificeerd in een subset prostaat-kanker patiënten. Omdat androgenen [natuurlijke of synthetische mannelijke geslacht-hormonen, o.a. testosteron] prostaat-tumoren en sommige retrovirussen stimuleren, onderzochten we het effekt van dihydrotestosteron [DHT; androstanolon, een sterk biologisch aktieve stof die in de cel wordt gemaakt uit de zelf minder aktieve voorloper testosteron] op XMRV-transcriptie en -replicatie. Transcriptie van het XMRV U3-gebied [zie verder: onderdeel van de LTR die de ‘enhancer’ en andere transcriptie-regulerende signalen omvat] was tot het dubbel gestimuleerd door DHT, maar enkel in cellen die een funktionele androgen-receptor [AR, of NR3C4 (nucleaire receptor subfamilie 3, group C, lid 4), wordt geaktiveerd door binding van de androgene hormonen testosteron of dihydrotestosteron; en is nauw verwant met de progesteron-receptor; kan gen-expressie moduleren via interaktie met specifieke elementen in de regulerende gebieden van doelwit-genen] bevatten. Mutaties in het glucocorticoid respons element [GRE; zie ‘NR3C1 – Glucocorticoid receptor geassocieerd met CVS’ en ‘Samenspel tussen de Glucocorticoid Receptor en Nuclear Factor-κB] van XMRV verstoorden de basale transcriptie en androgen-responsiviteit. Bovendien stimuleerde DHT XMRV-replicatie tot het 3-voud, terwijl androgen-inhibitoren (casodex en flutamide) de virale groei onderdrukten tot het 3-voudige. De bevindingen suggereren dat integratie van het XMRV LTR [‘long terminal repeat’; controle-centrum voor gen-expressie; lange sequentie van herhaalde nucleotiden aan het uiteinde van het retrovirus-RNA die o.a. het U3-gebied bevat] in gastheer-DNA androgen-stimulatie op cellulaire genen zou kunnen betekenen.

[De receptoren die XMRV gebruikt om cellen te infekteren zijn XPR1 en SYG1. XPR1 wordt normal gebruikt door progesteron…]

[…] Een analyse van gans het genoom voor XMRV integratie-plaatsen in een prostaat-kanker cel-lijn en in menselijk prostaat-kanker weefsels reveleerde een voorkeur voor transcriptie start-plaatsen [promoter; plaats in het DNA, voor een gen, waarop RNA-polymerase kan binden met behulp van transcriptie-factoren, om transcriptie te starten], CpG-eilanden [DNA-fragmenten met soms tot honderden opeenvolgende cytosine-guanosine dinucleotiden, meestal ‘upstream’ van genen, komen voor in ongeveer de helft van gen-promoters; resistent voor methylatie en veelal geassocieerd met genen die frequent ‘aan’ staan], plaatsen die hyper-gevoelig zijn voor DNase [deoxyribonuclease, een enzyme dat DNA afbreekt door het verbreken van de fosfodiester-verbindingen] en gebieden met hoge gen-densiteit [RH Silverman et al. Integration-site preference of xenotropic murine leukemia virus-related virus, a new human retrovirus associated with prostate-cancer. J Virol (2008) 82:9964-77]. Verder vertoonden XMRV integratie-plaatsen in menselijk prostaat-DNA een voorkeur voor met kanker gerelateerde genen en breekpunten, gemeenschappelijke fragiele plaatsen en microRNA-genen [miRNA of μRNA zijn enkel-strengige RNA-molekulen van 21-23 nucleotiden lang die gen-expressie reguleren, ze worden gecodeerd door en  overgeschreven van DNA maar de miRNAs wordt niet vertaald in proteïnen]. Deze bevindingen suggereerden dat XMRV-integratie ontregeling zou kunnen veroorzaken van selekte gastheer–genen die mogelijks bijdragen tot oncogenese [het ontstaan van kwaadaardige cellen die kan leiden tot een tumor / kanker]. Daarnaast werden meerdere XMRV pro-virussen geïdentificeerd in menselijke […] prostaat-carcinoma cellen, wat een rol suggereert voor virale integratie in carcinogenese.

Transcriptie van het XMRV-genoom wordt gemedieerd door elementen in het U3-gebied van de ‘5’-long terminal repeat’ (LTR), een segment van 390 nucleotiden dat de promoter en ‘enhancers’ [korte DNA-sequentie die proteïnen (aktivatoren) kan binden; waardoor de transcriptie van een gen – mogelijks een eindje verwijderd van de ‘enhancer’ of zelfs op een ander chromosoom – wordt geïnitieerd; de aktivatoren recruteren transcriptie-factoren die de binding van RNA polymerase versterken] omvat. Vele retrovirussen bevatten glucocorticoid respons element(en) in het U3-gebied, inclusief XMRV en andere gamma-retrovirussen zoals Moloney MLV (Mo-MLV) en Friend muizen leukemie (F-MLV) alsook het beta-retrovirus muizen melk-klier tumor virus (MMTV). Virale GREs worden gestimuleerd in respons op verscheidene steroïden, inclusief glucocorticoïden, mineralocorticoïden, progesteron en androgen. Virale GREs vertonen dikwijls homologie met het klassieke androgen respons element (ARE), een binding-plaats voor dimeren [proteïne-subunits] van de androgen-receptor (AR) […]. Er is homologie tussen deze virale GREs en AREs in sommige zoogdier-genen. […]

Om te bepalen of het XMRV U3-gebied van de 5’-LTR een funktioneel [zonder mutaties] ARE omvat, werden experimenten uitgevoerd met een menselijke prostaat-kanker cel-lijn […] die een funktionele androgen-receptor tot expressie brengt. […] Er werden twee mutaties gegenereerd in het vermeende ARE. […] Cellen werden in cultuur gebracht […] behandeld met 4,5a-dihydrotestosterone (DHT) […]. Resultaten […] toonden dat de geïnduceerde transcriptie-aktiviteit van het WT [‘wild type’, zonder mutaties] U3 door 100 nM DHT 158±24% was van het controle (onbehandeld) aktiviteit-niveau, terwijl het gemuteerde U3-gebied gereduceerde basale aktiviteit (56 tot 60% van WT U3 aktiviteit) had en niet-responsief was voor DHT.

[…]

Om het androgen-effekt op XMRV-transcriptie te vergelijken met dat van een ander steroid-hormoon, werden DU145 [cel-lijn zonder AR] en LNCaP [menselijke prostaat-kanker cel-lijn] cellen die een glucocorticoid receptor hebben, […] behandeld met het glucocorticoid, dexamethason, gedurende 24 h. Dexamethason verhoogde de transcriptie van het XMRV U3-gebied respectievelijk met een factor 1,3 en 1,5.

Om het effekt van androgeen op virale replicatie te onderzoeken, werden LNCaP cellen gecultiveerd […] zonder hormonen. […] RT [‘Reverse Transcriptase’; een enzyme dat RNA overschrijft naar DNA; komt voor bij retrovirussen] -bepalingen werden uitgevoerd […].DHT-behandeling stimuleerde XMRV-replicatie tot 304±45% van de controle.

Om de androgeen-regulering van XMRV-replicatie te verifiëren, werden de LNCaP cellen geïnfekteerd met XMRV […] behandeld met verschillende concentraties van een anti-androgeen, casodex óf flutamide. De anti-androgenen  […] inhibeerden virale replicatie […] tot 33,6±5,2% (casodex) en 49,7±3,6% % (flutamide) van de controle. […]

Om te bepalen of de XMRV GRE/ARE androgeen-responsiviteit verleent aan intact virus […]. WT en mutanten in LNCaP cellen […] Behandeling met DHT stimuleerde WT XMRV replicatie tot 167±33% van de controle […].DHT had echter geen effekt op de replicatie van XMRV met de mutatie […].

Onze bevindingen tonen de aanwezigheid van een funktioneel androgen respons element (ARE) in het U3-gebied van de XMRV LTR. De XMRV ARE-sequentie […] blijft behouden bij verschillende XMRV-stammen [RH Silverman et al. Identification of a Novel Gamma-retrovirus in Prostate Tumors of Patients … PLoS Pathog (2006) 2:e25]. Inhibitie van XMRV-replicatie met anti-androgenen suggereert dat virale groei ook onderdrukt zou kunnen zijn bij met XMRV geïnfekteerde prostaat-kanker patiënten tijdens androgen ablatie [het verwijderen van lichamelijk weefsel] therapie. We rapporteerden dat XMRV integratie-plaatsen in menselijke prostaat-tumoren vele met kanker gerelateerde genen omvatten. XMRV heeft een sterke voorkeur om te integreren in de nabijheid van transcriptionele start-plaatsen die mogelijks androgen-responsiviteit opleggen aan gastheer-genen. […] XMRV-integratie in stromale [steun-/ bindweefsel-] en epitheliale [bedekkende] cellen zou aanleiding kunnen geven tot androgen-stimulatie van pro-inflammatoire genen en proto-oncogenen [stimuleren de cel-deling; een proto-oncogen is een normaal gen dat een oncogen kan worden door mutaties of verhoogde expressie en zo de kwaadaardigheid van kanker doen toenemen] die tot kanker leiden. Daarenboven: omdat de androgen-receptor tot expressie komt prostaat-cellen, zouden deze bevindingen ook kunnen helpen verklaren waarom XMRV-infekties zich lokaliseren in de prostaat.

*************************

In Silverman’s oorspronkelijk artikel over XMRV bij prostaat-kanker (PLoS Pathog. 2006 March; 2(3): e25) werd dus al gemeld dat het U3-gebied van de LTR een “glucocorticoid respons element [GRE] sequentie” bevat. “Van deze elementen werd reeds aangetoond dat ze door LTR aangestuurde transcriptie en virale replicatie (in vitro) kunnen aktiveren in respons op verscheiden steroïden, inclusief androgenen.”

Cortisol (hét ‘stress-hormoon’ is een belangrijk menselijk glucocorticoid hormoon… Er wordt gesuggereerd dat cortisol XMRV zou aktiveren maar daar zijn(nog) geen publikaties over; de bewering is dus voorbarig. Stress kan vanzelfsprekend het immuunsysteem verstoren maar een verhoogd cortisol-gehalte is niet noodzakelijk een factor bij het aktiveren van XMRV bij M.E.(cvs). Er is overigens geen duidelijkheid over de rol van cortisol bij M.E.(cvs): Er zijn meldingen van gedaalde én verhoogde concentraties.

Een andere bewering is dat het retrovirus een cortisol-receptor zou hebben… Ook daar is niets over gepubliceerd. Men verwart wellicht het glucocorticoid respons element (een onderdeel van het genoom van het retrovirus en dus bestaande uit RNA) van XMRV met een “cortisol-receptor” (het gen NR3C1 codeert voor de de glucocorticoid receptor, GR), dat een proteïne is. Het gen coderend voor dit proteïne is veel groter dan het GRE.

Ook (het gen coderend voor) NF-κB omvat een GRE (DNA-sequentie; genen die positief worden gereguleerd door GR worden gekenmerkt door ‘GC-response elements’ (GRE) in de promotor). Men zou dus ook kunnen claimen dat NF-κB XMRV aktiveert. Daar valt rekening mee te houden, aangezien cortisol (glucocorticoïden); NF-κB aktivatie kan inhiberen. Het zou kunnen dat een laag cortisol-gehalte (dat bij M.E.(cvs) soms wordt vastgesteld) XMRV aktiveert via upregulering van NF-κB. In een TV-interview (‘Nevada Newsmakers’, 8 oktober 2009) heeft Judy Mikovits (co-auteur van het XMRV-artikel in ‘Science’) het over ongepubliceerde gegevens betreffende het NF-κB element” dat de XMRV-expressie zou regelen: de DNA-sequentie die NF-κB bindt en zo de expressie van (virale) genen eventueel zou kunnen wijzigen…

Ook Dr Cheney (www.cheneyresearch.com, 9 oktober 2009) laat noteren: “Oxidatieve stress zal mogelijk XMRV-replicatie versterken.” Hij beweert dat aktivatie van NF-κB dit virus aktiveert en dat onderdrukking van NF-κB XMRV inhibeert maar geeft geen referentie. Prof. Pall meldt op een forum (niet in een wetenschappelijk tijdschrfift): “De replicatie van het retrovirus [XMRV], gebaseerd op zijn DNA-sequentie, wordt gestimuleerd door NF-κB aktiviteit.”.

Het ultieme bewijs daarvoor moet dus echter nog worden geleverd! Onderzoek gewenst dus…

De moeilijkheid wat betreft het verminderen van NF-κB, is dat het zo’n sleutel-rol speelt en vele mechanismen beïnvloedt. Cheney heeft het over de artemisine (artesunaat) als één van de beste inhibitoren van NF-κB. Het is onze mening dat selektieve/specifieke onderdrukking meer aangewezen is en daarbij denken we aan het therapeuticum dat wordt onderzocht door LEGEST (UGent)…



oktober 17, 2009

XMRV bij M.E.(cvs)

Filed under: Infektie — mewetenschap @ 12:34 pm
Tags: , , ,

Door de jaren heen zijn er steeds meldingen/claims geweest over micro-organismen (al dan niet oorzakelijk) verbonden met M.E.(cvs): het Epstein-Barr virus e.a. herpes-virussen (bv. HHV-6), Mycoplasma sp., Chlamydia pneumoniae, enterovirussen, Borrelia burgdorferi (Lyme), Borna-virus, Coxiella burnetti, Parovirus-B19, HERV-K18, Parainfluenza Virus-5, retrovirussen, enz. Tot nu toe bleken geen van de resultaten onafhankelijk reproduceerbaar, kon geen oorzakelijk verband worden bewezen of bleek het om opportunistische infekties te gaan.

Het is tot op heden onze overtuiging dat, ook al zullen vele van deze microben en virussen bij (grote of minder grote) M.E.(cvs)-subgroepen opduiken, geen zal blijken dé oorzaak te zijn. Het feit dat telkens weer andere organismen worden gevonden, bewijst o.i. dat zij een gevolg, eerder dan de oorzaak, van de ziekte zijn. De nadruk van de research aangaande M.E.(cvs) zou moeten liggen op de mechanismen die deze organismen ‘toelaten’ – genetische defekten in bv. transcriptie-factoren zoals NF-κB [zie: ‘Samenspel tussen de Glucocorticoid Receptor en Nuclear Factor-κB’]…

Onderstaande melding over XMRV is interessant maar zoals de auteurs zelf (en menig ander onderzoeker) aangeven is de melding zeker (nog) geen bewijs voor een oorzakelijk verband.

Het verontrust ons dat M.E.(cvs)-patiënten steeds weer wanhopig willen geloven in iets dat nog niet is bewezen. Ze gaan zelfs zo ver mensen die zich afzetten tegen on-wetenschappelijke beweringen, te stigmatiseren en te catalogeren bij de biopsychosociale kliek. Wetenschap is geen geloof of religie!

We geven hier de samenvatting van het artikel in ‘Science’ (met daarnaast duiding door niet aan het onderzoek gerelateerde onderzoekers) en een omschrijving door de britse NHS (overheidsdienst voor gezondheidszorg).

*************************

http://www.sciencemag.org (Published Online October, 2009)

Detection of an Infectious Retrovirus, XMRV, in Blood Cells of Patients with Chronic Fatigue Syndrome

Vincent C. Lombardi 1, Francis W. Ruscetti 2, Jaydip Das Gupta 3, Max A. Pfost 1, Kathryn S. Hagen 1, Daniel L. Peterson 1, Sandra K. Ruscetti 4, Rachel K. Bagni 5, Cari Petrow-Sadowski 6, Bert Gold 2, Michael Dean 2, Robert H. Silverman 3, Judy A. Mikovits 1

1 Whittemore Peterson Institute, Reno, NV 89557, USA.

2 Laboratory of Experimental Immunology, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

3 Department of Cancer Biology, The Lerner Research Institute, The Cleveland Clinic Foundation, Cleveland, OH 44106, USA.

4 Laboratory of Cancer Prevention, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

5 Advanced Technology Program, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

6 Basic Research Program, Scientific Applications International Corporation, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een uitputtende ziekte met onbekende etiologie waarvan wordt geschat dat wereldwijd 17 miljoen mensen zijn aangetast. Bij het bestuderen van perifeer bloed mononucleaire cellen (PBMCs) van CVS-patiënten, identificeerden we DNA van een humaan gamma-retrovirus, xenotroop muizen leukemie virus-gerelateerd virus (XMRV), bij 68 van 101 patiënten (67%) vergeleken met 8 van 218 (3,7%) gezonde controles. Cel-cultuur experimenten reveleerden dat XMRV van patiënten infektueus is, en dat cel-geassocieerde én cel-vrije transmissie van het virus mogelijk zijn. Secundaire virale infekties werden verkregen in niet-geïnfekteerde primaire lymfocyten en indicator cel-lijnen na blootstelling aan geaktiveerde PBMCs, B-cellen, T-cellen of plasma van CVS-patiënten. Deze bevindingen wijzen op de mogelijkheid dat XMRV een contribuerende factor kan zijn bij de pathogenese van CVS.

[Xenotroop virus: een genetisch overgedragen retrovirus dat niet kan vermenigvuldigen in de gastheer-soort die het herbergt maar dat cellen van een verschillende soort kan infekteren en enkel daar kan vermenigvuldigen.]

Vincent Lombardi was de mede-oprichter van REDLabs USA, een lab dat testen aanbiedt (hun belangrijkste test werd door hen zelf ooit uitgeroepen tot ‘merker’ voor CVS maar werd nooit onafhankelijk gevalideerd; de internationale research-gemeenschap schuift die dan ook ter zijde); en ‘directeur operaties’ toen ze hun naam veranderden naar VIP Dx (Viral Immune Pathology Diagnostics). VIP Dx is gelokaliseerd in de buurt van het ‘Whittemore Peterson Institute’ in Reno, Nevada.

Judy Mikovits is tevens vice-president van het medicijn-ontwikkelend bedrijf Genyous Biomed in Henderson, Nevada.

Oprichter/voorzitter van de ‘Wingfield Nevada Group’, de firma achter het ‘Whittemore-Peterson Institute for Neuro-immune diseases’ is Harvey Whittemore: niet onbesproken multimiljonair, advocaat, federaal lobbyist, land-ontwikkelaar en één van het dozijn van de machtigste mensen in Nevada die zaken doet met enkele van Nevada’s grootste bedrijven.

*************************

http://www.nhs.uk/news (October 2009)

Deze studie vergeleek bloed-stalen van 101 CVS-patiënten met stalen van 218 mensen zonder de ziekte. Er werd bewijs gevonden voor het XMRV-virus in ongeveer twee-derden van de mensen met CVS en minder dan 4% mensen zonder de ziekte.

Deze bevindingen alleen bewijzen niet dat het virus CVS veroorzaakt, omdat ze niet aantonen of de infektie gebeurde vóór of na de CVS zich ontwikkelde. Het research-artikel is behoedzaam qua conclusies en stelt dat XMRV een bijdragend factor “kan” zijn tot CVS maar het tegengestelde kan ook waar zijn: CVS kan mensen meer vatbaar maken voor infektie met dit virus.

Ondanks deze beperkingen, zullen deze bevindingen van belang zijn voor de research-gemeenschap, artsen en patiënten. Grotere studies en onderzoek dat vaststelt of de XMRV-infektie vóór of na de aanvang van CVS optreedt zullen nodig zijn vooraleer enige besluiten kunnen worden getrokken.

Waar komt het verhaal vandaan?

Het onderzoek werd uitgevoerd door Dr Vincent C Lombardi en collegas van het ‘Whittemore Peterson Institute’ en andere research-instituten in de V.S. Het werd gefinancierd door het ‘Whittemore Peterson Institute’, de ‘Whittemore Family Foundation’, het ‘National Cancer Institute’, de ‘National Institutes of Health’, het ‘US Department of Defense’, de ‘Foundation for Cancer Research’, de ‘Charlotte Geyer Foundation’, en Mal en Lea Bank.

De studie werd gepubliceerd in het ‘peer-reviewed’ wetenschappelijk tijdschrift ‘Science’.

Welke soort wetenschappelijke studie is dit?

Deze research keek naar de aanwezigheid van een retrovirus in de witte bloedcellen van mensen met Chronische Vermoeidheid Syndroom. Het betrof een gevallen-controle studie en bijkomende laboratorium-experimenten.

CVS tast een reeks organen in het lichaam aan en patiënten vertonen een abnormale werking van het immuunsysteem. De oorzaak is niet gekend maar één theorie is dat bepaalde virussen de ziekte triggeren.

Deze studie onderzocht of een retrovirus genaamd xenotroop muizen leukemie virus-gerelateerd virus (XMRV) betrokken zou kunnen zijn. Eerdere research toonde dit virus aan in enkele stalen van prostaat-kanker weefsel. Andere studies bij muizen hadden gevonden dat de immuun-respons op sommige retrovirussen geassocieerd is met neurologische problemen.

Het onderzoek omvatte het nemen van bloedstalen van 101 mensen met CVS (de gevallen) en van 218 gezonde mensen zonder CVS (controles). Het DNA van witte bloedcellen in deze stalen werd onderzocht om te kijken of ze XMRV-DNA bevatten. De mensen met CVS kregen de diagnose op basis van de standaard criteria (1994 CDC Fukuda criteria en 2003 Canadian Consensus criteria) en ze hadden allemaal ernstige invaliditeit, langdurige uitputtende vermoeidheid, cognitieve stoornissen en immuunsysteem abnormaliteiten. Ze kwamen uit gebieden in de V.S. waar CVS-epidemieën werden gerapporteerd.

De volledige genetische sequentie van het XMRV van twee patiënten die het viraal DNA hadden, werd dan onderzocht om te bepalen welke virus-stam het betrof. Deze stam werd vergeleken met de stam die eerder was geïdentificeerd bij prostaat-kanker patiënten en met een muizen leukemie virus (MLV) dat dikwijls in laboratoria wordt gevonden, om de mogelijkheid uit te sluiten dat MLV de experimenten contamineerde. Testen die zochten naar proteïnen van het XMRV-virus in de bloedcellen werden ook uitgevoerd.

Er werden ook laboratorium-testen gedaan om te kijken of de stalen infektueus XMRV bevatten. Bij die testen werden witte bloedcellen die XMRV bevatten van CVS-patiënten gegroeid en gemengd met prostaat-kanker cellen, die vatbaar zijn voor infektie met XMRV.

De prostaat-kanker cellen werden ook blootgesteld aan vloeistoffen van de CVS-patient of aan controle bloedstalen die waren behandeld door de bloedcellen te verwijderen en mogelijks aanwezige virussen te concentreren. Gelijkaardige experimenten, waarbij pogingen werden ondernomen om T-cellen (een type witte bloedcel) te infekteren, werden ook uitgevoerd.

De researchers onderzochten dan of CVS-patiënten die XMRV-DNA dragen of gezonde controles antilichamen hadden tegen een gelijkaardig virus, wat zou suggereren dat ze een immuun-respons hadden ontwikkeld tegen XMRV.

Wat waren de resultaten van de studie?

De onderzoekers vonden dat bloed van 67% van de mensen met CVS XMRV-DNA bevatte, vergeleken met 3,7% van de controles.

De virale DNA-sequenties waren zeer gelijkend met deze geïdentificeerd in een eerdere studie betreffende prostaat-kanker. De sequenties van deze virussen waren niet genoeg gelijkend met het MLV-virus om te suggereren dat deze resultaten werden veroorzaakt door laboratorium-contaminatie.

Het onderzoeken van de witte bloedcellen van dertig CVS-patiënten toonde dat 63% (19 mensen) van de geteste stalen virale proteïnen vertoonden. Testen op stalen van vijf gezonde controles toonde geen virale proteïnen aan.

Globaal gezien bleken stalen van mensen met CVS 54 keer meer waarschijnlijk virale sequenties te bevatten dan stalen van gezonde controles.

De researchers vonden dat XMRV die in de witte bloedcellen van CVS-patiënten werden aangetroffen kon worden overgedragen op prostaat-kanker cellen wanneer ze samen werden gegroeid in het laboratorium. Bij 10 van de 12 mensen met CVS (83%) kon vloeistof afkomstig van hun bloedstalen ook de prostaat-kanker cellen infekteren in het lab. Gelijkaardige resultaten werden bekomen wanneer niet-geïnfekteerde witte bloedcellen werden blootgesteld aan deze vloeistof. Vloeistof van de bloedstalen van twaalf gezonde controles infekteerde de prostaat-kanker cellen niet.

De onderzoekers vonden dat de helft (9 van de 18) van de CVS-patiënten met XMRV-DNA antilichamen hadden tegen een gelijkaardig virus, terwijl geen enkele van de 7 gezonde controles die werden getest een antilichaam-respons vertoonden. Dit suggereert dat de helft van de CVS-patiënten een immuun-respons tegen XMRV vertoonde.

Welke interpretaties maakten de researchers op basis van deze resultaten?

De researchers concluderen dat hun bevindingen suggereren dat XMRV mogelijks een contribuerende factor is bij de ontwikkeling van CVS. Ze suggereren dat infektie met het XMRV-virus verantwoordelijk zou kunnen zijn voor enkele van de abnormale immuun-respons en neurologische problemen die worden gezien bij CVS.

Wat maakt de ‘NHS Knowledge Service’ van deze studie?

Dit onderzoek heeft een associatie tussen de aanwezigheid van XMRV viraal DNA en Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) geïdentificeerd.

Het is echter nog niet mogelijk om met zekerheid te zeggen of het virus daadwerkelijk CVS veroorzaakt, een feit dat ook wordt erkend door de auteurs. Dit is omdat de aanwezigheid van virus werd vastgesteld bij mensen die reeds CVS hadden, en dus is het niet duidelijk of de infektie gebeurde vóór ze de ziekte ontwikkelden.

Een alternatieve mogelijkheid is dat mensen die reeds CVS hebben, gewijzigde immuunsystemen hebben die hen meer vatbaar voor deze virussen maakt.

De studie heeft enkele beperkingen, enkele daarvan worden ook gemeld in een begeleidend editoriaal:

* Er werden een relatief klein aantal mensen getest, vooral bij sommige experimenten.

* De CVS-stalen komen alle van patiënten die ernstig geïnvalideerd waren, met langdurige uitputtende vermoeidheid, cognitieve defekten en immuunsysteem abnormaliteiten, en die kwamen uit gebieden waar er CVS-‘epidemieën’ of waren. Het is mogelijk dat deze patiënten niet representatief waren voor het volledige spectrum aan patiënten met CVS, waar de ernst nogal kan variëren. De selektie van gevallen die samen werden geclusterd in ‘epidemieën’ kan betekenen dat deze gevallen een verschillende oorzaak of trigger hebben dan de geïsoleerde gevallen.

* De karakteristieken van de bloed-stalen van gezonde mensen die werden gebruikt werden niet gerapporteerd en er zouden meer verschillen kunnen zijn met de CVS-gevallen dan enkel de ziekte zelf die bijdroeg tot de verschillende mate van XMRV-infektie.

* Hoewel de researchers probeerden contaminatie van hun stalen uit te sluiten, suggereert de molekulair bioloog die het XMRV-virus mee ontdekte in het begeleidend editoriaal [zie hieronder] dat ze niet genoeg ondernamen om contaminatie volledig uit te sluiten. Hij wijst er ook op dat bevestiging van de resultaten door een onafhankelijke groep die onwetend is over het feit of stalen van gevallen of controles komen van vitaal belang is.

* Hoewel de studie suggereert dat in het laboratorium het virus zich zou kunnen verspreiden van witte bloedcellen of bloed naar andere cellen, betekent dit niet dat het virus noodzakerlijkerwijs van persoon naar persoon zou kunnen worden overgedragen.

Niettegenstaande deze beperkingen, zijn de oorzaken van CVS nog niet gekend en blijven beschikbare behandelingen beperkt, dus zullen deze bevindingen van belang zijn voor de research-gemeenschap, artsen en patiënten. Verder onderzoek is nodig om deze bevindingen te bevestigen in meer stalen en vast te stellen of de XMRV-infektie gebeurt vóór of na de aanvang van CVS.

*************************

Als achtergrond-informatie betreffende het XMRV-virus, hier een begeleidend stuk (‘Perspective’) van de hand van 2 onderzoekers die niet deelnamen aan de studie, in het zelfde nummer van ‘Science’ als het bovenstaande rapport…

Een Nieuw Virus voor Oude Ziekten?

John M. Coffin [1] & Jonathan P. Stoye [2]

[1] Department of Molecular Microbiology, Tufts University, Boston, MA 02111, USA

[2] Division of Virology, Medical Research Council, National Institute for Medical Research, Mill Hill, London NW7 1AA, UK

Er is weinig consensus in de medische gemeenschap over het feit of het Chronische Vermoeidheid Syndroom een duidelijke ziekte is. Zoals de naam name impliceert, wordt de aandoening gekenmerkt door uitputtende vermoeidheid die vele jaren aanhoudt, en ze tast zowat 1% van de wereld-bevolking aan. Hoewel dikwijls chronische inflammatie wordt gevonden bij deze patiënten, weerden geen infektueuze of toxische agentia gevonden die duidelijk betrokken bleken bij deze ziekte, waarvan de diagnose grotendeels wordt gesteld door het uitsluiten van andere aandoeningen die gelijkaardige symptomen veroorzaken. In deze ‘Science Express’ beschrijven Lombardi et al. de detektie van xenotroop muizen leukemie virus-gerelateerd virus (XMRV) in ongeveer twee-derden van patiënten met de diagnose van Chronische Vermoeidheid Syndroom.

Zowel laboratorium- en epidemiologische studies zijn nu nodig om te bepalen of dit virus een veroorzakende rol speelt, niet enkel voor deze ziekte, maar misschien ook bij andere.

Chronische Vermoeidheid Syndroom is niet de eerste ziekte bij mensen waaraan XMRV wordt gelinkt. Het virus werd in 2006 voor het eerst beschreven bij enkele prostaat-kanker patiënten en in 2009 gedetekteerd bij bijna een kwart van alle prostaat-kanker biopten. Het werd geïsoleerd uit prostaat-kanker én Chronische Vermoeidheid Syndroom patiënten, en is gelijkaardig aan een groep van endogene muizen leukemie virussen (MLVs) die worden gevonden in de genomen van inteelt en verwante wilde muizen. Hoewel een halve eeuw studies betreffende MLVs en andere gamma-retrovirussen hebben geleid tot belangrijke ontdekkingen waarop veel van ons huidig begrip van kanker rust, is er geen duidelijk bewijs gevonden dat infektie bij mensen aantoont met gamma-retrovirussen of die deze agentia associeert men een menselijke ziekte.

Endogene virussen, zoals xenotroop MLV, duiken op wanneer retrovirussen geslacht-cellen infekteren. Het geïntegreerde viraal DNA, of pro-virus, wordt overgedragen op nakomelingen als onderdeel van het gastheer-genoom. Endogene pro-virussen vormen een groot deel van het genetisch aanvulsel [het zgn. afval-DNA] van moderne zoogdieren, ongeveer 8% van het menselijk genoom. Xenotrope pro-virussen maakten voor het eerst hun intrede in de muizen geslacht-cellen ca. een miljoen jaar geleden, maar kunnen cellen van de muis die hen draagt niet infekteren omwille van een mutatie – waarvan wordt verondersteld dat deze ontstaan is na het binnenkomen van het virus in de geslacht-cellen – in de cellulaire receptor voor het virus. De tendens van xenotrope MLVs om snel-delende menselijke cellen te infekteren, heeft het tot een courante contaminant van gecultiveerde cellen gemaakt, in het bijzonder bij bepaalde humane tumor cel-lijnen.

Meer dan 90% van DNA-sequenties van XMRV en xenotroop MLV is identiek, en hun biologische eigenschappen zijn virtueel niet te onderscheiden, waardoor er weinig twijfel wordt gelaten dat het eerste is afgeleid van het laatste door één of meerdere transmissies tussen species. Er zijn meerdere bewijzen dat transmissie gebeurde in de buiten-wereld en dat het geen laboratorium-contaminant was. Eén ervan is dat XMRVs van verschillende lokaties, en van Chronische Vermoeidheid Syndroom en prostaat-kanker patiënten bijna identiek zijn: de virale genomen verschillen slechts in enkele nucleotiden [DNA-bouwstenen], terwijl er honderden sequentie-verschillen zijn tussen XMRVs en xenotroop muizen leukemie pro-virussen van laboratorium-muizen. Ander bewijs omvat de aanwezigheid van XMRV en grote hoeveelheden antilichamen tegen XMRV en andere MLVs bij Chronische Vermoeidheid Syndroom en prostaat-kanker patiënten.

Er is nog veel dat we niet begrijpen. Of het virus een veroorzakende rol speelt bij Chronische Vermoeidheid Syndroom of prostaat-kanker is niet geweten. XMRV-infektie zou bv., toevallig, meer frequent kunnen voorkomen in dezelfde geografische regio als een cluster van patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom. En individuen met één van beide ziekten zouden gewoonweg meer geïnfekteerd kunnen zijn omwille van immuun-aktivatie. XMRV zou preferentieel kunnen groeien in snel-delende prostaat-kanker cellen en de aanwezigheid van snel-delende cellen bij één van beide aandoeningen zou infektie gemakkelijker detekteerbaar kunnen maken. We weten niet hoe het virus wordt overgedragen en de suggestie, gebaseerd op indirect bewijs, dat er sexuele transmissie zou zijn, is voorbarig. Gezien het feit dat er infektueus virus aanwezig is in plasma en in bloed-cellen, is transmissie via bloed een mogelijkheid. Verder weten niet wat de prevalentie of distributie van virus is in menselijke of dierlijke populaties, en dier-modellen voor infektie en pathogenese zijn dringend gewenst.

Twee kenmerken van XMRV zijn bijzonder opmerkenswaardig. Eén is de bijna genetische gelijkheid van isolaten afkomstig van verschillende ziekten en van individuen uit verschillende delen van de Verenigde Staten. De twee meest ver verwijderde genomen waarvan tot op heden de sequentie werd bepaald verschillen in minder dan 30 van de ca. 8.000 nucleotiden. Alle XMRV-isolaten lijken dus meer op elkaar dan de genomen geïsoleerd uit eender welk individu geïnfekteerd met het HIV. In dit opzicht lijkt XMRV meer op humaan T-cel lymfotrope virussen (HTLVs) geïsoleerd in dezelfde geografische regio. Zoals het geval is bij HTLV, impliceert het gebrek aan diversiteit dat XMRV recent afstamt van een, gemeenschappelijke ‘voorvader’, en dat het aantal replicatie-cycli binnen één geïnfekteerd individu beperkt is.

Een andere meldenswaardige eigenschap van XMRV is dat de frequentie van infektie in niet-zieke controles opmerkelijk hoog is: ongeveer 4% in normale individuen van dezelfde geografische regio als geïnfekteerde patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom, én in niet-kwaadaardige prostaten. Als deze cijfers worden bevestigd in grotere studies, zou het betekenen dat wellicht 10 miljoen mensen in de Verenigde Staten en honderden of miljoenen wereldwijd geïnfekteerd zijn met een virus waarvan het pathogeen potentieel bij mensen nog onbekend is. Het is echter duidelijk dat nauw verwante virussen een waaier aan belangrijke ziekten veroorzaken, inclusief kanker, in veel andere zoogdieren. Verder onderzoek zou XMRV kunnen aanduiden als een oorzaak van meer dan één goed-gekende ‘oude’ ziekte, met mogelijks belangrijke implicaties voor diagnose, preventie en behandeling.

*************************

Nog enkele losse commentaren…

“Dit zou wel eens de controverse kunnen beëindigen over de vraag of ere en onderliggende infektie is bij sommige gevallen van Chronische Vermoeidheid Syndroom maar het is onwaarschijnlijk dat dit alle gevallen verklaart. Retrovirussen kunnen latente virussen die reeds in de cellen aanwezig zijn wakker maken. Het is mogelijk dat chronische vermoeidheid symptomen niet worden veroorzaakt door XMRV maar door andere virussen die het aktiveert.” (internist Dedra Buchwald van de ‘University of Washington’http://www.sciencenews.org 8 okt 09).

>> De auteurs stellen vragen over deze ontdekking op het einde van het artrkel: “Is XMRV infektie een oorzakelijke factor in de pathogenese van CVS of een ‘passagier-virus’ in de CVS patiënten-populatie met onderdrukt immuunsysteem?” Deze en andere vragen stellen dat bijkomend onderzoek en de herhaling van de bevindingen van deze studie bij andere patiënten-groepen een prioriteit zou moeten zijn. << (www.cfids.org)

>> Precies hoe dit virus gerelateerd is met chronische vermoeidheid blijft echter een mysterie. Eén van de problemen bij het opsporen van CVS is dat dit wellicht niet één enkele ziekte is. “We denken dat het probleem is dat CVS een verzameling is van vele verschillende ziekten zelfs al hebben ze gelijkaardige symptomen.” Zij en anderen vermoeden dat het retrovirus andere onderliggende aandoeningen en virussen in het lichaam zou kunnen loslaten. <<

“Dit nieuw retrovirus zou, door infektie van menselijke cellen, transcriptie van een endogeen virus kunnen induceren. We hebben al aangetoond dat Epstein-Barr virus dit kan doen. “Hoewel deze achtergrond-ruis van verscheidene virussen moeilijk te onderscheiden zou kunnen zijn, reikt het sleutels aan die researchers helpen de hoofd-oorzaak van CVS te vinden. “Het is mogelijk dat, downstream, dit allemal zal uitmonden in het zelfde mechanisme.” (Brigitte Huber, professor pathologie aan de ‘Tufts University’s Sackler School of Graduate Biomedical Sciences’. – http://www.scientificamerican.com 8 okt 09)

>> Dr. William C. Reeves […] waarschuwt voor haastige conclusies gebaseerd op de bevindingen, hoewel hij ze belovend noemde. “Het is bijna ongehoord om een verband van deze grootte-orde te vinden in om het even welke studie van een infektueus agens en een goed-gedefinieerde ziekte, laat staan een [slecht-gedefinieerde] ziekte zoals Chronische Vermoeidheid Syndroom.” […]. Het is bijzonder moeilijk om een oorzakelijk verband te bewijzen met een alomtegenwoordig virus zoals XMRV en het “is zelfs nog moeilijker in het geval van CVS, een klinisch en epidemiologisch complexe ziekte”. << (Dr. William C. Reeves, hoofd ‘Chronic Fatigue Syndrome research’ van de ‘Centres for Disease Control and Prevention’ – http://www.latimes.com 9 okt 09)

>> XMRV is een puzzel op zijn eigen. John Coffin, een viroloog aan de ‘Tufts University’ in Boston, die MLV heeft bestudeerd, wijst er op dat de prevalentie van het virus bij gezonde controles “op één of andere manier, een even opmerkelijk resultaat is”. << (www.nature.com 9 okt 09)

“XMRV-infektie van [natural killer] cellen kan hun funktie aantasten.”, zegt Jonathan Kerr die niet betrokken was bij de studie. “Het past.”, voegt hij er aan toe, maar “een onafhankelijke studie die deze bevindingen kan bevestigen is heel erg gewenst”. (Jonathan Kerr, onderzoeker aan ‘St George’s, University of London’ – http://www.newscientist.com 8 okt 2009)

“Dit ziet ere en zeer interessante start uit Het is niet onmogelijk dat dit een ziekte kan veroorzaken met neurologische en immunologische gevolgen maar we weten het niet zeker.” (John Coffin, viroloog aan de ‘Tufts University’ in Boston – http://www.newscientist.com 8 October 2009)

>> [Mikovits’] colleagae vinden de melding van een virale link voorbarig: Joseph DeRisi, een molekular bioloog aan de ‘University of California’, San Francisco, die XMRV mee ontdekte, was niet tevreden over details in het artikel: Hij wilde meer weten over de ‘virale lading’ in CVS-patiënten en hoe de demografie van de controle-groep overeenkwam met die van CVS-patiënten. En het team van Mikovits deed niet voldoende om contaminatie uit te sluiten, zegt hij. “Men moet heel zorgvuldig zijn bij het maken van claims over dergelijke gevoelige en emotioneel geladen zaak als CVS, waarover al veel werd beweerd in het verleden.” Een dubbel-blinde studie waarbij een ‘derde partij’ lab zoekt naar XMRV bij CVS-patiënten controles is vitaal, zegt hij. << (ScienceNOW.org 9 okt 09)

>> Tony Britton van de ‘ME Association’ [V.K.] zei: “Dit is fascinerend – maar het bewijst niet onweerlegbaar dat een link bestaat tussen het XMRV virus en CVS of M.E.”.

Dr Richard Grunewald, een consulterend neuroloog van de ‘Sheffield Teaching Hospitals NHS Foundation Trust’ zei dat hij voorbehoud maakte wat betreft de research. Hij zie: “Het idee dat alle gevallen van CVS worden veroorzaakt door één enkel virus klinkt niet plausibel voor de meeste mensen die op het terrein werken. […]”

Sir Peter Spencer, hoofd bestuurslid van ‘Action for ME’ [V.K.] zei: “Het is nog te vroeg dus proberen we niet al te opgewonden te worden maar dit nieuws zal zeker de hoop doen rijzen in de patiënten-groep die al veel te lang werd verwaarloosd.” <<

(news.bbc.co.uk)

“We weten zelfs niet of infektie met het XMRV-virus de ziekte of één van de meerdere geassocieerde gereaktivateerde virussen (zoals HHV-6, EBV en enterovirus) veroorzaakt. […] Het is belangrijk deze bevindingen over XMRV-virus te bekijken als niet meer dan een opwindende nieuwe ontwikkeling. We hebben nood aan bevestigende studies, daarna studies om te kijken of het virus bijdraagt tot de oorzaak van de ziekte en symptomen.” (Dr. Nancy G. Klimas, directeur van de afdeling immunologie van de ‘University of Miami School of Medicine’ en research-directeur voor klinische AIDS/HIV-research van het ‘Miami Veterans Affairs Medical Centre’ – consults.blogs.nytimes.com 15 okt 09)

[…]

Zie ook:

XMRV controverse

Afwezigheid van XMRV bij CVS-patiënten uit het V.K.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.