M.E.(cvs)-wetenschap

maart 20, 2015

Afzonderlijke immuun-signaturen bij vroege & late M.E.(cvs)

Filed under: Immunologie — mewetenschap @ 2:38 pm
Tags: , , ,

Nu en dan worden door M.E.(cvs)-researchers (en hun universiteiten en laboratoria) verregaande uitspraken gedaan op basis van preliminaire en/of (nog) niet gereproduceerde onderzoek-resultaten. Wij gaan daar meestal niet meteen op in. Als patiënten en hun pleitbezorgers echter worden meegesleept en misschien wel valse hoop worden gegeven, zien wij het als onze plicht tot wat meer nuance op te roepen.

Hier geven we de samenvatting mee van een onderzoek over veranderingen qua cytokinen in het verloop van de ziekte door een groep M.E.(cvs)-experten. Lezers kunnen de zoek-funktie (‘cytokine’) op deze website gebruiken en bekijken welke rapporten we daarover al meegaven, en de nuances/waarschuwingen die worden gemaakt. Cytokine-bepalingen zijn en blijven problematisch. Ze worden ook beïnvloed door inspanning…

Ook al lijkt de studie degelijk uitgevoerd (patiënten voldeden aan de Fukuda en de ‘Canadian Consensus’ Criteria, er werden allerhande controles ingebouwd), toch dient er te worden afgewacht of de resultaten kunnen worden gerepliceerd door andere onderzoeksgroepen. Statisch sterke correlaties betekenen nog niet dat er een oorzakelijk verband is. Het is dan ook voorbarig te denken dat er binnenkort een merker (of een combinatie) beschikbaar zal zijn. Er dient verder nog te worden gekeken naar de specificiteit en sensitiviteit van een bepaalde test. Komen deze cytokine-profielen bv. ook voor bij andere ziekten (M.S.)? De auteurs maken in de pers ook al gewag van het bestaan van mogelijke therapeutica (immuun-modificerende geneesmiddelen zoals bv. monoclonale antilichamen tegen interleukine-17A) maar deze moeten nog worden getest.

Een verklaring dat er “ondubbelzinnig bewijs is voor een diagnostische biomerker” lijkt ons wat overdreven. De resultaten zijn bemoedigend maar blijven voorlopig wat ze zijn tot ze door anderen worden bevestigd.

————————-

Sci. Adv. 1: e1400121 (2015)

Distinct plasma immune-signatures in ME/CFS are present early in the course of illness

Mady Hornig (1,2), José G. Montoya (3), Nancy G. Klimas (4), Susan Levine (5), Donna Felsenstein (6), Lucinda Bateman (7), Daniel L. Peterson (8), C. Gunnar Gottschalk (8), Andrew F. Schultz (1), Xiaoyu Che (1), Meredith L. Eddy (1), Anthony L. Komaroff (9), W. Ian Lipkin (1,2,10)

1 Centre for Infection and Immunity, Columbia University Mailman School of Public Health, New York, NY 10032, USA

2 Department of Epidemiology, Columbia University Mailman School of Public Health, New York, NY 10032, USA

3 Stanford University, Palo Alto, CA 94305, USA

4 Institute for Neuro-Immune Medicine, College of Osteopathic Medicine, Nova Southeastern University, Fort Lauderdale, FL 33314, USA, and Miami VA Medical Centre, Miami, FL 33125, USA

5 Levine Clinic, New York, NY 10021, USA

6 Massachusetts General Hospital, Harvard Medical School, Boston, MA 02114, USA

7 Fatigue Consultation Clinic, Salt Lake City, UT 84102, USA

8 Sierra Internal Medicine at Incline Village, Incline Village, NV 89451, USA

9 Harvard Medical School, Brigham and Women’s Hospital, Boston, MA 02115, USA

10 Departments of Neurology and Pathology, College of Physicians and Surgeons, Columbia University, New York, NY 10032, USA

Myalgische Encefalomyelitis/ Chronische Vermoeidheid Syndroom (ME/CVS) is een onverklaarde invaliderende ziekte die tot 4 miljoen mensen aantast in de V.S. alleen. Er zijn geen gevalideerde laboratorium-testen voor de diagnose of het opvolgen, ondanks wereldwijde inspanningen om biomerkers voor de ziekte te vinden. We overwogen de mogelijkheid dat het onvermogen om dergelijke biomerkers te identificeren, variaties qua diagnostische criteria en laboratorium-methodes alsook het tijdstip van de staalname tijdens de ziekte weerspiegelt. Daarom ondernamen we 2 grote, multi-centra studies bij ME/CVS om het verband tussen immuun-signaturen en diagnose, ziekte-duur en andere klinische variabelen te bepalen. De controles werden gematcht voor variabelen waarvan is geweten dat ze immuniteit-toestand beïnvloeden (seizoen en geografische ligging, leeftijd en geslacht). We rapporteren hier verschillende wijzigingen in de immuun-signatuur in het plasma vroeg tijdens het verloop van ME/CVS (n = 52) t.o.v. gezonde controles (n = 348), die niet aanwezig zijn bij individuen met een langer-durende ziekte (n = 246). Analyses gebaseerd op ziekte-duur onthulden dat ‘vroege’ ME/CVS-gevallen een prominente aktivatie van zowel pro- als anti-inflammatoire cytokinen vertoonden, alsook ontregeling van inter-cytokine netwerken. We vonden een sterkere correlatie van cytokine-veranderingen met ziekte-duur dan met metingen ziekte-graad, wat suggereert dat de immunopathologie van ME/CVS niet statisch is. Deze bevindingen hebben kritieke implicaties voor het ontdekken van interventie-strategieën en vroege diagnose van ME/CVS.

————————-

Er werden (statistisch) significante verschillen werden gevonden tussen individuen met kort-durende en lang-durende M.E.(cvs), en tussen elke van deze groepen en gezonde controles. * Personen met kort-durende ziekte vertoonden een algemene upregulering (toename) van meerdere van de onderzochte cytokinen vergeleken met gezonde controles. * Personen met lang-durende ziekte vertoonden een algemene daling van de cytokine-waarden. De auteurs hypothiseren dat er een zgn. immuniteit ‘burn-out’ (immuniteit-uitputting) zou kunnen optreden na 3 jaar M.E.(cvs). * Als kort-durende en lang-durende zieken worden gecombineerd was er geen verschil met de gezonde controles. Dit is belangrijk aangezien het kan verklaren dat eerdere studies geen consistente resultaten gaven. Als de immune toestand inderdaad met de tijd verandert, zou het opéénhopen van patiënten nefast kunnen zijn.

Een belangrijke bevinding bij kort-durende ziekte was een verhoging van interferon-gamma, een cytokine dat wordt geaktiveerd bij virale infektie. Het team (met o.a. ‘virus-jager’ Lipkin) rapporteerde eerder dat ze geen bewijs voor aktieve virale infektie konden vinden bij dit staal. Misschien is M.E.(cvs) een geval van ‘hit & run’: een virus zou de ziekte kunnen triggeren en langdurende immuniteit-veranderingen veroorzaken nadat het virus zelf al uit het lichaam is verdwenen. Interferon-gamma versnelt de afbraak van tryptofaan (kynurenine-hypothese; dit mechanisme geeft aanleiding tot neurotoxische substanties – De auteurs hypothiseren dat hoge waarden IFN-γ vroeg in de ziekte de cognitieve problemen zouden kunnen veroorzaken.) en melatonine, wat ten dele de problemen qua energie-voorziening, stemming en slaap zou kunnen verklaren.

Leptine, was verhoogd in de totale M.E.(cvs)-groep (kort- & lang-durend). Dit komt overéén met de bevinding van Dr. Jarred Younger. Hij speculeerde (op het www) aan de hand van de resultaten van dit artikel dat een systemische inflammatie M.E.(cvs) zou kunnen aandrijven in een vroeg stadium maar dat gesensitiseerde microglia en astrocyten in het centraal zenuwstelsel dit doen in latere stadia. Vandaar ook dat cerbrospinaal vocht beter kan worden onderzocht i.p.v. van perifeer bloed.

Een andere bevinding is een vermindering qua CD40L (CD40 ligand; dat de B-cel rijping regelt) bij kort-durende ziekte t.o.v. lang-durende. Het is één van de slechts 2 (van de 51 onderzochte) cytokinen die waren verminderd bij kort-durende ziekte. Er zijn aanwijzingen dat B-cellen een belangrijke rol spelen bij M.E.(cvs) maar er zijn ook studies die geen abnormaliteiten vonden.

En zo verder …

De auteurs kondigen aan dat er wordt verder gezocht naar mogelijke ziekte-verwekkers en dat er ook zal wordt gekeken naar cytokinen in het hersenvocht. Ondertussen deed een andere groep rond M.E.(cvs)-specialist Dan Peterson daar ook al onderzoek naar (zie hieronder).

————————-

Mediators of Inflammation Volume 2015, Article ID 929720

Cytokines in the Cerebrospinal Fluids of Patients with Chronic Fatigue Syndrome/Myalgic Encephalomyelitis

Peterson D (2), Brenu EW (1), Gottschalk G (2), Ramos S (1), Ngyuen T (1), Staines D (1), Marshall-Gradisnik S (1)

(1) Griffith Health Institute, School of Medial Sciences, National Centre for Neuro-immunology and Emerging Diseases, Griffith University, Parklands,Queensland, Australia

(2) Simmaron Research, Incline Village, 948 Incline Way, Nevada, USA

Doelstellingen: Eerdere research leverde bewijs voor ontregeling van perifere cytokinen bij patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom/Myalgische Encefalomyelitis (CVS/ME). Slechts één studie onderzocht cytokinen in het cerebrospinaal vocht (CSV) van CVS/ME-patiënten. Het doel van de piloot-studie hier was het onderzoeken van de rol van cytokinen in CSV van CVS/ME-patiënten.

Methodes: Er werd CSV verzameld van 18 CVS/ME-patiënten en 5 gezonde controles. De CSV-stalen werden onderzocht qua expressie van 27 cytokinen [interleukine (IL)-1β, IL-1ra, IL-2, IL-4, IL-6, IL-7, IL-8, IL-9, IL-10, IL-12p70, IL-13, IL-15, IL-17, basis FGF, eotaxine, G-CSF, GM-CSF, IFN-γ, IP-10, MCP-1 (MCAF), MIP-1α, MIP-1β, PDGF-BB, RANTES, TNF-α en VEGF] gebruikmakend van de bio-plex humaan cytokine 27-plex test.

Resultaten: Van de 27 onderzochte cytokinen, was enkel IL-10 significant gereduceerd bij de CVS/ME-patiënten in vergelijking met controles.

Besluiten: Dit preliminair onderzoek suggereert verstoringen qua inflammatoire cytokinen in het CSV van CVS/ME-patiënten.

————————-

Zie ook ‘Variaties qua cytokinen bij M.E.(cvs)’…

Microgliale cellen in het centraal zenuwstelsel (CZS) hebben de capaciteit om cytokinen te secreteren. Hier werd bij M.E.(cvs) een daling van het anti-inflammatoir IL-10 vastgesteld. Dit cytokine heeft positieve en negatieve effekten op meerdere signalisering-mechanismen en zou dus inflammatoire signalen en cellulaire processen in het CSZ kunnen beïnvloeden. Een reductie qua IL-10 zou inflammatie in het CZS kunnen verhogen. Verminderde concentraties IL-10 zouden aanleiding kunnen geven tot de aanmaak van andere cytokinen (zoals IL-1β, IL-8, IL-6, IL-12 & TNF-α) maar deze bleken niet substantieel verhoogd, dus spelen er wellicht nog andere mechanismen.

Slechts één andere studie rapporteerde over IL-10 in het CSV van M.E.(cvs)-patiënten (Natelson BH et al. Spinal fluid abnormalities in patients with Chronic Fatigue Syndrome. Clin Diagn Lab Immunol. (2005) 12: 52-55) en daar bleek het verhoogd. Dit kan te wijten zijn aan de heterogeniteit van de ziekte of aan het gebruik van andere analytische methodes.

Of het cytokinen-profiel in het CZS al dan niet gelijkaardig is met dat in het perifeer bloed dient dus nog te worden nagegaan. Meer studies bij grotere groepen individuen zijn vereist. Afwachten wat Hornig et al. (eerste artikel) vinden in het CSV.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: