M.E.(cvs)-wetenschap

augustus 3, 2013

Cognitieve prestaties van klinisch belang bij vrouwen met CVS

Filed under: Neurologie — mewetenschap @ 8:39 am
Tags: , , , ,

Prof. Nijs en zijn medewerkers rapporteren hier geen wereldschokkend nieuws maar tonen wel aan dat de cognitieve klachten van vrouwen met CVS objectief kunnen worden gemeten en deze zeker niet overdrijven (zoals aanhangers van de psychologische school regelmatig beweren)… De gebruikte testen kunnen patiënten van dienst zijn bij het objectiveren van hun klachten.

Merk op dat de groep rond Nijs (‘Pain in Motion’; voorheen ‘CHROPIVER’, info over de wisselwerking tussen pijn en beweging, en de revalidatie van chronische pijn en chronische vermoeidheid) ook ondersteuning krijgt van een Professor psychologie verbonden aan de Militaire Academie (via VIPER, ‘Vital Signs and Performance monitoring’; een multidisciplinaire onderzoek-eenheid met als doel prestaties te monitoren en de kwaliteit er van te voorspellen)…

 ————————-

Clin Rheumatol. 2013 Jun 5. [pre-print]

Cognitive performance is of clinical importance, but is unrelated to pain severity in women with Chronic Fatigue syndrome

Kelly Ickmans, Mira Meeus, Daphne Kos, Peter Clarys, Geert Meersdom, Luc Lambrecht, Nathalie Pattyn & Jo Nijs

KI & JN: Pain in Motion Research Group (PIM), Department of Human Physiology/ Physical Medicine and Physiotherapy, Faculty of Physical Education and Physiotherapy, Vrije Universiteit Brussel, Building L, Pleinlaan 2, 1050 Brussels, Belgium (www.paininmotion.be)

KI, MM & DK: Pain in Motion Research Group (PIM), Division of Musculoskeletal Physiotherapy, Department of Health Care Sciences, Artesis University College Antwerp, Antwerp, Belgium

MM: Rehabilitation Sciences and Physiotherapy, Ghent University, Ghent, Belgium

PC: Department of Human Biometry and Biomechanics, Faculty of Physical Education and Physiotherapy, Vrije Universiteit Brussel, Brussels, Belgium

GM: vzw CVS Contactgroep, Bruges, Belgium

LL: Private Practice for Internal Medicine, Ghent, Belgium

NP: VIPER Research Unit, Royal Military Academy, Brussels, Belgium (viper.rma.ac.be)

Samenvatting

Bij verschillende populaties met chronische pijn, is bekend dat verminderde cognitieve prestaties gerelateerd zijn met pijn-ernst. Toch werd deze relatie nog niet onderzocht bij patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS). Deze studie onderzocht de relatie tussen cognitieve prestaties en (1) pijn-ernst, (2) niveau van vermoeidheid en (3) zelf-gerapporteerde symptomen en gezondheid-status bij vrouwen met CVS. Het onderzoeken van deze verbanden is belangrijk voor de klinische praktijk, omdat mensen met CVS er vaak van worden verdacht hun symptomen te overdrijven. Een groep van 29 vrouwelijke CVS-patiënten en 17 gezonde controles met een leeftijd van 18 tot 45 jaar vulden drie vragenlijsten (‘Medical Outcomes Study 36-Item Short-Form Health Survey’, ‘Checklist Individual Strength’ (CIS) en ‘CFS Symptom List’) in en voerden drie prestatie-gerichte cognitieve testen (psychomotorische vigilantie taak, Stroop-taak en de ‘operation span’ taak). Bij beide groepen was pijn-ernst niet geassocieerd met cognitieve prestaties. Bij CVS-patiënten was de vermoeidheid-graad (gemeten met de ‘CFS Symptom List’, maar niet met de ‘CIS’) significant gecorreleerd met volgehouden aandacht. Bij de CVS-groep was de zelf-gerapporteerde mentale gezondheid negatief gecorreleerd met alle onderzochte cognitieve domeinen. Deze resultaten leveren bewijs voor het klinisch belang van objectief gemeten cognitieve problemen bij vrouwelijke CVS-patiënten. Bovendien lijkt een ‘toestand’-meting (‘CFS Symptom List’) superieur te zijn boven een meting van eigenschappen (‘CIS’) bij het cognitieve vermoeidheid bij mensen met CVS. Ten slotte suggereert het ontbreken van een significante relatie tussen cognitieve prestaties en zelf-gerapporteerde pijn-ernst dat pijn bij CVS uniek zou kunnen zijn.

Inleiding

[…]

Het ontbreken van uniforme laboratorium- en objectieve bevindingen of medische verklaringen heeft onderzoekers er toe gebracht om te kijken naar de relaties tussen subjectieve symptomen en objectieve waarnemingen (d.w.z. fysiologische metingen) bij mensen met CVS. Eerdere studies hebben al herhaaldelijk cognitieve stoornissen aangetoond bij CVS-patiënten, voornamelijk wat betreft aandacht, reaktie-tijd (RT) en werk-geheugen over een langere periode van tijd [o.a. Ickmans K, Clarys P, Nijs J, Meeus M, Aerenhouts D, Zinzen E, Aelbrecht S, Meersdom G, Lambrecht L, Pattyn N. Association between cognitive performance, physical fitness and physical activity level in women with Chronic Fatigue Syndrome. J Rehabil Res Dev (‘in press’)]. Bovendien bestaat één van de belangrijkste klachten van deze patiënten uit zelf-gerapporteerde cognitieve problemen. Jason et al. rapporteerden dat 88,5 % van de CVS-patiënten klagen over geheugen- en concentratie-problemen. Het verband tussen zelf-gerapporteerde cognitieve stoornissen en objectief gemeten cognitieve prestaties werd meerdere malen onderzocht. De meeste van deze studies vonden geen verband tussen beide metingen, dus werd geconcludeerd [door de groep van Nijmegen…] dat er een over-rapportering is van cognitieve problemen bij CVS-patiënten. Toch hebben verschillende studies bewijs geleverd van cognitieve dysfunkties bij mensen met CVS.

Om te bepalen welke symptomen (sterkst) gerelateerd zijn met de cognitieve funktie van CVS-patiënten, onderzocht de huidige studie de relatie tussen de meest courant gemelde symptomen van CVS-patiënten en hun objectief gemeten cognitieve prestaties.

Vermoeidheid is het kern-symptoom bij CVS-patiënten. De meeste auteurs die het verband tussen vermoeidheid en cognitieve prestaties bij CVS-patiënten onderzochten, vonden geen relatie tussen de vermoeidheid-graad en prestaties op testen voor het geheugen en aandacht. Anderzijds vonden Joyce et al. en Capuron et al. wel een negatief verband tussen beide parameters. Het verband tussen vermoeidheid en cognitieve prestaties blijft daardoor onduidelijk. Verschillen qua instrumenten om vermoeidheid te beoordelen, vooral wat betreft tijdstip van de vermoeidheid-graad, zouden de oorzaak van deze inconsistente bevindingen kunnen zijn.

Patiënten met CVS lijden, naast extreme vermoeidheid, ook aan wijdverspreide en aanhoudende pijn. Bij verscheidene populaties met chronische pijn, is bekend dat verminderde cognitieve prestaties gerelateerd zijn met pijn-ernst. Toch werd deze relatie nog niet onderzocht bij CVS-patiënten.

In de huidige studie onderzochten we het verband tussen cognitieve prestaties en (1) pijn-ernst, (2) het vermoeidheid-niveau en (3) zelf-gerapporteerde symptomen en gezondheid-status bij CVS-patiënten. Onze hypothese was dat CVS-patiënten die meer pijn en/of vermoeidheid ervaren, slechter zouden presteren voor de cognitieve testen (significante negatieve correlaties). Ten tweede stellen we als hypothese dat significante negatieve correlaties zouden worden gevonden tussen de resultaten van cognitieve testen en cognitieve symptomen (verminderde concentratie, gebrekkige aandacht, geheugen-stoornissen, reken-moeilijkheden, het vaak gebruiken van het verkeerde woord) en dat er geen significante correlaties zouden worden gevonden met andere lichamelijke klachten (spier-zwakte, koude handen en voeten, terugkerende griep-achtige symptomen, kortademigheid bij inspanning). Onze derde en laatste hypothese stelt de aanwezigheid van significante negatieve verbanden tussen de resultaten van cognitieve testen en zelf-gerapporteerde mentale, maar niet fysieke, gezondheid-toestand.

Het onderzoeken van deze verbanden zouden de klinische praktijk kunnen veranderen, aangezien mensen met CVS er vaak van worden verdacht hun symptomen te overdrijven. Ze hebben vaak moeite om acceptatie te krijgen van hun aandoening door familie, vrienden, en zelfs artsen en andere verstrekkers van gezondheid-zorg. Als we kunnen aantonen dat er duidelijke verbanden bestaan tussen zelf-gerapporteerde vermoeidheid, mentale en cognitieve problemen, en de resultaten van cognitieve tests, bewijzen wij het tegendeel.

Dit rapport is het tweede uit een studie naar de relatie tussen verscheidene parameters (symptomen, en klinische en fysiologische variabelen) en de cognitieve prestaties bij patiënten met CVS. De eerste beklemtoonde de relatie tussen cognitieve prestaties en inspanning-fysiologische variabelen en niveau van fysieke aktiviteit [artikel ‘in press’, zie hierboven].

Methods

Studie-ontwerp

[…]

Deelnemers

[…] CDC 1994 criteria voor CVS […] 18-45 jaar […]. Gezonde controles: vrij van pijn en zonder (chronische) ziekte; inaktief (zittende bezigheid en maximum of 1u/week sport […]. Deelnemers zonder intellektuele problemen, niet zwanger of 1 jaar post-nataal, geen caffeïne, alkohol en nicotine gebruiken. Deelnemers die medicijnen gebruikten waarvan is geweten dat ze de cognitieve funktie beïnvloeden (opioïden, antidepressiva, anti-epileptica en benzodiazepinen) werden niet tot de studie toegelaten. […]

Procedure

[…] 3 vragenlijsten: de ‘Medical Outcomes Study 36-Item Short-Form Health Survey’ (SF-36), de ‘Checklist Individual Strength’ (CIS) en de ‘CFS Symptom List’. Daarna: batterij cognitieve testen op een computer.

Zelf-gerapporteerde metingen

De SF-36 bepaalt funktionele status en welzijn of leven-kwaliteit […]: 36 vragen die samen 8 gezondheid-concepten meten: (1) lichamelijk funktioneren (PF), (2) rol-beperkingen door lichamelijke gezondheid-problemen (‘role physical’; RP), (3) lichamelijke pijin (BP), (4) algemene gezondheid percepties (GH), (5) vitaliteit (energie/vermoeidheid) (VT), (6) sociaal funktioneren (SF), (7) rol-beperkingen door emotionele problemen (‘role emotional’; RE) en (8) algemene mentale gezondheid (MH; psychologisch lijden en welzijn). Elk concept krijgt een score tussen 0 & 100; hogere scores duiden betere gezondheid/funktioneren aan […].

De CIS bestaat uit 20 items die tesamen 4 vermoeidheid-dimensies bepalen: (1) subjecteive vermoeidheid-graad (8 items), (2) verminderde concentratie (5 items), (3) verminderde motivatie (4 items) en (4) verminderde lichamelijke aktiviteit (3 items). Antwoorden worden gegeven op een 7-punten-schaal; de mate waarop elk item waar was tijdens de 2 weken voorafgaand aan de bepaling. Hogere scores geven een hoger vermoeidheid-graad of lagere warden qua concentratie, motivatie en lichamelijke aktiviteit aan. […].

De ‘CFS Symptom List’ bepaalt de 19 meest frequent gerapporteerde CVS-symptomen. Elk symptoom van de voorbije 24 u wordt aangegeven op een 100 mm visuele analoge schaal: pijn (spieren/gewrichten), hoofdpijn, pijnlijke keel, vermoeidheid, vermoeidheid na lichamelijke aktiviteit, aandacht-problemen, geheugen-stoornissen, reken-moeilijkheden, frequent het verkeerde woord gebruiken, persoonlijkheid-wijzigingen, stemming-schommelingen, niet-verfrissende slaap, slaap-stoornissen, spier-zwakte, koude handen en voeten, terugkerende griep-achtige symptomen, abdominale pijn, kortademigheid bij inspanning en intolerantie voor fel licht. […].

Cognitieve testen

Cognitieve funktie werd onderzocht d.m.v de ‘psychomotor vigilance task’ (PVT), de Stroop taak en de ‘operation-span’ (OSPAN) taak met gelijktijdig wiskundige verwerking. Steeds dezelfde computer en dezelfde volgorde: (1) Stroop taak, (2) PVT, (3) OSPAN. […] Totale duur: 50 min.

De Stroop taak bepaalt selektieve aandacht en keuze-RT. Verschillende woorden (= stimuli) verschijnen in verschillende kleuren op een witte achtergrond in het midden van het scherm […]. Deelnemers moeten zo snel en nauwkeurig mogelijk reageren op de (inkt-)kleur waarin de woorden zijn geschreven (via het toetsenbord). De betekenis van het woord is dus irrelevant maar de kleur van de stimulus is wel relevant. […] De aangeboden woorden kunnen op 3 manieren worden geklassificeerd: ‘congruent’ (woord en kleur hetzelfde; bv. het woord rood weergegeven in rood), ‘incongruent’ (woord en kleur verschillend; bv. het woord rood weergegeven in groen) en ‘neutraal’ (neutrale woorden in één bepaalde kleur; bv. bord, circus…). […] De gemiddelde RT en accuraatheid wordt opgeslagen maar slechts de RT voor correcte responsen wordt in rekening gebracht voor verdere analyse.

De PVT is een test voor enkelvoudige RT, gebruikt om waakzaamheid en alertheid te bepalen. Deelnemers moeten reageren (met een muis-klik) op een visuele stimulus (rode spot op zwart scherm) die met willekeurige intervallen (2 tot 10 sec) in het midden van het scherm verschijnt. Duur: 10 min. […].

Capaciteit van het werk-geheugen wordt bepaald d.m.v. de OSPAN taak [‘operation-span’ = duur van de verwerking] met gelijktijdig wiskundige verwerking. Het ontwerp met een dubbele taak is bedoeld om taak-relevante informatie tijdens de uitvoering van complexe cognitieve taken aktief en toegankelijk te houden in het geheugen. […] De deelnemers krijgen eerst de kans te oefenen met een eenvoudige letter-‘span’ waarbij gedurende 800 msec één-per-één letters verschijnen op het scherm, ze moeten deze letters in dezelfde volgorde zoals ze zagen uit hun geheugen oproepen. […]. Daarna oefenen de deelnemers het wiskundig deel van de OSPAN taak. […] Deze inoefening dient om te deelnemers vertrouwd te maken met de taak, en ook om te berekenen hoe lang een bepaald persoon nodig heeft om de reken-problemen op te lossen en dus te proberen controleren voor individuele verschillen wat betreft de tijd nodig om de reken-problemen op te lossen. Het programma berekende dan voor elk individu het gemiddelde plus 2,5 standaard-deviaties. Die tijd werd dan als tijd-limiet gebruikt in het experimenteel deel, waardoor werd vermeden dat de deelnemers de letters inoefenen terwijl ze de reken-problemen dienden op te lossen. De finale inoefen-sessie bestaat uit oefeningen met letter-herinneringen en reken-problemen. De deelnemers moeten eerst de reken-problemen oplossen en slechts daarna krijgen ze de letter te zien die moeten worden herinnerd.

Hierna gaat het programma automatisch verder naar het experimenteel deel (reken-problemen + letter-herinnering). Het bestaat uit 3 sets (telkens 3 à 7 oefeningen; een totaal van 75 letters en 75 reken-problemen). Tijdens de letter-herinnering wordt het percentage accuraat opgeloste reken-problemen weergegeven. De deelnemers moeten dit steeds boven de 85 % houden. Op het einde van het experiment wordt de ‘OSPAN totale score’ geregistreerd en die wordt gebruikt bij de analyses. Deze score geeft het aantal letters aan die in de juiste positie worden herinnerd (ongeacht of de ganse letter-set correct is) en is een meting voor werk-geheugen-capaciteit.

Statistische analyse

[…]

Resultaten

[…]

Om de funktionele significantie van de correlatie te bepalen, werden de analyses van groep-verschillen tussen de CVS-patiënten en gezonde controles ook uitgevoerd voor de zelf-gerapporteerde metingen. […] Samengevat: [CVS-patiënten] vertoonden significant verminderde volgehouden (P = 0.001) en selektieve aandacht (P < 0.05), verhoogde enkelvoudige RT (P = 0.001) en behouden werk-geheugen-capaciteit (P > 0.05) ten opzichte van de gezonde controle-groep. […]

Zelf-gerapporteerde metingen: CVS-patiënten versus gezonde controles

Vergelijking van de CIS-scores tussen beide groepen toonde significant hogere scores in de CVS-groep voor alle sub-schalen (vermoeidheid, verminderde motivatie, verminderde concentratie en gereduceerde aktiviteit) (P < 0.001). CVS-patiënten rapporteerden significant hogere scores (P < 0.05) in vergelijking met de controle-groep voor alle symptomen van de ‘CFS Symptom List’. Tenslotte vertoonden CVS-patiënten ook significant lagere scores voor alle SF-36 sub-schalen (P < 0.05).

Verband tussen cognitieve prestaties en zelf-gerapporteerde metingen bij CVS-patiënten

Cognitieve prestaties & ‘CIS’-scores

We vonden geen significante correlaties tussen metingen van de cognitieve prestaties en de subjectieve vermoeidheid sub-schaal van de CIS. Anderzijds waren alle Stroop RTs (keuze RT – selektieve aandacht) significant gecorreleerd met zelf-gerapporteerde verminderd concentratie (P < 0.05). Bovendien correleerden gebreken qua volgehouden aandacht (gemeten met de PVT) significant met zelf-gerapporteerde verminderde concentratie (r = 0.490, p = 0.011), verminderde motivatie (r = 0.508, p = 0.008) en verminderde aktiviteit (r = 0.529; P = 0.005).

Om te bepalen of de waargenomen relaties bij CVS-patiënten niet gewoon als normaal worden worden geïnterpreteerd, hebben we ook de associaties tussen dezelfde variabelen bij de controle-groep onderzocht. Er werd geen significante relatie tussen de cognitieve prestaties en enige CIS sub-schaal score waargenomen in de controle-groep (p > 0.05).

Cognitieve prestaties & ‘CFS Symptom List’ scores

Er werden geen significante correlaties gevonden tussen de cognitieve prestaties en de 4 pijn subs-chalen van de ‘CFS Symptom List’ (pijn, hoofdpijn, keelpijn en buikpijn). In tegenstelling tot subjectieve vermoeidheid gemeten met de ‘CIS’, waren hogere scores op de sub-schaal vermoeidheid van de ‘CFS Symptom List’ significant gerelateerd met tekorten qua volgehouden aandacht (r = 0.417, p = 0.034). Het aantal PVT-fouten was ook positief gecorreleerd met zelf-gerapporteerde aandacht-stoornissen (r = 0.538, p = 0.005), een associatie die ook significant was in de controle-groep (r = 0.978, p = 0.004). […] Enkelvoudige RTs, gemeten met de PVT, waren significant gecorreleerd met 4 ‘CFS Symptom List’ sub-schalen: aandacht-stoornissen (r = 0.489, p = 0.015), geheugen-stoornissen (r = 0.458, p = 0.024), reken-moeilijkheden (r = 0.486 , P = 0.016), en kortademigheid bij inspanning (r = -0,449, P = 0.028). Aandacht-tekorten (r = 0.988, p = 0.002) en geheugen-stoornissen (r = 0.894, p = 0,041) waren ook positief gecorreleerd met PVT RTs bij de controle-groep. Werk-geheugen-capaciteit was omgekeerd evenredig met zelf-gerapporteerde geheugen-stoornissen, reken-problemen en persoonlijkheid-veranderingen (P < 0.05). Ten slotte waren er geen andere significante correlaties tussen cognitieve prestaties en ‘CFS Symptom List’ scores (P > 0.05).

Cognitieve prestaties & ‘SF-36’ scores

[…] Zoals bij de ‘CFS Symptom List’ werden geen significante correlaties gevonden tussen de SF-36 BP sub-schaal en eventuele cognitieve prestaties. Anderzijds was de SF-36 MH sub-schaal significant gecorreleerd met alle onderzochte cognitieve domeinen: selektieve aandacht (alle Stroop keuze-RTs) (P < 0.05), enkelvoudige RT (PVT-RT) (r = -0,560, p = 0.004), gebreken qua volgehouden aandacht (PVT-fouten) (r = -0,431, p = 0.025) en werk-geheugen-capaciteit (OSPAN totale score) (r = 0.381, p = 0.042). Tenslotte werden significante correlaties gevonden tussen gebreken qua volgehouden aandacht en de VT [viataliteit] sub-schaal (r = -0,418, P = 0.03) en de RE [‘role emotional’] sub-schaal (r = -0,385, P = 0.047).

Weerom: dezelfde bij de CVS-groep onderzochte associaties werden ook bij de controle-groep onderzocht. Géén van de significante relaties waargenomen bij de CVS-groep bleken significant te zijn in de controle-groep (P > 0.05).

Bespreking

De resultaten van deze studie geven aan dat pijn-ernst niet gecorreleerd is met cognitieve stoornissen bij CVS-patiënten. De vermoeidheid-graad op het moment van de testen was echter significant gecorreleerd met metingen van volgehouden aandacht. Ten slotte: er werden duidelijke negatieve associaties aangetoond tussen meerdere subjectieve cognitieve klachten en cognitieve prestaties bij vrouwen met CVS.

Pijn, vermoeidheid-graad en cognitieve prestaties bij CVS

Voor zover we weten is deze studie de eerste die de relatie tussen pijn en cognitieve prestaties bij CVS-patiënten heeft onderzocht. Dit verband werd al bij verschillende andere populaties met chronische pijn onderzocht (bv. fibromyalgie, aandoeningen geassocieerd met chronische whiplash, chronische lage-rug pijn) en in een literatuur-overzicht uitgevoerd door Moriarty et al. werd geconcludeerd dat pijn geassocieerd is met verstoorde cognitieve funktie in deze patiënten-populaties. In de huidige studie hebben we, in tegenstelling tot onze hypothese, geen significante relatie tussen de cognitieve prestaties en zelf-gerapporteerde pijn-ernst in het algemeen of met meer specifieke vormen van zelf-gerapporteerde pijn (zoals hoofdpijn, buikpijn en keelpijn). We hadden niet de mogelijkheid om de pijn-niveaus van onze CVS-groep op een directe manier te vergelijken met die van een andere groep patiënten met chronische pijn, waarbij geweten is dat zelf-gerapporteerde pijn geassocieerd is met cognitieve funktie. Toch kunnen we stellen dat de pijn-niveaus in deze groep CVS-patiënten vergelijkbaar zijn met deze gevonden in andere studies met patiënten met chronische pijn. Bovendien waren de pijn-niveaus bij deze groep CVS-patiënten significant hoger dan deze bij onze controle-groep. Deze bevindingen suggereren dat pijn bij CVS uniek zou kunnen zijn; een hypothese die kan worden onderbouwd door het feit dat, in verschillende groepen met chronische pijn, verschillende hersen-gebieden worden geaktiveerd ten gevolge ‘stimulus-onafhankelijke’ of ‘spontane’ pijn. Bijgevolg is het mogelijk dat verschillende mechanismen ten grondslag liggen van pijn en cognitieve stoornissen bij CVS. Wetenschappelijk bewijsmateriaal toont aan dat centrale sensitisatie – gedefinieerd als een verhoging van de responsiviteit van centrale neuronen om input van uni- en poly-modale receptoren – verantwoordelijk is voor chronische ‘onverklaarde’ pijn bij CVS. Er zou ook een ander mechanisme ten grondslag kunnen liggen aan de cognitieve dysfunkties gezien bij mensen met CVS. Er werd aangetoond dat CVS-patiënten een verminderd volume cerebrale grijze-stof vertonen vergeleken met gezonde controle-individuen. Deze volume-reductie is gelokaliseerd in de pre-frontale cortex, een hersen-gebied dat een essentiële rol speelt bij cognitieve controle. de Lange et al. toonden een significante volume-toename qua grijze-stof (gelokaliseerd in de pre-frontale cortex) aan, tesamen met een significante verbetering van de informatie-verwerking-snelheid na cognitieve gedrag-therapie. Bovendien vonden ze een significante relatie tussen informatie-verwerking-snelheid en het volume grijze-stof bij CVS-patiënten.

Wat betreft de relatie tussen vermoeidheid en cognitieve prestaties bij mensen met CVS, vonden we een significante correlatie tussen vermoeidheid-ernst gemeten met de ‘CFS Symptom List’ en gebreken bij volgehouden aandacht. Wij hebben echter geen significante relatie gevonden tussen de cognitieve prestaties en subjectieve vermoeidheid gemeten met de ‘CIS’. Een mogelijke verklaring voor deze bevindingen kan zijn dat, bij de ‘CFS Symptom List’, de individuen werden gevraagd om hun vermoeidheid-ernst op dat moment aan te geven, terwijl ze bij de ‘CIS’ moesten aangeven in hoeverre elk item voor hen waar was de 2 weken voorafgaand aan de evaluatie. Mensen met CVS rapporteren vaak een fluctuerend symptoom-patroon, waardoor het nauwkeuriger is om hun symptomen te bevragen vóór en zo dicht mogelijk bij de beoordeling. Alles tesamen blijkt een status-meting (de ‘CFS Symptom List’) te verkiezen boven een eigenschap-meting (de ‘CIS’) voor het weergeven van cognitieve vermoeidheid bij mensen met CVS.

Onze bevindingen komen overéén met met die van Capuron et al.; die een sterke overeenkomst tussen mentale vermoeidheid en volgehouden aandacht bij CVS-patiënten rapporteerden. Bovendien onderzochten ze de mate van mentale vermoeidheid met de ‘Multidimensional Fatigue Inventory’ die vermoeidheid op de dag van de test evalueert. Auteurs die geen significante relatie tussen vermoeidheid en cognitieve prestaties vonden, gebruikten evaluatie-instrumenten die naar de vermoeidheid in de week (weken) voorafgaand aan de test peilden. Deze bevindingen onderstrepen de noodzaak om het niveau van vermoeidheid vóór de cognitieve testen te beoordelen en hier vervolgens rekening mee te houden bij het analyseren en/of rapporteren van resultaten betreffende cognitieve prestaties.

Andere zelf-gerapporteerde symptomen en cognitieve prestaties bij CVS

De resultaten van deze studie toonden aan dat CVS-patiënten met meer subjectieve cognitieve klachten een slechtere cognitieve funktie, gemeten met behulp van op prestaties gebaseerde cognitieve testen, hebben en vice versa. Dit werd aangetoond door de significante correlaties tussen de SF-36 sub-schaal MH [mentale gezondheid] en RT (enkelvoudig en keuze), volgehouden en selektieve aandacht, en werk-geheugen-capaciteit. Bovendien was de verminderde concentratie in het bijzonder geassocieerd met volgehouden én selektieve aandacht. Intacte aandacht is een noodzakelijke voorwaarde voor concentratie. Gebreken betreffende zelf-gerapporteerde aandacht werden bevestigd d.m.v. gestandaardiseerde testen, wat betekent dat patiënten die meer aandacht-problemen rapporteerden, slechter presteerden op een test voor aangehouden aandacht (PVT) en vice versa. Deze resultaten werden ook gevonden bij de controle-groep. Bovendien bleken zowel zelf-gerapporteerde geheugen-stoornissen en reken-moeilijkheden geassocieerd met een verminderde psychomotorische snelheid en slechtere werk-geheugen prestaties.

Met deze opvallende bevindingen, leveren we het bewijs dat er een relatie is tussen zelf-gerapporteerde cognitieve problemen en resultaten van cognitieve testen bij mensen met CVS. Onze resultaten zijn echter niet in overéénstemming met die gerapporteerd door Vercoulen et al. [onderzoek-groep uit Nijmegen]; die geen overéénkomst vonden tussen zelf-gerapporteerde geheugen- en concentratie-problemen, en testen die deze cognitieve domeinen meten. Een mogelijke verklaring voor deze tegenstrijdige bevindingen zou het gebruik van verschillende diagnostische criteria kunnen zijn. Alle patiënten die deelnamen aan deze studie werden gediagnostiseerd volgens de CDC-1994 criteria, terwijl de diagnostische criteria niet specifiek werden vermeld in het onderzoek van Vercoulen et al. Bovendien waren 24 % van de CVS-patiënten opgenomen in de Vercoulen et al. studie mannelijk, terwijl bij deze studie de patiënten allemaal vrouwen waren. Derhalve kan niet worden uitgesloten dat geslacht-verschillen een rol spelen bij de cognitieve funktie én zelf-gerapporteerde cognitieve symptomen bij CVS-patiënten. Om deze bevinding te bevestigen, moet verder onderzoek met betrekking tot dit onderwerp zich richten op geslacht-verschillen of ten minste geslacht als co-variabele op te nemen in de analyses. Soortgelijke aanbevelingen kunnen worden gemaakt voor de diagnostische criteria. Bovendien zou het interessant zijn om te onderzoeken of CVS-patiënten die aan verschillende diagnostische criteria voldoen, verschillen in termen van cognitieve prestaties. Onze bevindingen zijn echter erg belangrijk omdat mensen met CVS er vaak van worden verdacht om hun symptomen te overdrijven. Ze ondervinden vaak moeilijkheden bij het betrachten van acceptatie van hun aandoening door familie, vrienden, en zelfs artsen en andere gezondheidzorg-verstrekkers. Onze bevindingen tonen aan dat er een verband bestaat tussen zelf-gerapporteerde cognitieve problemen en resultaten van cognitieve testen bij volwassen vrouwelijke CVS-patiënten en, zodoende, bewijzen wij het tegendeel.

Andere gezondheid-toestand sub-schalen en symptomen die positief en significant gecorreleerd waren met volgehouden aandacht waren (1) verminderde funktionele beperkingen omwille van emotionele problemen (SF-36), (2) VT [vitaliteit] (SF-36), (3) aktiviteit (CIS) en (4) motivatie (CIS). De PVT, die in deze studie werd gebruikt om volgehouden aandacht of waakzaamheid te bepalen, is een test die veelvuldig wordt gebruikt bij slaaptekort-studies. Het is bewezen dat de slaap-deprivatie de aandacht onderdrukt. onderzoekers toonden echter aan dat motivatie deze nadelige effekten van de slaap-tekort (tot 36 uur) kan tegenwerken. Op basis van deze bevindingen kan de relatie tussen motivatie en volgehouden aandacht mogelijk worden verklaard. […] De significante negatieve relatie tussen kortademigheid bij inspanning en enkelvoudige RT kan mogelijks worden verklaard door een mediërende factor. Uit de resterende belangrijke verbanden kunnen we besluiten dat verhoogde fysieke aktiviteit, en dus VT, de cognitieve prestaties op een positieve manier zou kunnen beïnvloeden. Door het cross-sektionele karakter van de studie [observatie van een ganse populatie of representatieve subgroep, op een specifiek tijdpunt], is een oorzakelijke interpretatie van de resultaten uitgesloten.

Studie-beperkingen

Er moet worden vermeld dat de interpretatie van de resultaten moet gebeuren in het licht van de volgende studie-beperkingen. Ten eerste: er werd een groot aantal correlaties uitgevoerd. Een bekende consequentie uit meervoudige correlaties is het verhoogd risico op type 1 fouten [Als men (zoals hier) kiest voor een significantie-niveau van 0,05 dan betekent dit men een kans van 5 percent accepteert dat men de foute conclusie trekt uit de steekproef. Men zou dus eigenlijk iets lunnen verwerpen terwijl het wel waar is. In gewone taal: bij een type-1 fout ziet men een verschil terwijl er eigenlijk geen is.] waar we in dit onderzoek niet voor hebben gecorrigeerd. Dit deden we echter enigszins opzettelijk om meerdere hypothesen tegelijk te testen. Bovendien moet de interpretatie van correlaties niet alleen vertrouwen op P-waarden (statistische significantie niveau). Correlatie-coëfficiënten (absolute waarden) die variëren tussen 0.36-0.67 worden over het algemeen beschouwd als matige correlaties (≤ 0.35 = zwakke correlatie en 0.68-1.0 = sterke correlatie). Bij deze studie waren alle significante correlaties (p < 0.05) van deze omvang, met de laagste determinatie-coëfficiënt (r2) zijnde 0.14 en de hoogste 0.31. Ten tweede: omdat alleen vrouwen werden bestudeerd, is voorzichtigheid geboden bij het veralgemenen van de resultaten naar de volledige CVS-populatie. Daarom is de externe validiteit van de resultaten beperkt tot volwassen vrouwelijke CVS-patiënten. Wij geloven echter dat deze beperking ook kan worden beschouwd als een plus-punt. Zoals hiervoor vermeld, is het mogelijk dat mannelijke en vrouwelijke CVS-patiënten verschillen in termen van cognitieve prestaties en het rapporteren van symptomen, zodat toekomstig onderzoek deze mogelijke geslacht-verschillen moeten aanpakken. Ten derde: mogelijk simulatie (voorwenden van ziekte), en opleiding en intelligentie werden niet in aanmerking genomen. Tenslotte: ten gevolge de cross-sektionele aard van de studie, wordt een interpretatie over oorzaken uitgesloten. Daarnaast zijn longitudinale gegevens vereist om de stabiliteit van deze bevindingen te onderzoeken bij een aandoening, zoals CVS, die wordt gekenmerkt door sterke schommelingen van de gezondheid-toestand.

Ondanks deze beperkingen had de studie voldoende statistische ‘power’; we anticipeerden op bronnen van bevooroordelingen (‘bias’), zoals medicatie-gebruik en de gebruikte diagnostische criteria voor CVS, en ‘bias’ ten gevolge het bundelen van geslacht-gegevens werd uitgesloten. Daarnaast was de diagnostische procedure uitgebreid en deze werd uitgevoerd door een arts die gespecialiseerd is in interne geneeskunde en met uitgebreide ervaring wat betreft de diagnose van patiënten met CVS. Tot slot: alle metingen (inclusief de zelf-gerapporteerde) werden uitgevoerd op dezelfde dag en bij de computer-begeleide cognitieve prestatie-testen werd waarnemer-vooringenomenheid uitgesloten.

Besluit

Tot slot: deze studie levert het bewijs voor het klinische belang van objectief gemeten tekorten qua (selektieve en volgehouden) aandacht, werk-geheugen en RT (enkelvoudig en keuze). De gegevens geven aan dat volwassen vrouwelijke CVS-patiënten met objectief aangetoonde cognitieve problemen zelf meer cognitieve problemen rapporteren en vice versa. Deze bevindingen zijn zeer belangrijk, omdat mensen met CVS er vaak van worden verdacht hun symptomen te overdrijven en uit deze studie blijkt het tegendeel door het aantonen van een relatie tussen zelf-gerapporteerde cognitieve problemen en resultaten van cognitieve testen bij volwassen vrouwelijke CVS-patiënten. Bovendien: hoewel het vermoeidheid-niveau in de voorafgaande week/weken niet gecorreleerd was met cognitieve prestaties bij deze patiënten, waren hogere niveaus van vermoeidheid op het moment van de cognitieve testen geassocieerd met minder volgehouden aandacht. Deze studie is de eerste die het verband tussen cognitieve prestaties en pijn-ernst bij CVS-patiënten onderzocht. In tegenstelling tot de bevindingen bij verscheidene andere populaties met chronische pijn, onthullen de resultaten van onze studie hier geen verband tussen pijn-ernst en cognitieve funktie bij vrouwelijke CVS-patiënten. Inderdaad: deze bevindingen zijn belangrijk om rekening mee te houden tijdens multidisciplinaire revalidatie van deze patiënten.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: