M.E.(cvs)-wetenschap

juli 6, 2013

Noradrenaline- en adrenaline-responsen op fysiologische en farmacologische stimulatie bij CVS

Even het onderzoek-gebied schetsen… Epinefrine (adrenaline) is een hormoon dat wordt geproduceerd door de bijnieren. Norepinefrine (noradrenaline) is een neurotransmitter (signalisering-molekule tussen de zenuwcellen) en een hormoon. Beiden behoren tot de catecholaminen en zijn betrokken bij de zgn. ‘fight or flight’ reaktie. Het autonoom zenuwstelsel heeft 2 takken: de (ortho)sympathische en de parasympathische (vagale). Het sympatho-bijnier systeem of sympatho-adreno-medullaire-as (SAM-as) zorgt voor de communicatie tussen het sympathisch zenuwstelsel en het bijnier-merg (medulla; in het centrum van de bijnieren). Stress leidt tot aktivatie van het sympatho-adreno-medullaire systeem en de hypothalamo-hypofyse-bijnier as, die allebei de bijnier aktiveren, leidend tot de afgifte van (nor)adrenaline en glucocorticoïden (deze laatste door de bijnier-schors). De cellen in het bijnier-merg liggen gegroepeerd rond bloed-vaten en zijn nauw verbonden met de sympathische tak van het autonoom zenuwstelsel (AZS); door speciefieke zenuw-vezels staan ze in direct contact met het centraal zenuwstelsel. De bijnier-medulla verhoogt de beschikbare energie, de hartslag en het metabolisme.

Er blijken uit onderstaande studie nog een aantal onopgeloste zaken maar de conclusie dat inspanning een zeer relevante en krachtige stressor is bij CVS, houdt stand. CVS-patiënten blijken een normale epinefrine-respons op insuline-stress te hebben maar een abnormale op inspanning…

————————-

Biol Psychol. 2013 Jun 12. (pre-print)

Norepinephrine and epinephrine responses to physiological and pharmacological stimulation in Chronic Fatigue Syndrome

Strahler J, Fischer S, Nater UM, Ehlert U, Gaab J

Clinical Biopsychology, Department of Psychology, University of Marburg, Gutenbergstrasse 18, 35032 Marburg, Germany

Samenvatting

Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) wordt gekenmerkt door vermoeidheid die 6 maand of langer duurt. De aandoening bleek geassocieerd met een verstoorde (re-)aktiviteit van het autonoom zenuwstelsel [AZS]. De sympathische adrenomedulla (SAM) blijft echter te weinig onderzocht bij CVS. Om SAM-reaktiviteit te onderzoeken, hebben we een sub-maximale cyclo-ergometrie (ERGO) [40 W toename elke 3 min tot dat het individu de voorspelde maximum hartslag (85% van 220 bpm – leeftijd) niet meer kon bereiken] en een farmacologische test (Insuline Tolerantie Test, ITT [0,15 U/kg oplosbaar insuline na overnacht vasten]) geïmplementeerd bij 21 CVS-patiënten [CDC 1994 definitie (Fukuda)] en 20 voor leeftijd, geslacht en BMI gematchte controles. Plasma-norepinefrine en -epinefrine werden één maal vóór en twee maal na de testen gemeten. Er werden lagere baseline-waarden en afgezwakte responsen gevonden voor epinefrine op de ERGO bij CVS-patiënten vergeleken met controles, terwijl de groepen niet verschilden qua responsen op de ITT. Besluit: we vonden bewijs voor veranderde sympathisch-neurale en SAM-reaktiviteit bij CVS. Inspanning-stress bracht een subtiele catecholaminergische hypo-reaktiviteit bij CVS-patiënten aan het licht. Het is denkbaar dat inadequate catecholaminergische responsen op lichamelijke inspanning kunnen bijdragen tot de CVS-symptomatologie.

1. Inleiding

[…]

Het ophelderen van pathofysiologische mechanismen van een ziekte is belangrijk voor het identificeren van doelwitten voor behandeling. Gezien de heterogeniteit en complexiteit van CVS, is de identificatie van onderliggende psychologische en fysiologische mechanismen nog onderwerp van uitgebreide onderzoek. De rol van stress als een etiologische en bestendigende factor bij CVS is een prominente research-lijn. Op een fysiologisch niveau zouden stressoren kunnen resulteren in een ontregeling van stress-responsieve systemen, zoals de hypothalamus-hypofyse-bijnier as (HPA), het autonoom zenuwstelsel (ANS) en het immuunsysteem. Er werd gesuggereerd dat deze ontregeling bijdraagt to de kern-symptomen van CVS, zoals pijn en vermoeidheid. In overéénstemming met deze voorstellen, worden CVS-symptomen verergerd door psychologische en fysiologische stress (bv. inspanning [Jammes Y, Steinberg JG, Mambrini O et al. Chronic Fatigue Syndrome: assessment of increased oxidative stress and altered muscle excitability in response to incremental exercise. Journal of Internal Medicine (2005) 257: 299-310]), mogelijks resulterend in post-exertionele malaise en vermijdend gedrag [VanNess JM, Stevens SR, Bateman L, Stiles TL, Snell CR. Post-exertional malaise in women with Chronic Fatigue Syndrome. J Womens Health (2010) 19: 239-244; zie ‘Post-exertionele malaise bij vrouwen met CVS].

Door de observatie dat aandoeningen die worden gekarakteriseerd door een dysfunktioneel AZS – zoals neuraal gemedieerde hypotensie of posturale orthostatische tachycardie – prominente klinische kenmerken delen met CVS, hebben meerdere studies autonome abnormaliteiten onderzocht bij patiënten met CVS; wat inconsistente resultaten opleverde. Het meeste van deze research focuste op de sympathisch-neurale of de parasympathische tak van het AZS, gebruikmakend van indirecte metingen van autonome aktiviteit (zoals hartslag of hartslag-variabiliteit. Spectrum-analyse van hartslag-variabiliteit als maatstaf voor sympathische aktiviteit wordt echter nog als twijfelachtig beschouwd in termen van de relatieve bijdragen aan het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel. Er werden slechts weinig studies gewijd aan het onderzoek van het sympathisch-adrenomedullair (SAM) deel van het AZS dat focust op de afgifte van de catecholaminen epinefrine (E) en – in mindere mate – norepinefrine (NE) door chromaffine-cellen [neuro-endocriene cellen] in de medulla van de bijnieren [referenties beschikbaar]. Dit is ietwat verrassend, aangezien catecholaminen de voornaamste effectoren zijn van het sympathisch zenuwstelsel en het SAM-systeem in het bijzonder, en daarom intiem verbonden met stress-gerelateerde pathofysiologie. Studies waar enkel basale waarden van catecholaminen werden bepaald, rapporteerden geen verschillen tussen volwassen CVS-patiënten en controles. Subtiele verschillen qua catecholaminergische aktiviteit alsook de rol van feedback-mechanismen zouden echter slechts kunnen worden aangetoond tijdens belastingen. Drie studies hebben fysiologische belastingen aangewend aan bij volwassen CVS-patiënten [referenties beschikbaar]; waarvan er twee de effekten testten van orthostatische stress. Jammer genoeg zijn deze testen beperkt wat betreft hun vermogen om NE- én E-responsen gelijktijdig uit te lokken.

Inspanning, anderzijds, verhoogt zowel sympathisch-neurale en adrenomedullaire aktiviteit. Daarnaast heeft dit het voordeel een kritieke ‘real-life’ stressor bij CVS te zijn en kan het mogelijk gerelateerd zijn met post-exertionele malaise en vermijdend gedrag. Een aantal studies hebben een inspanning-protocol gebruikt om fysiologische capaciteit en cardiale funktie bij CVS te testen in het lab, wat inconsistente bevindingen opleverde [referenties beschikbaar]. Inspanning-testen laten echter niet alleen toe fysiologische capaciteit te bepalen maar kunnen ook worden gebruikt als psycho-fysiologische stressor. Dit is te wijten aan het feit dat inspanning-testen ook intra-individuele processen uitlokken die een impact zouden kunnen hebben op motivatie en inspanning. Er is slechts één gepubliceerde CVS-studie die gebruik maakt van inspanning (loop-band) als stressor om de afgifte van catecholaminen te bepalen: deze toonde lagere responsen voor of E bij CVS vergeleken met gezonde controles. Er is niets bekend over catecholaminergische responsen bij andere inspanning-protocollen, zoals de frequent gebruikte cyclo-ergometrie test (ERGO), bij CVS-patiënten.

Een veel courantere benadering om endocriene stress-responsen te bestuderen, omvat het gebruik van sterk gestandardiseerde farmacologische protocollen. In tegenstelling tot inspanning-testen, bieden deze these protocollen een mogelijkheid de effekten van intra-individuele processen te minimaliseren. Een dikwijls gebruikte farmacologische stressor om de integriteit van (hypoglycemie-responsieve) endocriene systemen te bestuderen bij CVS is de Insuline-Tolerantie-Test (ITT). De intraveneuze inspuiting van insuline resulteert in een uitgesproken hypoglycemie [laag glucose-gehalte in het bloed] dat een contra-regulerende respons op het niveau van de hypothalamus, hypofyse en bijnieren uitlokt, en zodoende een robuste stimulus voor adreno-medullaire catecholamine-release oplevert. Deze test werd eerder geïmplementeerd bij het bestuderen van endocriene dysfunktie bij CVS: het wekt normale of verminderde HPA-as responsen op bij deze patiënten. Op te merken: deze stimulus beroept zich niet op cognitief-evaluatieve [met betrekking tot het ontvangen en verwerken van informatie] of affectieve [gedragmatige] processen om een adaptieve respons te veroorzaken en wordt daarom aanbevolen bij het bestuderen van de adreno-medullaire werking. Tot op heden is niets bekend over de ITT- of hypoglycemie-geïnduceerde release van NE en E door de medulla van de bijnieren bij CVS.

Samengevat: ontregelde stress-responsieve systemen lijken een belangrijke rol te spelen bij de ontwikkeling en bestendiging van CVS. Hoewel er bewijsmateriaal is voor een ontregeling van het AZS bij een subgroep van CVS-patiënten, is er weinig gekend over een mogelijke stress-gerelateerde ontregeling van catecholaminen als directe effectoren van het sympathisch-neurale en SAM-systeem. Bovendien toonden eerder aangewende autonome stress-protocollen geen relevantie aan wat betreft CVS-symptomatologie.

Het doelstellingen van deze studie zijn daarom: het bepalen van de responsen van NE en E (uitkomst-variabelen) op zowel ERGO en ITT bij mannelijke en vrouwelijke CVS-patiënten vergeleken met gezonde controles (voorspellende variabelen). Het gebruik van deze 2 testen zal ons toelaten de verschillende aspekten van de door stress geïnduceerde adaptieve respons te ontwarren die aan de basis liggen van een mogelijks ontregelde stress-reaktiviteit bij CVS, t.t.z. zijn fysiologische component (via ITT) en intra-individuele factoren, zoals cognitief-evaluatieve en affectieve processen. Op basis van het hierboven vermeld bewijsmateriaal, verwachten we een relatieve hypo-reaktiviteit van NE én E bij CVS-patiënten bij de ERGO en de ITT. Door de cognitief-evaluatieve processen en de daaruit volgende affectieve respons op inspanning, verwachten we dat de hypo-reaktiviteit nog meer uitgesproken is bij de ERGO. Daarnaast zal het onderzoeken van zowel mannen als vrouwen ons in staat stellen geslacht-gerelateerde verschillen qua fysiologische veranderingen na te gaan die mogelijks aan de basis liggen van de hogere CVS-prevalentie bij vrouwen.

2. Methodes

[…]

3. Resultaten

3.1. Kenmerken van patiënten en controles

De verhouding mannen/vrouwen en de gemiddelde leeftijd verschilde niet significant tussen de groepen […]. 16 CVS-patiënten melden een infektueuze aanvang van hun symptomen. Alle patiënten rapporteerden een acute aanvang van de CVS-symptomen. De gemidddelde duur van de symptomen was 63,1 ± 41,5 maanden (17 tot 168). Alle patiënten waren gedurende minimum een maand medicatie-vrij (in elke groep gebruikten 4 vrouwelijke individuen orale contraceptiva). […].

3.2. Cyclo-ergometrie test (ERGO)

[…] De groepen verschilden qua inspanning-duur (CVS 10,36 ± 3,66 min vs. controles 12,47 ± 2,75 min; p = 0.014) en maximale arbeid (CVS 171,91 ± 55,46 W vs. controles 199,00 ± 43,76 W; p = 0.024), maar niet qua piek-hartslag (CVS 163,57 ± 17,67 bpm vs. controles166,75 ± 13,01 bpm; p = 0.592) en maximale ervaren inspanning (p = 0.968). Mannen vertoonden significant hogere waarden voor alle ERGO-parameters (p < 0.017), uitgezonderd voor piek-hartslag (p = 0.123). Er waren echter geen significante geslacht-groep interakties (p > 0.412).

Vóór de ERGO waren de basale waarden voor E lager bij CVS-patiënten (p = 0.012) terwijl er geen verschil met betrekking tot basale NE-waarden (p = 0.526) was. Er waren niet-significante lagere basale E-waarden bij vrouwen (p = 0.070). Er waren geen andere significante effekten. Het ERGO-protocol induceerde significante catecholaminergische responsen (NE & E: p < 0.001). […].

Patiënten met CVS vertoonden significant gedempte respons-profielen op de inspanning-test wat betreft E (p = 0.029) maar niet voor NE (p = 0.110). Er was een tijd-geslacht effekt evident voor E (p = 0.002) alsook een trend naar een significante tijd-groep-geslacht interaktie (p = 0.075), zonder verschillen tussen vrouwen en met minder uitgesproken respons-profielen bij mannelijke CVS-patiënten vergeleken met mannelijke controles. Er werd geen tijd-geslacht of tijd-groep-geslacht interaktie aangetoond wat betreft NE respons-profielen (p > 0.183). Zowel de waarden (NE en E) van individuen met CVS als gezonde controles keerden naar baseline terug binnen 30 min na de ERGO.

We berekenden de gemiddelde toenames van catecholaminergische responsen om verschillen in grootte-orde van de stress-reaktiviteit tussen de groepen na te gaan. Individuen die behoren tot de CVS-groep vertoonde lagere toenames van E (p = 0.040) maar niet voor NE (p = 0.079) vergeleken met gezonde controles. We zagen hogere gemiddelde toenames van E bij mannen (p = 0.003), hoewel er geen groep-gelacht interaktie werd gevonden (p = 0.135). Voor NE kon geen geslacht-effekt of groep-geslacht interaktie worden geobserveerd (p > 0.119).

3.3. Insuline Tolerantie Test

[…] Voorafgaand aan de ITT was er geen groep-verschil qua basale waarden voor E en NE evident (E: p = 0.150; NE: p = 0.671). Het ITT-protocol induceerde significante veranderingen met verloop van tijd voor beide molekulen (E: p < 0.001; NE: p < 0.001). Catecholaminergische respons-profielen op de ITT verschilden niet tussen de groepen (E: p = 0.206; NE: p = 0.727), en er bleken geen tijd-geslacht effekten en geen interaktie-effekten (p > 0.239). […]

4. Bespreking

Om een mogelijke stress-gerelateerde ontregeling van het sympathetisch-neurale en SAM-systeem bij CVS te bekijken, vergeleken we de catecholaminergische respons bij CVS-patiënten en gezonde controles tijdens een fysiologische (ERGO) en een farmacologische (ITT) stress-test. Beide stressoren induceerden verhoogde catecholaminergische aktiviteit. Tijdens de ERGO trad een relatieve hypo-reaktiviteit naar voren bij CVS-patiënten wat betreft E, maar niet wat betreft NE. Beide groepen keerden binnen 30 min echter terug naar basale waarden voor NE en E. Dit geeft aan dat CVS-patiënten in staat zijn een contra-regulerende respons op lichamelijke inspanning te veroorzaken, hoewel in mindere mate. Bij het onderzoeken van mogelijke ongelijkheden tussen mannen en vrouwen, bleken vrouwelijke CVS-patiënten niet-significant lagere baseline-waarden qua E te vertonen tijdens de ERGO maar gelijkaardige reaktiviteit-profielen vergeleken met vrouwelijke controles. Aan de andere kant waren de waarden in rust van mannelijke CVS-patiënten vergelijkbaar met die van gezonde controles, Terwijl hun inspanning-geïnduceerde E-waarden waren afgevlakt. In tegenstelling met de ERGO, verschilden de groepen niet wat betreft hun catecholaminergische responsen bij de ITT. Er kon een betrekkelijk normale catecholaminergische secretie worden gezien op een gestandardiseerde farmacologische stimulus. Er werd geen effekt van geslacht gevonden in respons op deze stimulus.

Inspanning-testen vormen een ecologisch steekhoudende stressor bij CVS en werden tot zover in de eerste plaats gebruikt om de fysiologische capaciteit en hart-funktie bij deze patiënten te testen. Piek-hartslag werd in deze studies dikwijls opgenomen als een afhankelijke variabele, en bleek gedaald [referenties beschikbaar] of normaal [referenties beschikbaar] bij individuen met CVS. Deze bevindingen zijn slechts ten dele overéénkomstig met onze bevinding van gelijke waarden qua piek-hartslag tussen de groepen. Jammer genoeg wordt de vergelijkbaarheid tussen studies ernstig beperkt door de verschillende inspanning-protocollen (bv. cyclo-ergometerie vs. loop-band, sub-maximaal vs. maximaal) en verhindert dat tot hier toe het trekken van conclusies.

Dit is de eerste studie die de catecholaminergische respons op een cyclo-ergometrie test in CVS beoordeelt. Onze bevinding van een relatieve hypo-reaktiviteit van E bij ERGO bij CVS-patiënten komt overéén met bevindingen van een andere studie die gebruik maakte van een inspanning-test op een loop-band om catecholaminen bij vrouwen met CVS te onderzoeken [Ottenweller JE, Sisto SA, McCarty RC, & Natelson BH. Hormonal responses to exercise in Chronic Fatigue Syndrome. Neuropsychobiology (2001) 43: 34-41]. Verschillen qua tiijd-dynamieken van NE en E zouden deze resultaten kunnen verklaren. Belangrijk: in onze studie waren de respons-profielen afgezwakt bij mannelijke CVS-patiënten vergeleken met mannelijke controles, terwijl er bij vrouwen geen verschil was. Zoals hierboven vermeld: dit verschil zou kunnen worden toegeschreven aan de verschillende stress-protocollen. Bovendien voerden onze individuen een sub-maximale test uit in een zittende houding in plaats van een maximale inspanning test rechtopstaand; zodoende werd de vergelijkbaarheid tussen CVS en gezonde controles verhoogd door te controleren voor de effekten van orthostase en fysiologische deconditionering. Onze bevinding van een relatieve catecholaminergische hypo-reaktiviteit is niet in overéénstemming met andere studies die protocollen implementeren die de effekten testen van orthostatische stress die catecholaminergische stress-responsen induceren bij patiënten met CVS en controles. In contrast met onze bevindingen, lokten deze testen vergelijkbare en excessieve catecholaminergische responsen uit bij CVS-patiënten. Dit zou verklaard kunnen worden door de verschillende fysiologische processen die betrokken zijn bij orthostatische en inspanning-stress, respectievelijk (bloed-volume vs. energie), en hun vermogen om afgifte van catecholaminen te stimuleren.

Catecholaminergische responsen op de ITT werden tot op heden bij CVS nog niet beschreven. Het gebrek aan een verschil tussen CVS-patiënten en controles qua responsen van NE en E is echter in overéénstemming met studies die responsen van andere bijnier-hormonen (cortisol) op deze stressor onderzochten. Daarom, als we beide stressoren tegenover elkaar zetten, bieden onze resultaten geen ondersteuning voor een algemene dysfunktie van het adrenomedullair hormonaal systeem bij CVS. In plaats daarvan wijst onze bevinding van differentiële respons-profielen tijdens de ERGO vergeleken met de ITT op de rol van specifieke intra-individuele processen bij patiënten met CVS wat betreft lichamelijke inspanning. Interessant is dat psychologische stress voornamelijk adrenomedullaire responsen lijkt op te wekken, terwijl fysiologische stressoren de afgifte van NE door sympathische zenuw-uiteinden begunstigen. Aangezien onze beoordeling geen metingen omvatte die direct allebei deze vermeende aspecten van de ERGO adresseerde, blijft dit echter puur speculatief.

Ons resultaat van gelijkaardige piek-hartslag waarden bij CVS-patiënten en gezonde controles, ondanks verminderde stress-niveaus van circulerende catecholaminen, zou kunnen wijzen in de richting van compenserende veranderingen qua beta-adrenerge receptor funktie op niveau van het hart. Interessant is dat research aangaande inspanning-geïnduceerde gen-expressie patronen verhoogde hoeveelheden alfa- en beta-adrenerge receptoren vond in perifeer bloed mononucleaire cellen bij CVS-patiënten vergeleken met controles [Light AR, White AT, Hughen RW & Light KC. Moderate exercise increases expression for sensory, adrenergic and immune genes in Chronic Fatigue Syndrome patients but not in normal subjects. The Journal of Pain (2009) 10: 1099-1112 (zie ‘Matige Inspanning verhoogt Expressie van Sensorische, Adrenerge en Immuun Genen bij CVS) /// Light AR, Bateman L et al. Gene expression alterations at baseline and following moderate exercise in patients with Chronic Fatigue Syndrome and Fibromyalgia Syndrome. Journal of Internal Medicine (2012) 271: 64-81 (zie ‘Gen-expressie veranderingen na matige inspanning bij CVS & FM)], wat kan worden beschouwd als een weerspiegeling van veranderingen in andere weefsels zoals het hart. Dit was echter niet evident in rust. Dit geeft aan dat, tijdens acute stress, lagere waarden circulerende catecholaminen zouden kunnen binden op meer gevoelige adrenerge receptoren, resulterend in onveranderde autonome reaktiviteit op niveau van het hart. Weerom: deze veronderstelling moet worden geverifieerd in toekomstige studies.

Eén mogelijkheid van hoe een relatieve hypo-reaktiviteit van catecholaminen zou verbonden kunnen zijn met symptomen van CVS is via het immuunsysteem. Adrenerge receptoren komen tot expressie op verscheidene immuun-cellen en organen, waardoor circulerende catecholaminen in staat zijn hun immunomodulerende effekten uit te oefenen. Tijdens acute stress (bv. inspanning), begunstigen NE en E een verschuiving van een Th1 naar een Th2 gemedieerde immuun-respons [Elenkov IJ, Wilder RL, Chrousos GP & Vizi ES. The sympathetic nerve – an integrative interface between two super-systems: The brain and the immune-system. Pharmacological Reviews (2000) 52: 595-638]. Het is daarom denkbaar dat deficiënties aangaande het bereiken van een toereikende catecholaminergische respons op terugkerende acute stressoren inflammatie kan versterken, die uiteindelijk leiden tot symptomen zoals pijn en vermoeidheid. Wanneer de exacte mechanismen worden onderzocht die aan de basis liggen van de interaktie tussen catecholaminen en inflammatoire processen, moet rekening worden gehouden met de gevoeligheid van immuun-cellen. In een eerdere studie was het vermogen van een beta2-adrenerge agonist [terbutaline] om de aanmaak van TNF-alfa te inhiberen en de afgifte van het anti-inflammatoir cytokine interleukine-10 te versterken, gereduceerd bij adolescenten met CVS – onder basis-omstandigheden [Kavelaars A, Kuis W, Knook L, Sinnema G & Heijnen CJ. Disturbed neuro-endocrine-immune interactions in Chronic Fatigue Syndrome. The Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism (2000) 8: 692-696]. Dus lijken, naast lagere waarden qua circulerende catecholaminen, adrenerge receptoren op immuun-cellen minder responsief voor deze signalen. Geen enkele studie heeft tot hier toe echter het effekt van acute stress op de sensitiviteit van immuun-cellen voor adrenerge signalisering bij CVS onderzocht. De exacte mechanismen die acute stress vertalen naar vermoeidheid zijn grotendeels onbekend en rechtvaardigen zeker verder onderzoek.

In onze studie werd beperkt bewijs gevonden voor geslacht-specifieke fysiologische veranderingen bij CVS. Mannelijke patiënten met CVS vertoonden verzwakte respons-profielen van E op de ERGO vergeleken met de vrouwelijke. Het gebrek aan significante verschillen bij de vrouwen kon echter te wijten zijn aan een bodem-effekt. Alle andere analyses konden geen significante groep-geslacht interaktie aantonen. Voor zover we weten is dit de eerste studie die geslacht-specifieke veranderingen qua catecholaminen bij CVS onderzocht. Onze bevinding van vergelijkbare respons-profielen bij vrouwen in beide groepen aan de ene kant en verzwakte respons-profielen voor E bij mannelijke CVS-patiënten vergeleken met mannelijke controles aan de ander kant, verklaart de epidemiologische meldingen over een hogere CVS prevalentie bij vrouwen niet. Toekomstige studies bij grotere aantallen zijn vereist om geslacht-specifieke mechanismen bij CVS te onderzoeken.

Deze studie had meerdere beperkingen. Ten eerste: veralgemening van onze resultaten wordt beperkt door het feit dat we individuen met CVS hebben gerecruteerd via zelf-hulp organisaties, in tegenstelling tot het identificeren van representatieve gevallen uit de algemene populatie. Ten tweede: zoals hierboven vermeld, laat de kleine groep ons niet toe definitieve conclusies te trekken aangaande geslacht als een moderator van de catecholaminergische stress-respons bij CVS. Bovendien verhinderde het ons van te bepalen of enkel een subgroep patiënten zou kunnen aangetast zijn door catecholaminergische ontregeling. Ten derde, we bepaalden het niveau van lichamelijke fitness niet bij ons staal. Zodoende zouden mogelijke verschillen qua fysiologische capaciteit kunnen hebben bijgedragen tot de differentiële catecholaminergische responsen die we zagen. Door het implementeren van een sub-maximaal (en niet een maximaal) inspanning-protocol, hielden we echter in zekere zin rekening met deze verstorende effekten. Er was ook geen informatie over hormonale status (fase van de menstruele cyclus, menopause) beschikbaar, uitgezonderd over het gebruik van orale contraceptiva. Vrouwen die hormonale contraceptiva gebruikten, waren echter gelijkmatig verdeeld over de groepen, waardoor een mogelijke impact op onze bevindingen werd geminimaliseerd. Ten vierde: ons beperkt aantal tijd-meetpunten na de ITT [nl. +20 & +30 min] verhindert ons mogelijke groep-verschillen tijdens de herstel-periode te detekteren. Ten vijfde: we kunnen niet bepalen of onze resultaten van een relatieve hypo-reaktiviteit te wijten is aan een verminderde afgifte van catecholaminen in de circulatie of aan een versneld metabolisme en uitscheiding. Ten slotte: intra-individuele (cognitief-evaluatieve en affectieve) processen werden niet op een directe manier gemeten in deze studie, wat duidelijk meer aandacht had verdiend.

Samengevat: onze resultaten onder steunen de notie van veranderde catecholaminergische reaktiviteit bij CVS niet. Gebruikmakend van een zeer krachtige farmacologische stressor voor het adrenomedullair systeem (de ITT), bleken geen verschillen tussen gezonde controles en individuen met CVS; wat wijst op het ontbreken van een stress-gerelateerde endocriene stoornis bij deze aandoening. In tegenstelling daarmee lijkt inspanning een zeer relevante en krachtige stressor te zijn bij CVS, die leidt tot subtiele catecholaminergische ontregeling bij deze patiënten. Het is denkbaar dat inadequate catecholaminergische responsen geïnduceerd door lichamelijke inspanning kunnen bijdragen tot de symptomen (bv. post-exertionele malaise) bij CVS-patiënten. Replicatie van onze bevindingen bij grotere groepen is vereist, in het bijzonder omtrent het verduidelijken van mogelijke geslacht-specifieke fysiologische veranderingen bij CVS. Bovendien is research naar stressor-specifieke effekten (bv. lichamelijke aktiviteit vs. psychosociale stress) bij de verschillende takken van het AZS bij CVS gerechtvaardigd om cognitieve en affectieve bijdragende factoren tot ontregelde stress-responsen te onderzoeken.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: