M.E.(cvs)-wetenschap

april 28, 2013

Screening van NK-, B- & T-cel fenotype en funktie bij CVS

Filed under: Immunologie — mewetenschap @ 3:24 pm
Tags: , , , , , ,

In een interview met ‘Health Rising’ (April 2013; phoenixrising.me) laat Dr Blanco (die deel uit maakt van een immunologie-groep die samenwerkt met de HIV Kliniek van het ‘Germans Trias I Pujol’ Ziekenhuis in Barcelona), één van de auteurs van onderstaand artikel, optekenen: “Onze preliminaire gegevens toonden veranderingen bij alle geanalyseerde lymfocyten-subgroepen (B, T & NK). Deze preliminaire gegevens kwamen van patiënten uit slechts één CVS-kliniek. Om ‘bias’ te vermijden, breidden we onze studie uit door patiënten te recruteren uit een ander klinisch centrum. Patiënten-organisaties financierden gedeeltelijk de initiële studies – eigenlijk bedoeld als zoekocht naar XMRV en om immunologische merkers te identificeren. De rol van het retrovirus werd snel uitgesloten maar de onderzoekers dachten dat de immunologische studies interessant genoeg waren om het werk verder te zetten. Deze bijkomende inspanning werd gefinancierd door de IrsiCaixa Stichting (een research-instituut gefinancierd door de Catalaanse regering en de ‘La Caixa’ stichting, een Catalaanse bank).”

Onzes inziens is deze studie wat ze is: een verkenning bij een kleine groep patiënten die bevestiging bij grotere populatie vergt. De eventueel bruikbare merkers moeten worden uitgetest bij ander ziekten met een gelijkaardige symptomatologie. Een deel van de resultaten bevestigt rapporteringen van andere teams, een ander deel is in tegenspraak met wat anderen vonden. Daarom zorgt dit voor nogal wat verwarring. We geven het voor de volledigheid en ter nuancering mee…

We weten ook nog niet of de beschreven lymfocyten-populaties direct betrokken zijn bij de pathofysiologie van M.E.(cvs); misschien gaat het om een secundair effekt? Specifieke NK-cel fenotype-profielen bleken (in de medische literatuur) geassocieerd met verscheidene virussen in en de resultaten zouden een (geïdentificeerd of niet) pathogen kunnen weerspiegelen. Tot dat een dergelijk pathogen wordt geïdentificeerd (als er al één is) bij M.E.(cvs), blijft dit speculatie.

————————-

J Transl Med. 2013; 11: 68

Screening NK-, B- and T-cell phenotype and function in patients suffering from Chronic Fatigue Syndrome

Marta Curriu (1); Jorge Carrillo (1), Marta Massanella (1), Josepa Rigau (2), José Alegre (3), Jordi Puig (4), Ana M Garcia-Quintana (5), Jesus Castro-Marrero (3), Eugènia Negredo (4), Bonaventura Clotet (1,4), Cecilia Cabrera (1) and Julià Blanco (1,6)

1 Institut de recerca de la sida, IrsiCaixa-HIVACAT, Institut d’Investigació en Ciències de la Salut Germans Trias I Pujol|, Badalona, Spain

2 CFS Clinic, Tarragona, Spain

3 CFS Unit, Institut de Recerca Vall d’Hebron, Barcelona, Spain

4 Fundació Lluita contra la SIDA, Hospital Germans Trias I Pujol, Badalona, Spain

5 CFS Unit, Delfos Clinic, Barcelona, Spain

6 Institut de Recerca de la SIDA, IrsiCaixa/Institut d’Investigació en Ciències de la Salut Germans Trias i Pujol, Hospital Universitari Germans Trias i Pujol, Badalona, 08916, Spain

Samenvatting

Achtergrond: Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een invaliderende neuro-immune aandoening met een onbekende etiologie waarvan de diagnose wordt gesteld via een reeks klinische manifestaties. Hoewel verscheidene immunologische abnormaliteiten werden beschreven bij CVS, heeft hun heterogeniteit de diagnostische toepasbaarheid beperkt.

Methodes: Immunologische kenmerken van CVS werden gescreend bij 22 CVS-individuen die voldeden aan de Fukuda criteria en 30 gezonde controle-individuen. In beide groepen werden de perifeer bloed T-, B- en NK-cel funktie en fenotype geanalyseerd d.m.v. flow-cytometrie.

Resultaten: CVS-individuen vertoonden gelijkaardige absolute aantallen T-, B- en NK-cellen, met kleine verschillen qua percentage CD4+ en CD8+ T-cellen. De B-cellen vertoonden gelijkaardige subgroup-frequenties en proliferatieve responsen tussen de groepen. Anderzijds werden significante verschillen geobserveerd qua T-cel subgroepen. CVS-individuen vertoonden verhoogde waarden qua of T regulerende cellen (CD25+/FOXP3+) en lagere proliferatieve responsen in vitro en in vivo. Daarenboven vertoonden de CD8 T-cellen van de CVS-groep significant lagere aktivatie en frequentie van effector geheugen cellen. Er werden geen duidelijke tekenen voor T-cel immunosenescentie [her-modellering (verslechtering) van het immuunsysteem naar mate het ouder worden] geobserveerd. NK-cellen van CVS-individuen vertoonden hogere expressie van NKp46 en CD69 maar lagere expressie van CD25 in alle NK-groepen. Globaal groepeerden T-cel en NK-cel kenmerken duidelijk de CVS-individuen.

Besluiten: Onze bevindingen suggereren dat wijzigingen qua T-cel fenotype en proliferatieve respons tesamen met de specifieke NK-cel fenotype signatuur nuttig kunnen zijn bij de identificatie van CVS-individuen. De opvallende down-modulering van T-cel gemedieerde immuniteit zou kunnen helpen bij het begrijpen van virale infekties bij CVS.

Achtergrond

[…]. De Wereld Gezondheid Organisatie erkent M.E./CVS als een ziekte van het zenuwstelsel (ICD G93.3). CVS is echter een multi-systeem ziekte waarbij neurologische aandoeningen gepaard gaan met veranderde immune, musculoskeletale, endocriene en cardiovasculaire systemen. […]

De karakterisatie van de immune toestand van CVS-individuen heeft dikwijls tegenstrijdige resultaten opgeleverd. Ander werk bracht CVS in verband met een toestand van immuun-aktivatie, vastgesteld via expressie van CD38 of HLA-DR [aktivatie-merkers] in CD8 T-cellen. Andere auteurs vonden echter gelijkaardige expressie van deze merkers bij CVS- en gezonde individuen; terwijl lagere expressie van de aktivatie-merkers CD69 of oplosbaar CD26 ook werd beschreven als een kenmerk van CVS [zie ‘‘Natural Killer’ Cel Funktie & Dipeptidyl Peptidase IV/CD26 – biomerkers voor CVS?]. Zo ook werden B-cel funktie, B-cel gemedieerde auto-immuniteit of onevenwichtige cytokine-netwerken [zie ‘Immunologische abnormaliteiten als potentiele biomerkers bij M.E.(cvs)’ & Cytokinen in plasma bij vrouwen met CVS’] gelinkt met CVS; weerom met niet-overtuigende resultaten. Gewijzigde aantallen NK-subgroepen (gedefinieerd via CD56- of CD16-expressie) en een verstoorde NK-cel lytische aktiviteit bleken op een meer consistente manier geassocieerd met CVS [zie o.a. Brenu EW, van Driel ML, Staines DR et al. Longitudinal investigation of natural killer cells and cytokines in Chronic Fatigue Syndrome/ Myalgic Encephalomyelitis. Journal of Translational Medicine (2012) 10: 88]; hoewel ook hier controversiële gegevens werden gerapporteerd en een consensus wat betreft relevante NK-cel merkers nog ontbreekt.

Ten minste enkele van deze bij CVS beschreven immuun-kenmerken zouden verband kunnen houden met aktieve, slecht gecontroleerde virale infekties, die immuun-responsen anders moduleren en zouden kunnen leiden tot immuun-hyperaktivatie/-uitputting (zoals dikwijls gerapporteerd bij HIV); zouden kunnen bijdragen tot immunosenescentie (zoals werd gepostuleerd voor CMV); of kunnen leiden tot een toestand van immune anergie [afwezigheid van (immuniteit)-respons] (zoals beschreven voor het mazelen-virus). In deze context wilden we het fenotype en de funktie van verschillende immuun-cellen tussen gezonde en ME/CVS-individuen vergelijken. De studie werd ontworpen in 2010 en kon de nieuwe definities, die tegenwoordig de scheiding tussen M.E. en CVS toelaten, nog niet gebruiken. Onze gegevens wijzen echter in de richting van een niet-aangetast B-cel compartiment, een overhellend NK-cel fenotype en een minder responsief T-cel compartiment als belangrijkste immune kenmerken bij M.E./CVS.

Methodes

Patiënten

Fukuda criteria […]. Algemene exclusie-criteria: diabetes, hypertensie, chronisch obstructief pulmonair lijden, inflammatoire darm-ziekte of Crohn’s, Reumatoïde Arthritis, Parkinson’s of Huntington’s, schizofrenie, organische mentale aandoeningen, drug-misbruik, Multipele Sclerose en een body-mass-index BMI > 30 kg/m2. […] Andere belangrijke co-morbiditeiten werden geëvalueerd maar niet als exclusie-criteria beschouwd […]. [Patiënten met identificeerbare infekties werden uitgesloten. Dit is nodig omdat deze een verschillend/verstorend immuun-profiel kunnen opleveren.]

Staal-verwerking

[…] Alle stalen werden afgenomen en direct verwerkt in het ‘Hospital Germans Trias i Pujol’. […]

Bepaling van absolute aantallen B-, T- & NK-cellen

Flow-cytometrie: absoluut aantal lymfocyten: (anti-CD45-V450), percentage van de verschillende lymfocyt-subgroepen (CD45-V450, CD19-AmCyan, CD3-APC-Cy7, CD4-APC, CD8-PerCP, CD56-PE & CD16-FITC).

Immunofenotypering

Karakterisering B-, T- & NK-cel populaties.

B-cel & T-cel proliferatie-testen

[…]

Cel-sterfte testen

[…]

NK-aktiviteit testen

[…]

Statistische analyses

[…]

Resultaten

Patiënten-karakteristieken

[…] CVS-diagnose mediaan 3-5 jaar, 53% rapporteerden een aanvang van de symptomen met virale infekties. De mediane ernst-graad was mild (ca 50% reductie qua aktiviteiten-niveau). […]

[…]

Kwantificatie van lymfocyten-subgroepen

Absolute aantallen en percentages B-cellen (CD19+), NK-cellen (CD3-CD56+CD16+), T-cellen (CD3+), CD4 T-cellen (CD3+CD4+) en CD8 T-cellen (CD3+CD8+) […] waren voor CVS en controles gelijkaardig. Er werd echter een significant lager frequentie CD3+CD56+ lymfocyten gezien bij de CVS-groep. Bovendien was er een lichtjes onevenwichtige samenstelling van de CD3+ cel subset, met een hogere CD4 T-cel vertegenwoordiging in de CVS-groep.

B-cel fenotype en funktie

[Zie ook ‘Gewijzigde funktionele B-cel subgroepen bij M.E.(cvs)’ door Bansal et al.]

[…] Er werden geen significante verschillen gezien qua percentage IgD+, IgG+, IgA+ of CD27+ B-cellen, wat wijst op een gelijkaardig geheugen-compartiment. [B-cellen die aan een antigen werd blootgesteld en antilichamen gaat produceren] De waarden van transitionele [overgang onrijp/rijp] (CD19+IgD+CD38highCD10+CD5+), plasma-plasmablastische (CD19+CD27highCD38high) [plasmablasten = voorlopers van plasma-cellen] of marginale zone B-cellen (CD19+IgD+IgM+CD27+CD1c+) [zie link hierboven], waren vergelijkbaar. Consistent daarmee vertoonde de funktionele beoordeling van B-cel responsen gelijkaardige proliferatie […] en een gelijkaardig niveau ex vivo cel-sterfte. Dus: geen belangrijke verstoringen wat betreft het fenotype en de funktie van circulerende B-cellen.

NK-cel fenotype en funktie

[…] De 3 voornaamste NK-cel subsets die we identificeerden (CD56highCD16-, CD56+CD16+ en CD16+CD56- cellen) en de meeste van de geanalyseerde merkers waren vergelijkbaar. De expressie van CD69 [NK- & T-cel aktivatie-merker] en NKp46 [CD335; zie bespreking] was echter significant hoger bij de CVS-individuen, terwijl de expressie van CD25 [IL-2 receptor α-keten] significant lager was.

[…] In onze studie was het percentage NK-cellen dat CD57 tot expressie brengt gelijkaardig, hoewel de intensiteit van CD57-labeling significant lagere waarden vertoonde bij CVS-individuen. Niettegenstaande de veranderingen qua fenotype, waren er geen significante verschillen qua NK-cel cytotoxische aktiviteit (subgroep […] van stalen beschikbaar voor funktionele testen). Verder konden geen verschillen qua sensitiviteit van NK-cellen voor ex vivo cel-sterfte worden gedetekteerd […]. [Een daling van de CD57 (HNK1, human natural killer-1) lymfocyt-subset werd gesuggereerd als merker voor chronische Lyme…]

T-cel fenotype en funktie

Meerdere auteurs hebben gewezen op een algemene toestand van T-cel aktivatie bij CVS die consistent zou kunnen zijn met virale infekties. […]. Hier vertoonden CD4 T-cellen van CVS-individuen en controles gelijkaardige waarden qua naïeve (CD45RA+CCR7+CD27+CD28+), centrale (CD45RA-CCR7+CD27+CD28+), transitionele (CD45RA-CCR7-CD27+CD28+), effector (CD45RA-CCR7-CD27+CD28-) en terminaal gedifferentieerde geheugen (CD45RA-CCR7-CD27-CD28-) cellen. De meeste CD8 T-cel subsets waren ook gelijkaardig, hoewel CVS-individuen een lagere frequentie cellen met een effector-fenotype (gedefinieerd als CD8 T-cellen met de merkers CD45RA-CCR7-CD27-CD28+) vertoonden. Deze observatie zou verband kunnen houden met het lager niveau qua CD56 expressie bij CD3+ cellen, hoewel de heterogeniteit van deze laatste populatie een fatsoenlijke interpretatie van de gegevens belemmert. We analyseerden ook meerdere merkers voor immunosenescentie of immune uitputting; met tegenstrijdige resultaten: CVS en controles hadden gelijkaardige expressie van de T-cel immunosenescentie merker CD57 bij CD4 en CD8 T-cellen, terwijl verschillen qua expressie van uitputting-merkers PD-1 [Programmed cell death protein 1, CD279] en CD95 [Fas; trans-membraan proteïne van de TNF-familie] bij CD4 en CD8 T-cellen, respectievelijk, werden gezien.

We beoordeelden de frequentie van T regulerende cellen (Treg) en meerdere proliferatie-/aktivatie-merkers. Treg cellen gedefinieerd als CD4+CD25++FOXP3+ of CD4+CD25++FOXP3+CD127- vertoonden significant hogere percentages bij CVS-individuen, wat de lagere waarden Ki67+ cellen [Ki67 is een nucleair proteïne geassocieerd met cel-proliferatie] bij de CD4 T-cellen vergezelt. In tegenstelling daarmee vertoonden CD8 T-cellen geen verschillen qua Ki67 positiviteit, hoewel CVS-individuen hogere expressie van CD5, een merker geassocieerd met verstoorde T-cel responsen, etaleerden. De CVS-groep vertoonde ook lagere waarden wat betreft de aktivatie-merker CD38 bij totale en geheugen (CD45RO+) CD8 T-cellen [CD45RA & CD45RO isoformen van het algemeen leukocyten-antigen identificeren afzonderlijke ‘naïeve’ en ‘geheugen’ T cel-subsets; CD45RO+ percentage stijgt met de leeftijd]. Ondanks deze kleine verschillen qua T-cel subsets, waren ex vivo proliferatieve responsen van CD4 T-cellen significant lager bij CVS maar niet verschillend voor CD8 T-cellen. Ten slotte: er werden geen verschillen opgemerkt wat betreft cel-sterfte voor CD4 en CD8 T-cellen.

Als geheel suggereren deze gegevens een verstoorde T-cel respons bij CVS-individuen geassocieerd met verhoogde Treg aantallen en met enkele specifieke merkers bij CD4 én CD8 T-cellen, maar niet direct veroorzaakt door een algemene toestand van immunosenescentie.

Analyse van T-cel & NK-cel fenotype als merkers voor CVS

[…] De NK-merkers: CD25, CD69, NKp46 (uitgedrukt als percent positieve cellen) en CD57 (als fluorescentie-intensiteit) in combinatie met de T-cel subsets: regulerende, proliferatieve Ki67+CD4+, effector CD8+ en CD56+ T-cellen, vertoonden een hoge sensitiviteit (100%) maar een matig aantal vals-positieven (5/24, specificiteit 79%). Een meer restriktieve keuze qua parameters, met alleen maar NK-cel merkers, gaf een gelijkaardig aantal vals-positieven (5/23, specificiteit 78%) maar lagere sensitiviteit (95%) voor het detekteren van CVS.

Bespreking

De immunologische status van individuen die lijden aan CVS heeft heterogene resultaten opgeleverd. Duidelijke voorbeelden zijn gegevens van verschillende CVS-groepen die in één enkel lab werden geanalyseerd. Deze observaties zouden het gevolg kunnen zijn van een intrinsieke heterogeniteit in de klassificatie van CVS-individuen of zou verband kunnen houden met de aanwezigheid van infekties bij de gerecuteerde individuen bij de verschillende studies. Bijzonderlijk infekties met herpes-virussen of enterovirussen, welke als meer frequent bij CVS-individuen werden beschreven, zijn gekende modulatoren van het immuun-fenotype. We hebben een brede screening van het fenotype en de funktie van B-, NK- en T-cellen bij CVS uitgevoerd. In tegenstelling tot andere studies, was ons belangrijkste inclusie-criterium gefocust op de afwezigheid van aktieve infekties, i.p.v. op de met CVS gerelateerde co-morbiditeiten. Hoewel dit een beperking zou kunnen zijn, aangezien co-morbiditeiten ook de immuun-status kunnen beïnvloeden, dachten we dat deze criteria een meer homogeen immuun-profiel voor CVS zouden kunnen bieden.

Onze gegevens suggereren dat de meeste verschillen tussen CVS en gezonde controles werden geobserveerd bij NK- en T-cellen; terwijl het B-cel compartiment een gelijkaardige samenstelling in beide groepen vertoonde. Belangrijk: deze verschillen konden niet worden verbonden met het gebruik van meerdere medicijnen of co-morbiditeiten, hoewel de grootte van het staal bij onze studie de statische kracht van de analyses beperkte. De afwezigheid van B-cel wijzigingen die bij onze studie werd geobserveerd, contrasteert met de aktieve rol voor B-cellen en auto-immune responsen bij CVS die werden benadrukt door het klinisch gebruik van Rituximab [zie Bansal et al., link hierboven]. De mogelijkheid dat B-cel wijzigingen beperkt blijven tot weefsel B-cellen [niet in het bloed] zou deze klaarblijkelijke contradictie kunnen verklaren. Er moet echter worden opgemerkt dat in tegenstelling tot NK- en T-cel merkers die hier werden beschreven, de parameters van het B-cel fenotype heterogene waarden vertoonden en meer leken te worden beïnvloed door anti-oxidante/analgetische behandelingen. Dit zou een tweede beperking kunnen van onze studie kunnen zijn; zodoende is een meer gedetailleerde analyse van het B-cel fenotype en werking gebruikmakend van grotere groepen vereist om de rol van deze cellen bij CVS volledig te begrijpen.

Er wordt een verschillend scenario gezien bij NK-cellen. Hier vertoonden meerdere merkers consistente veranderingen bij CVS-individuen en illustreren we een gebrekkige NK-cel populatie met hoge CD69- en lage CD25-expressie, een paradoxaal fenotype dat werd beschreven bij acute influenza infektie of vaccinatie, en dat is duidelijk in conflict is met gegevens die lage CD69-expressie in NK- en T-cellen rapporteren bij CVS-individuen. Op te merken valt dat dit werk CD69-expressie heeft gemeten na in vitro stimulatie, terwijl onze gegevens werden verkregen via verse, ongestimuleerde cellen. Hoewel dus klaarblijkelijk tegenstrijdig, zouden beide gegevens verschillende aspekten van of een ontregelde CD69-expressie bij CVS kunnen weerspiegelen. We hebben ook gestegen waarden van NKp46 [CD335; een natuurlijke cytotoxciteit receptor (NCR)] expressie bij CVS-individuen gezien. Interessant is dat de expressie van deze receptor werd gelinkt aan T-cel responsesn in muis-modellen; er kon echter geen duidelijke associatie worden gevonden in onze groep. Het fenotype van NK-cellen wordt gecontroleeerd door genetische, epigenetische en omgeving-factoren, en vat waarschijnlijk de infektueuze geschiedenis van een individu samen als een slecht begrepen vorm van immunologisch geheugen. Specifieke fenotypes bleken geassocieerd met infektueuze agentia, zoals CMV of influenza. Hoewel het verleidelijk is te speculeren omtrent een gemeenschappelijke infektueuze geschiedenis in onze CVS-groep, toonde de analyse van hun serologische status voor sommige virussen (CMV, EBV, parvovirussen) geen duidelijke link tussen vroegere infekties en huidig NK-cel fenotype. Waarschijnlijk zijn bredere studies vereist om deze relevante kwestie te beantwoorden en de associatie tussen NK-cel fenotype en verstoorde lytische aktiviteit te bevestigen […]. De NK-funktie daal met de leeftijd, een fenomeen dat verbonden is met NK-immunosenescentie dat kan worden bewezen via de verhoogde expressie van CD57, aanwezig in terminaal gedifferentieerde NK-cellen. Er bestaat echter geen consensus over de rol van CD57 bij immunosenescentie van NK-cellen, en CVS bleek geassocieerd met lage expressie van CD57; een observatie die ten delen werd bevestigd in onze groep.

De meest onverwachte gegevens in onze groep CVS-individuen houdt verband met het T-cel fenotype en funktie, welke zou kunnen worden gedefinieerd als een veralgemeende verlaagde responsiviteit. Deze gegevens staan in contrast met beschrijvingen van hoge T-cel aktivatie bij CVS maar zijn consistent met ander meldingen die gereduceerde CD8 cytotoxische aktivieit beschrijven. Nogmaals: de aanwezigheid van aktieve virale infekties op het tijdstip van de staalname kan een bron voor heterogeniteit zijn. Anderzijds zou het lekken van bakteriële produkten uit de darm ook T-cel aktivatie kunnen bepalen. Om deze mogelijkheid te onderzoeken, analyseerden we de plasma-concentraties van sCD14 [werkt als co-receptor voor de detektie van bakterieel lipopolysaccharide] bij gezonde en CVS-individuen; deze vertoonden mediane waarden (4.,5 en 4,7 μg/ml, respectivelijk, p = 0.44), wat suggereert dat darm-lekkage geen belangrijke bijdrage levert aan de immuniteit-veranderingen bij onze groep.

Onze gegevens zouden een algemeen gebrek van de T-cel funktie – dat kan worden geobserveerd gebruikmakend van merkers in de CD4- en CD8-subsets – kunnen suggereren. Terwijl CD4 T-cellen lagere Ki67-labeling en ex vivo proliferatie vertonen, vertonen CD8 T-cellen geen proliferatieve verschillen maar lagere CD56-expressie, effector (CCR7-CD45RA-) -cellen, CD38+ cellen en hogere expressie van CD5, een merker voor anergie geassocieerd met aanhoudende antigen-blootstelling. Bovendien lijkt deze algemene toestand van T-cel hypo-responsiteit geen verband te houden met immunosenescentie, aangezien er geen verschillen qua CD57 of geen verhoogde waarden van CD27- [geen drager van de TNF-receptor; CD27 is vereist voor het genereren en onderhouden van T-cel immuniteit] of CD28- [negatief voor CD28; CD28 biedt co-stimulerende signalen die vereist zijn voor T-cel aktivatie] cellen tussen de groepen werden geobserveerd. Een belangrijke factor wat betreft de controle van T-cel responsen is de funktie van Treg cellen, die significant verhoogd zijn in onze groep CVS-individuen; wat gegevens van een andere studie bevestigt [zie eerder: Brenu et al.]. Hoewel geen duidelijke correlatie tussen Treg-frequentie en andere merkers voor het NK-cel of T-cel fenotype werd gezien; zou een aktieve rol voor Treg kunnen worden ondersteund door de gerapporteerde gegevens betreffende belangrijke mediatoren van Treg-werking, zoals TGF-β, dat ook ge-upreguleerd lijkt bij CVS-individuen [zie ‘TGF-beta – vermoeidheid, neuro-protektie’ & ‘TGF-β1 expressie in PBMCs bij CVS].

Het potentieel gebruik van de in deze studie geïdentificeerde immunologische merkers werd onderzocht via cluster-analyses [klassificeren of groeperen in ‘clusters’ of ‘klassen’ op basis van bepaalde kenmerken]. Hoewel de beste resolutie zowel T- als NK-cel merkers vereiste, identificeerden we ook een robuste combinatie van NK-cel merkers die bruibaar kan zijn voor diagnose-stelling. Deze combinatie omvat CD25-, CD69- en NKp46-expressie van CD56+CD16+ cellen en CD56-expressie van CD3+ cellen, wat een flow-cytometrie strateyie met 5 kleuren suggereert. Een bredere groep parameters inclusief FOXP3 en Ki67-expressie van CD4 T-cellen verbeterde echter de specificiteit. Het gebruik van deze mogelijke combinaties als diagnostische instrumenten vereist validering via verdere studies, met grotere groepen én meer verscheiden patiënten.

Tot besluit: de in deze studie onderzochte CVS-individuen vertonen geen verschillen wat betreft het B-cel compartiment, gebrekkige NK-cellen en slecht responsieve T-cellen. De geobserveerde immunologische gebreken leveren geen oorzakelijke link voor de ziekte op maar zouden sommige van de symptomen – in het bijzonder de slechte beheersing van virale infekties die bij deze individuen wordt gerapporteerd – kunnen verklaren. Enkele van deze merkers, samen met andere eerder beschreven zoals NK-funktie of DPPIV, zouden echter bruikbaar kunnen zijn voor de karakterisering van CVS. Er bestaan echter nog belangrijke obstakels om een betrouwbare combinatie van immuniteit-biomerkers voor CVS te bekomen. Ten eerste: de mogelijke verschillende etiologieën of co-morbiditeiten van CVS, en ten tweede: de duidelijke identificatie van de doelwit-populatie (M.E., CVS of beide). Bijkomend: immunologische merkers zouden wel es slechts een deel van het complexe pathogeen spectrum van M.E./CVS kunnen onthullen. Meest waarschijnlijk zullen immuniteit-kenmerken in combinatie met een gedetailleerde analyse van infekties, en beschreven [zie o.m. ‘Neuropeptide-Y: biomerker voor symptoom-ernst bij CVS’ & ‘Immuniteit- en haemorheologische wijzigingen bij CVS] neurologische en metabole aandoeningen, de sleutels kunnen bieden om een volledige set merkers te definiëren die behulpzaam zijn voor onze kennis van de CVS-pathogenese en zijn klinisch management.

————————-

Nog uit het eerder vermelde interview met Dr Blanco:

“De auto-immuniteit link met CVS maakte deel uit van onze initiële hypothese. Dat we geen verschillen qua B-cel subsets vonden, staat in contrast hiermee. We vonden (zoals anderen) een hogere frequentie van regulerende T-cellen (met als één van de voornaamste funkties auto-immune responsen te beheersen) De gegevens suggereren dat auto-immune responsen fatsoenlijk onder controle zijn bij CVS. Deze paradox, die verband zou kunnen houden met andere B-cel funkties moet nog worden opgelost.”

“We waren ook verrast door het ontbreken van verschillen in NK-cel aktiviteit. Die gegevens werden gegenereerd uit een subgroep van patiënten, wat de statistische kracht dus reduceerde. Ik denk dat dit de hoofd-oorzaak is van dit klaarblijkelijk gebrek aan verschil.”

“Zoals eerder vermeld suggereren onze gegevens dat auto-immuniteit geen belangrijke rol speelt bij CVS. Gegevens omtrent Rituximab-behandeling suggereren echter een klinische verbetering. Om deze ogenschijnlijke paradox (want er werden hier geen significante verschillen in B-cel fenotype/funktie gevonden) op te lossen zou een diepgaande analyse van B-cellen vóór en na Rituximab-behandeling zeer behulpzaam zijn. Het zou kunnen dat Rituximab indirect werkt, via het verwijderen van B-cellen die cytokinen aanmaken die bijdragen tot CVS-symptomen. Dit dient echter nog duidelijk te worden aangetoond.”

“Het artikel door Bansal et al. [link hierboven] suggereert abnormaliteiten van B-cellen (“subtiele ontregeling”) bij CVS. Enkele van deze veranderingen lijken te passen bij onze gegevens. We vonden een lichtjes gedaald aantal antilichaam-producerende cellen een laag niveau circulerend IgG bij sommige individuen. Jammer genoeg waren deze wijzigingen niet consistent bij onze patiënten en waren ze niet nuttig bij het identificeren van CVS.”

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: