M.E.(cvs)-wetenschap

februari 17, 2013

Verminderde cardiale vagale modulatie heeft een impact op cognitive prestaties bij CVS

Filed under: Neurologie — mewetenschap @ 3:04 pm
Tags: , , , , ,

Het hartritme en de bloedruk veranderen voortdurend. Ze worden gestuurd door twee onderdelen van het autonoom zenuwstelsel: de (ortho)sympathische en de parasympathische (vagale) component. Een aktivatie van de sympathicus veroorzaakt een versnelling van de hartslag, de vagale tonus veroorzaakt een vertraging van het hartritme. Feedback wordt voorzien via het baroreflex-mechanisme (baroceptor-reflex; mechanisme voor het behouden van de bloeddruk: feedback via gespecialiseerde neuronen waarbij een verhoogde bloeddruk er reflex-matig voor zorgt dat de hartslag daalt, en omgekeerd), dat geaktiveerd wordt via de baroreceptoren gelokaliseerd in de belangrijkste arterieën. Autonome cardiovasculaire controle kan gemakkelijk en op een niet invasieve manier gemeten worden via een elektrocardiogram en bloeddruk-registratie. De slag-per-slag variabiliteit van het hartritme (HRV; hartslag-variabiliteit) en de bloeddruk (BPV) maakt het mogelijk om zowel de sympathische als de vagale invloeden op het hart te meten. Analyse van het frequentie-spectrum toont het onderscheid tussen sympathische en vagale modulatie. Verschillende frequentie-banden komen overeen met de modulatie van de takken van het autonoom zenuwstelsel. Laag-frequente schommelingen (LF: 0,04-0,15 Hz) komen voornamelijk overeen met de sympathische modulatie (maar ook vagale invloeden en de baroreflex zijn vertegenwoordigd in dit frequentie-gebied), terwijl hoog-frequente fluctuaties (HF: 0,16-0,4 Hz) gerelateerd zijn met de vagale of parasympathische modulatie van het hartritme.

Onderstaand onderzoek door Australische researchers heeft voor de eerste keer blootgelegd dat verminderde hartslag-variabiliteit zeer goed cognitieve stoornissen, zoals concentratie-problemen, die door M.E.(cvs)-patiënten worden gemeld, kunnen voorspellen. Dit draagt bij tot het bewijsmateriaal dat een onevenwicht in het autonoom zenuwstelsel in verband brengt met de symptomen van M.E.(cvs).

Op onze pagina ‘Neurocognitie & cerebrale bloeddoorstroming bij CVS+POTS’ maakten we al melding van een studie over CVS-patiënten waarvan de cognitieve prestaties verslechterden met toename van de orthostatische stress. Ook daar vertoonden de patiënten tekenen van verminderde vagale tonus: het parasympathisch zenuwstelsel – onderdeel van het autonoom zenuwstelsel – beïnvloedt de tonische (in rust) hartslag via signalen van de 10° craniale zenuw, de nervus vagus…

Nog andere groepen opperden ook reeds dat de nervus vagus betrokken zou kunnen zijn bij M.E.(cvs). Bijvoorbeeld in ‘Verminderde fysieke aktiviteit & autonome regulering bij CVS’: “Er waren significante omgekeerde verbanden tussen fysieke aktiviteit en de hartslag bij CVS. Verder waren er significante relaties tussen de totale HRV en de aktiviteit bij CVS waarbij een verminderde aktiviteit geassocieerd was met een verminderde HRV. Er bleek ook een relatie tussen de toename van lage frequentie/hoge frequentie (LF, sympathisch / HF, parasympathisch) ratio en lichamelijke aktiviteit, wat suggereert dat verminderde fysieke aktiviteit gepaard ging met een verschuiving naar een overwicht van parasympathische autonome funktie.” Toename in parasympathische aktiviteit (verhoogde vagotonus) wordt veroorzaakt door stimulatie van de nervus vagus (emotie, pijn of langdurig staan). Verhoogde sympathicus-aktiviteit resulteert in een gedaalde HRV & vice versa: verhoogde parasympathicus-aktiviteit verhoogt de HRV. En in ‘Het Cholinergisch Anti-inflammatoir Mechanisme’ gaven we ook al mee dat nervus vagus aktiviteit de afgifte van vermoeidheid-inducerende cytokinen mogelijks kan moduleren.

De patiënten in de studie hieronder reageren te sterk op belastingen (vanuit het lichaam of de omgeving); zelfs tijdens hun slaap staan de neurale systemen die reageren op stress op alarm). Bij 30 M.E.(cvs)-patiënten (Fukuda criteria; majeure depressie uitgesloten) en 40 gezonde individuen, werd de hartslag opgenomen (via ECG), en de responsen van het hart op cognitieve taken alsook verbanden met de uitkomsten van mentale prestatie geanalyseerd. De patiënten voerden de taken even correct uit maar ze deden er significant langer over. Ze hadden een lage en niet-responsieve hartslag-variabiliteit, en het duurde langer tot hun hartslag zich herstelde na een cognitieve belasting.

De hartslag-variabiliteit (een indicator voor de aktiviteit van de nervus vagus) bleek dus de enige betekenisvolle voorspellende factor voor de uitkomst van de cognitieve belasting. Wat men hier vond zou kunnen leiden tot nieuwe manieren om de cognitieve problemen van M.E.(cvs)-patiënten te verbeteren, bv. via het her-trainen van de autonome funktie d.m.v HRV-biofeedback. Louter een biodfeedback-toestelletje (bv. ‘StressEraser’ dat soms wordt aangewend om de slaap-kwaliteit te verbeteren) aanschaffen, lijkt ons echter een al te simpele ‘oplossing’. Degelijke biofeedback-training (vertragen van de ademhaling naar een frequentie waarbij, voor elk individu, de amplitude van HRV wordt gemaximaliseerd) zal moeten worden gegeven/opgevolgd door professionals en enige tijd moeten worden volgehouden; wellicht in combinatie met andere behandelingen..

Er wordt door de auteurs bij momenten verwezen naar cognitieve gedragstherapie maar de uitspraken daaromtrent zijn louter speculatief aangezien hier geen bewijs voor wordt geleverd voor het feit dat dergelijke mechanismen zouden meespelen…

————————-

PLoS ONE 7(11): e49518

Reduced Cardiac Vagal Modulation Impacts on Cognitive Performance in Chronic Fatigue Syndrome

Alison Beaumont (1), Alexander R. Burton (1), Jim Lemon (1), Barbara K. Bennett (2,3), Andrew Lloyd (4), Ute Vollmer-Conna (1)

1 School of Psychiatry, University of New South Wales, Sydney, New South Wales, Australia

2 School of Medical Sciences, University of New South Wales, Sydney, New South Wales, Australia

3 Department of Medical Oncology, Prince of Wales Hospital, Sydney, New South Wales, Australia

4 Inflammation and Infection Research Centre, School of Medical Sciences, University of New South Wales, Sydney, New South Wales, Australia

Samenvatting

Achtergrond Cognitieve problemen en autonome dysfunktie werden afzonderlijk gerapporteerd bij patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS). Er werd een rol voor hartslag-variabiliteit (HRV) bij cognitieve flexibiliteit aangetoond bij gezonde individuen maar deze relatie werd nog niet onderzocht bij CVS. De doelstelling van deze studie was de relatie tussen HRV en cognitieve prestaties te onderzoeken bij patiënten met CVS.

Methodes De deelnemers waren 30 patiënten met CVS en 40 gezonde controles; de groepen waren gematcht voor leeftijd, geslacht, opleiding, body-mass-index en uren matige inspanning/week. Er werden vragenlijsten gebruikt om relevante medische en demografische informatie te verkrijgen, en huidige symptomen en funktionele stoornissen vast te stellen. Elektrocardiogrammen, ervaren vermoeidheid/moeite en prestatie-gegevens werden opgenomen tijdens cognitieve taken. De verschillen tussen groepen qua verschillen in autonome reaktiviteit en associaties met cognitieve prestaties werden geanalyseerd.

Resultaten Patiënten met CVS vertoonden geen gebreken qua prestatie-accuraatheid maar waren significant trager dan gezonde controles. CVS werd verder gekenmerkt door lage en niet-responsieve HRV; grotere hartslag (HR) reaktiviteit en langer HR-herstel na cognitieve belasting. Vermoeidheid-graad, ervaren moeite en leed tastten de cognitieve prestaties niet aan. HRV was consistent geassocieerd met prestatie-indicatoren en voorspelde op significante wijze de variatie qua cognitieve uitkomsten.

Besluiten Deze bevindingen onthullen voor de het eerst verband tussen verminderde cardiale vagale tonus en cognitieve stoornissen bij CVS en bevestigen eerdere rapporten van gedaalde vagale aktiviteit.

Inleiding

[…]

Er is een steeds groter worden bewustzijn over het feit dat een onevenwicht van het autonoom zenuwstelsel (ANS) een kritieke impact kan hebben op de ernst en uitkomst van een groot aantal ziekten. Het ANS is zo geëvolueerd dat het sympathische dominantie [overwicht van het sympathisch zenuwstelsel] bevordert om adaptieve ‘vecht/vlucht’ overleving-responsen mogelijk te maken in tijden van gevaar. Op zo’n momenten wordt de pre-frontale cortex hypo-aktief, waardoor de vagale (parasympathische) outflow vermindert en dynamische sympathisch-gedreven responsen op de bedreiging vergemakkelijken. Chronische stress kan langdurige hypo-aktiviteit in de pre-frontale cortex [deel van de hersen-schors achter het voorhoofd] veroorzaken, wat leidt tot dominantie van sympatho-excitatorische circuits en verlies van vagale controle. Dit verwekt een hyper-vigilante, defensieve fysiologische toestand waar dynamische flexibiliteit ontbreekt die wordt gelinkt met verhoogde morbiditeit en mortaliteit door een brede waaier aan ziekten/aandoeningen. Aangezien het hart één van de vele organen is die bezenuwd wordt door beide takken van het ANS, bieden een aantal cardiale parameters zoals hartslag (HR), HR-variabiliteit (HRV) en tijd-tot-herstel van HR tot rust na blootstelling aan een stressor, waardevolle indicatoren voor centraal-gemedieerde [door de hersenen gestuurde] vagale inhibitie van sympatho-excitatorische circuits [mechanismen dien de sympathicus prikkelen].

De juiste aard en mate van betrokkenheid van het ANS bij CVS werd nog niet bepaald maar steeds meer bewijsmateriaal suggereert chronische sympathische hyper-excitatie (verhoogde HR in rust en verminderde HRV) bij patiënten met CVS, die zelfs tijdens de slaap aanhoudt [o.a. Boneva RS, Decker MJ, Maloney EM, Lin J, Jones JF et al. Higher heart-rate and reduced heart-rate-variability persist during sleep in Chronic Fatigue Syndrome: A population-based study. Auton Neurosci (2007) 137: 94-101]. Hoewel dit niet werd onderzocht bij CVS, hebben meerdere studies significante associaties aangetoond tussen gedaalde cardiale [van het hart] vagale aktiviteit en cognitieve prestaties; op basis van indicatoren zoals reaktie-tijden en mentale flexibiliteit; wat suggereert dat vagaal-gemedieerde HRV verband houdt met efficiënte regulering van de aandacht en respons-flexibiliteit. Gebruikmakend van een aantal gestandardiseerde cognitieve taken, was het de bedoeling van deze studie om de relatie tussen symptomen, cardiale vagale tonus en cognitieve prestaties uitgevoerd op eigen tempo bij CVS te onderzoeken.

[…]

Bespreking

Deze studie vond een significante reductie qua cognitieve prestatie-snelheid bij patiënten met CVS vergeleken met gezonde controles. De verminderde cognitieve prestaties die worden vastgesteld bij CVS waren niet geassocieerd met somatische symptomen, psychologisch ongemak, funktionele stoornissen en subjectieve beoordeling van energie, vermoeidheid of moeite. Ze correleerden echter wel significant met baseline-waarden van HRV. De resultaten brengen ook een aantal nieuwe inzichten aan het licht betreffende autonome aktivatie in rust en tijdens uitdagende taken bij patiënten met CVS, en leveren de eerste resultaten die gereduceerde vagale aktiviteit bij cognitieve stoornissen bij deze aandoening impliceren. Nog breder: onze bevindingen dragen bij tot de groeiende hoeveelheid bewijsmateriaal die autonome dysfunktie linkt met de symptomatologie van deze slecht begrepen aandoening.

Cognitieve Prestaties en Vagale Modulatie

Hoewel rapporten over de mate van neuropsychologische dysfunktie bij CVS aanzienlijk varëren, komt onze bevinding over tragere respons-snelheid overéén met de meest consistente uitkomsten in de literatuur en suggereert ze een veralgemeende bemoeilijking om zicht te concentreren de aandacht te focussen. De verschillen tussen de groepen qua correctheid waren niet substantieel. Dit weerspiegelt waarschijnlijk een snelheid/accuraatheid compromis, wat courant is bij op eigen tempo uitgevoerde taken, aangezien patiënten geen fouten willen maken. Zodoende: hoewel patiënten met CVS in staat bleken te presteren op een vergelijkbaar niveau qua correctheid als gezonde deelnemers, werd dit niet bereikt ten koste van de respons-snelheid. De subjectieve beoordeling van grotere moeite vereist om deze taken uit te voeren, bevestigde ook dat accuraatheid ten koste van de patiënten ging.

Een aantal studies rapporteerden verbanden tussen wijzigingen van de integriteit van de witte hersenstof en snelheid van informatie-verwerking. Hoewel gedegen bewijsmateriaal ter ondersteuning van abnormaliteiten in de strukturele integriteit van de witte stof bij CVS ontbreekt, zou kunnen worden geargumenteerd dat de tragere respons-snelheid die bij onze patiënten werd geobserveerd, een verlies aan capaciteit van de witte stof om efficiënte transmissie van neurale signalen te ondersteunen zou kunnen weerspiegelen. Als een verlies van integriteit van de witte hersenstof verantwoordelijk zou zijn voor onze bevindingen, zou men echter een consistente reductie qua respons-snelheid voor een bepaalde test zien. Onze gegevens onthullen echter significante variabiliteit qua respons-snelheid binnen elke test. Dit is consistent met onze eerdere bevindingen van significante fluctuatie wat betreft volgehouden aandacht en concentratie bij CVS en wijzen op een aanhoudende strijd om de aandacht gefocust te houden bij een gegeven taak. Stoornissen betreffende het volhouden van aandacht en concentratie, alsook subtiele gebreken bij de uitvoerende funktie bieden een plausibele verklaring van onze resultaten en passen ook bij gerapporteerde moeite om de taken te beëindigen.

Onze gegevens bieden geen ondersteuning voor een relatie tussen globale vermoeidheid-waarden en cognitieve stoornis. Dit is consistent met veel studies waarbij subjectieve bepalingen voor mentale vermoeidheid en cognitieve klachten, hun objectieve prestatie bij cognitieve testen niet weerspiegelen; hoewel er enkele uitzonderingen zijn. Zoals verwacht rapporteerden patiënten met CVS hogere waarden wat betreft mentale en lichamelijke vermoeidheid, en lagere fysieke en mentale energie vergeleken met gezonde controles, zowel bij baseline als beoordeling na de testen. Toch bleken de waarden voor energie en vermoeidheid-graad niet verschillend te veranderen in respons op de prestaties, en ook voorspelden ze de uitkomsten niet. Onze bevindingen ondersteunden ook geen rol voor psychologische nood (symptomen van depressie en angst) bij cognitieve dysfunktie bij CVS; wat consistent is met meerdere rapporten in de literatuur.

Onze gegevens onthullen een zeer significant verband tussen baseline HRV en prestatie-uitkomsten – inclusief respons-snelheid en objectieve prestatie-indicatoren bij alle testen. Deze nieuwe bevinding draagt bij tot het vele bewijsmateriaal dat gedaalde HRV linkt met de symptomatologie bij CVS. Deze bevinding is ook consistent met rapporten die deze associatie bij gezonde populaties en senioren aantonen. De multipele regressie analyse die hier werd gebruikt, identificeerde baseline HRV als de enige significante voorspeller voor cognitieve prestatie. Aangezien ziekte-status geen onafhankelijke predictor was, suggereert dit een bredere rol voor lage HRV bij mentale flexibiliteit het algemeen.

Dynamische HR Responsiviteit Gewijzigd in Respons op Cognitieve Uitdagingen bij CVS

De substantieel hogere hartslag van CVS-patiënten die werd gezien in rust en doorheen de cognitieve testen, wijst er op dat CVS geassocieerd is met een overheersende toestand van sympathische hyper-excitatie met daarbij respons-inflexibiliteit. Meer specifiek: de verschillen tussen de groepen betreffende HR-responsiviteit ondersteunde niet alleen de notie van sympathische hyper-aktiviteit maar ook een verlies aan sensitiviteit voor de moeilijkheid van een taak bij patiënten met CVS.

Analyse van de HRV-gegevens bevestigde bewijs voor een globale reductie qua cardiale vagale aktiviteit bij patiënten met CVS. Bij het intreden van de cognitieve stressor vertoonden controles een meer onmiddellijke aanpassing van de HRV, die dan stabiel bleef voor de rest van de test-sessie. In tegenstelling daarmee was de HRV-respons op de stressor bij patiënten met CVS sloom, met daaropvolgend een continue, graduele afname van de HRV doorheen de sessie. Hoewel verminderde vagale aktiviteit tijdens cognitieve belasting werd beschreven bij gezonde individuen, is dit de eerste studie die een differentiële vagale respons bij CVS vergeleken met gezonde controles aangeeft in respons op een reeks cognitieve uitdagingen. De verschillen qua HR en HRV zijn waarschijnlijk niet het resultaat van uitéénlopende respiratoire invloeden op het ANS, als we kijken naar (de belangrijkste invloed op HRV =>) ‘sinus respiratory arrhythmia’ [‘RSA’; de hartslag varieert synchroon met ademhaling: het interval op een ECG verkort tijdens in-ademing en verlengt tijdens uit-ademing], aangezien er geen verschillen tussen groepen waren wat betreft gemiddelde ademhaling.

Het duurde voor patiënten met CVS ook significant langer om terug te keren naar de baseline HR. De belangrijke rol van de nervus vagus bij het controleren van kleine cardiale aanpassingen in respons op mentale en lichamelijke stressoren, werd duidelijk beschreven in de literatuur: vermindering van vagale input (d.i. daling van HRV) resulteert in een toename van de HR tijdens stresserende taken en bij het beëindigen van de taak keert de vagale input naar het hart terug en herstelt de HR snel naar rust-waarden. We speculeren dat, terwijl de dynamische vagale respons bij controle-deelnemers hen toelaat snel de rust-HR te herwinnen, de vagale respons die wordt gezien bij CVS-patiënten slomer is en resulteert in vertraagde herstel-tijd. Dit is het eerste gerapporteerde bewijs voor een verschil qua tijd-tot-herstel naar rust-HR na blootstelling aan een mentale stressor bij CVS. Deze nieuwe bevinding ondersteunt onze resultaten over HRV een geeft aan dat CVS verband houdt met een significant verlies van vagale modulatie die bijzonder klaarblijkelijk wordt bij het omgaan met uitdagende taken.

Modellen voor Neuroviscerale Integratie en CVS

De resultaten hier zijn consistent met de notie dat CVS een ‘systeem onder stress’ vertegenwoordigt. Meerdere modellen van neuroviscerale integratie [neurale strukturen betrokken bij cognitieve, affectieve en autonome regulering blijken gerelateerd met HRV en cognitieve prestatie; het NIM (neurovisceraal integratie-model) stelt het autonoom zenuwstelsel -met nadruk op het parasympathisch zenuwstelsel- voor als het gemeenschappelijk pad dat psychologie met fysiologie linkt] met specifieke referentie naar zelf-regulering, gezondheid en veerkracht werden duidelijk uit verscheidene research-contexten. Sommige van deze modellen nemen een ‘top-down’ perspektief aan dat de invloed van aktiviteit in hogere hersenschors-strukturen in respons op uitdagingen op ‘downstream’ stress-responsieve neurale en fysiologische (inclusief autonome) systemen benadrukt. De pre-frontale cortex (PFC) werd lang een sleutelrol toegekend bij het integreren van informatie uit interne en externe bronnen, waarbij betekenis voor het individu wordt gesynthetiseerd en gepaste emotionele en gedrag-responsen worden geïnitieerd. De PFC bleek belangrijke inhiberende controle over limbische [hersen-strukturen betrokken bij emotie, motivatie, genot, geheugen, informatie-verwerking, stress,…] en fysiologische stress-respons-systemen uit te oefenen. PFC-aktiviteit kan worden gecompromitteerd door ernstige en/of aanhoudende stress en trauma, of door een ontmoeting met krachtige oncontroleerbaare stressoren. Verlies van inhiberende controle door de PFC bleek verbonden met autonoom onevenwicht, gekenmerkt door parasympathisch (vagaal) verlies, wat kan worden aangetoond via HRV-parameters, overdreven emotionele responsiviteit en gebreken qua cognitieve funktie, bijzonderlijk aandacht, werk-geheugen en mentale flexibiliteit.

Andere neuroviscerale integratie-modellen hebben gefocust op het vaststellen van het bestaan van afferente (‘bottom-up’) mechanismen die signalen overbrengen van nagenoeg alle fysiologische systemen en micro-omgevingen (inclusief inflammatoire, metabole, hormonale), eerst naar autonome en homeostatische centra, en daarna naar hogere limbische en corticale gebieden (inclusief de anterieure cingulate cortex [ACC; zenuw-bundel/-gordel in de hersen-schors; o.a. betrokken bij acute pijn-ervaring, inleven in de pijn bij anderen, chronische pijn, anticipatie op pijn,…], de insula [deel van de hersenen waar zintuiglijke prikkels worden samengebundeld] en PFC). Deze dynamische stroom aan informatie begiftigd het brein met een bewustzijn van de fysiologische toestand van het ganse lichaam, genaamd ‘interoceptie’. Er wordt gepostuleerd dat in respons op waargenomen homeostatische onevenwichten, de hersenen emoties, gemotiveerde gedragingen en dalende autonome responsen aanpassen om lichaam-integriteit te behouden.

Door het combineren van elementen van deze modellen, kan een speculatieve conceptualisering van autonoom onevenwicht en zijn relatie met kern-symptomen van CVS worden geconstrueerd. Hoewel de etiologie [leer der ziekte-oorzaken] van CVS onbekend is, is het goed gedocumenteerd dat een ernstige virale infektie de aandoening bij sommige individuen kan triggeren. We beschouwen daarom ‘ernstige infektie’ als een mogelijke pathofysiologische trigger. Bestaande kwetsbaarheden zoals genetische opbouw, verworven/ontwikkelde sensitisatie in stress-respons-systemen; psychosociale stressoren kunnen waarschijnlijk interageren met zo’n trigger om de ernst van de acute stressor (bv. de acute ziekte) en zodoende de reductie van inhiberende controle door de PFC te potentieren. Kwetsbare individuen zouden ook een ernstige ziekte kunnen waarnemen als een oncontroleerbare stressor, die PFC-aktiviteit verder zou reduceren. Verlies van inhiberende controle over stress-responsieve neurale strukturen bleek te resulteren in een verstoring van de autonome output, gekenmerkt door verminderde vagale tonus (weerspiegeld via lage HRV) en verhoogde stress-reaktiviteit. Stoornissen in fysiologische systemen die verband houden met de initiële ziekte en/of het resulterend onevenwicht in autonome signalisering, worden doorgegeven aan het brein via interoceptieve mechanismen [interoceptieve signalen stellen het centrale zenuwstelsel op de hoogte van de toestand van het organisme] die zodoende feedback verschaffen, die dan verder het verlies van inhiberende controle door de PFC zou kunnen bestendigen, resulterend in een energie-vretende toestand van fysiologische hyper-vigilantie en stress-reaktiviteit (d.w.z. een. systeem onder stress). Gedragmatig interfereert een dergelijke toestand met optimale zelf-regulering door een verschuiving naar onflexibele, overheersende en, op de lange duur, maladaptieve respons-patronen op belastingen. Hoewel dit geen onderdeel is van de bevindingen hier, hebben we eerder verhoogde interoceptieve gevoeligheid aangetoond bij CVS-patiënten [“post-infective fatigue syndrome”] en herhaaldelijk lage HRV geïdentificeerd als een belangrijke biologische factor voor slechte slaap-kwaliteit bij deze groep patiënten [Burton AR, Rahman K, Kadota Y, Lloyd A, Vollmer-Conna U. Reduced heart rate variability predicts poor sleep quality in a case-control study of Chronic Fatigue Syndrome. Exp Brain Res (2010) 204: 71-78].

Bekeken binnen dit kader kan CVS worden geconceptualiseerd als een variant van post-traumatische stress aandoening (PTSD), waarbij de initiële trigger een ernstige interne stressor i.p.v. een psychosociaal trauma is [Dit is dus speculatie en daar gaat deze studie overigens niét over…]. Naar analogie met PTSD, zou een klinische benadering van CVS moeten gericht zijn op het herconstrueren van de integriteit van de neurale circuits die betrokken zijn bij het autonoom evenwicht en verwante verstoringen in gedragmatige zelf-regulering. Dit kan worden bereikt via verscheidene methodes gericht op het verhogen van HRV en zodoende de vagale tonus [Ebben MR, Kurbatov V, Pollak CP. Moderating Laboratory Adaptation with the Use of a heart-rate-variability biofeedback device. Appl Psychophysiol Biofeedback (2009) 34: 245-249 /// Del Pozo JM, Gevirtz RN, Scher B, Guarneri E. Biofeedback treatment increases heart-rate-variability in patients with known coronary artery disease. Am Heart Journal (2004) 147: 1-6]. Anderzijds zou transcraniale gelijkstroom stimulatie [stimuleren van de cerebrale cortex (hersenschors); zie ook ‘Centrale sensitisatie & pijn-behandeling] […] potentieel van waarde kunnen zijn als een techniek voor het verhogen van PFC-aktiviteit en het verbeteren van cognitieve moeilijkheden.

Beperkingen en Richtingen voor de Toekomst

De CVS-patienten in deze studie werden gerecruteerd via een behandel-kliniek […]. Het is mogelijk dat deze patiënten beter funktioneren dan andere niet-behandelde. Onze studie vond een significant verband tussen cardiale vagale aktiviteit en verminderde cognitieve prestaties bij CVS. Besluiten over de relatie oorzaak/gevolg tussen deze 2 variabelen, alsook over de kriteke rol voor inaktiviteit van de PFC in de pathophysiologie van CVS liggen buiten de focus van deze studie en vereisen longitudinale studie-ontwerpen met neurale beeldvorming en/of elektro-encefalogram (EEG) studies. De resultaten hier werden beïnvloed door het formaat van onze cognitieve testen [‘self-pacing’; test-persoon bepaalt zelf het tempo]. Hoewel ‘self-paced’ testen accuratere prestatie-metingen opleveren, weegt dit niet op tegen een verminderde bruikbaarheid als stressor aangezien de individuen vertragen om juister (i.p.v. sneller) te kunnen scoren. Daarom waren verschillen qua cardiale responsiviteit tussen de groepen niet zo uitgesproken als in een eerdere studie door onze groep die gebruikmaakte van een vast interval (1,5 sec) waarbij de opéénvolgende testen werden aangeboden. Om optimaal verschillen qua cardiale responsen op cognitieve belasting bij CVS te kunnen bepalen, moeten toekomstige studies testen ontwikkelen die hun impact als stressor optimaliseren terwijl ze het verzamelen van accurate prestatie-gegevens nog toelaten.

Er zou kunnen worden gepostuleerd dat een specifieke toename qua sympathische aandrijving verantwoordelijk is voor de verhoogde HR tijdens blootstelling aan de stressor, aangezien patiënten met CVS een significante toename qua HR in afwezigheid van een dynamische reductie qua HRV vertoonden. Omgekeerd: de bevindingen bij de gezonde deelnemers in onze studie zijn consistent met rapporten (bij gezonde individuen) van een afname van vagale input (d.w.z.. vermindering van HRV) en een samenvallende stijging van de HR tijdens stressvolle taken [inspanning op een fiets]. Aangezien onze studie hier geen gebruik maakte van directe bepaling van de cardiale sympathische drijfveer, blijven uitspraken over verhoogde cardiale sympathische aktiviteit tijdens blootstelling aan stressoren bij CVS echter speculatief.

Besluit

De bevindingen van deze studie onthullen voor de eerste keer een significant verband tussen gedaalde cardiale vagale tonus en cognitieve stoornissen bij CVS. Tesamen met onze eerdere melding die verminderde HRV linkt met de kardinale symptomen van niet-verfrissende slaap en slaap-problemen bij CVS, biedt dit verdere ondersteuning voor de rol van autonome stoornissen in de symptomatologie van CVS. Een beter begrip van de specifieke rol van veranderingen qua autonome funktie in de ontwikkeling en het aanhouden van symptomen bij CVS vergt verdere beoordeling longitudinale studies.

Advertenties

februari 3, 2013

Cerebrale vasculaire controle geassocieerd met spier-pH bij CVS

Filed under: Fysiologie — mewetenschap @ 8:12 am
Tags: , , , , , , ,

Onderstaande studie, door de groep van Prof. Julia Newton, bouwt verder op eerder werk dat hier al werd gerapporteerd (zie Verstoorde cardiovasculaire respons op staan bij CVS’, ‘Neurocognitie & cerebrale bloeddoorstroming bij CVS+POTS’, ‘CVS & verstoorde perifere puls karakteristieken bij orthostase’, ‘Abnormale zuur-verwerking in spieren bij CVS’, ‘Geen herstel van acidose na herhaalde inspanning bij CVS’, ‘Verminderde fysieke aktiviteit & autonome regulering bij CVS’, enz.). Ze biedt nieuwe aanwijzingen naar biologische oorzaken voor de lichamelijke en mentale problemen die mensen met M.E.(cvs) ervaren. Er werd bewijs gevonden voor het feit date en verminderde bloedstroom naar de hersenen (gelinkt met slechtere cognitieve prestaties) verband houdt met abnormaliteiten in de (skelet-)spieren (m.n. regulering van de zuurtegraad) in rust en na inspanning: een hogere spier-pH (minder zuur) correleerde met een slechtere cerebrale bloeddoorstroming.

Veel mensen met M.E.(cvs) ondervinden dat hun problemen worden uitgelokt als ze zich inspannen. Inspanning-testen bleken al nuttig bij het blootleggen van abnormaliteiten bij M.E.(cvs), bv. bij Lights’ gen-expressie studies (zie ‘Expressie van metaboliet-detekterende, adrenerge & immune genen na inspanning (CVS, FM, MS)’). Professor Newton’s groep gebruikte dezelfde benadering: patiënten spanden herhaaldelijk een kuit-spier op, waarbij de spier-pH werd gemeten. Deze herstelde niet volledig…

————————-

NeuroImage: Clinical (2013) [pre-print]

Cerebral vascular control is associated with skeletal muscle pH in Chronic Fatigue Syndrome patients both at rest and during dynamic stimulation

Jiabao He (a), Kieren G. Hollingsworth (a), Julia L. Newton (b), Andrew M. Blamire (a)

a Institute of Cellular Medicine & Newcastle Magnetic Resonance Centre, Newcastle University, Newcastle upon Tyne, United Kingdom

b Institute for Ageing and Health, Newcastle University, Newcastle upon Tyne, United Kingdom

Samenvatting

De cerebrale ‘blood-flow’ [CBF; doorbloeding van de hersenen] wordt ondanks veranderende systemische bloeddruk gehandhaafd door cerebrale vasculaire controle; dergelijke strakke regulering zou onder controle staan van lokaal weefsel. Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) gaat gepaard met een brede waaier aan symptomen, inclusief orthostatische intolerantie, abnormaliteiten van de zuurtegraad van skelet-spieren en cognitieve stoornissen. Het is geweten dat CVS-patiënten een verminderde CBF hebben en orthostatische intolerantie gaat gepaard met abnormale vasculaire regulering, terwijl skelet-spier pH [zuurtegraad] -abnormaliteiten gepaard gaan met autonome dysfunktie. Deze bevindingen wijzen in de richting van autonome dysfunktie als het centraal kenmerk van CVS, en op het feit dat cerebrale vasculaire controle wordt beïnvloed door factoren buiten de hersenen, een macroscopische kracht die de stabiliteit van regionale regulering aantast. We onderzochten daarom of er een fysiologisch verband was tussen cerebrale vasculaire controle en de handhaving van skelet-spier pH bij CVS.

17 opéénvolgende CVS-patiënten (Fukuda criteria) werden gerecruteerd via een lokale klinische dienst voor CVS. In een statisch scenario werden CBF en pH van de skelet-spieren in rust gemeten via MRI [‘Magnetic Resonance Imaging’] en 31P magnetische resonantie spectroscopie (31P-MRS).

Om de dynamische controle te onderzoeken, werd een funktionele MRI van de hersenen uitgevoerd gelijktijdig met het Valsalva-manoeuvre [VM; poging tot uit-ademen met gesloten mond en neus (neus met duim en wijsvinger dichtknijpen en met gesloten mond blazen); in de geneeskunde bedoeld als test voor de hart-funktie en autonome controle van het hart. Het VM triggert een reeks veranderingen qua bloeddruk en hartslag om het lichaam in staat te stellen het evenwicht weer in te stellen. In de tweede van de 4 fasen daalt de bloeddruk aanvankelijk maar dan vernauwen de bloedvaten zodat de druk weer stijgt.], een standaard voor autonome funktie, terwijl 31P-MRS werd uitgevoerd tijdens een ‘plantaire flexie’ [strekken van de voet] inspanning.

Er werd een significante omgekeerde correlatie vastgesteld tussen CBF en skelet-spier pH in rust (p < 0.01). Verlengde cerebrale vasculaire constrictie tijdens de sympathische fase [Het Valsalva-manoeuvre verandert de hartslag via stimulatie van het sympathisch zenuwstelsel.] van het VM [De laatste fase van de respons (door de bloedvaten in de hersenen) op het Valsalva Manoeuvre was vertraagd.] was geassocieerd met een hogere pH in skelet-spieren na plantaire flexie (p < 0.008).

Besluit: cerebrale vasculaire controle houdt nauw verband met skelet-spier pH zowel in rust als na dynamische stimulatie, bij CVS.

1. Inleiding

De bloeddoorstroming in de hersenen (CBF) wordt op een constant niveau gehouden over een breed bereik qua bloeddruk. Hoewel het cerebraal vasculair controle-mechanisme lokaal werkt bij gezonde individuen, wordt het aangetast door aandoeningen zoals hypertensie en Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) [Sutcliffe K, Gray J, Tan MP, Pairman J, Wilton K, Parry SW, Newton JL. Home orthostatic training in Chronic Fatigue Syndrome – a randomized, placebo-controlled feasibility study. European Journal of Clinical Investigation (2010) 40: 18-24].

Hoewel CVS wordt geklassificeerd als een ziekte van het zenuwstelsel, is de oorzaak onbekend, en een aantal factoren bleken verwant met de ziekte-progressie. Bijna 90% van de CVS-patiënten beschrijven orthostatische symptomen [Newton JL, Okonkwo O, Sutcliffe K, Seth A, Shin J, Jones DE. Symptoms of autonomic dysfunction in Chronic Fatigue Syndrome. Q J Med (2007) 100: 519-26] en autonome dysfunktie is een veel-voorkomende bevinding. CVS-patiënten hebben gereduceerde CBF [Biswal B, Kunwar P, Natelson BH. Cerebral blood-flow is reduced in Chronic Fatigue Syndrome as assessed by arterial spin labeling. Journal of Neurological Sciences (2011) 301: 9-11] en orthostatische intolerantie is geassocieerd met langdurige cerebrale vasculaire constrictie na autonome belasting. In onze eigen studies hebben we effekten in perifeer weefsel, inclusief een gecompromitteerde skelet-spier respons op inspanning aangetoond, waarbij CVS-patiënten hogere zuur-concentraties genereren in hun spieren in vergelijking met gematchte sedentaire controles [Hollingsworth KG, Jones DE, Taylor R, Blamire AM, Newton JL. Impaired cardiovascular response to standing in Chronic Fatigue Syndrome. European Journal of Clinical Investigation (2010) 40: 608-615 /// Jones DE, Hollingsworth KG, Taylor R, Blamire AM, Newton JL. Abnormalities in pH-handling by peripheral muscle and potential regulation by the autonomic nervous system in Chronic Fatigue Syndrome. Journal of Internal Medicine (2010) 267: 394-401]. We hebben ook reeds bevestigd dat de CVS-patiënten met de skelet-spier abnormaliteit significant meer kans hebben op verstoorde cardiale energetica [Hollingsworth KG, Hodgson T, Macgowan GA, Blamire AM, Newton JL. Impaired cardiac function in Chronic Fatigue Syndrome measured using magnetic resonance cardiac tagging. Journal of Internal Medicine (2012) 271: 264-70] en dat de verstoring van de pH-regulering van skelet-spieren correleert met de autonome dysfunktie. Gecombineerd suggereren deze gegevens dat autonome dysfunktie een centraal kenmerk is van CVS, aantoonbaar door meting van de pH-regulering in skelet-spieren.

Gezien de lokale aard, hypothiseren we dat cerebrale vasculaire controle bij CVS wordt aangetast door autonome dysfunktie, en dat dit verband zich manifesteert in een correlatie tussen de pH-handhaving in skelet-spieren en cerebrale vasculaire controle.

Om onze hypothese te testen in rust-toestand, voerden we ‘arterial spin labelling’ (ASL) magnetische resonantie beeldvorming (MRI) [een niet-invasieve techniek om cerebrale perfusie in beeld te brengen; gebaseerd op de verschillende magnetisering van zuurstof-rijk en -arm bloed] uit om de CBF in de hersenen te meten en gebruikten we 31P magnetische resonantie spectroscopie (MRS) om te peilen naar de pH van skelet-spieren.

Het Valsalva manoeuvre (VM) wordt veel gebruikt om gebreken qua autonome en cardiale funktie te identificeren, aangezien het gefaseerde veranderingen in de BP induceert. In het bijzonder wordt de sympathische funktie gekenmerkt door een snelle stijging van de BP op het einde van het VM. De vasculaire dilatatie geassocieerd met sympathische funktie kan gedetekteerd worden via funktionele MRI (fMRI), die op maat ontworpen is om kortstondige wijzigingen qua bloed-volume te weerspiegelen. Inspanning (plantaire flexie) toonde een skelet-spier pH-controle abnormaliteit aan bij CVS-patiënten. Het herstel van de zuurstegraad in skelet-spieren na inspanning wordt geholpen door gemoduleerde bloeddoorstroming – via wijzigingen van de diameter van de bloedvaten – een factor die wordt beïnvloed door de autonome funktie.

Om het verband te onderzoeken tussen cerebrale vasculaire controle en zuurtegraad-handhaving in skelet-spieren in respons op dynamische stimulatie, onderzochten we het verband tussen cerebrale vasculaire parameters tijdens het VM via fMRI, en skelet-spier pH tijdesn plantaire flexie inspanning via 31P MRS.

2. Methodes

[…]

3. Resultaten

[…]

Cerebrale bloeddoorstroming (CBF) in rust bij de CVS-patiënten was significant omgekeerd gecorreleerd met de pH van skelet-spieren in rust gemeten tijdens de baseline periode (p < 0.01), wat er op wijst dat meer zuur in de skelet-spieren bij rust geassocieerd was met verhoogde CBF.

Wanneer we de responsen onderzochten tijdens het VM, was er ook een significante correlatie (p < 0.008) tussen de vasculaire dilatatie [verwijding van de bloedvaten] sympathische piek tijd (corresponderend met de tijd van maximale vasculaire dilatatie na VM) en de pH na herstel, gemeten na een vaste herstel-periode aan het einde van plantaire flexie inspanning [Inspanning-protocol: 180 s baseline gevolgd door twee 570 s inspanning-cycli met daartussen 120 s rust. Elke inspanning-cyclus omvatte 180 s plantaire flexie en een 390 s durende herstel-periode.]; deze positieve correlatie wijst er op dat een vertraagde vasculaire dilatatie piek geassocieerd is met een hogere (meer alkalische) herstelde pH. Er was geen significante correlatie tussen de grootte van de sympathische piek en pH na herstel, wat er op wijst dat de vasculaire dilatatie in de sympathische fase van het VM geen significant verband heeft met herstelde skelet-spier pH.

4. Bespreking

Deze studie vond dat vasculaire controle in de hersenen en pH regulering in skelet-spieren sterk verband houden, zowel bij rust als in respons op dynamische stimulatie, bij CVS-patiënten, wat aangeeft dat cerebrale vasculaire controle beïnvloed wordt door autonome dysfunktie

CVS-patiënten bleken gereduceerde CBF te hebben [ref. zie inleiding] en hogere skelet-spier pH in rust [Jones et al. 2010; ref. zie hieronder]. In deze studie hebben we een significante correlatie aangetoond tussen deze parameters, gemeten bij hetzelfde individu.

Aangezien de vasculaire constrictie en dilatatie kenmerkend geassocieerd zijn met elke fase van de fysiologische responsen op VM, laat het vasculaire dilatatie-tijd-verloop, gemeten in de hersenen d.m.v. fMRI, de identificatie van de 4 fasen toe. De karakteristieke piek van de vasculaire dilatatie ligt aan het einde van fase IV, waar vasculaire dilatatie en sympathische controle hun maximum bereiken. We hebben aangetoond dat CVS-patiënten hogere pH na herstel van de skelet-spieren (meer alkalisch) hebben [Jones et al. 2011; ref. zie hieronder]; en er werd [door anderen] aangetoond dat orthostatische intolerantie geassocieerd is met langdurige vasculaire constrictie na autonome belasting. Er werd een significante correlatie gevonden tussen de pH na herstel en de voor de vasculaire dilatatie kenmerkende piek-tijd.

Hoewel CVS conventioneel wordt beschouwd als een ziekte met primaire pathologie van het centraal zenuwstelsel en secundair perifere gevolgen, wijzen resultaten naar mogelijke alternatieve ziekte-mechanismen. Het is mogelijk dat CVS wordt gedreven door een primaire perifere abnormaliteit die geassocieerd is met secundaire centrale gevolgen, waarbij een gecompromitteerde funktie van het cellulair membraan van skelet-spieren ten grondslag ligt van de geobserveerde abnormaliteiten. De pH van het bloed blijft over het algemeen behouden binnen een nauw bereik via een samenstelling van de bloed-gassen. Slechts een zeer beperkt aantal klinische aandoeningen manifesteert zich via veranderde bloed-pH. Er werd aangetoond dat CVS-patiënten dikwijls hyperventileren, wat wijst op een hogere bijdrage van zuur aan de zuurtegraad van het bloed, aangezien de bloed-pH de ademhaling-aktiviteit moduleert. Hyperventilatie verhoogt echter ook de concentratie van zuurstof in het bloed, wat resulteert in een vasoconstrictief effekt, wat op z’n beurt de CBF in rust vermindert en die de cerebrale vasculaire constrictie na autonome belasting kan verlengen. 31P MRS meet de intracellulaire pH: CVS-patiënten vertonen een hogere pH (meer alkalisch) zowel in rust [ref. zie inleiding] als na een vaste herstel-periode [Jones, D.E.J., Hollingsworth KG, Jakovljevic DG, Fattakhova G, Pairman J, Blamire AM, Trenell MI, Newton JL.. Loss of capacity to recover from acidosis on repeat exercise in Chronic Fatigue Syndrome: a case-control study. European Journal of Clinical Investigation (2012) 42: 186-94; zieGeen herstel van acidose na herhaalde inspanning bij CVS]. De pH van skelet-spieren wordt strikt gereguleerd om enzyme-funkties te behouden, terwijl bloed een hogere pH heeft (meer alkalisch). We postuleren dat een gecompromitteerde funktie van het cellulair membraan van skelet-spieren kan leiden tot de equalisatie van de pH van het intracellulair milieu van skelet-spieren en het bloed, waarbij een verhoging qua intracellulaire pH (meer alkalisch) en een daling qua bloed-pH (acidose) kan plaatsvinden; waardoor hyperventilatie wordt getriggerd om de pH-verandering in het bloed te bufferen. Bovendien hebben we ook getoond dat de laagste pH tijdens een cyclus plantaire flexies verminderd is (meer zuur) bij CVS-patiënten, terwijl zijn herstel tot baseline trager verloopt. Dit is in overéénstemming met de suggestie dat een verhoogde zuurstof-concentratie in het bloed (hyperoxie) de vasodilatie compromitteert, wat de zuur-accumulatie verergert en de capaciteit om afval te verwijderen reduceert. Er werd ook aangetoond dat plasma lipiden-peroxidatie verhoogd is bij CVS-patiënten [Brkic S, Tomic S, Maric D, Novakov Mikic A, Turkulov V. Lipid peroxidation is elevated in female patients with Chronic Fatigue Syndrome. Medical Science Monitor (2010) 16: CR628-CR632], wat wijst op een slechte membraan-integriteit. Er werd ook aangetoond dat supplementen met essentiële vetzuren de symptomen bij CVS-patiënten kunnen verlichten [Warren G, McKendrick M, Peet M. The role of essential fatty acids in Chronic Fatigue Syndrome. A case-controlled study of red cell membrane essential fatty acids (EFA) and a placebo-controlled treatment study with high dose of EFA. Acta Neurologica Scandinavica (1999) 99: 112-116], terwijl anti-oxidante supplementen doeltreffend bleken in een dier-model. Bloed-acidose zou echter ook de cellulaire membraan funktie kunnen aantasten, zodat het onderliggend mechanisme bij CVS niet rechtsreeks volledig kan worden opgelost via dit werk; en uitgebreid verder onderzoek met gedetailleerde analyses van de bloed-samenstelling is nodig om het hier betrokken pathofysiologisch model te valideren. Niettemin wijzen onze resultaten in de richting van een ziekte-mechanisme buiten het CZS, met een perifere oorzaak.

Ondanks het huidig gebrek aan consensus wat betreft de onderliggende biologische basis van CVS, is er aanzienlijk bewijsmateriaal – waarbij we geloven dat het wordt ondersteund door de studie hier – om een abnormaliteit van het autonoom zenuwstelsel als verenigende pathologische factor te benadrukken. Studies hebben echter gesuggereerd dat bij individuen met CVS er andere vastgestelde aspekten van deze ziekte zijn, inclusief abnormaliteiten van de HPA-as, centrale sensitisatie [Meeus M, Nijs J. Central sensitization: a bio-psychosocial explanation for chronic widespread pain in patients with fibromyalgia and Chronic Fatigue Syndrome. Clin Rheumatol (2007) 26: 465-73; zie ook ‘Centrale sensitisatie & pijn-behandeling] en cognitieve problemen [Beaumont A, Burton AR, Lemon J, Bennett BK, Lloyd , Vollmer-Conna U. Reduced cardiac vagal modulation impacts on cognitive performance in Chronic Fatigue Syndrome. PLoS One (2012) 7: e49518]. Onze bevindingen van veranderingen qua vasculaire controle kunnen de onderliggende abnormaliteit zijn die deze ogenschijnlijk ongelijksoortige problemen, die worden ervaren door mensen met CVS, verklaart.

Er was geen controle-groep in deze studie. Er is echter een rijkdom aan literatuur die toont dat CVS-patiënten abnormale vasculaire controle vertonen, alsook abnormaal management van skelet-spier pH. Het doel van deze studie was om te onderzoeken of deze twee abnormaliteiten verwant zijn. Aangezien ze goed gekend en gedocumenteerd zijn, beïnvloedt de afwezigheid van een controle-groep de conclusies van deze studie niet. Ondanks het feit dat het aantal patiënten opgenomen in deze niet groot was, is de significantie van de correlaties die in dit werk worden gepresenteerd hoog, wat wijst op de nauwe relatie tussen de onderzochte parameters. CVS is een heterogene aandoening qua pathofysiologie. Onze resultaten leveren initieel bewijs voor een gemeenschappelijkheid qua kenmerken van CVS. Ondanks de heterogeniteit, wordt erkend dat CVS-patiënten dikwijls lijden aan autonome dysfunktie en skelet-spier pH-abnormaliteiten. Onze resultaten tonen dat deze gemeenschappelijke abnormaliteiten bij CVS nauw verbonden zijn in de bestudeerde groep. Er zouden echter grootschalige studies moeten worden opgestart om de effekten van heterogeniteit op de geobserveerde verbanden te onderzoeken. Hoewel de hier voorgestelde resultaten, samen met bevindingen in de literatuur, wijzen in de richting van alternatieve ziekte-mechanismen, zijn de resultaten correlatief en bewijzen ze geen oorzakelijk verband. Deze nadelen rechtvaardigen verder onderzoek in de hier geïnitieerde richting.

Deze studie is niet enkel informatief vanuit een wetenschappelijk standpunt maar biedt ook een fundament voor klinisch management van CVS. Het VM is een standaard bij onderzoek naar de autonome funktie die grote variaties wat betreft systemische BP induceert. Aangezien CVS-patiënten in het dagelijks leven dikwijls lijden onder abnormaliteiten van de autonome funktie en orthostatische intolerantie, biedt het VM een bruikbaar instrument om de effekten van autonome/orthostatische belasting te exploreren. CBF is een belangrijke indicator voor cerebrale funktie, een merker voor cerebraal wel-bevinden die het dagelijks leven beïnvloed. In dit werk onderzochten we de impact van autonome belasting op deze indicator voor gezondheid van de hersenen, via de combinatie van VM en meting van de bloeddoorstroming.

Uit dit werk blijkt duidelijk dat cerebrale vasculaire controle en management van skelet-spier pH nauw verwant zijn bij CVS-patiënten – zowel in rust als na dynamische stimulatie – wat duidt op een sterke invloed van autonome dysfunktie op cerebrale vasculaire controle. Er zijn echter verdere studies vereist om de onderliggende pathologie van CVS volledig te begrijpen: in het bijzonder CBF, oxygenatie-niveau tijdens VM en perfusie van skelet-spieren in rust en bij inspanning,

————————-

Ondertussen deelde Charles Shepherd mee dat het ‘MEA Ramsay Research Fund’ Jo Nijs en z’n medewerkers financiert om research uit te voeren naar de pathofysiologie die de post-exertionele malaise bij M.E.(cvs) te verklaren. Nijs publiceert in het ‘Journal Of Internal Medcine’ een commentaar getiteld ‘Postural orthostatic tachycardia syndrome as a clinically important subgroup of Chronic Fatigue Syndrome: further evidence for central nervous system dysfunctioning’ waarin wordt beaamd dat (in het hieronder vermeldde artikel) sterk bewijs wordt geleverd voor het feit dat POTS een belangrijke subgroep is in de CVS-populatie; en dat verdere research op dit gebied gerechtvaardigd is. Het vaststellen van POTS bij sommige CVS-patiënten ligt volgens Nijs in lijn met het bewijsmateriaal dat CVS een aandoening van het centraal zenuwstelsel is.

In hetzelfde tijdschrift geven Julia Newton & haar team aan hoe ze aan de hand van o.a. autonome funktie analyse (hartslag-variabiliteit) en haemodynamische responsen (linker ventrikel ejectie-tijd en systolische bloeddruk daling bij staan) nauwkeurig een subgroep van CVS-patiënten kunnen onderscheiden en dus degenen kunnen identificeren waarbij therapie om de hartslag te controleren van nut zou kunnen zijn. (Clinical characteristics of a novel subgroup of Chronic Fatigue Syndrome patients with postural orthostatic tachycardia syndrome). Wordt vervolgd…

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.