M.E.(cvs)-wetenschap

augustus 29, 2012

Verkort QTc interval bij CVS

Filed under: Fysiologie — mewetenschap @ 2:54 pm
Tags: , , , ,

Bulletin of the IACFS/ME (2012) 19: 202-211

Shortened QTc interval in Chronic Fatigue Syndrome

Ashley Scott MBBS, Michael Norton MBBS, Holly Mabillard MBBS, Julia L Newton MD PhD

UK NIHR Biomedical Research Centre in Ageing – Cardiovascular theme, Institute for Ageing and Health, Newcastle University, Newcastle, United Kingdom

Inleiding

Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een ziekte (prevalentie 0,2-4%), gekenmerkt door aanhoudende/terugkerende post-exertionele vermoeidheid die niet kan worden verklaard door enige andere aandoening en aanwezig is voor langer dan 6 maanden. Ondanks deze hoge prevalentie, worden de onderliggende mechanismen die leiden tot CVS niet goed begrepen. Er is geen biologische merker beschikbaar om de diagnose te stellen. Autonome dysfunktie wordt beschouwd als een mogelijke etiologische factor bij CVS. Autonome symptomen zijn aanwezig bij bijna 90% van individuen met CVS en de aanwezigheid correleert met de vermoeidheid-graad [Newton JL, Okonkwo O, Sutcliffe K, Seth A, Shin J, Jones DEJ. Symptoms of autonomic dysfunction in Chronic Fatigue Syndrome. Q J Med (2007) 100: 519-26 /// Newton JL, Sheth A, Shin J, Pairman J, Wilton K, Burt JA et al. Lower ambulatory blood pressure in Chronic Fatigue Syndrome. Psychosomatic Medicine (2009) 71: 361-5]. Het QT-interval op een elektrocardiogram (ECG) kan worden beïnvloed door het autonoom zenuwstelsel: één studie suggereerde dat het gecorrigeerde QT-interval (QTc) [Het QT-interval is afhankelijk van de hartslag – hoe sneller de HR, hoe korter het QT-interval-  maar een er kan een gecorrigeerde QT – QTc – worden berekend welke is aangepast aan de HR. De QTc schat het QT-interval bij een HR van 60 slagen/min. Dit laat toe de QT-waarden bij verschillende slagen te vergelijken.]verkort is bij individuen met CVS vergeleken met controles. Deze studie onderzocht echter de prevalentie van QTc in een selekte groep CVS-patiënten (die voor onderzoek naar verborgen dysautonomie of syncope werden doorverwezen) gebruikmakend van een manuele meet-techniek [Naschitz J, Fields M, Isseroff H, Sharif D, Sabo E, Rosner I. Shortened QT interval: a distinctive feature of the dysautonomia of Chronic Fatigue Syndrome. Journal of Electrocardiology (2006) 39: 389-94]. In onze studie hier probeerden we de bevindingen van de eerdere studie te bevestigen maar gebruikmakend van een geautomatiseerde QTc bepaling-techniek geschikt voor de klinische praktijk, toegepast op een ongeselekteerde populatie.

Methode

Alle patiënten die werden doorverwezen naar de ‘Northern Regional CFS Clinical Service’ van de ‘Royal Victoria Infirmary’ (Newcastle Upon Tyne, V.K.) tussen november 2009 en januari 2012 werden opgenomen in de studie. Er wordt routinematig een ‘12-lead’ ECG [opname van 12 verschillende elektrische signalen terzelfdertijd] uitgevoerd bij alle patiënten die deze kliniek bezoeken.

Individuen vullen ook altijd de ‘Orthostatic Grading Scale’ (OGS) in, een volledig gevalideerd zelf-rapportering instrument met betrekking tot de symptomen van orthostatische intolerantie te wijten aan orthostatische hypotensie (bv. ernst, frequentie en interferentie met aktiviteiten uit het dagelijks leven) die uit 5 items bestaat, elk uitgezet op een schaal van 0 tot 4. Het optellen van de scores voor de afzonderlijke items geeft een totale score.

Alle ECGs werden anoniem gemaakt. Ze werden op een standaard manier beoordeeld op ritme, atrioventriculaire geleiding, ventriculaire geleiding en repolarisatie-abnormaliteiten, en op tekenen voor ventriculaire vergroting of vroegere/huidige ischemische gebeurtenissen using. De interpretaties werden besproken met, en bevestigd door, een cardioloog. Alle interpreteerders wisten niets over de diagnosen van de patiënten. Hartslag en PR-/QRS-/QT-/QTc-intervallen werden automatisch berekend voor alle ECGs gebruikmakend van een Philips PageWriter Trim II Cardiograph.

Ter vergelijking werden ECGs van 50 niet-vermoeide controles – verwezen naar de ‘Royal Victoria Infirmary’s Falls and Syncope Service’ voor problemen met evenwicht of duizeligheid – anoniem gemaakt en op dezelfde manier geïnterpreteerd.

Goedkeuring

… door het ‘Newcastle and North Tyneside’ etisch committee; financiering door ME Research UK.

Statistische Analyse

[…]. P-waarden < 0.05 werden als significant beschouwd.

Resultaten

220 patiënten verwezen voor vermoeidheid werden in de studie opgenomen. Daarvan bleken er 177 te voldoen aan de diagnostische criteria voor CVS, 43 kregen andere diagnosen voor hun vermoeidheid. Geen enkel individu nam medicatie die het QT-interval had kunnen beïnvloeden.

ECG Abnormaliteiten & Metingen

Er werden geen significante verschillen gevonden bij vergelijking van de strukturele en elektrische cardiale abnormaliteiten bij CVS-patiënten t.o.v. niet-CVS vermoeide patiënten en controles. Er waren ook geen significante verschillen qua HR, PR-, QRSD- of QT-intervallen tussen de groepen; het QTc-interval bleek echter significant korter bij CVS-patiënten vergeleken met controles.

Screening Scores en ECG Metingen

Zoals verwacht correleerde een hogere autonome symptoom last (bepaald door OGS-scores) met een toenname qua HR (p = 0.0004). Een hogere OGS-score correleerde ook met verkorte QT-intervallen. Hoewel er geen significante correlatie werd gevonden wanneer de QT-intervallen werden gecorrigeerd.

Bespreking

Deze studie heeft verder bewijsmateriaal aangebracht dat CVS-patiënten QTc-intervallen hebben die significant korter zijn dan niet-vermoeide individuen, wat de bevindingen van de eerdere kleine studie. De huidige studie analyseerde het ECG-verloop van 4 maal meer CVS-patiënten op een niet-selektieve manier. We suggereren dat het QTc-interval het potentieel heeft om als een diagnostisch instrument bij CVS-diagnose te fungeren: hoewel er geen statistisch significant verschil was tussen de gemiddelde QTc-intervallen van de CVS- versus de niet-CVS vermoeide groep, waren de globale QTc-intervallen korter. We suggereren echter dat verdere prospectieve studies nodig zijn met geoptimaliseerd materiaal om te bepalen of dit specifiek zou kunnen zijn voor vermoeidheid of specifiek voor CVS. Door de grote spreiding van de QTc-intervallen in deze studie, is het mogelijk dat het QTc-interval nuttiger zou kunnen blijken in combinatie met andere instrumenten bij het onderscheiden van CVS-patiënten van gezonde individuen.

Studies hebben de specifieke genetische abnormaliteit geïdentificeerd die bekend staat als kort QT syndroom [Hartziekte die levensbedreigende hartritme-stoornissen kan uitlokken; veroorzaakt door mutaties in de KCNH2, KCNJ2 en KCNQ1. Deze genen coderen voor kanalen in het cel-membraan die K+-ionen in en uit de cellen transporteren. In de hart-spier spelen deze een kritieke rol voor een normaal hart-ritme. De mutaties berhogden de aktiviteit van de kanalen, wat de ‘flow’ van de K+-ionen verhoogt en het hart-rime ontregelt.]. Dit wordt erkend als een specifieke cardiale ion-kanaal abnormaliteit die geassocieerd is met plotse cardiale sterfte bij jonge mensen. De diagnose wordt gesteld wanneer de QTc < 310 msec. Het kort QT syndroom zou wel eens gelijkaardig kunnen zijn aan de lange QTc, waar verhoogde erkenning van de aandoening geassocieerd is met de beoordeling van het syndroom als zijnde heterogeen. Abnormaliteiten van cardiale ion-kanalen hebben de neiging post-mortem gedocumenteerd te worden maar het is misschien mogelijk dat er meer subtiele abnormaliteiten van de geleiding zijn die leiden tot invaliditeit i.p.v. sterfte, wat zal worden erkend als onze kennis over genetische vatbaarheid in de setting van een chronische ziekte verbetert.

CVS is een ziekte die gewoonlijk jonge individuen treft en ongewoon is bij mensen boven 65. De patiënten die in deze studie werden opgenomen, waren jong vergeleken met de normale controles, daarom is het niet verrassend dat we aantonen dat ECG-tracees bij CVS-patiënten niet meer significante strukturele of elektrische abnormaliteiten vertonen, vergeleken met gezonde controles of niet-CVS vermoeide patiënten.

Hoewel autonome symptomen (OGS-score) niet correleerden met QTc, wijst onze bevinding van een significant verband tussen stijgende HR en verergerende autonome symptomen naar potentiële therapeutische doelwitten. Het is mogelijk dat het verlagen van de hartslag van patiënten in deze en andere groepen zo kan werken dat de ernst vermindert van de symptomen geassocieerd met autonome dysfunktie. Dit zou van groot nut kunnen zijn bij degenen die door de aandoening  zijn aangetast.

Deze studie had enkele beperkingen. Dit was een retrospectief overzicht van ECGs verzameld van patiënten die onze kliniek bezochten, we hebben niet overwogen of er intra-patient variabiliteit was qua QTc en of het in onze kliniek gebruikte materiaal geoptimaliseerd is voor het berekenen van QTc. Groep-verschillen qua leeftijd en geslacht zijn een mogelijke verstorende factor. Omwille van de aard van de populatie, was de niet-CVS vermoeide groep klein (slechts 43 personen). Dit maakt vergelijking tussen deze patiënten en CVS-patiënten moeilijk.

Tot besluit: er is meer research op dit gebied nodig. Slechts door verder onderzoek kan de validiteit van het QTc-interval en zijn gebruik bij de diagnose van CVS worden bepaald. Dergelijke research kan worden gebruikt om een ‘cut-off’ punt tussen gezonde en vermoeide individuen definiëren. Verder onderzoek zou zich ook moeten richten op het bepalen of de relatie tussen CVS en QTc-intervallen oorzakelijk of eenvoudigweg correlatief is.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: