M.E.(cvs)-wetenschap

april 7, 2011

Verminderde fysieke aktiviteit & autonome regulering bij CVS

Filed under: Inspanning,Neurologie — mewetenschap @ 2:42 pm
Tags: , , , ,

Het is vanzelfsprekend dat M.E.(cvs)-patiënten een betere gezondheid zouden hebben als ze meer zouden bewegen. Elke patient droomt er van vrijelijk en zonder symptomen lichamelijk aktief te kunnen zijn, pijn-vrij te kunnen bewegen, te kunnen sporten… Beweging leidt tot een verbeterde leven-kwaliteit. Beweging-therapie zal echter nooit M.E.(cvs) genezen. Research moet zich dus focussen op aangetaste molekulaire mechanismen die uiteindelijk moeten leiden tot het herstellen van de lichamelijke schade.

Te veel en verkeerde fysiek aktiviteit kan de patient nog zieker maken. Het is van groot belang dat de patient en de behandelaar rekening houden met de complexiteit van de aandoening. Aktiviteit moet steeds op maat van de M.E.(cvs)-patient gebeuren, anders maakt het de patient nog zieker. De post-exertionele malaise (na té zware aktiviteit; en dat is dikwijls al heel weinig vergeleken met een gezonde persoon), is kenmerkend voor M.E.(cvs).

Op deze paginas werd al veelvuldig gerapporteerd over waarom mensen met M.E.(cvs) zieker kunnen worden door te veel of te energieke beweging. Te zware fysieke inspanning leidt bv. tot een reaktie van het immuunsysteem. Er is ook een abnormale centrale pijn-verwerking (minder pijn-‘demping’) tijdens inspanning bij patiënten met M.E.(cvs) en zelfs lichte inspanning triggert post-exertionele malaise. Enz.

Hieronder wordt objectief aangetoond dat CVS-patiënten niet méér sedentair zijn dan controles met gelijkaardige BMI maar wel minder energiek bewogen. De verlaagde aktiviteit bleek ook verband te houden met verminderde hartslag-variabiliteit (wat kan duiden op een dysfunktie van het autonoom zenuwstelsel). M.a.w.: mensen met CVS bewegen dus evenveel als de controles zonder CVS maar de intensiteit van de aktiviteit is verminderd bij CVS. De vraag kan volgens ons dus weer gesteld worden of oefen-therapieën wel nuttig zijn voor CVS-ers. Te meer daar de resultaten hier weerom wijzen op ontregelingen van de spier- of autonome funktie. Een combinatie van metabole en autonome ontregeling zou kunnen leiden tot een verminderde inspanning-tolerantie…

————————-

QJM. (2011; ahead of print)

Physical activity intensity but not sedentary activity is reduced in Chronic Fatigue Syndrome and is associated with autonomic regulation

J.L. Newton1, J. Pairman1, K. Hallsworth1,2, S. Moore1,2, T. Plötz3 & M.I. Trenell1,2

1 UK National Institute for Health Research Biomedical Research Centre in Ageing & Age-related Disease, Institute for Ageing and Health, Newcastle University, Newcastle, UK

2 MRC Centre for Brain Ageing & Vitality, Newcastle University, Newcastle upon Tyne

3 School of Computing Science, Newcastle University, Newcastle upon Tyne, UK

Financiering Het ‘National Institute for Health Research (NIHR) Biomedisch Research Centrum voor Ouderworden, V.K.; ‘Myalgic Encephalomyelitis (M.E.) Research’, V.K.; de ‘John Richardson Research Group’ en de ‘Irish M.E. Trust’.

Samenvatting

ACHTERGROND: Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een courante invaliderende aandoening geassocieerd met verminderde funktie en verminderde leven-kwaliteit. De oorzaak is onbekend en behandelingen beperkt. Studies bevestigen dat CVS geassocieerd is met verstoorde autonome regulering en spier-funktie.

DOEL: Het definiëren van de relatie tussen sedentair gedrag, lichamelijke aktiviteit en autonome regulering bij mensen met CVS.

METHODES: Lichamelijke aktiviteit werd objectief bepaald bij 107 CVS-patiënten (Fukuda) en voor leeftijd, geslacht en ‘body-mass-index’ (BMI) gematchte sedentaire controles (n = 107). Vermoeidheid-graad werd bepaald d.m.v. de ‘Fatigue Impact Scale’ bij alle deelnemers en hartslag-variabiliteit bij de CVS-groep.

RESULTATEN: De CVS-groep vertoonde waarden en patronen van sedentair gedrag gelijkaardig met dat van de niet-vermoeide controles (P > 0.05). 79 percent van de CVS-groep bereikte niet de door de WGO aanbevolen 10.000 stappen per dag. Aktief energie-verbruik (tijd > 3 METs, metabole equivalenten) was gereduceerd bij CVS vergeleken met controles (P < 0.0001). De duur van de lichamelijke aktiviteit was omgekeerd geassocieerd met hartslag in rust (P = 0.04), waarbij verminderde aktiviteit significant was geassocieerd met gereduceerde hartslag-variabiliteit bij CVS. Er waren geen verbanden tussen vermoeidheid-graad en om het even welke aktiviteit-parameter. 37 percent van de CVS-groep hadden overgewicht (BMI 25-29,9) en 20% waren obees (BMI > 30).

BESLUIT: De gemelde lage niveaus qua fysieke aktiviteit bij CVS vertegenwoordigen een significante en mogelijks modificeerbare bestendigende factor bij CVS en zijn niet toe te schrijven aan hoge sedentaire aktiviteit, eerder aan een daling qua lichamelijke aktiviteit intensiteit. De vermindering qua fysieke aktiviteit kan ten dele worden verklaard door autonome dysfunktie mar niet door vermoeidheid-graad.

Inleiding

[…]

De pathogenese van CVS blijft onduidelijk. Meer en meer literatuur beschrijft echter abnormalitieiten van het vasculair systeem bij deze aandoening. [bv. Newton JL, Okonkwo O, Sutcliffe K, Seth A, Shin J, Jones DEJ. Symptoms of autonomic dysfunction in Chronic Fatigue Syndrome. Q J Med (2007) 100: 519-26 /// Newton JL, Sheth A, Shin J, Pairmain J, Wilton K, Burt JA et al. Lower ambulatory blood-pressure in Chronic Fatigue Syndrome. Psychosom Med (2009) 71: 361-5] Deze vasculaire veranderingen worden vergezeld door funktionele abnormaliteiten in de oxidatieve funktie van skelet-spieren bij CVS, waarvan de ernst geassocieerd is met de werking van het autonoom zenuwstelsel. [Jones DEJ, Hollingsworth KG, Taylor R, Blamire AM, Newton JL. Abnormalities in pH handling by peripheral muscle and potential regulation by the autonomic nervous system in Chronic Fatigue Syndrome. J Int Med (2010) 267: 394-401; zieAbnormale zuur-verwerking in spieren bij CVS]

Zorgen voor een fysiek aktieve leven-stijl helpt de lichamelijke funktie behouden, vertraagt de aanvang van invaliditeit en verhoogt de kans en duur op herstel van invaliditeit door ouder-worden. Een fysiek aktieve leven-stijl  reduceert ook het sterfte-cijfer en verlengt de leven-verwachting, wellicht door het vertragen van het begin van cardiovasculaire ziekte, diabetes en cognitieve achteruitgang. Er werd gemeld dat dag-dagelijkse fysieke aktiviteit verminderd is bij CVS. Er zijn studies die tonen het negatief effekt dat CVS heeft op aktiviteiten uit het dagelijks leven en de daaruit volgende impact op bijkomende ziekte-last. Ondanks de grote aantallen patiënten die werden bestudeerd ontbreekt echter gematchte controle-groepen van voldoende grootte en kwaliteit. Twee systematische overzichten hebben de onzekerheid op dit gebied onderlijnd. [o.a. Nijs J, Aelbrecht S, Meeus M, Van Oosterwijck J, Zinzen E, Clarys P. Tired of being inactive: a systematic literature-review of physical activity, exercise-capacity and muscle-strength in patients with Chronic Fatigue Syndrome. Disab Rehab; zie ‘Overzicht: Lichamelijke aktiviteit, fysiologische inspanning-capaciteit & spier-kracht] Tot nu toe heeft geen enkele studie gematcht voor (gecombineerd) leeftijd, geslacht en BMI, belangrijke mediatoren voor dag-dagelijkse lichamelijke aktiviteit. Als dusdanig blijft de ware impact van CVS op fysieke aktiviteit onduidelijk. Er zijn ook geen studies die dag-dagelijkse lichamelijke aktiviteit hebben gelinkt met merkers voor fysiologisch funktioneren die kunnen bijdragen tot een verminderde capaciteit bij CVS.

In het licht van het belang van fysieke aktiviteit op het welzijn, wilden we daarom het volgende definiëren: (i) de niveaus van fysieke aktiviteit en fysieke inaktiviteit bij CVS in relatie tot voor leeftijd, geslacht en BMI gematchte controles en (ii) het verband tussen van fysieke aktiviteit, autonome regulering en vermoeidheid-graad bij CVS.

Individuen en methodes

Individuen

[…] CVS […] Fukuda Criteria (n = 107) […]. Patiënten met secundaire oorzaken voor vermoeidheid (bv. hypothyroïdisme, diabetes, enz.) werden uitgesloten. Voor leeftijd , geslacht en BMI gematchte controle-individuen (n = 107) die niet op regelmatige basis inspanning (< 30 min 3 maal per week) [het kan natuurlijk nog meer sedentair…] leverden en geen CVS hadden, werden ook gerecruteerd.

CVS- én controle-groepen ondergingen een objectieve beoordeling van de lichamelijke aktiviteit en vermoeidheid. De CVS-groep onderging ook een beoordeling van de werking van het autonoom zenuwstelsel. […]

Objectieve beoordeling van de dag-dagelijkse fysieke aktiviteit

Dag-dagelijkse fysieke aktiviteit werd objectief gemeten gebruikmakend van een gevalideerde [St-Onge M, Mignault D, Allison DB, Rabasa-Lhoret R. Evaluation of a portable device to measure daily energy-expenditure in free-living adults. Am J Clin Nutr (2007) 85:742-9] multi-sensor apparaat (SenseWear Pro3, Bodymedia Inc) dat 7 dagen werd gedragen. Het multi-sensor toestel meet 4 belangrijke parameters: huid-temperatuur, galvanische huid-respons [huid-‘geleiding’; weerspiegelt de water-inhoud van de huid en de constrictie/dilatatie van de onderliggende bloedvaatjes], warmte-flux [meten van de snelheid waarmee warmte door het lichaam wordt afgevoerd] en beweging via een 3-as accelerometer [meten van beweging door het analyseren van gegevens van een sensor die een versnelling waarneemt]. De sensoren, gecombineerd met algorithmen, berekenen het gemiddelde dagelijkse energie-verbruik in relatie tot basaal metabolisme [metabool equivalent bij rust: MET per dag (1 MET)], totaal energie-verbruik (calorieën per dag), aktief energie-verbruik (totaal aantal calorieën verbruikt bij 3 METS per dag), duur van de lichamelijke aktiviteit (minuten > 3 METS per dag) en gemiddeld dagelijks aantal stappen. Patronen van sedentair gedrag werden bepaald via analyses van de lengten van sedentaire episodes […]. Aktiviteit-patronen werden ook bepaald via het beoordelen van overgangen van aktieve naar inaktieve periode, zgn. ‘zero-crossing rate’ [het aantal keren dat een signaal verandert van positief naar negatief, of terug] […].

‘Fatigue Impact Scale’

[Onderzoekt de perceptie van patiënten over hun funktionele beperkingen (cognitief, fysiek en psycho-sociaal) veroorzaakt door vermoeidheid gedurende de voorbije maand.]

Autonome regulering

[…]

De integriteit van het autonoom zenuwstelsel werd beoordeeld tijdens 10 min rust, gebruikmakend van baroreflex-sensitiviteit [BRS; de arteriële baroreflex dempt schommelingen in de bloeddruk. Als de bloeddruk toeneemt zorgt de baroreflex voor een afname in hart-frequentie en vasculaire tonus. Een goed funktionerende sensitiviteit van de baroreflex reguleert mede de bloeddruk, maar staat in het algemeen ook voor de aanpassende werking van het cardiovasculair systeem in het algemeen.] […] en hartslag-variabiliteit [HRV. Verminderde hart-frequentie variabiliteit is een teken van verminderde cardiovasculaire regulering. Deze verminderde HRV ontstaat niet alleen door diverse cardiovasculaire aandoeningen, maar ook door fysieke (bv. pijn, langdurig staan) en emotionele stressoren, astma, ouderdom diabetes, enz. HRV wordt gezien als een algemene maat voor aanpassend fysiologisch funktioneren.] […] om ‘total power’ (‘power spectral density’ [mate (energie) van de variaties in funktie van de frequentie]), lage frequentie HRV (voornamelijk sympathisch), hoge frequentie HRV (voornamelijk parasympathisch) en zeer lage frequentie HRV af te leiden. De verhouding lage frequentie/hoge frequentie werd beschouwd als een indicator voor het evenwicht tussen het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel.

Statistische analyse

[…]

Resultaten

Baseline karakteristieken

Er waren geen significante verschillen qua leeftijd of BMI tussen de CVS- en controle-groepen […]. Volgens de WGO klassificatie had de CVS-groep een hoge prevalentie voor obesitas: 37% had overgewicht (BMI 25-29,9) en 20% was obees (BMI ≥ 30); 3% van de CVS-groep vertoonde ondergewicht (BMI < 18). Dag-dagelijkse fysieke aktiviteit was laag: 79% van de CVS-groep (t.o.v. 47% van de controle-populatie; P < 0.0001) bereikte niet de 10.000 stappen per dag aanbevolen als het aktiviteit-niveau vereist voor een goede gezondheid.

Algemene associaties met fysieke aktiviteit

Lage waarden qua lichamelijke aktiviteit bleken courant: de helft van de groep had een gemiddeld dagelijks MET energie-verbruik van < 1,4. Fysieke aktiviteit was omgekeerd gerelateerd met leeftijd: oudere CVS-deelnemers waren minder fsyiek aktief dan jongere […]. BMI was ook geassocieerd met lichamelijke aktiviteit: de minder fysiek aktieven hadden een hogere BMI […].

Vergeleken met de voor leeftijd, geslacht en BMI gematchte controles waren de fysieke aktiviteit duur [Controles: 179 min/dag; CVS: 72 min/dag (P < 0.0001)], het aantal stappen [Controles: 10.270 per dag; CVS: 7.089 per dag (P < 0.0001)], gemiddelde METS [Controles: 1,46 per dag; CVS: 1,12 per dag (P < 0.0001)] significant gereduceerd bij de CVS-groep. Totaal energie-verbruik (EE) was significant lager bij CVS vergeleken met controles [Controles: 2.973 cal/dag; CVS: 2.159 cal/dag (P < 0.01)]; er was echter geen significant verschil qua tijd gespendeerd aan sedentaire aktiviteit. Verdere analyse van het patroon van sedentair gedrag toont ook dat er geen verschillen waren qua overgang van sedentair gedrag naar aktiviteit (zgn. ‘zero-crossing rate’) of qua duur van de sedentaire periode. Belangrijk is dat de vermindering qua fysieke aktiviteit gerelateerd was aan significant lagere niveaus van matige en krachtige aktiviteit in de CVS-groep vergeleken met controles. [Dergelijke gedetailleerde gegevens ziet men zelden bij M.E.(cvs)-research.]

Verband tussen fysieke aktiviteit en symptomen bij CVS

Er was geen verband tussen vermoeidheid-graad (FIS) en om ‘t even welke aktiviteit-parameter bij CVS.

Verband tussen fysieke aktiviteit en autonome funktie bij CVS

Er waren significante omgekeerde verbanden tussen fysieke aktiviteit en de hartslag bij CVS (duur van de lichamelijke aktiviteit P = 0,04). Verder waren er significante relaties tussen de totale HRV en de aktiviteit bij CVS waarbij een verminderde aktiviteit geassocieerd was met een verminderde HRV. Belangrijk is dat het verband tussen de tijd waarbij energieke aktiviteit wordt uitgevoerd en de totale HRV ook significant (P = 0.04) was. Er bleek ook een relatie tussen de toename van lage frequentie/hoge frequentie (LF/HF) ratio en lichamelijke aktiviteit, wat suggereert dat verminderde fysieke aktiviteit gepaard ging met een verschuiving naar een overwicht van parasympathische autonome funktie. [Toename in parasympathische aktiviteit (verhoogde vagotonus) wordt veroorzaakt door stimulatie van de nervus vagus (emotie, pijn of langdurig staan). Verhoogde sympathicus-aktiviteit resulteert in een gedaalde HRV & vice versa: verhoogde parasympathicus-aktiviteit verhoogt de HRV.]

Bespreking

CVS is een veel voorkomende aandoening die geassocieerd is met invaliderende symptomen. De belangrijkste bevindingen van deze studie zijn: (i) een sedentaire levensstijl is prominent aanwezig bij mensen met CVS: 79% van de deelnemers bereikten de internationaal aanbevolen niveaus voor lichamelijke aktiviteit (10.000 stappen per dag) niet, (ii) CVS was niet geassocieerd met hogere niveaus van sedentair gedrag maar met verlaagde niveaus van intensieve aktiviteit, (iii) matige fysieke aktiviteit was met 30% verminderd bij CVS in vergelijking met voor leeftijd, geslacht en BMI gematchte mensen zonder CVS, (iv) fysieke aktiviteit was geassocieerd met objectief gemeten parameters voor autonome functie, met name de totale HRV en (v) er was geen relatie tussen vermoeidheid-graad en fysieke aktiviteit.

De eerste belangrijke observatie was het lage niveau qua lichamelijke aktiviteit bij de patiënten: 79% van de CVS-groep (vergeleken met 47% van de gematchte controles) die de 10.000 stappen per dag aanbevolen voor een goede gezondheid niet behalen. Hoewel een lager niveau qua fysieke aktiviteit overeenkomt met eerdere rapporten, bouwt de huidige studie daarop verder door de patiënten goed te matchen met controles voor leeftijd, geslacht en BMI. Matchen voor BMI is belangrijk, aangezien deze zelf geassocieerd is met verminderde lichamelijke aktiveit en een potentieel storende variabele is. Meer dan de helft van de CVS-groep hadden overgewicht en één op de vijf kon als obees worden geklassificeerd, wat verder wijst op het belang van het matchen voor BMI.

Fysieke aktiviteit is theoretisch gekoppeld aan de symptomen: lichamelijke aktiviteit zou gerelateerd zijn met vermoeidheid en spierpijn. Dit veroorzaakt op zijn beurt een vermijden van fysieke aktiviteit, aangezien patiënten proberen de symptomen te reduceren. Ondanks deze hypothetische link, zijn er slechts zeer beperkte gegevens beschikbaar om dit te ondersteunen bij CVS. Onze data bij goed gematchte individuen laten duidelijk zien dat mensen met CVS niet meer perioden van sedentaire aktiviteit vertonen, dit in tegenstelling tot vroegere observaties. Het gelijkaardig niveau van sedentair gedrag tussen CVS en controles is klinische relevant, aangezien sedentair gedrag wordt erkend als een sterke negatieve invloed op een gezond leven, bij metabole ziekten en het verminderen van de leven-verwachting. Onderzoeken melden dat de pauzes tussen sedentaire periodes een nog sterkere indicator voor metabool risico bieden dan de totale duur van sedentaire periodes. De onderbrekingen tussen sedentaire periodes, de overgang van sedentaire toestand naar aktiviteit (‘zero-crossing rate’), biedt een fysiologische prikkel die de perifere doorbloeding verhoogt die de cellulaire signalisering in stand houdt. Onze gegevens tonen aan dat de pauzes tussen de sedentaire aktiviteit vergelijkbaar zijn tussen CVS en controles; wat ook in tegenstelling is tot eerdere berichten bij CVS. Het verschil tussen de huidige waarnemingen en de literatuur is waarschijnlijk te wijten aan de grotere controle-groep en het matchen voor BMI in de huidige studie.

In tegenstelling tot de sedentaire gegevens, vertonen patiënten met CVS vertonen een reductie van 30% qua matig energie-verbruik en een 50% reductie in tijd besteed aan energieke aktiviteit als men het niveau van actief energie-verbruik vergelijkt. In combinatie met de gegevens over sedentair gedrag, suggereert deze observatie dat mensen met CVS evenveel bewegen als mensen zonder CVS. De intensiteit van de aktiviteit is echter verminderd bij CVS. Het is mogelijk dat de vermindering qua lichamelijke aktiviteit intensiteit geen verband houdt met de motivatie om fysiek aktief te zijn, maar eerder met een funktionele ontregeling van de spier- of autonome funktie. Waarnemingen door onze groep en anderen suggereren dat spier-metabolisme verstoord is bij CVS, met een snelle accumulatie van zuur in de skelet-spieren bij CVS. [referentie: zie inleiding] Bovendien: subtiele afwijkingen in de cardiale bio-energetische funktie bij CVS suggereren veranderingen in de autonome funktie, eventueel gerelateerd met een gewijzigde autonome funktie. [Hollingsworth K, Jones DEJ, Taylor R, Blamire A, Newton JL. Impaired cardiovascular response to standing in Chronic Fatigue Syndrome. EJCI 2010; 40:608-15; zie ‘Verstoorde cardiovasculaire respons op staan bij CVS] Het gecombineerde effekt van de metabole en autonome ontregeling waargenomen in deze studies zou een verminderde inspanning-tolerantie zijn, een mogelijke verklaring voor de verminderde intensiteit qua lichamelijke aktiviteit in de huidige studie. Een alternatief kan het zijn dat patiënten met CVS aktiviteit vermijden omwille van de ervaren negatieve gevolgen, zoals post-exertionele malaise of verhoogde pijn.

Onze bevinding van een verband tussen de aktiviteit en autonome funktie (beoordeeld m.b.v. HRV in rust), benadrukt de relatie tussen autonome funktie en spier-funktie bij CVS en wijst naar een mogelijke route voor de behandeling. Onze bevinding van de verlaagde HRV en verhoogde hartslag in combinatie met een verminderd aktiviteit-niveau zijn in overeenstemming met eerdere bevindingen bij CVS. Verdere studies zijn nodig om de richting te bepalen van de relatie tussen autonome funktie en aktiviteit: of een verminderde autonome funktie (vermindering qua sympathische en/of over-aktiviteit van parasympathische funktie) leidt tot een verminderde fysieke aktiviteit, en op welke manier, of dat het een gevolg is van inaktiviteit.

We waren verrast te ontdekken dat er geen relatie was tussen toegenomen vermoeidheid en verminderde dag-dagelijkse lichamelijke aktiviteit, wat in tegenstelling is met andere studies. We zouden willen suggereren dat dit kan worden verklaard door een plafonering wat betreft de instrumenten voor symptoom-beoordeling, d.w.z. een relatief lage symptoom-last leidt tot een aanzienlijke impact op de fysieke aktiviteit. […]

Het moet nog worden vastgesteld of het verhogen van fysieke aktiviteit of het aanpakken van de autonome funktie voordelen biedt voor mensen met CVS. Mensen met CVS melden dat fysieke inspanning hun symptomen erger kan maken. [Nijs J, Zwinnen K, Meeusen R, de Geus B. Comparison of two exercise-testing protocols in patients with Chronic Fatigue Syndrome. J Rehabil Res Dev 2007; 44:553-9 /// VanNess JM, Stevens SR, Bateman L, Stiles TL, Snell CR. Post-exertional malaise in women with Chronic Fatigue Syndrome. J Women’s Health 2009; 19:239-44; zie Post-exertionele malaise bij vrouwen met CVS] Het is belangrijk te erkennen dat plotselinge en ongecontroleerde verhogingen van de fysieke inspanning de symptomen verergeren bij verzwakte patiënten. Geïndividualiseerde programmas gericht op toename van de dag-dagelijkse lichamelijke aktiviteit, op een in eerste instantie vaak een zeer laag niveau van intensiteit, kunnen echter leiden tot voordelen voor patiënten. [Patiënten en deskundige behandelaars benadrukken het feit dat men de aktiviteit dient te stoppen vooraleer men zijn grenzen bereikt! Enkel met temporiseren en vermijden van symptoom-opflakkering, kan men kleine winsten boeken.] […] Alles te samen benadrukt de huidige studie het belang van het aanpakken van sedentair gedrag en inspanning-tolerantie bij CVS. [Het is evident dat het zomaar verhogen van de fysieke aktiviteit, zonder oog voor verergering van de symptomen, niet aan de orde kan en mag zijn.] De uitdaging is te begrijpen hoe deze observaties kunnen worden opgenomen in de klinische zorg.

Deze studie heeft een aantal beperkingen. Beoordeling van de autonome funktie werd niet uitgevoerd in de controle-populatie en daarnaast worden een aantal van de parameters beïnvloed door de motivatie van de patient.

Tot slot: de huidige studie suggereert dat lage niveaus lichamelijke aktiviteit een belangrijke en potentieel modificeerbare risico-factor bij CVS vertegenwoordigen. De lage niveaus qua fysieke aktiviteit bij CVS zijn niet te wijten aan hoge niveaus sedentaire aktiviteit, eerder van een afname qua intensiteit van de lichamelijke aktiviteit. [De ‘psychologsische school’ claimt dat CVS-patiënten te veel rusten/in bed blijven. Hier wordt duidelijk getoond dat CVS-patiënten NIET meer sedentair gedrag vertonen (enkel minder intense aktiviteit); en dit is dan weer noodzakelijk, weten we, om symptoom-verergering te vermijden.] De vermindering van de fysieke aktiviteit kan deels worden verklaard door autonome dysfunktie maar niet door vermoeidheid-graad.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: