M.E.(cvs)-wetenschap

februari 17, 2011

Lange-keten acylcarnitine deficiëntie bij CVS

Filed under: Behandeling,Celbiologie — mewetenschap @ 4:03 pm
Tags: , , , ,

Carnitine (zie inleiding van het artikel) en zijn acyl-esters (acylcarnitines) zijn essentieel bij het metabolisme van vetzuren.

Acetyl-L-carnitine of ALCAR, is een geacetyleerde (-CO-CH3) vorm, een ester van L-carnitine

Vetzuren worden afgebroken tot acetyl-CoA, in een proces dat β-oxidatie wordt genoemd. Bij  β-oxidatie van lange-keten vetzuren wordt een molekule met een bepaalde keten-lengte op de β-plaats, het tweede koolstof-atoom, geoxideerd (afgebroken). De beta-oxidatie spiraal is de cyclus waarin acyl-CoA esters steeds weer de cyclus doorlopen totdat ze volledig geoxideerd zijn. Bij elke doorgang in de cyclus wordt de keten-lengte met twee koolstof-atomen verkort.

De afbraak van vetzuren verloopt via de volgende stappen: 1. Vetzuur reageert met ATP en coenzyme A tot acyl-CoA; gekatalyseerd door acyl-CoA synthetase (enzyme gebonden aan het buitenste membraan van het mitochondrium). 2. Transport van de lange-keten geaktiveerde vetzuren door het buitenste membraan van het mitochondrium de mitochondriale matrix in. 3. Om-estering met L-Carnitine: Geaktiveerde lange-keten vetzuren worden samengevoegd met carnitine. De acyl-groep wordt van het zwavel-atoom van coenzyme-A overgedragen op de OH-groep van carnitine waarbij acylcarnitine wordt gevormd (gekatalyseerd door carnitine-acyltransferase I, dat is gebonden aan de buitenste membraan van het mitochondrium). 4. Transport door het binnenste membraan van het mitochondrium: Acylcarnitine wordt door het binnenste membraan verplaatst door een translocase enzym. 5. Om-estering met CoA: De acyl-groep wordt terug overgedragen aan coenzyme A (gekatalyseerd door carnitine-acyltransferase II). Carnitine wordt door het translocase terug getransporteerd in ruil voor een binnenkomend acylcarnitine. Hierna volgt de verdere afbraak van de verzadigde koolstof-keten tot Acetyl-CoA.

Coenzyme A (CoA, CoAS-H of HS-CoA) is een co-enzyme (een molekule die is gebonden aan een proteïne en noodzakelijk voor de biologsiche aktiviteit van het proteïne), gesynthetiseerd uit vitamine-B5, met een belangrijke rol bij de synthese en oxidatie van vetzuren, en de oxidatie van of pyruvaat in de citroenzuur-cyclus.

Acyl-CoA (R-CH2-CO-S-CoA) is een co-enzyme dat betrokken is bij het vetzuur-metabolisme dat wordt gevormd als coenzyme A (CoA) bindt op het uiteinde van een lange-keten vetzuur. De molekule ondergaat beta-oxidatie, waarbij één of meer molekulen acetyl-CoA (CH3-CO-S-CoA) worden gevormd. Acetyl-CoA is dan weer een belangrijke molekule bij meerdere biochemische reakties (citroenzuur-cyclus, synthese van de neurotransmitter acetylcholine).

Carnitine-palmitoyltransferase I (CPT-I), ook bekend als carnitine-acyltransferase I (zie hierboven) of CAT-I is een mitochondriaal enzyme . In spieren en andere niet-lever weefsels, is CPT-I geassocieerd met het buitenste mitochondriaal membraan. CPT-I medieert het transport van lange-keten vetzuren over het membraan door hen te binden op carnitine.

Zie ook: ‘Acetylcarnitine – verminderde opname in de hersenen

 

J Intern Med. 2010 Dec 22. (pre-print)

Long-chain acylcarnitine deficiency in Chronic Fatigue Syndrome patients. Potential involvement of altered carnitine palmitoyltransferase-I activity

 

Stephanie E Reuter & Allan M Evans

School of Pharmacy & Medical Sciences, Sansom Institute for Health Research, University of South Australia

Samenvatting

Doelstelling. De onderliggende etiologie van Chronische Vermoeidheid Syndroom is nog ongekend; in het licht van de kritieke rol voor carnitine bij mitochondriale energie-produktie, werd echter gesuggereerd dat CVS geassocieerd zou kunnen zijn met veranderde carnitine-homeostase. Deze studie werd uitgevoerd om de volledige endogene carnitine-profielen van patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom en gezonde controles te vergelijken.

Setting & Individuen. 44 patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom en 49 voor leeftijd en geslacht gematchte gezonde controles werden uit de gemeenschap gerecruteerd en bestudeerd aan de ‘School of Pharmacy & Medical Sciences, University of South Australia’.

Belangrijkste Uitkomst-metingen. Alle deelnemers vervolledigden een vragenlijst peilend naar vermoeidheid-ernst en er werd een nuchter bloedstaal afgenomen dat werd geanalyseerd op L-carnitine en 35 individuele acylcarnitine-concentraties in plasma d.m.v. LC-MS/MS [tandem massa-spectrometrie; uiterst specifieke analyse-methode].

Resultaten. Patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom vertoonden significant gewijzigde concentraties C8:1, C12DC, C14, C16:1, C18, C18:1, C18:2 en C18:1-OH acylcarnitines; oleyl-L-carnitine (C18:1) en linoleyl-L-carnitine (C18:2) in het bijzonder bleken, gemiddeld, 30-40% lager bij patiënten dan bij controles (p < 0.0001). Significante correlaties tussen acylcarnitine-concentraties en klinische symptomen werden ook aangetoond.

Besluiten. We stellen voor dat deze verstoring qua carnitine-homeostase een resultaat is van een vermindering in carnitine-palmitoyltransferase-I (CPT-I) aktiviteit, mogelijks te wijten aan de accumulatie van omega-6 vetzuren die eerder bij deze patient-populatie werd gezien. De hypothese is dat de toediening van omega-3 vetzuren in combinatie met L-carnitine CPT-I aktiviteit zou verhogen en de symptomen van Chronische Vermoeidheid Syndroom zou verbeteren.

 

Inleiding

[…]

L-carnitine is een endogene stof die bij alle soorten zoogdieren wordt gevonden. Men verkrijgt adequate hoeveelheden L-carnitine uit voedsel-bronnen, in het bijzonder uit rood vlees, alsook via biosynthese in de nieren, lever en in zeker mate de hersenen. De voornaamste biologische rol van carnitine ligt bij het transport van vetzuren door het binnenste mitochondriaal membraan voor vetzuur-oxidatie via de reversibele binding van acyl-groepen van Co-enzyme A (CoA). Er werd ook vastgesteld dat carnitine een rol heeft bij het reguleren van de cellulaire/mitochondriale verhouding van vrij CoA tot AcylCoA, bij het transport van korte en medium-lange acyl-groepen van het peroxisoom [cel-organel waarin uit voeding verkregen vetzuren worden afgebroken] naar de mitochondrieën, en bij de verwijdering van ongewenste acyl-groepen uit het lichaam. Wijzigingen in carnitine-homeostase kunnen een nadelig effekt hebben op de menselijke gezondheid. Bij zijn ernstigste vorm is carnitine-deficiëntie geassocieerd met progressieve cardiomyopathie, encefalopathie en spier-zwakte, met de dood door hart-falen tot gevolg.

In het licht van de kritieke rol van carnitine bij vetzuur-oxidatie, werd gesuggereerd dat Chronische Vermoeidheid Syndroom geassocieerd zou kunnen zijn met veranderingen qua L-carnitine en acylcarnitine homeostase [Kuratsune H, Yamaguti K, Watanabe Y et al. Acylcarnitine and Chronic Fatigue Syndrome. In: De Simone C and Famularo G, eds, Carnitine Today. Austin, USA: RG Landes Company. (1997) 195-213]. Eerdere studies hebben melding gemaakt van een vermindering van de endogene plasma L-carnitine (vrij carnitine), totaal carnitine en/of acylcarnitine waarden bij patiënten met CVS […] maar deze resultaten konden echter niet worden herhaald bij andere studies […]. Hoewel deze studies nuttige informatie opgeleverd hebben verstrekt over de samenstelling van de endogene carnitine-pool bij CVS, hebben ze enkel waarden van vrij carnitine en totaal acylcarnitine onderzocht (d.w.z. de som van alle individuele acylcarnitines) en bijgevolg zouden veranderingen qua niveau van sommige individuele acylcarnitines elkaar hebben ‘opgeheven’, door relatief normale waarden van andere acylcarnitines bij deze patiënten. Recent werden tandem-massaspectrometrie [Massa-spectrometrie (MS) is een analytische techniek die de verhouding massa/lading van geladen deeltjes meet om hun massa en zo de chemische molekule-struktuur te bepalen. Bij MS/MS (tandem) worden meerdere stappen MS toegepast om de specificiteit te verhogen.] methoden ontwikkeld die in staat zijn individuele acylcarnitine waarden te kwantificeren in menselijk plasma en die dus een meer adequate representatie van het volledige carnitine-profiel kunnen verstrekken.

Een eerdere studie onderzocht individuele plasma acylcarnitine-concentraties bij patiënten met CVS, waarbij de auteurs rapporteerden dat er geen significante verschillen in acylcarnitine-niveaus tussen 25 patiënten en 25 gezonde controles. Er dient echter te worden opgemerkt dat in dit onderzoek slechts 20 individuele acylcarnitines werden gekwantificeerd en bijgevolg dat de gerapporteerde individuele acylcarnitines goed waren voor minder dan twee derde van de gerapporteerde totale acylcarnitine waarden. Daarnaast lag de ondergrens voor de kwantificering van de gebruikte test ruim boven de waarden die werden gerapporteerd voor alle van de gekwantificeerde middellange- en lange-keten acylcarnitines. Bijgevolg kunnen er uit deze studie geen harde conclusies worden getrokken wat betreft de samenstelling van de carnitine-pool bij patiënten met CVS.

De huidige studie werd uitgevoerd om de waarden van endogene plasma L-carnitine en 35 individuele acylcarnitines bij CVS-patiënten te onderzoeken vergeleken met voor leeftijd en geslacht gematchte gezonde controles.

Materialen en Methodes

Studie-ontwerp

[…

CVS-patiënten werden gerecruteerd via de ‘Chronic Fatigue Syndrome Society of South Australia’ (‘ME/CFS Society Inc’). Patiënten kregen eerder de diagnose Chronische Vermoeidheid Syndroom door een arts, op basis van de standaard diagnostische criteria [Australische richtlijnen]. Voor leeftijd en geslacht gematchte gezonde controles, zonder significante ziekten, werden gerecruteerd uit de algemene bevolking via advertenties. Patiënten noch gezonden hadden enige carnitine-supplementen genomen binnen de twee maand voorafgaand aan het onderzoek. Op de studie-dag vulde elke deelnemer een vragenlijst i.v.m. vermoeidheid-graad in en werd één enkel nuchter bloedstaal afgenomen voor bepaling van het carnitine-profiel.

Vermoeidheid-graad

[…] negen items […]  Likert-type schaal van 1 tot 7: 1 – geen, tot 7 – ernstig […].

Carnitine-profilering

[…] analyse van plasma L-carnitine en individuele acylcarnitine-concentraties. […] ‘triple quadrupole’ tandem mass-spectrometer [veel gebruikt voor kwantitatieve analyse in de farmaceutische industrie] […].

[…]

Totaal acylcarnitine (Acyl-LC) was de som van alle individuele acylcarnitine-concentraties, en totaal carnitine (TC) werd berekend als de som van L-carnitine (LC) en totaal acylcarnitine. […]

Statistische analyse

[…]

Resultaten

44 CVS-patiënten (17 mannen; 27 vrouwen), met een gemiddelde leeftijd van 49,9 ± 15,0, namen deel aan de studie. Daarnaast werden 49 gezonde individuen (20 mannen; 29 vrouwen), 45,6 ± 11,6 jaar, gerecruteerd als controles. De gemiddelde scores op de schaal voor vermoeidheid-graad was 6,22 ± 0,66 voor de CVS-groep, vergeleken met 3,04 ± 1,23 voor de groep gezonde controles (p < 0.0001). Er waren geen significant verschillen qua leeftijd of geslacht tussen de groepen.

[…] Er waren geen significante verschillen qua L-carnitine, totaal carnitine of totaal acylcarnitine tussen de groepen; terwijl CVS-patiënten significant lagere C8:1, C14, C16:1, C18, C18:1 en C18:2 concentraties en significant hogere C12DC en C18:1-OH waarden hadden dan gezonde individuen. In de meeste van die gevallen verschilden endogene acylcarnitine-waarden ongeveer 20% tussen de groepen; in het bijzonder bleken C18:1 en C18:2 30-40% lager bij CVS-patiënten dan bij gezonde controles (p < 0.0001).

Er werden significant negatieve correlaties tussen de resultaten voor vermoeidheid-graad en endogene plasma-concentraties van C8:1, C14, C16:1, C18:1 en C18:2 gezien. Belangrijk: er waren zeer significante associaties tussen vermoeidheid-graad en C18:1 (p = 0.0009) en C18:2 (p < 0.0001) waarden. Er werden significant positieve correlaties tussen vermoeidheid-graad en concentraties C12DC, C16 en C18:1-OH aangetoond; we moeten echter opmerken dat de gegevens voor C12DC waren scheef-getrokken door twee CVS-patiënten die zeer verhoogde waarden vertoonden.

Bespreking

Omwille van de kritieke rol van carnitine bij het energie-metabolisme hebben een aantal eerdere studies endogene plasma-carnitine waarden bij CVS-patiënten onderzocht, met dubbelzinnige resultaten. Sommige studies hebben gesuggereerd dat CVS geassocieerd is met een vermindering qua endogene plasma L-carnitine en totaal carnitine, maar deze bevindingen konden niet worden herhaald bij andere studies. Zo werd CVS ook in verband gebracht met een vermindering van de endogene plasma (totaal) acylcarnitine-concentraties, terwijl andere studies rapporteerden dat er geen verschillen waren qua waarden tussen CVS-patiënten en gezonde controles. Plioplys & Pliopys meldden bv. significant lagere endogene spiegels van L-carnitine, totaal carnitine en totale acylcarnitines bij 35 CVS-patiënten in vergelijking met normatieve gegevens verkregen uit de Mayo Clinic; terwijl bij een reeks experimenten uitgevoerd door Kuratsune et al. de auteurs rapporteerden dat er geen verschillen qua L-carnitine en totaal carnitine waarden waren tussen CVS-patiënten en gezonde controles in hun eerdere studies; terwijl hun latere studie een significante vermindering qua L-carnitine niveaus in de patiënten-populatie liet optekenen. Er werden significant lagere niveaus totaal acylcarnitine gemeld bij CVS-patiënten in alle drie de studies uitgevoerd door Kuratsune et al.. In tegenstelling daarmee rapporteerden Jones et al. dat er geen significante verschillen in L-carnitine, totaal carnitine en totaal acylcarnitine waren tussen 31 CVS-patiënten en 31 gezonde controles.

Eerdere studies hebben voornamelijk gebruik gemaakt van enzymatische bepalingen voor de kwantificering van L-carnitine, totaal carnitine en totaal acylcarnitine. Deze analyse, hoewel nuttig, geeft geen informatie over individuele acylcarnitine-niveaus, het is dus mogelijk dat CVS geassocieerd is met veranderingen qua waarden van slechts enkele acylcarnitines en dus kunnen potentiële verschillen gemist worden bij het onderzoeken van de totale acylcarnitine-niveaus in deze studies. Slechts één eerdere studie heeft individuele acylcarnitine-waarden bij CVS-patiënten onderzocht. De studie rapporteerde geen significante verschillen qua individuele acylcarnitine-niveaus tussen 25 vrouwelijke CVS-patiënten en 25 vrouwelijke gezonde controles, hoewel echter slechts een beperkt aantal individuele acylcarnitines werden gekwantificeerd en geen harde conclusies kunnen worden getrokken. De huidige studie werd daarom uitgevoerd om de waarden van endogeen plasma L-carnitine n 35 individuele acylcarnitines bij CVS-patiënten te onderzoeken in vergelijking met voor leeftijd en geslacht gematchte gezonde controles.

De huidige studie bevestigt dat CVS niet geassocieerd is met veranderingen qua L-carnitine, totaal carnitine of totaal acylcarnitine; er werden echter significante verschillen aangetoond qua waarden voor 8 van de 35 gekwantificeerde afzonderlijke acylcarnitines tussen patiënten en gezonde individuen. Van bijzonder belang was de aanzienlijke vermindering van oleyl-L-carnitine (C18:1) en linoleyl-L-carnitine (C18:2) waarden bij CVS, een resultaat dat nog niet eerder werd gevonden. Soetekouw et al. konden geen significant verschil vinden tussen patiënten en controles qua niveau voor 5 van de 8 acylcarnitines […] (de resterende 3/8 werden niet geanalyseerd); dit kan te wijten zijn aan een gebrek statische ‘power’. Terwijl bv. de waarden gerapporteerd voor C8:1 vergelijkbaar zijn met die waargenomen in deze studie, onderzochten Soetekouw et al. carnitine-profielen van slechts 25 patiënten en 25 controles en, op basis van deze cijfers, schatten we dat hun studie slechts 45% ‘power’ had om een verschil tussen de groepen te bepalen.

Ons onderzoek heeft ook significante relaties aangetoond tussen vermoeidheid-graad en endogene plasma acylcarnitine-waarden. Belangrijk: er werden zeer significante associaties aangetoond voor oleyl-L-carnitine en linoleyl-L-carnitine, waarvan lagere niveaus geassocieerd bleken met een hogere vermoeidheid-ernst (geschat via de vermoeidheid-graad schaal). Het verband tussen vermoeidheid-graad en individuele acylcarnitine-waarden bij CVS werd nog niet eerder onderzocht. Plioplys & Plioplys toonden significante negatieve relaties tussen L-carnitine en totaal carnitine en vermoeidheid-ernst, maar niet met totaal acylcarnitine. In overeenstemming met de bevindingen van onze studie, rapporteerden Kuratsune et al. dat een verbetering in de toestand van CVS-patiënten geassocieerd was met een gelijktijdige verhoging van de endogene plasma acylcarnitine-niveaus, wijzend op het belang van carnitine-homeostase voor de symptomatologie van het Chronische Vermoeidheid Syndroom.

Op basis van het L-carnitine/acylcarnitine mechanisme bij vetzuur-oxidatie, is het denkbaar dat het waargenomen tekort qua lange-keten acylcarnitines bij CVS kan samenhangen met ofwel: (1) een toename van de aktiviteit van L-carnitine/acylcarnitine-translocase, of (2) een vermindering van de aktiviteit van carnitine-palmitoyltransferase I (CPT-I). Een toename van de L-carnitine/acylcarnitine-translocase aktiviteit zou resulteren in een verhoogde lange-keten acylcarnitine transfer over het binnenste mitochondriale membraan en daardoor een toename in substraat-beschikbaarheid voor spier β-oxidatie [zie hierboven], een scenario dat onwaarschijnlijk is, gezien de symptomatologie van CVS. Meer waarschijnlijk is dat het gebrek aan lange-keten acylcarnitines bij deze patiënten suggestief is voor verminderde vorming via CPT-I, in principe zou dit resulteren in minder acylcarnitines die beschikbaar zijn voor transport over het binnenste mitochondriale membraan. Bijgevolg zou er een vermindering zijn van de hoeveelheid acylcarnitines binnen de mitochondrieën beschikbaar voor omzetting door carnitine-palmitoyltransferase II (CPT-II) en daardoor een verminderde oxidatie van lange-keten vetzuren zijn. In overeenstemming hiermee heeft eerder onderzoek aangetoond dat mitochondriale lange-keten vetzuren oxidatie verminderd is bij patiënten met CVS. Ter verdere ondersteuning: patiënten met CPT-II-deficiëntie (waarbij minder substraat beschikbaar is voor β-oxidatie in de mitochondrieën) vertonen opvallend vergelijkbaar symptomen met CVS-patiënten – myalgie, krampen, spier-stijfheid, pijnlijke spieren en spier-zwakte. Aangezien lange-keten vetzuren de meest energie-rijke substraten zijn voor β-oxidatie, is het aannemelijk dat kleine veranderingen qua acylcarnitine-waarden een aanzienlijke invloed op de energie-produktie zouden hebben, wat leidt tot vermoeidheid.

De bevindingen van een eerdere studie [Maes et al. 2005] ondersteunen verder onze hypothese. De endogene spiegels van vetzuren werden onderzocht bij 22 CVS-patiënten en 12 gezonde controles en er werd aangetoond dat CVS vergezeld ging van verhoogde niveaus van omega-6 meervoudig onverzadigde vetzuren en enkelvoudig onverzadigde vetzuren. Interessant was dat van de gemeten vetzuren waarvoor het overeenkomstige acylcarnitine werd gekwantificeerd in de huidige studie (C14, C16, C16:1, C18, C18:1, C18:2), er in 5 van de 6 gevallen een significante vermindering van de acylcarnitine-niveaus was en een toename van de corresponderende vrije vetzuren waarden (C14, C16:1, C18, C18:1 & C18:2). In feite: wanneer onze bevindingen hiermee worden gelinkt, kan worden gespeculeerd dat de verhouding van vrije vetzuren / acylcarnitine voor deze acyl-groepen ongeveer 2 tot 3 keer hoger ligt bij CVS-patiënten dan bij gezonde controles; wijzend op een aanzienlijke verstoring van de vetzuur / carnitine homeostase bij deze patiënten. Dit kan het gevolg zijn van: (1) een vermindering van de aktiviteit van AcylCoA-synthase vereist voor de omzetting van vrije vetzuren naar AcylCoA, of (2) een verminderde aktiviteit van CPT-I. Aaangezien CPT-I het snelheid-bepalende enzyme is bij mitochondriale vetzuur oxidatie, wordt gehypothiseerd, op basis van deze bevindingen, dat een vermindering van CPT-I-aktiviteit bijdraagt tot de symptomatologie van CVS.

In overeenstemming hiermee werd aangetoond dat hoge waarden aan omega-6 vetzuren (zoals C18:2 gezien in deze patiënten-groep) CPT-I-aktiviteit remmen bij ratten, terwijl een stijging in de verhouding van omega-3 tot omega-6 CPT-I-aktiviteit bleek te verhogen bij zowel ratten en gezonde vrijwilligers. Aangezien L-carnitine ook bekend staat om CPT-I-ackiviteit te verhogen, wordt voorgesteld dat toediening van omega-3 vetzuren in combinatie met L-carnitine CPT-I-aktiviteit bij CVS zou verbeteren, waardoor de verhouding van vrije vetzuren / acylcarnitine wordt verlaagd en, theoretisch, de mitochondriale vetzuur oxidatie wordt genormaliseerd bij deze patiënten.

Er werden geen studies uitgevoerd om het effekt van de toediening van L-carnitine in combinatie met essentiële vetzuren op CVS-symptomatologie te onderzoeken. Preliminaire verkennende studies hebben het effekt van carnitine-supplementering (alleen) op de ernst van CVS bepaald; er werden echter geen dubbel-blinde, placebo-gecontroleerde studies uitgevoerd. In een open-label studie [Plioplys AV, Plioplys S. Amantadine and L-carnitine treatment of Chronic Fatigue Syndrome. Neuropsychobiology (1997) 35(1): 16-23] werd aangetoond dat L-carnitine (1 g oraal, 3x/d) leidde tot significante verbeteringen qua vermoeidheid-ernst na 2 maanden. Ook in een open-label, gerandomiseerd onderzoek naar het effekt van de toediening van acetyl-L-carnitine en/of propionyl-Lcarnitine bij CVS, merkten Vermeulen & Scholte [Exploratory open label, randomized study of acetyl- and propionyl-carnitine in Chronic Fatigue Syndrome. Psychosom Med (2004) 66(2): 276-282] dat supplementering met acetyl-Lcarnitine (2 g per dag oraal, gedurende 24 weken) resulteerde in significante verbeteringen qua mentale vermoeidheid en aandacht/concentratie, terwijl toediening van propionyl-L-carnitine (2 g per dag oraal, gedurende 24 weken) resulteerde in een significante verbetering qua algemene en fysieke vermoeidheid. Hoewel de huidige studie heeft aangetoond dat endogene spiegels van deze carnitines (L-carnitine, acetyl-L-carnitine en propionyl-L-carnitine) niet zijn veranderd bij CVS, stellen we voor dat toediening ervan het evenwicht tussen L-carnitine en acylcarnitines via CPT-I wijzigt, met een positief effekt op de acylcarnitine-waarden (waarvan is aangetoond dat ze uitgeput zijn bij de patiënten-populatie). Eerdere studies hebben ook aangetoond dat toediening van essentiële vetzuren (alleen) resulteert in een significante verbetering van de CVS-symptomatologie [Puri BK. The use of eicosapentaenoic acid in the treatment of Chronic Fatigue Syndrome. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids 2004; 70(4): 399-401 /// Puri BK. Long-chain poly-unsaturated fatty acids and the pathophysiology of Myalgic Encephalomyelitis (Chronic Fatigue Syndrome). J Clin Pathol (2007) 60(2): 122-124 /// Tamizi far B, Tamizi B. Treatment of Chronic Fatigue Syndrome by dietary supplementation with omega-3 fatty acids – A good idea? Med Hypotheses (2002) 58(3): 249-250].

Hoewel de oorzaak van deze voorgestelde stoornis van de mitochondriale vetzuur-oxidatie bij CVS-patiënten onbekend is, is het mogelijk dat dit kan worden gelinkt aan de bevinding dat CVS geassocieerd is met een toename in de incidentie van virale infektie. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat virale infektie kan resulteren in veranderde vetzuur-oxidatie en daarom is het mogelijk dat de aandoening wordt veroorzaakt door een virale infektie die leidt tot een verstoring van de vrije vetzuren en carnitine-homeostase, met een impact op de klinische toestand van deze patiënten. Deze hypothese rechtvaardigt verder onderzoek.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: