M.E.(cvs)-wetenschap

januari 24, 2011

Schade door CGT + GOT

Filed under: Behandeling — mewetenschap @ 1:26 pm
Tags: , ,

Cognitieve gedragtherapie bij M.E.(cvs) heeft, simpel gezegd, tot doel de patient ontvankelijk te maken voor graduele inspanning (zie Belgische CVS-referentiecentra). Graduele Oefen Therapie (GOT) bleek al meermaals schadelijk…

Hieronder de mening van een aktivist/patient uit Ierland daaromtrent, gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.

————————-

Psychotherapy and Psychosomatics Vol. 80, No. 2, 2011

Brief aan de Uitgever

Harms of Cognitive Behaviour Therapy designed to increase activity levels in Chronic Fatigue Syndrome: Questions remain

Tom Kindlon

‘Information Officer’ (vrijwillig medewerker), ‘Irish ME/CFS Association’ Dublin

Heins et al. [Possible detrimental effects of cognitive behaviour therapy for Chronic Fatigue Syndrome. Psychother Psychosom (2010) 79: 249-256] moeten worden gelukgewenst omwille van het rapporteren van de kwestie van nadelen, een verwaarloosd domein in de literatuur aangaande Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS), ondanks de hoge aantallen negatieve bijwerkingen geassocieerd met rehabiliterende programmas voor de ziekte [Kindlon T, Goudsmit EM. Graded exercise for Chronic Fatigue Syndrome: too soon to dismiss reports of adverse reactions. J Rehabil Med (2010) 42: 184 /// Koolhaas MP, de Boorder H, van Hoof E. Cognitive behaviour therapy for Chronic Fatigue Syndrome from the patient’s perspective. Medisch Contact, 2008 /// Working Group on CFS/ME (Chronic Fatigue Syndrome/ Myalgic Encephalomyelitis): A Report of the CFS/ME Working Group. London, Department of Health, 2002].

Heins et al. beweren dat ze hebben getoond dat cognitieve gedrag therapie (CGT) een veilige behandeling is voor CVS. Echter: de CONSORT verklaring over nadelen “moedigt auteurs aan de term ‘nadelen’ te gebruiken i.p.v. ‘veiligheid’ aangezien ‘veiligheid’ een geruststellende term is die de echte en potentieel belangrijke ‘nadelen’ die medicijnen en andere interventies kunnen veroorzaken mogelijks verborgen houden” [Ioannidis JP et al. CONSORT Group. Better reporting of harms in randomized trials: an extension of the CONSORT statement. Ann Intern Med (2004) 141: 781-788]. Gezien de erkende heterogeniteit van CVS, zou dit bijzonder toepasselijk zijn bij elke discussie over interventies voor deze aandoening.

CVS gaat gepaard met heel wat symptomen en inspanning van verschillende intensiteiten bleek talrijke symptomen te verergeren [VanNess JM, Stevens SR, Bateman L, Stiles TL, Snell CR. Post-exertional malaise in women with Chronic Fatigue Syndrome. J Womens Health (Larchmt) (2010); 19: 239-244 /// Van Oosterwijck J, Nijs J, Meeus M, Lefever I, Huybrechts L, Lambrecht L, Paul L. Pain-inhibition and post-exertional malaise in Myalgic Encephalomyelitis/ Chronic Fatigue Syndrome: an experimental study. J Intern Med (2010) 268: 265-278 /// Black CD, McCully KK. Time-course of exercise induced alterations in daily activity in Chronic Fatigue Syndrome. Dyn Med (2005) 4: 10]. Veel van deze symptomen worden niet gemeten met de instrumenten die Heins et al. gebruikten; wat suggereert dat de claim dat “patiënten die CGT krijgen, niet frequenter of meer symptoom-verergering ervaren dan onbehandelde patiënten” in het beste geval enkel toepasbaar is op enkele symptomen die individuen met CVS kunnen ervaren.

CONSORT stelt over nadelen: “het is belangrijk te rapporteren over deelnemers die niet verder participeren in een studie (‘non-adherent’) – omdat dit kan weerspiegelen dat ze niet in staat zijn de interventie te verdragen”. Heins et al. bespraken de resultaten van 3 Nederlandse CGT gerandomiseerde, gecontroleerde proeven (‘randomized controlled trials’, RCTs) om na te gaan of het advies dat werd gegeven aan patiënten, nl. om de hoeveelheid aktiviteit te verhogen, leidt tot symptoom-verergering. Ze presenteerden gegevens die lijken te tonen dat dit, voor de gebruikte items, niet het geval is.

Een recent overzicht van dezelfde 3 RCTs vond echter dat CGT “de hoeveelheid lichamelijke aktiviteit niet veranderde” (gemeten d.m.v. actigrafie) [Wiborg JF et al. How does cognitive behaviour therapy reduce fatigue in patients with Chronic Fatigue Syndrome? The role of physical activity. Psychol (Med 2010) 40: 1281-1287]. Dit suggereert dat het doel om de hoeveelheid aktiviteit te verhogen in veel van de gevallen niet werd bereikt. Dus is er onvoldoende informatie om vast te stellen of het verhogen van de aktiviteit kan leiden tot symptoom-verergering.

Een team uit de V.S. vond dat een CGT-programma, waarbij een “voorschrift voor het gradueel verhogen van het wandelen” was betrokken, ook niet leidde tot een toename qua gemiddeld aantal stappen [Friedberg F, Sohl S. Cognitive-behaviour therapy in Chronic Fatigue Syndrome: is improvement related to increased physical activity? J Clin Psychol (2009) 65: 423-442]. Bij deze studie werd het naleven van de wandel-opdrachten bevestigd d.m.v. visuele inspectie van actigrafie-metingen. De auteurs suggereerden dat de paradoxale resultaten kunnen worden verklaard door het vervangen van de wandelingen door andere aktiviteiten.

Er is bewijs dat er een aktiviteit-grens bestaat bij CVS en dat inspanning boven die grens kan leidden tot een toename van sommige symptomen [VanNess JM et al.; zie hierboven]. Een Nederlandse bevraging (n = 100) vond dat 38% van de CVS-patiënten rapporteerden zich slechter te voelen na CGT [Koolhaas MP et al.; zie hierboven]. Een equivalent percentage bij een Britse bevraging (n = 285) was 26%. Het kan het geval zijn dat, buiten de (veiliger) grenzen van een RCT [Rawlins M. De Testimonio: on the evidence for decisions about the use of therapeutic interventions. Clin Med 2008; 8: 579588], patiënten waarschijnlijk hun hoeveelheid aktiviteit daadwerkelijk verhogen, wat leidt tot meer symptoom-verergering. Het gebruik van metingen van de behandeling-participatie (‘adherence’) bij toekomstige studies zou meer informatie kunnen verstrekken over deze belangrijke kwestie.

————————-

Antwoord door Heins et al. (Expert Centre for Chronic Fatigue, Radboud University Nijmegen Medical Centre, Nijmegen, The Netherlands) – Psychother Psychosom. 2011 Jan 4;80(2):112. (pre-print)

[…] We kozen er voor de belangrijkste symptomen te onderzoeken die door patiënten worden ervaren: vermoeidheid en pijn […]. Hoewel CVS-patiënten vele symptomen kunnen ervaren, heeft het CDC 8 symptomen geselekteerd die kenmerkend zijn voor CVS. […].

[…] Wat betreft deze 8 CVS-symptomen: CGT voor CVS leidt niet tot symptoom-veregering.

Kindlon stelt dat we de hoeveelheid aktiviteit niet konden verhogen en dat we dus de mogelijke schadelijke effekten van het verhogen van aktiviteit niet konden onderzoeken. Ons doel was echter niet om de mogelijke schadelijke effekten van een verhoging qua fysieke aktiviteit per se te onderzoeken maar om te bepalen of CGT patiënten met CVS mogelijks schade zou kunnen berokkenen. Het is voorbarig te besluiten dat onze behandeling niet tot verhoogde aktiviteit zou leiden. Zoals aangegeven door Wiborg et al. [How does cognitive behaviour therapy reduce fatigue in patients with Chronic Fatigue Syndrome’? The role of physical activity. Psychol Med (2010); 40: 12811287], was de hoeveelheid lichamelijke aktiviteit vóór en na therapie vergelijkbaar. […] Het is waarschijnlijk dat patiënten hun hoeveelheid aktiviteit verhogen bij het begin van de therapie maar dan naar de waarden van vóór de behandeling terugkeren na het vervangen van wandelen/fietsen door fysiek minder veeleisende aktiviteiten. [Klinkt allemaal niet erg overtuigend en bevestigt o.i. gewoon wat Kindlon hierboven schrijft…]

Het doel van CGT bij CVS is niet de lichamelijke aktiviteit te verhogen zoals Kindlon suggereert maar om vermoeidheid en verstoring qua dagelijks funktioneren te verminderen. [Het doel van een behandeling zou in elk geval herstel moeten zijn: kunnen werken, studeren, het huishouden doen, een sociaal leven hebben, dingen  doen tijdens de vrije tijd, enz.] De waarde van de studie van Wiborg et al. is dat werd aangetoond dat een persistente verhoging qua fysieke aktiviteit geen mediator is bij het behandel-effekt van CGT. [Uit het rapport van het (Belgische) RIZIV blijkt alvast dat geen van de ‘objectieve’ parameters toeneemt door toepassing van CGT+GOT (graduele oefentherapie). CVS-patiënten meldden trouwens ook (zie hierboven) via meerdere enquêtes achteruit te gaan door CGT+GOT Velen stoppen na enige tijd dus hun participatie aan dergelijke studies maar dit wordt niet meegenomen bij de resultaten. Men kan dus spreken van een zekere bevooroordeeldheid.] Veranderingen qua cognities zijn belangrijker bij het bekomen van een vermindering van vermoeidheid (ongepubliceerde gegevens).

[…]

Advertenties

januari 17, 2011

Neuropeptide-Y: biomerker voor symptoom-ernst bij CVS

Filed under: Diagnostiek,Immunologie — mewetenschap @ 6:48 am
Tags: , , ,

Vervolg op

Neuropeptide-Y en CD-26

‘Natural Killer’ Cel Funktie & Dipeptidyl Peptidase IV/CD26 – biomerkers voor CVS?

————————-

Behavioral and Brain Functions (2010) 6: 76 [pre-print]

Plasma neuropeptide Y: a biomarker for symptom severity in Chronic Fatigue Syndrome

Mary Fletcher, Martin Rosenthal, Michael Antoni, Gail Ironson, Xiao Zeng, Zachary Barnes, Jeanna Harvey, Barry Hurwitz, Silvina Levis, Gordon Broderick, Nancy Klimas

Achtergrond Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een complexe ziekte met meerdere symptomen en een multi-systeem pathogenese met wijzigingen in het zenuw-, endocrien en immuunsysteem. Abnormaliteiten qua stress-respons, werden geïdentificeerd als potentiële triggers of mediatoren van CVS-symptomen. Deze studie focuste op de stress-mediator neuropeptide-Y (NPY). We hypothiseerden dat NPY een nuttige biomerker zou zijn voor CVS.

Methodes CVS-patiënten (n = 93) – ‘Chronic Fatigue and Related Disorders Clinic at the University of Miami’ – 1994 definitie van Fukuda. Gezonde sedentair controles (n = 100) […]. Een andere vermoeiende, multi-symptoom ziekte, Golf Oorlog Ziekte (GWI) werd ook vergeleken met CVS. We maten NPY in plasma gebruikmakend van een radio-immuno-assay (RIA). Psychometrische waren voor een subgroep CVS-patiënten beschikbaar […].

Resultaten Plasma NPY was verhoogd bij CVS-individuen, vergeleken met controles (p = .000) en met GWI-gevallen (p = .000). ROC curve-analyse [‘Receiver operating characteristics’; grafiek van de gevoeligheid tegen de specificiteit; de ROC-analyse is een statistische methode die internationaal gebruikt wordt als toets voor de voorspellende waarde van een variabele of instrument.] gaven aan dat de voorspellende capaciteit van plasma NPY om CVS-individuen te onderscheiden van gezonde controles en van mensen met GWI significant beter was dan louter toeval. Bij 42 patiënten met CVS vertoonde plasma NPY significante correlaties (< 0.05) met ervaren stress, neerslachtigheid, woede/vijandigheid, verwarring, negatieve gedachten, positieve gedachten, algemene gezondheid en cognitieve status. Bij ieder geval ging de correlatie (+ of -) in de verwachte richting.

Conclusies Deze studie is de eerste in de CVS-literatuur die meldt dat plasma NPY verhoogd is vergeleken met gezonde controles en met een vergelijking-groep vermoeiden (GWI). De significante correlaties van NPY met stress, negatieve gedachten, algemene gezondheid, neerslachtigheid en cognitieve funktie suggereert sterk dat dit peptide kan worden beschouwd als een biomerker om subgroepen van CVS te onderscheiden.

januari 10, 2011

Vibratie-therapie voor M.E.(cvs)?

Filed under: Behandeling,Inspanning — mewetenschap @ 6:52 am
Tags: , , ,

‘Whole Body Vibration’ (WBV) is een interessant middel gebleken om in korte tijd vooruitgang op het gebied van spierkracht te boeken. Er zijn aanwijzingen dat vibratie-training ondermeer spierkracht, spier-coördinatie, flexibiliteit kan verhogen en bot-dichtheid kan vergroten. Op een zogenaamde ‘tril-plaat’ (een platform dat vertikale vibraties met een frequentie van 20-50 Hz en een amplitude van 2,0-10,5 mm genereert) lijkt een korte training met eenvoudige en niet-vermoeiende inspanning-vormen wel een wondermethode.

Het fysiologisch mechanisme van de spierkracht-verbetering wordt gekenmerkt door neurologische en myogene adaptatie. Bij het eerste leert het lichaam als het ware de neurologische mogelijkheden die er zijn zo optimaal mogelijk te benutten (deze ‘motor-learning’ gebeurt snel – minder dan een maand). Het tweede volgt pas na weken tot maanden van trainen en leidt tot een aanpassing van de spier-struktuur (hypertrofie, intramusculaire coördinatie en hyperplasie, invloed op vezel-typering). (zie o.m. ‘Afwijkende Pijndrempels en Morfologie in de Spieren bij CVS’, ‘Struktuur en funktie van skelet-spieren gewijzigd bij CVS’ & ‘Transcriptie-profiel van spieren bij CVS)

Bij het toepassen van vibraties op het lichaam wordt verondersteld dat vooral de wijze van samentrekken wordt verbeterd, dus de wijze waarop de motor-units worden gerecruteerd. (Motor-unit recrutering is de aktivering van een spier door het opéénvolgend recruteren van samentrekking-eenheden (motor-units) om meer en meer samentrekking-kracht te verkrijgen. Een motor-unit bestaat uit een motor-neuron en alle spier-vezels die het doet samentrekken. * zie ook ‘Overzicht: Lichamelijke aktiviteit, fysiologische inspanning-capaciteit & spier-kracht’) Door het toepassen van een vibratie op een spier(groep), wordt deze passief in lengte en spanning veranderd. Deze veranderingen worden door de proprioceptoren geregistreerd (Proprioceptie = positie-zin; het vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam en lichaam-delen waar te nemen. Proprioceptoren registreren de stand en beweging van gewrichten. Daarnaast registreren ze ook de spanning over spier-pezen. Er zijn twee types spier-proprioceptoren: uiteinden die zich rond spier-vezels winden en vertakte uiteinden die boven op de vezel liggen.) en via het ruggenmerg doorgegeven. De verandering in lengte wordt beantwoord met het afvuren van motorische prikkels via het ruggenmerg of de motorische cortex (hersenschors) om deze veranderingen tegen te gaan. Deze motorische prikkels leiden tot een contractie van de spier(groep), de rek- of myotatische reflex (is erop gericht de lengte van de spier constant te houden; spier-rekking reflex = tegengesteld aan pees-reflex). Er wordt verondersteld dat deze rek-reflex verantwoordelijk is voor de relatief snelle toename van kracht bij de vibratie-training. De sensor die verantwoordelijk is voor de rek-reflex is de spier-spoel (in de spieren gelokaliseerd, in parallel met de spier-vezels en bestaande uit spier-weefsel; registreert de lengte-verandering van de spier, waaruit indirect de stand van een gewricht kan worden opgemaakt). Tijdens het veranderen van de lengte wordt ook de spanning in de spier passief veranderd. De sensor die dit registreert en verantwoordelijk is voor het antwoord is het Golgi-apparaat (‘Golgi tendon organ’; in serie met de spier-vezels, gelokaliseerd in de pezen die de spier aan het bot hechten.). Bij een bepaalde vibratie-frequentie (40 Hz.) wordt het ontladen van de motor-units t.g.v. de reflex gesynchroniseerd, waardoor er een versterkte contractie optreedt. Bij deze reflex worden daardoor veel meer motor-units ingeschakeld dan bij een bewuste contractie. Motor-units die voorheen vermoeid waren of inaktief; worden bij het motorisch antwoord van de rek-reflex ook ingeschakeld. Er vindt dus een maximale recrutering plaats. Bij conventionele kracht-training kan bij maximale aanspanning ongeveer 45% tot maximaal 85% van de aanwezige spier-vezels worden aangespannen.

De vraag is natuurlijk of dit effekt ook bij M.E.(cvs) optreedt en of er geen bijwerkingen (post-exertionele malaise, vertraagd optreden van vermoeidheid en kenmerkende symptomen) zijn. Veel onderzoek is daaromtrent nog niet gebeurd. We vermelden hier één artikel bij een kleine groep patiënten met CVS door het team van Professor Pizzigallo dat WBV combineerde met sub-maximale inspanning (dus niet alleen maar vibratie-training!) en willen onderzoekers aanmoedigen dit verder uit te diepen, na te gaan wat bv. de waarde van WBV alleen zou zijn…

Eura Medicophys., 2006;42(2):97-102

Sub-maximal aerobic exercise with mechanical vibrations improves the functional status of patients with Chronic Fatigue Syndrome

Saggini R, Vecchiet J, Iezzi S, Racciatti D, Affaitati G, Bellomo RG, Pizzigallo E

Physical Therapy Institute, Department of Medicine and Aging, G. D’Annunzio University, Chieti, Italy

DOEL: Chronisch Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een ziekte gekenmerkt door invaliderende vermoeidheid met een onbekende etiologie en andere and niet-specifieke symptomen. CVS-patiënten lijden onder een ernstige vermoeidheid die erger gemaakt wordt door inspanning, met een consistente vermindering van de aktiviteit. Een lichamelijke deconditionering zou CVS-kenmerken alsook een neuromusculaire dysfunktie van centrale of peripfere oorsprong kunnen verklaren.

METHODES: Tien CVS-patiënten [6 vrouwen, 4 mannen; tussen 20 en 49; CDC criteria; medicatie-vrij] namen deel aan een protocol van een rehabiliterende behandeling over een periode van zes maand: ze ondergingen een sub-maximale en hoofdzakelijk aërobe inspanning met een verminderd O2 verbruik gebruikmakend van een Galileo 2000 systeem dat mechanische vibraties levert gekenmerkt door sinusoïdale vertikale trillingen [eerste 2 maand 18 Hz, volgende 4 maand 22 Hz; herhaald om de 48h: initieel 4 posities (rechtop met voet-tip op het platform, halve hurk, 60° geplooid been Li & Re) telkens 2 min en elke maand + 20 sec]. Vóór en na dergelijke behandeling werd bij alle patiënten een druk-pijn drempel profiel bepaald, lichamelijke en psychosociale parameters [vermoeidheid, spier-pijn, stemming, leven-kwaliteit, arbeid-mogelijkheden] d.m.v. de visuele analoge schaal (VAS) geëvalueerd en een spier-prestatie analyse uitgevoerd met een dynamometer [toestel om de kracht geleverd door spier-samentrekking te meten en op te nemen].

RESULTATEN: Na de zes maanden durende studie-periode was er een algemene verbetering van de hierboven beschreven parameters vergeleken met de basale bepalingen.

BESLUIT: We concluderen dat de rehabiliterende inspanning een nuttige behandeling biedt voor CVS-patiënten, in het bijzonder om een effektieve training van de explosieve kracht te realiseren.

Inleiding

[…]

De hypothese van een deconditionering door een gebrek aan inspanning, zou de CVS-kenmerken kunnen verklaren: maar ook de hypothese van een neuromusculaire dysfunktie – van centrale of perifere origine – wordt ondersteund door experimentele bevindingen [o.a. Behan & Behan en onze groep (Pizzigallo E et al.) JCFS (1996) 2 (2/3): 76-77. ‘Alterations in muscles of CFS-patients at morphological, biochemical and molecular level’ & Neurosci Lett. (1996) 19;208(2): 117-20. ‘Sensory characterization of somatic parietal tissues in humans with Chronic Fatigue Syndrome’; zie: ‘Afwijkende Pijndrempels en Morfologie in de Spieren bij CVS].

De verminderde tolerantie voor inspanning en de snelle vermoeibaarheid, onafhankelijk van wat de oorzaken zijn, en het abnormale loop-patroon bij wandelen, bemoeilijken rehabiliterende therapie […]. Uitputtende therapie beïnvloedt ook de cognitie bij CVS [LaManca JJ et al. Am J Med. (1998) 105(3A): 59S-65S. ‘Influence of exhaustive treadmill-exercise on cognitive functioning in Chronic Fatigue Syndrome’].

Het is geweten dat training gebaseerd is op oefeningen gekarakteriseerd door variaties in gravitationele versnelling [zwaartekracht-versnelling] en dat veranderingen in gravitationele condities ook kunnen worden geïnduceerd door mechanische vibraties toegepast op de totale struktuur van het lichaam. Het is ook geweten dat de repons op training wordt gemedieerd door neurogene en myogene factoren: de eerste fase van spier-adaptatie wordt gekenmerkt door een verbetering van neurale factoren, terwijl de myogene factoren aanzienlijker worden wanneer de stimuli langer worden aangeboden (enkele maanden). [zie ook onze introductie]

[…]

Resultaten

[…]

Alle individuen meldden een verslechtering van de symptomen tijdens de 24 h na de aanvang van de therapie en een progressief verdwijnen van de symptomatologie vanaf de tweede week van de behandeling.

[…] We zagen een significante verbetering van BMI en lichaam-gewicht (21,2 => 18,4 & 68,5 => 61,4) [na 6 maand].

De druk-pijn drempels lagen significant hoger dan basaal voor de quadriceps maar waren niet significant verschillend voor de trapezius-spier [monnikskapspier, de ruitvormige spier bovenop de rug] en de schouder-spier […].

Alle met VAS geëvalueerde parameters waren gedaald: bijzonder significant voor vermoeidheid & spier-pijn (p < 0.05), en zeer significant voor stemming, leven-kwaliteit & arbeid-aktiviteit (p < 0.01).

De parameter kracht [beste prestatie qua piek kracht-momentum – produkt van kracht en afstand tot deze kracht – door de quadriceps, gemeten met de dynamometer] vertoonde een significante toename van 18% (p < 0.006).

Bespreking en besluiten

[…]

Onze resultaten suggereren dat het mogelijk is een verbetering van de funktionele toestand van CVS-patiënten te bekomen d.m.v. sub-maximale en voornamelijk aërobe inspanning met een verminder O2-consumptie gebruikmakend van een WBV systeem.

[…] Daarnaast vonden we een interessante en significante toename van de pijn-drempel van de quadriceps die waarschijnlijk gecorreleerd is met de wijzigingen in de skelet-spieren na kleine variaties qua spier-lengte. Deze induceren veranderingen van die neuromusculaire funkties en eigenschappen die stijfheid van de quadriceps controleren. Onze behandel-procedure liet in feite toe dat de spier een inspanning leverde bij gesloten kinematische keten [Lichamelijke inspanning waarbij de hand of voet gefixeerd is en niet kan bewegen; de hand/voet blijft constant in contact met het oppervlak van het apparaat.] […]. De data suggereren een lokaal trainig-effekt op pijn-drempels, dat ook reeds elders werd gezien [bij trapezius-myalgie].

De zeer significante verbetering van druk-pijn drempels in de quadriceps […] geïnduceerd door het mechanische vibratie rehabillitatie- (graduele inspanning) programma zou verklaard kunnen worden door de verbetering van neuromusculaire proprioceptie en de verhoogde musculaire vascularisatie (geïnduceerd door lichamelijke inspanning). […] Onze resultaten zouden ook gecorreleerd kunnen zijn met het endorfine-systeem, secundair aan lichamelijke inspanning. Endorfinen zijn gekend een antalgisch [pijn-verlagend] effekt op subjectieve pijn en stemming te induceren; interessant daarbij is dat we gedaalde beta-endorfine concentraties vonden bij CVS-patiënten, in vergelijking met depressieve patiënten en gezonde controles [Panerai AE, Vecchiet J, Panzeri P, Meroni P, Scarone S, Pizzigallo E, Giamberardino MA, Sacerdote P. Clin J Pain. (2002) 18(4): 270-3. ‘Peripheral blood mononuclear cell beta-endorphin concentration is decreased in Chronic Fatigue Syndrome and fibromyalgia but not in depression: preliminary report’: “Evaluatie van PBMC beta-endorfine concentrations zou een diagnostisch instrument kunnen zijn voor CVS & fibromyalgie, en kunnen helpen bij de differentiële diagnose van deze syndromen tegenover depressie.”].

[…]

De verhoging van de kracht met 18% was een positieve verrassing. Deze was hoger dan die gerapporteerd bij graduele oefentherapie. De data bevestigen dat de training van explosieve kracht niet enkel kan worden gerealiseerd door inspanningen gekenmerkt door snelle en bruuske variaties van de zwaartekracht-versnelling maar ook door mechanische vibraties toegepast op het ganse lichaam. […]

Deze interessante gegevens moeten worden bevestigd bij een grotere groep CVS-patiënten vergeleken met een controle-groep gematcht voor leeftijd en geslacht. Er blijkt wel degelijk een verbetering van de symptomatologie met dit rehabilitatie-protocol, terwijl we eerder geen klinische verbetering bekwamen met stretching en relaxatie-therapie.

————————-

Naast bovenstaande studie betreffende WBV bij M.E.(cvs) vonden we, naast rapporten van het gebruik bij allerhande aandoeningen (o.a. M.S.) ook enkele studies bij fibromyalgie. Men kwam tot gelijkaardige bevindingen maar er dient weerom worden opgemerkt dat WBV hier ook werd gecombineerd met traditionele inspanning-therapie (iets wat bij M.E.(cvs) reeds meermaals nefast is gebleken); hier bleven de patiënten ook hun medicatie nemen. Hoewel werd getoond dat WBV serum IGF-1 verhoogt bij gezonde individuen, bleek dit niet het geval bij vrouwen met fibromyalgie…

J Altern Complement Med. 2008 Oct;14(8):975-81

Six weeks of whole-body vibration exercise improves pain and fatigue in women with fibromyalgia

Alentorn-Geli E, Padilla J, Moras G, Haro CL, Fernández-Solà J

Laboratory of Biomechanics, INEF-Exercise and Sport Sciences School, University of Barcelona, Spain

OBJECTIEF: Het doel van deze studie was om de efficiëntie te onderzoeken van een 6 weken durend traditioneel inspanning-programma met bijkomende ‘whole-body’ vibratie (WBV) bij het verbeteren van gezondheid-toestand, lichamelijk funktioneren en de hoofd-symptomen van fibromyalgie (FM) bij vrouwen.

METHODES: 36 vrouwen met FM (gemiddelde leeftijd 55,97 +/- 1,55) werden willekeurig onderverdeeld in 3 behandel-groepen: inspanning + vibratie (EV), inspanning (E) en controle (C). Inspanning-therapie, bestaande uit aërobe aktiviteiten [wandelen aan met een intensiteit van 65%–85% van de theoretische maximale hartslag], stretching en relaxatie-technieken, werd tweemaal per week (90 min/dag) uitgevoerd. Na elke inspanning-sessie onderging de EV-groep een protocol met WBV, terwijl de E-groep hetzelfde protocol zonder vibratie-stimulus uitvoerde [het vibratie-apparaat werd in de E-groep wel aangezet maar er werden geen trillingen voortgebracht]. De ‘Fibromyalgia Impact Questionnaire’ (FIQ) werd afgenomen bij baseline en 6 weken na de aanvang van de behandelingen. Schattingen van pijn, vermoeidheid, stijfheid en depressie werden ook gerapporteerd gebruikmakend van de visuele analoge schaal.

[De WBV werd op een Power Plate uitgevoerd waarbij de individuen zich konden vasthouden aan een ondersteuning-bar. Voornamelijk de onderste ledematen waren betrokken: statisch hurken met knieën 100° gebogen; dynamisch hurken tussen 90° en 130°; (c) volgehouden staan met gestrekte benen maar gebogen voetzolen; buigen-strekken tussen 100° en 130° voor elk been; 100° hurken waarbij het gewicht van het ene naar het andere been wordt gebracht. 6 oefeningen (elk 30 seconden) werden 6 x herhaald met tussenin 3 minuten herstel. De WBV-intensiteit 30 Hz met een amplitude van 2 mm. Er werd eerder aangetoond dat 30 Hz maximale musculaire elektrische aktiviteit induceert. Lagere frequenties (20 Hz) lokken musculaire relaxatie uit, hogere frequenties (50 Hz) kunnen ernstige pijn opwekken bij ongetrainde individuen. De duur van de WBV was 4,5 minuten per sessie voor de eerste 2 en 18 minuten voor de resterende 10 sessies.]

RESULTATEN: Er werd een significante interaktie gevonden voor pijn (p = 0.018) en vermoeidheid (p = 0.002) maar niet voor FIQ (p = 0.069), stijfheid (p = 0.142) of depressie (p = 0.654). Pijn- en vermoeidheid-scores waren significant verminderd vergeleken met baseline in de EV-groep maar niet in de E-groep of C-groep. Daarenboven vertoonde de EV-groep significant lagere pijn- en vermoeidheid-scores na 6 weken vergeleken met de C-groep, terwijl geen significante verschillen werden gevonden tussen de E-groep en de C-groep (p > 0.05).

BESLUIT: De resultaten suggereren dat een 6 weken durend traditioneel inspanning-programma met bijkomende WBV pijn en vermoeidheid reduceert, terwijl inspanning alleen geen verbeteringen kan induceren.

[Beperkingen: kleine groep patiënten; er was geen vierde behandel-groep met WBV zónder inspanning-therapie. Het zou ook interessant zijn te onderzoeken of er een verband is met slaap-kwaliteit.]

Blog op WordPress.com.