M.E.(cvs)-wetenschap

december 29, 2010

Overzicht: Lichamelijke aktiviteit, fysiologische inspanning-capaciteit & spier-kracht

Filed under: Inspanning — mewetenschap @ 10:15 am
Tags: , , ,

Professor Nijs en zijn team ondernamen de wetenschappelijke literatuur onder de loep en stelden vast wat de meeste M.E.(cvs)-patiënten al lang weten en dagelijks ondervinden: dat ze minder fysieke aktiviteit kunnen uitoefenen dan gezonde mensen met een sedentaire leven-stijl. De inspanning-capaciteit bij M.E.(cvs) is verminderd. Niettegenstaande de erkenning van het bestaan van post-exertionele malaise en van het feit dat M.E.(cvs)-patiënten zich wel willen inspannen maar niet kunnen, blijven de auteurs blijkbaar moeite hebben om CGT + GOT (cognitieve gedrag-therapie & graduele oefen therapie) langs de kant te schuiven…

Misschien moet er toch es nader worden bekeken wat de waarde – en de eventuele bijwerkingen – van ‘whole-body vibration exercise’ is!?…

 

Disabil Rehabil. 2010 Dec 20. [pre-print]

Tired of being inactive: a systematic literature review of physical activity, physiological exercise capacity and muscle strength in patients with Chronic Fatigue Syndrome

 

Jo Nijs1,2,3, Senne Aelbrecht1,4, Mira Meeus1,2, Jessica Van Oosterwijck1,2,3, Evert Zinzen5 & Peter Clarys4

1 Department of Human Physiology, Faculty of Physical Education & Physiotherapy, Vrije Universiteit Brussel, Belgium

2 Division of Musculoskeletal Physiotherapy, Department of Health Care Sciences, Artesis University College Antwerp, Belgium

3 Department of Physical Medicine and Physiotherapy, University Hospital Brussels, Belgium

4 Department of Human Biometry and Biomechanics, Faculty of Physical Education & Physiotherapy, Vrije Universiteit Brussel, Belgium

5 Department of Sportstraining and Movement Education, Faculty of Physical Education & Physiotherapy, Vrije Universiteit Brussel, Belgium

Inleiding

[…]

Blijven aktief zijn, ondanks toenemende vermoeidheid, is waarschijnlijk een cruciale stap bij de ontwikkeling van CVS. Zodra CVS wordt vastgesteld, is post-exertionele malaise een belangrijk kenmerk van de ziekte. Symptomen worden erger na matige inspanning [Clapp LL, Richardson MT, Smith JF, Wang M, Clapp AJ, Pieroni RE. Acute effects of thirty minutes of light-intensity, intermittent exercise on patients with Chronic Fatigue Syndrome. Phys Ther (1999) 79:749-756], na toegenomen dagelijkse lichamelijke aktiviteit [Black CD, O’Conner PJ, McCully KK. Increased daily physical activity and fatigue-symptoms in Chronic Fatigue Syndrome. Dynamic Med (2005) 4:3] en na een maximale inspanning test [Lapp CW. Exercise limits in chronic fatigue syndrome. Am J Med (1997) 103:83]. Een vertraagd herstel van de inspanning doet zich voor bij patiënten met CVS [Paul L, Wood L, Behan WMH, Maclaren WM. Demonstration of delayed recovery from fatiguing exercise in Chronic Fatigue Syndrome. Eur J Neurol (1999) 6:63-69]. Vandaar dat rusten en aktiviteit vermijden een manier kan zijn om om te gaan met de ziekte en de post-exertionele malaise. Deze observaties zouden indirect impliceren dat patiënten met CVS minder fysieke aktiviteit uitoefenen. Toch blijft het onduidelijk of deze notie direct wordt ondersteund door bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek. Is er wetenschappelijk bewijs waaruit blijkt dat patiënten met CVS minder fysieke aktiviteit presteren in vergelijking met gezonde controles? Zijn patiënten met CVS te moe om aktief te zijn?

Langdurige lichamelijke inaktiviteit heeft veel bijwerkingen, met inbegrip van spier-afname, verminderde cardiovasculaire funktie en verminderde long-funktie. Bovendien resulteert langdurige lichamelijke inaktiviteit in verminderde fysieke conditie en verminderde fysiologische inspanning-capaciteit. Fysiologische inspanning-capaciteit testen worden veel gebruikt bij de beoordeling van patiënten met CVS, en ze blijken zowel reproduceerbaar als valide te zijn. Fysiologische inspanning-capaciteit is gerelateerd met aktiviteit-begrenzingen en participatie-beperkingen bij patiënten met CVS, wat de klinische relevantie ervan ondersteunt. Er werden echter tegenstrijdige gegevens omtrent fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS gerapporteerd. Op dit moment blijft het onduidelijk of patiënten met CVS verminderde fysiologische inspanning-capaciteit hebben in vergelijking met gezonde sedentaire controles.

Langdurige lichamelijke inaktiviteit en verminderde fysiologische inspanning-capaciteit werden oorspronkelijk gezien als belangrijke redenen voor het toepassen van cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie als behandeling-strategieën voor CVS. Graduele aktiviteit is over het algemeen opgenomen bij cognitieve gedragstherapieën voor patiënten met CVS, het moedigt de patient aan om geleidelijk het aktiviteit-niveau te verhogen. Zo ook focust graduele oefentherapie zich op het verbeteren van fysiologische inspanning-capaciteit en inspanning-tolerantie door geleidelijk de training-intensiteit en -duur te verhogen. Er zijn sterke aanwijzingen die het gebruik van cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie voor de behandeling van CVS ondersteunen. [Een aantal bevragingen door patiënten-verenigingen blijken dat te weerleggen; alsook o.a. een rapport over de Belgische referentiecentra door het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.] Het blijft echter onduidelijk of patiënten met CVS lichamelijk inaktief zijn en een verminderde fysiologische inspanning-capaciteit hebben.

[…]

Methodes

[…]

Resultaten

[…] Van de 315 geselekteerde werd van 42 artikels vastgesteld of ze in aanmerking kwamen voor deze literatuur-‘review’. Daarvan werden er 27 uitgesloten. Hoofdzakelijk omwille van een ongeschikt studie-ontwerp (n = 17). De inhoud van 10 bijkomende artikels was ook niet verwant met de vragen die we stelden. 15 volledige artikels werden opgenomen in de review. […]

Fysiologische inspanning-capaciteit

[…] Twee studies werden niet opgenomen omdat ze de vereiste 50% kwaliteit-score niet bereikten. […] Vijf ‘case-control’ studies vonden dat patiënten met CVS verminderde fysiologische inspanning-capaciteit hebben in vergelijking met gezonde sedentaire controles. Volgens deze studies hebben patiënten met CVS gereduceerde piek hartslag, verlaagde uithouding (d.w.z. test-duur), gereduceerde piek arbeid, gereduceerde piek zuurstof-opname, lagere bloed-lactaat waarden en een versnelde respiratoire uitwisseling [‘respiratory exchange ratio’, RER; verhouding ingeademde zuurstof / uitgeademde CO2 = VCO2/VO2]. Alles tesamen werden 558 patiënten met CVS en 300 gezonde sedentaire controle-individuen bestudeerd. Toch waren deze studies niet geheel in overeenstemming met elkaars bevindingen. […]

In tegenstelling hiermee concludeerden vier studies dat patiënten met CVS niet verschillen van sedentaire controles qua fysiologische inspanning capaciteit. […]. Alles tesamen werden hierbij 89 patiënten met CVS en 99 gezonde sedentaire controle-individuen bestudeerd. […]

Tesamen genomen is het aantal studie-individuen veel groter bij de studies die afgenomen fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS rapporteren. Ook het aantal studies met voldoende methodologische kwaliteit die verminderde fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS melden is groter. Twee studies die gelijkaardige fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS en gezonde controles rapporteren, bereikten de vereiste kwaliteit-norm niet (een kwaliteit-score minstens 50%). Vandaar dat het beschikbare bewijsmateriaal wijst in de richting van verminderde fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS.

Toch blijft er een zekere discrepantie wat betreft fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS versus gezonde controles blijft. De pogingen om te controleren voor specifieke bronnen van bias (d.w.z. te controleren voor mogelijk vooroordeel) waren niet echt vruchtbaar. Ten eerste: de hoeveelheid dagelijkse fysieke aktiviteit zal waarschijnlijk fysiologische inspanning-capaciteit gegevens beïnvloeden. Daarom hebben veel studies sedentaire gezonde controle-individuen gebruikt. Eén studie matchte CVS-patiënten met gezonde controles voor huidig aktiviteit-niveau, leeftijd, lengte, gewicht en geslacht. Dit brengt ons bij de kwestie van het poolen van geslacht-gegevens, wat werd geïdentificeerd als een belangrijke bron van bias bij studies die inspanning-fysiologie bij patiënten met CVS adresseren. Daarom wordt de meerderheid van de studies gecontroleerd voor geslacht-bias door ofwel enkel vrouwen te bestuderen, de gegevens van vrouwen en mannen apart te analyseren of een vergelijkbare hoeveelheid vrouwen in de CVS- en sedentaire controle-groep te bestuderen. Ten derde: meerdere studies pakten de kwestie van het definiëren van een maximale inspanning aan. Ten slotte werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen fysiologische respons tijdens en na voltooiing van een inspanning-test. Er werd vastgesteld dat de absolute fysiologische resultaten opgenomen aan het eind van elke oplopende arbeid-last bij de inspanning-test niet verschilde tussen CVS en controles, maar de piek inspanning waarden lagen opvallend lager in de CVS-groep.

Lichamelijke aktiviteit

Alle opgenomen artikels over lichamelijke aktiviteit (n = 5) rapporteerden verlaagde gebruikelijke (dag-dagelijkse) fysieke aktiviteit bij patiënten met CVS vergeleken met gezonde controles. In totaal werden 99 patiënten met CVS en 101 gezonde controle-individuen bestudeerd. Bij elk van de studies werd real-time continue aktiviteit-monitoring (accelerometers) gebruikt.

Spier-kracht

Twee studies onderzochten piek spierkracht bij patiënten met CVS. Eén studie vergeleek de maximaal vrijwillige contractie van de scheenbeen-spier bij patiënten met CVS (n = 7) en gezonde controles (n = 7). De tweede studie onderzocht de maximaal vrijwillige contractie van de quadriceps-spier bij 66 patiënten met CVS en 30 gezonde controles. Beide studies vonden gereduceerde piek isometrische spierkracht bij patiënten met CVS vergeleken met gezonde controles.

Bespreking

Uit de beschikbare literatuur kan worden geconcludeerd dat patiënten met CVS minder fysieke aktiviteit uitvoeren tijdens het dagelijks leven en een lagere piek isometrische spierkracht hebben in vergelijking met gezonde sedentaire controle-individuen. Er werden tegenstrijdige gegevens in verband met fysiologische inspanning-capaciteit van de patiënten met CVS gemeld maar uit de beschikbare gegevens blijkt dat fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS is gedaald.

Fysiologische inspanning-capaciteit

Naast geslacht, lichamelijke aktiviteit of de criteria die een maximale inspanning definiëren, zijn andere factoren waarschijnlijk verantwoordelijk voor de discrepantie tussen de studies. Het gebrek aan uniformiteit qua inspanning test-protocollen zou een dergelijke factor kunnen zijn. Zowel een lineaire als en een stapsgewijze toename van fiets-arbeid werden gebruikt om fysiologische inspanning-capaciteit bij mensen met CVS te bestuderen. Eén studie onderwierp willekeurig patiënten met CVS aan ofwel een lineaire inspanning test-protocol of een stapsgewijs test-protocol. Gebaseerd op de verhouding piek werklast / piek zuurstof-opname, bleek de mechanische efficiëntie lager bij individuen die het stapsgewijs protocol uitvoerden (p = 0,002). […] Deze bevindingen benadrukken het belang van de aard van het test-protocol.

Afgezien van het gebrek aan uniformiteit qua inspanning test-protocollen, kan het zeer heterogene karakter van de CVSpopulatie en het gebrek aan uniformiteit qua gebruikte diagnostische criteria verantwoordelijk zijn voor de verschillen. Inderdaad: een eerdere studie toonde aan dat een methode voor de voorspelling van de piek zuurstof-opname bij Oxford-gedefinieerde CVS-patiënten niet van toepassing was op CVS-patiënten gedefinieerd volgens de ‘Centre for Disease Control and Prevention’ criteria. Vergeleken met de 1994 definitie voor CVS, omvatten de Oxford criteria voor CVS depressie en angst-stoornissen niet als uitsluiting-factoren, en minder symptoom-criteria. Dit brengt ons bij de kwestie van de heterogeniteit en sub-groepering. Hoewel sommige patiënten slechts matig aangetast zijn, hebben anderen ernstige symptomen en zijn ze bedlegerig. Het lijkt redelijk te stellen dat zwaarder getroffen patiënten een slechtere fysiologische inspanning-capaciteit kunnen hebben in vergelijking met matig aangetaste patiënten. Bij afwezigheid van een definitief besluit wat betreft fysiologische inspanning-capaciteit bij patiënten met CVS, wordt besloten dat de beschikbare studiebevindingen wijzen op een verminderde fysiologische inspanningcapaciteit bij CVS. Verdere studie op dit gebied is nodig en moet rekening houden met potentiële bronnen van vertekening, zoals het test-protocol en de gebruikte diagnostische criteria voor CVS. Daarnaast moeten toekomstige studies een ‘wash-out’ periode voor medicijnen gebruiken, geblindeerde bepalingen, a priori ‘power’-berekening en een sedentaire controle-groep vergelijkbaar voor leeftijd, geslacht, gewicht, lengte en huidige niveau qua fysieke aktiviteit. Een studie die voldoet aan elk van deze kwaliteit-criteria is momenteel niet beschikbaar in de wetenschappelijke literatuur.

Lichamelijke aktiviteit

Alle studies betreffende lichamelijke aktiviteit bij CVS gebruikten real-time accelerometrie en vonden verlaagde gewone fysieke aktiviteit bij patiënten met CVS vergeleken met gezonde controles. De vraag rijst: waarom zijn mensen met CVS lichamelijk inaktief? Vermijding-gedrag ten aanzien van fysieke aktiviteit beïnvloedt waarschijnlijk het niveau aan fysieke aktiviteit en de inspanning-prestaties. Er werd aangetoond dat specifieke aktiviteiten, waarvan werd verwacht dat ze resulteren in een hoge vermoeidheid-graad, minder vaak werden uitgevoerd door CVS-patiënten, en een hoge verwachting qua vermoeidheid was gerelateerd met een laag aktiviteit-niveau [Wat ons maar normaal lijkt…]. Kinesiofobie is een specifieke vorm van angst-ontwijkend gedrag gedefinieerd als “een buitensporige, irrationele en invaliderende angst voor lichamelijke beweging en aktiviteit als gevolg van een gevoel van kwetsbaarheid voor pijnlijk letsel of hernieuwde blessure” [De bezorgdheid van CVS-patiënten in deze zin kan bezwaarlijk irrationeel worden genoemd (!) gezien het bewijs voor post-exertionele mailaise en verlengd herstel na inspanning.]. Bij patiënten met CVS is kinesiofobie een courant kenmerk dat van klinisch belang leek te zijn (bv. met betrekking tot arbeidsongeschiktheid) maar bleek geen bepalende factor bij fysiologische inspanning-capaciteit [ziePost-exertionele malaise – een overzicht’ & ‘Oefenprogrammas ???’]. Deze waarneming is in overeenstemming met een studie waaruit sterkere vrijwillige inzet (d.w.z. sterkere hersen-signalen op een elektro-encefalogram) blijkt tijdens de motor-taken bij CVS-patiënten in vergelijking met gezonde controles.

Het is aangetoond dat intensieve lichaamsbeweging [Lapp CW. Exercise-limits in Chronic Fatigue Syndrome. Am J Med (1997) 103:83-84] of zelfs een 30% toename van de aktiviteit vaak een terugval veroorzaakt, die bijgevolg ten minste een deel van de fysieke inaktiviteit gezien bij patiënten met CVS kan verklaren. Deze post-exertionele malaise werd gelinkt aan acute immuun-veranderingen na lichamelijke aktiviteit die de fysieke capaciteiten van een CVS-patient te boven gaan [zie bv. Jammes Y et al. (2005) – ‘Oxidatieve stress]. Er wordt geconcludeerd dat vermoeidheid en andere CVS-kenmerken zoals malaise na inspanning het moeilijk, zo niet onmogelijk, maken om lichamelijk aktief te zijn. Iedereen die met CVS-patiënten heeft gewerkt, kan bevestigen dat ze er niet voor kiezen om fysiek inaktief te zijn. Integendeel: patiënten met CVS zijn het beu inaktief te zijn. Huidige revalidatie-benaderingen voor CVS benadrukken het belang van pacing bij dagelijkse aktiviteiten, en het respecteren van lichamelijke en geestelijke beperkingen die inherent zijn aan CVS. Deze aanpak is gericht op het voorkomen van post-exertionele malaise bij patiënten met CVS.

Spier-kracht

Gezien het beperkte aantal studies over spierkracht bij CVS (n = 2), is meer werk op dit gebied vereist. Minder spierkracht bij mensen met CVS kan te wijten zijn aan deconditionering of centrale vermoeidheid. Zowel centrale als perifere vermoeidheid kunnen de verminderde motor-neuron [neuronen die de spieren bezenuwen] -recrutering [spier-arbeid opdrijven => meer excitatorische prikkels => meer motor-neuronen geaktiveerd] verklaren.

Besluit

Patiënten met CVS vertonen minder lichamelijke aktiviteit tijdens het dagelijks leven en hebben lagere piek isometrische spierkracht in vergelijking met gezonde sedentaire controle-individuen. Bij het bestuderen van de fysiologische inspanning-capaciteit, wijst de literatuur-review op variabiliteit in de CVS-populatie. Er wordt geconcludeerd dat het beschikbare bewijs duidt op een verminderde fysiologische inspanning-capaciteit bij CVS. Toekomstige studies moeten gebruik maken van een ‘wash-out’ periode voor medicatie-gebruik, geblindeerde bepalingen, a priori ‘power’-berekening en een sedentaire controle-groep vergelijkbaar voor leeftijd, geslacht, gewicht, lengte en de huidig niveau aan fysieke aktiviteit.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: