M.E.(cvs)-wetenschap

november 12, 2010

Bloedvolume & verminderde hartfunktie bij CVS

Gearchiveerd onder: Fysiologie — mewetenschap @ 6:20 am
Tags: , , , ,

Hurwitz en zijn collegas hebben onderzocht of er tekorten waren qua hart-output en bloed-volume bij CVS-patiënten en of deze waren gelinkt met de ernst van de ziekte en sedentaire leven-stijl. De resultaten toonden duidelijk verminderd hart-volume en hart-output aan bij de ernstiger aangetaste CVS-patiënten, wat in de eerste plaats toe te schrijven is aan een meetbare reductie van het bloed-volume.

Het is natuurlijk mogelijk dat wat ze zien een aanpassing van het lichaam is aan de ziekte-toestand en niet een oorzaak. Verminderd volume resulteert in minder arbeid door de hart-spier. In sommige gevallen worden meer rode bloedcellen geproduceerd om het gereduceerde volume te compenseren.

Enkele termen ter verduidelijking:

TBV (totaal bloed volume) = PV (plasma-volume) + RBCV (rode bloedcel volume)

LV = linker ventrikel (hart-kamer)

LVMI = massa van het linker ventrikel uitgedrukt t.o.v. lichaam-oppervlakte

SV (‘stroke’ of slag-volume) = volume bloed dat per contractie door het LV wordt gepompt

SI (‘stroke’ of slag-index) = SV gedeeld door lichaam-oppervlakte

CO (cardiale output) = hoeveelheid bloed die per minuut door het hart wordt voortgestuwd

CO in ml/min = hartslag (slagen/min) x ‘stroke’-volume (ml/hartslag)

CI (cardiale index) = CO gedeeld door lichaam-oppervlakte

ESV = volume bloed in het LV op het einde van de contractie (systole), net voor het vullen

EDV = volume bloed in het LV op het einde van het vullen (diastole), net voor de contractie

EDV-ESV = SV

Vcfc (velocity of circumferential shortening corrected by HR); een echocardiografische meting voor LV contractiliteit

EF (ejectie-fractie) = fractie van het bloed dat per hartslag uit het LV wordt gepompt (SV/EDV x 100)

SVR (systemische vasculaire resistentie) = weerstand ondervonden om het bloed in de perifere circulatie te pompen

Clinical Science 2010, 118:125-135

Chronic Fatigue Syndrome: illness-severity, sedentary lifestyle, blood-volume and evidence of diminished cardiac function

Barry E Hurwitz, Virginia T Coryell, Meela Parker, Pedro Martin, Arthur LaPerriere, Nancy G Klimas, George N Sfakianakis & Martin S Bilsker

University of Miami, Miami, FL 33136, U.S.A.

Deze studie onderzocht in een groep patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) of er tekorten qua cardiale output en bloed-volume waren en of deze gerelateerd zijn met ziekte-ernst en sedentaire leven-stijl. Follow-up analyses bepaalden of verschillen tussen CVS- en controle-groepen qua hart-output waarden werden gecorrigeerd door te controleren voor hart-samentrekbaarheid en totaal bloed-volume. De 146 deelnemers werden onderverdeeld in twee CVS-groepen gebaseerd op symptoom-ernst (ernstig, n=30 vs. niet-ernstig, n=26) en twee gezonde niet-CVS controle-groepen gebaseerd op lichamelijke aktiviteit (sedentair, n=58 vs. niet-sedentair, n=32). Controles werden gematcht met CVS-deelnemers op basis van leeftijd, geslacht, ethniciteit en ‘body-mass’. Echocardiografische metingen gaven aan dat de deelnemers met ernstige CVS 10,2% lager hart-volume (stroke index & eind-diastolisch volume) en 25,1% lagere samentrekbaarheid (Vcfc [‘snelheid van omtrek-verkorting gecorrigeerd voor hartslag’]) dan de controle-groepen vertoonden. ‘Dual tag’ [dubbele labeling] bloed-volume metingen gaven aan dat de CVS-groepen een lager TBV, plasma-volume en rode bloedcel volume dan de controle-groepen hadden. Bij de CVS-individuen met een TBV-tekort (≥ 8% onder de ideale waarden), waren het gemiddelde ± SD percent tekort in TBV, PV en RBCV: 15,4 ± 4,0; 13,2 ± 5,0 en 19,1 ±  6,3. Lagere CVS hart-volume waarden werden substantieel gecorrigeerd door te controleren voor TBV-tekorten maar veranderden niet door te controleren voor hart-samentrekbaarheid. Analyses gaven aan dat de TBV-tekorten 91-94% van de groep-verschillen qua hart-volume parameters verklaarden. Groep-verschillen qua hart-struktuur compenseerden elkaar en daardoor doken geen verschillen op voor LV [het deel van het hart dat kracht ontwikkelt om het verzamelde bloed via de aorta-klep door het lichaam te stuwen] massa index (LVMI). Daarom wijzen de bevindingen er op dat lagere waarden qua hart-volume, die zich primair uiten bij personen met ernstige CVS, niet waren gelinkt met verminderde waarden qua hart-samentrekbaarheid maar waarschijnlijk een gevolg van een co-morbide hypovolemische aandoening. Verder onderzoek is nodig om de fysiologisch en klinische betekenis van de veranderingen van hart en bloed-volume bij CVS te bepalen.

INLEIDING

De ernstige invaliderende vermoeidheid van CVS (Chronische Vermoeidheid Syndroom) wordt vaak vergezeld door een cluster van symptomen die een onderliggende chronische of episodische cardiovasculaire en autonome dysfunktie suggereren. Eerdere studies hebben aangetoond dat, in vergelijking met gezonde controle-individuen, CVS-patiënten posturale [bepaald door de houding] tachycardie [abnormaal snel kloppend hart, > 100 slagen/min] en orthostatische [bij rechtopstaande houding] intolerantie hebben die aanleiding kunnen geven tot pre-syncopale symptomen [syncope = flauwvallen of verlies van bewustzijn uitgelokt door een plotse vagale stimulatie die een onvoldoende doorbloeding van de hersenen uitlokt - een acute reflex-matige verlaging van de bloeddruk] en een abrupte daling van de bloeddruk. Daarnaast hebben sommige studies gemeld dat CVS-patiënten een overdreven daling van de systolische bloeddruk tijdens het Valsalva manoeuvre [De neus met duim en wijsvinger dichtknijpen en met gesloten mond blazen; hierbij worden veranderingen in hartslag en bloeddruk gemeten, en de mechanismen deze reguleren beoordeeld.], vasculaire overgevoeligheid voor toegediend noradrenaline (norepinefrine) en verminderde ademhaling-aritmie [(respiratory sinus arrhythmia, RSA) een natuurlijk voorkomende variatie in hartslag tijdens een ademhaling- cyclus; de hartslag stijgt tijdens inademing en vermindert bij uitademing] hebben; wat afwijkingen in autonome mechanismen die tussenkomen bij het cardiovasculair funktioneren suggereert.

Eerder waren er twee studies die met behulp van impedantie-cardiografie [continue meting van de hoeveelheid bloed die per minuut door de hart-kamers (ventrikels) wordt rondgepompt, gebaseerd op het principe dat veranderingen in de impedantie (wisselstroom-weerstand) van de borstkas een afspiegeling zijn van veranderingen in dit hart-minuut-volume - zie ook ‘Verstoorde cardiovasculaire respons op staan bij CVS] de cardiovasculaire funktie beoordeelden, om M.E./CVS-patiënten met sedentaire niet-CVS controles te vergelijken [LaManca JJ, Peckerman A, Natelson BH et al. Cardiovascular response during head-up tilt in Chronic Fatigue Syndrome. Clin. Physiol. (1999) 19, 111-120 /// Peckerman A, LaManca JJ, Natelson BH et al. Abnormal impedance-cardiography predicts symptom severity in Chronic Fatigue Syndrome. Am. J. Med. Sci (2003) 326, 55-60]. In de initiële studie werden geen verschillen gevonden qua bloeddruk tijdens rust in ruglig maar de CVS-groep had een meer verminderd SV dan de controles. In een daaropvolgende studie door dit laboratorium werd de prestatie van het hart geëvalueerd in funktie van CVS ziekte-ernst. Ten opzichte van de de niet-ernstige CVS en sedentaire controle-individuen, hadden de zwaar getroffen CVS-patiënten een lagere SV en cardiale output. Deze resultaten onderstrepen de waarde van het in acht nemen van CVS ziekte-ernst; een studie-ontwerp modificatie die werd voorgesteld maar zelden toegepast.

Slechts twee eerdere studies hebben gebruik gemaakt van een echocardiografisch onderzoek van hart-struktuur en -funktie om CVS te vergelijken met niet-CVS individuen. Eén studie toonde aan dat CVS-individuen niet verschillen van controles qua SV maar een meer verminderde LVID (LV interne diameter), kleinere LVPWT (dunnere achterste wand van het LV) en minder LV massa hadden. Recenter hebben anderen gerapporteerd dat CVS-patiënten een grotere prevalentie van ‘klein hart syndroom’ [zwakte of vermoeidheid zelfs na gewone inspanning, hartkloppingen, kortademigheid en flauwvallen] hadden, gedefinieerd d.m.v. een röntgen-opname van de borst als een cardiothoracale verhouding ≤ 42%: 61% van de CVS-patiënten vergeleken met 24% van de controle-individuen hadden ‘klein hart syndroom’. Deze CVS-patiënten hadden ook een kleinere LVID en meer verminderde ‘stroke’ index en cardiale index waarden. Anderen hebben aangegeven dat personen met ‘klein hart syndroom’ ook soortgelijke symptomen als die met CVS, zoals langdurige post-exertionele zwakte en vermoeidheid; en orthostatische syncope, kunnen hebben.

Helaas werden er bij geen enkele van deze studies directe vergelijkingen met sedentaire niet-CVS controles uitgevoerd. Correctie voor lichamelijke aktiviteit is essentieel omdat CVS-patiënten meestal sedentair zijn en, met meer langdurige ziekte-duur en -ernst, kan deconditionering resulteren in cardiale atrofie, en aanzienlijk verminderde cardiale samentrekbaarheid en haemodynamische prestaties. Daarenboven is de ziekte-chroniciteit vaak geassocieerd met bloedarmoede, idiopatische hypovolemie en dehydratie, die kunnen aanleiding geven tot orthostatische syncopale gevoeligheid en andere autonome en bloedsomloop-gebreken. Inderdaad: als directe bloed-volume metingen werden uitgevoerd, werden een sub-normaal PV en RBCV waargenomen bij 53 en respectievelijk 84%, van de zwaar getroffen CVS-patiënten, en 63% van deze patiënten had een laag TBV [Streeten DH & Bell DS. Circulating blood-volume in Chronic Fatigue Syndrome. JCFS (1998) 4, 3-11]. Dus kan niet met zekerheid worden geconcludeerd dat de afwijkingen qua cardiale struktuur en funktie bij CVS die eerder werden gerapporteerd, niet het gevolg van deconditionering te wijten aan een sedentaire leven-stijl, of afwijkingen in bloed-volume, cardiale contractiliteit of andere onderliggende pathofysiologie waren.

Daarom vergeleek dit onderzoek CVS-deelnemers met niet-CVS war betreft cardiale struktuur en funktie, waarbij werd gecontroleerd voor ziekte-ernst, sedentaire leven-stijl, bloed-volume, cardiale samentrekbaarheid en relevante demografische en antropometrische factoren. Vandaar dat de studie-opzet resultaten van vier groepen evalueerde: twee CVS-groepen onderverdeeld op basis van ziekte-ernst (ernstig en niet-ernstig) en twee gezonde, niet-CVS controle-groepen onderverdeeld op basis van fysieke aktiviteit (sedentair en niet-sedentair). Niet-CVS deelnemers werden gematcht voor leeftijd, geslacht, ethniciteit en BMI (body-mass-index) met de CVS-deelnemers.

MATERIALEN & METHODES

Deelnemers

Data werden verkregen van 146 mannen en vrouwen uit twee verschillende studies: MIAEPO (‘Miami Epoetin Alpha Clinical Trial’) en ‘MARCH’ (‘Markers Assessing Risk for Cardiovascular Health’). […] MIAEPO was een dubbel-blinde placebo-gecontroleerde beperkte cross-over studie met als primaire doelstelling de impact van epoetine-α therapie op RBCV, autonome funktie en orthostatische gevoeligheid bij CVS te bestuderen. [Beschrijving recrutering en karakteristieken van de deelnemers aan deze studie: 56 personen met CVS en 24 niet-CVS personen.] De ‘MARCH’ studie werd ontworpen om factoren en sub-klinisch cardiovasculair ziekte-risico te bestuderen. [Beschrijving recrutering en karakteristieken van de deelnemers aan deze studie: 37 gezonde sedentaire niet-CVS individuen en 32 gezonde niet-sedentaire niet-CVS individuen werden geselekteerd voor de controle-groepen.]

CVS-groep verdeling op basis van ziekte-ernst

[…] Om geklassificeerd te worden als ernstig zieke CVS-individuen moest men zeven of meer van tien CVS-symptomen (post-exertionele vermoeidheid, niet-verfrissende slaap, algemene zwakte, geheugen- of concentratie-stoornissen, spier-pijn, gewricht-pijn, hoofdpijn, koorts, pijnlijke keel en gevoelige lymfe-klieren) hebben en ten minste zeven van deze symptomen moesten ≥ 6 maanden aanhouden en nu of in het verleden als matig tot ernstig worden beoordeeld.

Controle-groep verdeling op basis van sedentaire leven-stijl

Voor de controle-individuen was toewijzing tot de controle-groepen gebaseerd op sedentaire leven-stijl geregistreerd d.m.v. lichamelijke aktiviteit. Fysieke aktiviteit in energie-verbruik was werd afgeleid uit de ‘Paffenbarger Physical Activity Questionnaire’ [PPAQ; zelf-gerapporteerde lichamelijke aktiviteit] en het compendium voor energie-verbruik voor lichamelijke aktiviteiten [een klassificatie specifiek voor fysieke aktiviteit op basis van energie-verbruik, intensiteiten uitgedrukt t.o.v. een standaard MET - metabool equivalent voor een taak - bij rust]. Sedentaire status werd gedefinieerd als een gemiddeld energie-verbruik van ≤ 1500 kcal/week, terwijl niet-sedentaire status werd gezien als een verbruik van ≥ 2200 kcal/week.

Procedures

[Beschrijving screening bij de MIAEPO en MARCH studies.]

Bloed-volume test

De ‘dual tag’ test is de gouden standaard methode voor bepaling van bloed-volumes. […] De procedure omvatte het labelen met 51Cr van rode bloedcellen om RBCV te meten en het labelen met 125I van serum-albumine om PV te meten. [Volumes werden berekend uit de toegdiende dosis en de concentratie radio-aktiviteit gemeten in het bloed.]. TBV werd berekend door het optellen van RBCV en PV; volumes werden gecorrigeerd voor lichaam-gewicht. Totale lichaam haematocriet werd afgeleid uit de RBCV/TBV verhouding. Het afwijking-percentage van voorspelde PV-, RBCV- en TBV-waarden werd afgeleid van de ideale lichaam-gewicht en bloed-volume gegevens gecontroleerd voor leeftijd, geslacht, gewicht en lengte.

Bloeddruk in rust in zit en ruglig

In zit: elke 3 min […] In ruglig: net voor het echocardiografisch onderzoek. SVR (systemische vasculaire resistentie) werd afgeleid uit de verhouding MAP (gemiddelde arteriële druk)/CO.

Hart-funktie en -struktuur

Twee-dimensionele en M-mode [eenvoudige één-dimensionele grafische weergave van de beweging van het hart in funktie van de tijd] echocardiogrammen. Metingen van hart-funktie omvatten: ESV en EDV (eind-systolische & eind-diastolische volumes), SV, SI (stroke-index), EF (ejectie-fractie [geeft aan hoe goed het hart pompt]), HR (hartslag), CO en CI (hart-index). Hart-samentrekbaarheid geregistreerd via Vcfc (‘velocity of circumferential shortening corrected by HR’). […] Strukturele metingen omvatten LVLd & LVLs (lengte van het LV bij diastole en systole), LVIDd & LVIDs [inwendige diameter van het LV - bij diastole en systole], dikte van de hart-wand bij diastole [LVPWTd (LV ‘posterior wall thickness’ - dikte achterste wand - bij diastole) & IVSWTd (‘interventricular septalwall thickness’ - dikte van de scheidingwand tussen de ventrikels)] en LVMI (LV massa index) […].

Aërobe capaciteit

[MIAEPO studie] Graduele inspanning test op een fiets-ergometer […].

Statistische analyses

[…]

RESULTATEN

Kenmerken van de deelnemers

[…]

Groep-klassificaties

[…]

Hart-funktie, SVR en BP

[…] Geen groep-verschillen qua bloeddruk in zit of in ruglig. Een trend naar significante groep-verschillen in SVR (P = 0.10) was te wijten aan meer SVR-verhoging bij de individuen met ernstige CVS dan controles (P < 0.04). Daarnaast toonden de analyses een significant verschil in CI tussen de groepen (P < 0.03). Allebei de groepen met ernstige en niet-ernstige CVS hadden een meer verminderde CI-waarde dan de controle-groepen (P < 0.04). De lagere CI in de CVS-groepen was niet te wijten aan verschillen qua hartslag tussen de groepen. Een significant groep-verschil qua SI tussen de groepen (P < 0.03) was te wijten aan een lagere SI in de groep met ernstige CVS dan beide controle-groepen (P < 0.03). In tegenstelling daarmee verschilde de groep met ernstige CVS en controle-groepen qua SI, maar een inspectie van de groep-gemiddelden suggereerde dat de gedaalde CI bij de individuen met ernstige CVS te wijten was aan een combinatie van lagere SI en hartslag. Gelijkaardige bevindingen werden geobserveerd voor groep-verschillen qua EDV, waarbij de groep met ernstige CVS de neiging tot een lagere EDV had dan alle andere groepen (P = 0.065). Er werden geen verschillen gevonden qua ESV.

Verdere analyses toonden dat, in vergelijking met de controle-groepen, de CVS-groepen meer verminderde hart-samentrekbaarheid hadden (Vcfc; P < 0.001). In tegenstelling daarmee werden geen groep-verschillen gevonden qua ‘cardiac compliance’ [zgn. E/A-verhouding; diagnostische parameter afgeleid van de instroom door de mitralis-klep]. Wanneer analyses werden gecontroleerd voor hart-samentrekbaarheid, bleven de groep-verschillen voor hart-volume waarden (CI, SI & EDV) significant (P < 0.04). Het verminderde hart-volume, wat duidelijker was bij de individuen met ernstige CVS dan met niet-ernstige CVS, bleek dus geen gevolg van een onderdrukking van de samentrekbaarheid.

Hart-struktuur

Er werden geen groep-verschillen qua LVL gevonden, hoewel de groep met ernstige CVS een neiging tot kortere LVLd had dan de controle-groepen (P = 0.09). Beide CVS-groepen en de sedentaire controle-individuen hadden significant kortere LVIDd en LVID dan de niet-sedentaire controle-individuen (P < 0.001 en P < 0.002 respectievelijk). In tegenstelling daarmee werd een grotere dikte van de hart-wand geobserveerd bij de CVS-groepen (IVSWTd: P < 0.001; LVPWTd: P < 0.002]; specifiek: beide CVS-groepen hadden significant grotere IVSWTd en LVPWTd dan de niet-sedentaire controle-individuen (P < 0.02). […]

Bloed-volume en hart-funktie verschillen

Wat betreft de bloed-volume metingen van de CVS-groepen en de sedentaire controles: analyses gaven significante groep-verschillen aan voor percentage verschil van het ideaal bloed-volume voor TBV, PV en RBCV (P < 0.001, P < 0.001 en P <0 .002 respectievelijk]. Voor elke bloed-volume meting, waren de tekorten voor de groep met ernstige CVS groter dan voor de groep met niet-ernstige CVS, die op zijn beurt grotere tekorten had dan de sedentaire controle-groep (P < 0.05). […] Van de CVS-individuen met een TBV-tekort ≥ 8% onder ideale waarden, was het gemiddelde ± S.D. percentage deficiet in TBV, PV en RBCV: -15,4 ± 4,0% (-8,9 tot -25,6%), -13,2 ± 5,0% (-6,9 tot -29,3%) en -19,1 ± 6,3% (-7,2 tot -36,5%) respectievelijk.

Van de hart-volume (CI, SI en EDV) en samentrekbaarheid (Vcfc) variabelen die verschilden tussen CVS- en sedentaire controle-groepen, wezen de drie groep-vergelijkingen op een grotere afname qua hart-funktie bij de indviduen met ernstige CVS dan de andere groepen […]. Na correctie voor het percentage verschil van ideaal TBV, wezen analyses er op dat deze groep-verschillen niet langer significant waren voor CI, SI en EDV […], terwijl de individuen met ernstige CVS minder samentrekbaarheid dan de controles bleven hebben (P < 0.02). Regressie-analyses gaven aan dat met name de TBV-tekorten respectievelijk 73,2; 91,7; 94,0 en 26,6% van de groep-verschillen qua CI, SI, EDV en Vcfc verklaarden. De TBV-tekorten waren dus substantieel verantwoordelijk voor de groep-verschillen qua hart-volume metingen.

BESPREKING

De belangrijkste bevindingen van dit onderzoek waren dat, ten opzichte van gezonde, niet-CVS individuen, patiënten met CVS en in het bijzonder deze geklassificeerd met ernstige CVS (i) een lagere CI hadden (wat vroegere rapporten repliceerde) als gevolg van een afname in SI van ca. 10,2%, (ii) een cardiale contractiliteit deficiet hadden van ca. 25,1% en (iii) een TBV tekort van ca. 15,4%. Toen voor hart-samentrekbaarheid werd gecontroleerd, wees het ontbreken van een significante correctie van de hart-volume metingen (CI, SI en EDV) er op dat deze CVS funktionele verschillen waarschijnlijk niet waren gerelateerd aan de samentrekbaarheid. Ook de vaststelling dat de sedentaire controle-individuen geen vermindering van het hart-volume hebben, suggereert dat de lagere waarden voor hart-volume bij de CFS-individuen wellicht niet was te wijten aan deconditionering. Deze conclusie wordt ondersteund door de waarneming dat de CVS-groepen een vergelijkbaar tekort qua aërobe capaciteit hadden vergeleken met de sedentaire controle-groep. Bovendien correleerde het deficiet qua aërobe capaciteit niet significant met de vermindering van het hart-volume bij deze individuen. De waargenomen groep-verschillen voor indices van het hart-volume werden opgeheven door te corrigeren voor de TBV-tekorten; het TBV-tekort was verantwoordelijk voor 91-94% van de groep-verschillen qua hart-volume. Daarom is het waarschijnlijk dat de afname in hart-volume bij CVS-individuen secundair is aan een hypovolemische toestand, eerder dan dat het te wijten is aan een primaire cardiale funktionele abnormaliteit. Echter, zonder het bewijs dat bloed-volume behandeling een oplossing zou bieden voor de cardiale abnormaliteiten, kan een dergelijke conclusie niet met zekerheid worden gemaakt.

De afname in hart-volume bij CVS-patiënten was van een relatief matige grootte-orde en CI-waarden bleven binnen het bereik voor deze patiënten. Niettemin zou een funktioneel tekort van de waargenomen grootte fysiologische relevantie kunnen hebben bij fysieke en mentale uitdagingen. Er zijn tal van studies waaruit blijkt dat tijdens head-up tilt [HUT; de onderzoek-tafel wordt rechtop gekanteld tot een vertikale hoek van 60°-80°: een diagnostisch instrument dat routine-matig wordt gebruikt in cardiovasculaire laboratoria om de fysiologische responsen bij rechtop staan te onderzoeken] CVS-patiënten haemodynamische stoornissen vertonen ten opzichte van hun niet-CVS tegenhangers, vaak weerspiegeld door overmatige tachycardie en de gevoeligheid voor bloeddruk-val, evenals pre-syncopale en syncopale gebeurtenissen. Er dient echter te worden opgemerkt dat bij de huidige studie de vermindering van hart-volume geen duidelijke verschillen toonde qua aërobe capaciteit bij CVS-patiënten ten opzichte van niet-CVS sedentaire controles. […]

Hoewel geen groep-verschillen qua hart-massa werden waargenomen, hadden de CVS- en sedentaire controle-groepen een kleinere LV-omvang dan de niet-sedentaire controle-groep; deze bevinding lijkt de vorige suggestie van ‘klein hart syndroom’ bij CVS te ondersteunen. Dat de huidige vaststelling voorkwam bij de sedentaire groepen suggereert een gemeenschappelijke etiologie. De aangetoonde koppeling tussen deconditionering en cardiale atrofie, inclusief verdunning van de hartspier-wand, ondersteunt deze mogelijkheid. Deze interpretatie zou niet geldig kunnen zijn omdat slechtere aërobe capaciteit niet significant geassocieerd was met een kleiner LV bij deze studie-deelnemers. In tegenstelling daarmee hebben de bevindingen omtrent de dikte van de cardiale wand gewezen op verschillen qua CVS-status: de dikte van de cardiale wand was groter bij CVS in vergelijking met de controle-groepen. Hoewel de bloeddruk in rust niet verhoogd was bij de CVS-individuen, was er een trend naar groter SVR in de individuen met ernstige CVS, wat een rol kan hebben gespeeld bij het stimuleren van de waargenomen hartwand-verdikking. Als alternatief, gezien het feit dat CVS-aanvang vaak gelinkt is met een recente infektie en CVS-patiënten de neiging hebben tot verhoogde prevalentie van bakteriële en/of virale infekties, kan een mogelijke bron van de wand-dikte verschillen infektie zijn. HHV-6 (humaan herpes-virus 6), PVB19 (humaan parvovirus B19) en combinaties van PVB19/HHV-6 worden vaak gevonden in hart-biopten van patiënten met virale myocarditis. Bovendien sugereren sommige aanwijzingen dat deze virussen vermoeidheid-syndromen bij niet-CVS en CVS-patiënten kunnen uitlokken en in stand houden. Wij zijn echter niet op de hoogte van enige gerapporteerde gevallen van virale myocarditis bij CVS-patiënten.

De huidige bevindingen van een RBCV-tekort bij CVS zijn vergelijkbaar met een eerdere studie van zwaar getroffen CVS-patiënten [zie Streeten & Bell]. De huidige resultaten breiden dit tekort echter uit tot niet-ernstig getroffen CVS-patiënten. Bovendien hadden de CVS-individuen in de huidige studie ook een PBV-tekort. Met name ca. twee derde van de ernstige CVS-groep had een lager-dan-normale TBV, een prevalentie 2-maal hoger dan die van niet-ernstige CVS-patiënten. Bovendien was de omvang van het TBV-tekort vrij substantieel (tot 6 SD lager dan normaal bij sommige individuen). Hoewel een aantal van vloeistof-volume regulerende factoren een onafhankelijke PV-afname kunnen induceren, komt het vaak voor dat een primaire verlaging van het RBCV resulteert in een PV-vermindering. Een RBCV-deficiëntie suggereert de aanwezigheid van een geassocieerde anemische aandoening maar de CDC diagnostische criteria bepalen echter dat de aanwezigheid van anemie een uitsluiting-factor is voor een CVS-diagnose. De CVS-groep in de huidige studie vertoonde geen bloed-chemische afwijkingen die een dergelijke diagnose zou rechtvaardigen. De verhoogde prevalentie van een lage RBCV suggereert dus dat de CVS-individuen een type bloedarmoede zouden kunnen hebben die onopgemerkt blijft via standaard haematologische evaluaties. Normochrome [rbc hebben een normale concentratie haemoglobine per cel (MCHC)] normocytische [rbc hebben een normaal volume (MCV)] anemie is een dergelijke aandoening die wordt gedefinieerd door een lage RBCV, ondanks de aanwezigheid van normale waarden qua haematocriet, haemoglobine en serum-ferritine, en aantal, grootte en vorm van de rode bloedcellen. Dit type anemie is courant bij chronische systemische aandoeningen, zoals hart-ziekten, nier-falen, endocriene insufficiëntie, lever-aandoeningen, gastro-intestinale malabsorptie, reumatologische aandoeningen, chronische infekties en kanker, aandoeningen die een CVS-diagnose uitsluiten. CVS kan zo dus een andere chronische aandoening zijn die resulteert in hypo-proliferatieve bloedarmoede [beenmerg maakt niet genoeg rode bloedcellen]. Onderzoek suggereert dat normochrome normocytische anemie kan ontstaan door een chronisch inflammatoir proces dat interfereert met de produktie of signalering van nier-erythropoëtine en door inhibitie van de produktie van rode bloedcellen in het beenmerg. Hoewel de hypothese bestaat van een chronische inflammatoire aandoening die CVS begeleidt, zijn dergelijke bevindingen inconsistent en nog niet bevestigd.

De primaire beperking van deze studie was de cross-sektionele aard, waarbij een bepaling van causale verbanden niet mogelijk is. Er zijn echter geen eerdere studies bij mannen en vrouwen met CVS waarbij, met behulp van ‘state-of-the-art’ methodes, hart-struktuur en -funktie werden geëvalueerd in het kader van bloed-volume, waarbij wordt gecontroleerd voor CVS ziekte-ernst en sedentaire levensstijl. De proef-personen werden met name rigoureus onderverdeeld volgens de huidige internationale CVS-criteria en werden zorgvuldig geëvalueerd en uitgesloten voor verstorende variabelen, zoals medicijn-gebruik, en co-morbide systemische en psychiatrische aandoeningen. Vandaar dat de individuen niet opzettelijk werden gerecruteerd met overheersende autonome en cardiovasculaire symptomen. Inderdaad: de prevalentie van dergelijke symptomen bij de CVS-groep bij aanvang van de studie was vergelijkbaar met die gerapporteerd bij andere CVS-studies. Ondanks strenge matching-procedures, die met succes voor talrijke factoren controleerden, was de CVS-groep ouder en hoger opgeleid dan de controle-individuen, waardoor statistische correctie nodig bleek. De klassificatie van de ziekte-ernst was een sterkte bij de studie en, zoals verwacht, leverde dit een groep op van zwaar getroffen individuen die een grotere prevalentie van CVS-gerelateerde symptomen vertoonden dan hun niet-ernstige CVS tegenhangers. Bovendien was een andere sterkte de controle voor sedentaire leven-stijl. Er werd verondersteld dat de CVS studie-deelnemers sedentair waren en dat de sedentaire controle-groep een geschikte vergelijking zou bieden. Zelf-gerapporteerde fysieke aktiviteit werd echter niet geconstateerd bij de CVS-individuen. Een gerelateerde studie-beperking was dat de duur van een sedentaire leven-stijl niet bekend was voor de sedentaire controle-onderwerpen. Het blijft dus mogelijk dat mensen met CVS langer lichamelijk inaktief waren en daardoor dat de waargenomen verschillen qua CVS-status kunnen te wijten zijn aan een gerelateerd proces. Ondanks deze tekortkomingen, suggereert het ontbreken van een verschil in aërobe capaciteit tussen de CVS-groepen en de sedentaire controle-groep dat ze goed waren gematcht voor deze factor.

Tot besluit: de huidige bevindingen suggereren dat de waargenomen afname van hart-volume bij CVS een gevolg kan zijn van een co-morbide hypovolemische aandoening, secundair aan normochrome normocytische bloedarmoede. Gezien deze bevindingen, is het verstandig om, in een klinische setting, een rechtstreeks onderzoek van bloed-volume status bij CVS-patiënten uit te voeren en behandeling te overwegen voor mensen met abnormale waarden. Een bloed-volume tekort kan een negatieve invloed hebben op de zuurstof-bevoorrading en toevoer van voeding-stoffen, haemodynamische regulering aantasten en bijdragen tot de verergering van vermoeidheid en andere CVS-symptomatologie. Toekomstig onderzoek moet rekening houden met de patho-etiologische basis van hypovolemie bij CVS en de mate waarin deze aandoening een impact kan hebben op het fysiologisch funktioneren en andere aspecten van klinische betekenis.

About these ads

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Het Rubric thema Blog op WordPress.com.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 45 andere volgers

%d bloggers like this: