M.E.(cvs)-wetenschap

oktober 30, 2009

Vaccinatie en CVS

Filed under: Immunologie — mewetenschap @ 8:59 am
Tags: , , ,

“Tegenwoordig probeert de farmaceutische industrie ziekten te associëren met virussen als voorwendsel/aanzet tot toekomstige vaccins.”, is een uitspraak die ik voor rekening van de verschillende auteurs laat. Toch blijkt vaccinatie niet altijd even onschuldig. Talrijke M.E.(cvs)-patiënten melden dat de aandoening begon na een vaccinatie. Uit vrees voor veranderingen in hun reeds verstoord immuunsysteem of verergering van hun symptomen weigeren ook veel patiënten inentingen. Gezien de nieuwe vaccinatie-campagnes tegen ‘nieuwe’ virussen, is het nuttig es te kijken naar de wetenschappelijke literatuur hieromtrent.

Hieronder het hoofdstukje uit een review-artikel dat dit behandelt. De auteurs noteren ook: “vaccinatie werd geassocieerd met de aanvang van CVS bij sommige patiënten”. Vaccins induceren een immuun-respons en kunnen mogelijks auto-immune ziekte, CVS en fibromyalgie triggeren (net zoals infekties). Bovendien bevatten vaccins een adjuvant dat hun immuun-stimulatie versterkt.

Men zou toch moeten overwegen dat er oorzakelijk verband is tussen bepaalde vaccins en ernstige auto-immune aandoeningen bij een aantal kwetsbare vaccin-ontvangers in een zekere periode na immunisering. We geven daarom ook nog wat info/aanbevelingen mee van Dr Shepherd, CVS-expert en medisch adviseur van een grote britse patiënten-vereniging, op basis van zijn ervaringen; ten einde een doordachte keuze te kunnen maken.

Patiënten met M.E.(cvs) vormen een heterogene groep. Sommigen zullen niets negatiefs ondervinden bij een vaccinatie, bij anderen zal hun conditie verslechteren. Misschien moeten we niet steeds alle aanbevelingen van de farmaceutische industrie (en regeringen) volgen? Beslissingen betreffende vaccinaties zouden moeten worden genomen door het individu en hun artsen. Zo veel mogelijk wegblijven uit wachtzalen, ziekenhuizen en van plaatsen waar grote groepen mensen bijéénkomen is de boodschap. Elementaire hygiëne helpt je ook al een eind op weg.

Ann N Y Acad Sci. 2009 Sep;1173:600-9

Infection, vaccination and auto-antibodies in Chronic Fatigue Syndrome, cause or coincidence?

Oscar-Danilo Ortega-Hernandeza and Yehuda Shoenfelda,b,c

a Department of Internal Medicine ‘B’ and Research for Auto-immune Diseases, Sheba Medical Centre, Tel Hashomer, Israel

b Sackler Faculty of Medicine, Tel-Aviv University, Tel-Aviv, Israel

c Incumbent of the Laura Schwarz-Kip Chair for Auto-immunity, Tel-Aviv University, Tel-Aviv, Israel

Vaccinatie en CVS

Meerdere studies werden uitgevoerd met de bedoeling te onderzoeken wat het risico op CVS geassocieerd met vaccinatie is of wat het effekt is van het gebruik van vaccins bij patiënten met de diagnose van CVS. […] Vaccinatie tegen Q-koorts kon, hoewel veilig, een acute invaliderende ziekte uitlokken en, in een later stadium, gecompliceerd worden door fatale (bv. endocarditis) of uitputtende aandoeningen, zoals CVS. [Madariaga MG, Reza Ki, Trenholme GM &Weinstein RA. 2003. Q-fever: a biological weapon in your backyard. Lancet Infect. Dis. 3: 709-721]

Terwijl enkele studies hebben gesuggereerd dat vaccinatie tegen HBV [Hepatitis-B] geassocieerd kon zijn met het krijgen van CVS [Nancy AL & Shoenfeld Y. 2008. Chronic Fatigue Syndrome with auto-antibodies – the result of an augmented adjuvant effect of hepatitis-B vaccine and silicone implant. Autoimmun. Rev. 8: 52-55 /// Delage G, Salit I, Pennie R et al. 1993. The possible relation between hepatitis-B vaccination and Chronic Fatigue Syndrome. Union.Med.Can. 122: 278-279 /// No authors listed. 1991. Alleged link between hepatitis-B vaccine and Chronic Fatigue Syndrome. Can. Dis. Wkly. Rep. 17: 215-216], hebben andere deze mogelijkheid verworpen, met de argumenatie dat het vaccin veilig is en minimale ongunstige effekten heeft. [Canadian Laboratory Centre for Disease Control (LCDC). 1993. Report of the working-group on the possible relationship between hepatitis-B vaccination and the Chronic Fatigue Syndrome. CMAJ 149: 314-319 /// Zuckerman AJ. 2004. Safety of hepatitis-B vaccines. Travel Med. Infect. Dis. 2: 81-84] Een gevallen-studie heeft ook getoond dat na het afwegen van de kleine risicos van de nadelige effekten van HBV-vaccinatie tegen het risico van blootstelling aan dodelijk hepatitis-B virus, vaccinatie altijd de beste keuze is. [Geier MR & Geier DA. 2004. A case-series of adverse events, positive re-challenge of symptoms and events in identical twins following hepatitis-B vaccination: analysis of the Vaccine Adverse Event Reporting System (VAERS) database and literature-review. Clin. Exp. Rheumatol. 22: 749-755]

In een recente geval-controle studie, uitgevoerd door Magnus et al. [Magnus P, Brubakk O, Nyland H et al. 2009. Vaccination as teenagers against meningococcal disease and the risk of the Chronic Fatigue Syndrome. Vaccine 27: 23-27] om het risico te evalueren op CVS en Multipele Sclerose (MS) na meningococcen-vaccinatie bij teenagers, kon geen statistisch significant verband tussen vaccinatie en het voorkomen van CVS/MS worden geobserveerd.

Een andere studie suggereerde dat vaccinatie met  aluminium-houdende adjuvanten de cascade van immunologische voorvallen kon triggeren, die geassocieerd zijn met immuniteit-ontwrichtende condities, inclusief CVS en macrofage myofasciitis [inflammentoire spierziekte met diffuse spiervermoeidheid en milde spierzwakte]. [Exley C, Swarbrick L, Gherardi RK & Authie FJr. 2008. A role for the body-burden of aluminium in vaccine-associated macrophagic myofasciitis and Chronic Fatigue Syndrome. Med. Hypotheses Nov 10 (Epub ahead of print)]

Betreffende het effekt van vaccinatie op patiënten met CVS hebben meerdere studies de veiligheid van vaccinaties getoond. [Vedhara K, Llewelyn MB, Fox JD et al. 1997. Consequences of live poliovirus-vaccine administration in Chronic Fatigue Syndrome. J. Neuroimmunol. 75: 183-195] Vermeldenswaardig is dat hier werd gevonden dat wat betreft polio-virus vaccinatie er geen klinische contra-indicatie werd gevonden bij CVS-patiënten; er was echter wel bewijs voor minimale veranderde immuun-reaktiviteit en virus-opruiming.

In tegenstelling daarmee hebben andere onderzoekers getoond dat het effekt van vaccinatie met een Staphylococcus toxoïde bij patiënten met FM en CVS op de één of andere manier voordelig is. [Andersson M, Bagby JR, Dyrehag L & Gottfries C. 1998. Effects of staphylococcus toxoid vaccine on pain and fatigue in patients with fibromyalgia/ Chronic Fatigue Syndrome. Eur. J. Pain 2: 133-142] Er werd een significante verbetering na vaccinatie geobserveerd qua psychometrische bepalingen, zelf-rapporterende depressie-schalen, klinische globale indruk van de ziekte, alsook van de visuele analoge schaal (VAS) gebruikt om het pijn-niveau te meten. De beperkte grootte van het staal beperkt echter de waarde van resultaten.

Wat betreft immunisatie tegen influenza [Sleigh KM, Danforth DG, Hall RT et al. 2000. Double-blind, randomized study of the effects of influenza-vaccination on the specific antibody-response and clinical course of patients with Chronic Fatigue Syndrome. Can. J. Infect. Dis. 11: 267-273], blijkt vaccinatie beschermende antilichaam-waarden te bieden zonder CVS-symptomen te verergeren of overmatige nadelige effekten te veroorzaken. [De CVS-patiënten rapporteerden wel 4 maal meer nevenwerkingen dan gezonde vrijwilligers.] Inspanningen om patiënten met CVS te motiveren om jaarlijkse influenza-immunisatie te verkrijgen worden aanbevolen. [Sleigh KM, Marra FH & Stiver HG. 2002. Influenza-vaccination: is it appropriate in Chronic Fatigue Syndrome? Am. J. Respir. Med. 1: 3-9]

————————-

http://www.cfids.org/archives/2001

Charles Shepherd, MD; (medisch adviseur) ME Association, Verenigd Koninkrijk

Is CVS verbonden met vaccinaties?

[…] In 1988 rapporteerden Lloyd et al. dat meerdere van hun patiënten de aanvang van hun CVS linkten aan het krijgen van een vaccinatie zonder dat een samenvallende infektie aanwezig was. [Lloyd A et al. What is Myalgic Encephalomyelitis? Lancet. 1988; 1: 1286-7] Ook andere meldingen linkten vaccinaties met de aanvang van CVS. [Weir W. The post-viral fatigue syndrome. Current Medical Literature: Infect Dis. 1992; 6: 3-8 /// CIBA Foundation. Chronic Fatigue Syndrome. Eds. Bock GR et al. J Wiley; 1993; symposium 173]

De verklaring voor vaccin-geïnduceerde CVS kan zijn dat het eerste doel van om het even welk vaccin is om de effekten van infektie op het immuunsysteem na te bootsen. […] Het feit dat immunologische ziekten, zoals arthritis, kunnen voorkomen wanneer een vatbare gastheer en een omgevingstrigger, zoals een infektie of vaccinatie, interageren, versterkt deze mogelijkheid. Het is ook interessant dat vaccinaties ook als precipiterende factor worden gezien bij de ontwikkeling van ‘Gulf War illness’ [verwant met M.E.(cvs)].

Causale vaccins

Mijn interesse in dit aspekt van de ontwikkeling van CVS is grotendeels gebaseerd op klinisch bewijsmateriaal van patiënten uit mijn praktijk. Ik heb details verzameld bij meer dan 200 patiënten die CVS ontwikkelden of een significante herval/verslechtering ervaarden volgend op een vaccinatie. Daarenboven heb ik 150 meldingen van een dergelijk verband door leden van M.E. of CVS zelfhulp-groepen en of hun artsen van over gans de wereld. Deze gegevens (hoewel ongepubliceerd) suggereren dat tetatus, tyfus, influenza en hepatitis-B de meest courante vaccins zijn betrokken bij CVS. Ik heb ook meldingen van een klein aantal met betrekking tot hepatitis-A (immunoglobuline), polio of rubella […]

Bijna die gevallen hebben betrekking op volwassenen en bij een significante minderheid werd het vaccin toegediend wanneer de persoon nog niet volledig was hersteld van een infektueuze ziekte zoals mononucleose (klierkoorts) of reeds een ongunstige reaktie op een eerdere dosis van hetzelfde vaccin (zoals soms het geval is bij hepatitis-B vaccinatie) had ervaren.

Ongeveer een derde van de gevallen hebben betrekking met door vaccinatie geïnduceerde/verslechterde CVS na het krijgen van he hepatitis-B vaccin (HBV). De meeste van deze patiënten zijn gezondheidswerkers, in het bijzonder verple(e)g(st)ers. De meeste van de andere patiënten kregen HBV omwille van beroepsdoeleinden, dikwijls als voorwaarde voor tewerkstelling en zonder enige informate over nevenwerkingen, zoals ernstige neurologische reakties. De prognose voor deze groep was slecht: minder dan 10% van de patiënten die ik persoonlijk heb gevolgd maakte melding van enige betekenisvolle vermindering van CVS-symptomen. Hoewel chronische uitputtende vermoeidheid het meest gerapporteerd symptoom van CVS na vaccin-toediening is in deze groep, klaagden ca. 20% ook over significante gewricht-pijn pain/arthralgie – een bevinding die consistent is met meerdere rapporten die HBV linken met arthritis en andere auto-immune aandoeningen. Minder dan 5% van de patiënten meldden ook neurologische complicaties/bijwerkingen zoals beven of zwakte langs één kant, die afzonderlijk van hun CVS-symptomen lijken voor te komen. […]

Hepatitis-vaccins zijn zeer immunogene samenstellingen en er bestaan een aantal mogelijke verklaringen betreffende de manier waarom ze mogelijks CVS triggeren. Eén ervan omvat een vooraf-bestaande genetische aanleg die, na antigen-stimulatie met HBV, resulteert in een pathologisch proces (mogelijks met vorming van immuun-complexen) en leidt tot een klinische ziekte. Een andere uitleg is dat een hypersensitiviteit tegen een component van HBV – zoals het conserveringsmiddel thimerosal – optreedt.

Researchers in Canada, die gelijkaardige observaties m.b.t. een link tussen HBV en CVS maakten, hypothiseerden dat dit een auto-immune reaktie met een microscopische vorm van demyelinisatie kan impliceren die niet zichtbaar is op MRI. [Hyde B. The clinical investigation of acute onset ME/CFS and MS following recombinant hepatitis-B immunisation. Second World Congress on CFS and Related Disorders, Brussels. 1999; September 9-12]

Niettegenstaande groeiend anekdotisch bewijsmateriaal van andere ervaren artsen die ook geloven dat HBV CVS kan precipiteren, aanvaarden vaccin-producenten geen enkele causale link. Een rapport door een onafhankelijke werk-groep in Canada die een dergelijk causaal verband verwierp, wordt frequent geciteerd als reden om deze claims te verwerpen, zelfs wanneer het enkele zeer betwistbare veronderstellingen bevatte om de conclusies te ondersteunen. [Report of the working-group on the possible relationship between hepatitis-B vaccination and the Chronic Fatigue Syndrome. Canad Med Assoc J. 1993; 149: 314-9] Het rapport stelt bv. incorrect dat chronische dragers van hepatitis-B infektie zonder tekenen van aan de gang zijnde lever-schade niet klagen over moeheid. […]

Praktisch advies

Gezondheid-werkers die zorgen voor CVS-patiënten die vaccinaties nodig hebben, moeten vanzelfsprekend de voor (hoe effektief? hoe noodzakelijk?) en tegens (risicos op ongunstige effekten en en verslechtering van CVS-symptomen) afwegen voor elk individueel vaccin. Ik zou adviseren tegen routine-matige, niet-essentiële vaccins als een patient:

* zich in de zeer vroege fase van CVS bevindt – in het bijzonder wanneer het duidelijk volgt op een infektueuze episode;

* blijft griep-achtige symptomen ervaren – inclusief pijnlijke keel, vergrote klieren, koorts en gewricht-pijn;

* eerder al een ongunstige reaktie op een bepaald vaccin heeft gehad.

Als de vaccinatie mogelijks levensreddend is, dan moeten overwegingen in verband met CVS een lagere prioriteit krijgen. Wat betreft de meer courant vereiste vaccins, luidt mijn advies als volgt:

Hepatitis-A. Kort-durende bescherming gerbuikmakend van immunoglobuline lijkt geen problemen te stellen bij CVS-patiënten. Ik heb geen ongunstige feedback van CVS-patiënten gekregen die een hepatitis-A vaccin kregen.

Hepatitis-B. Als een patient HBV nodigt heeft omwille van de beroepsgezondheid, zouden klinici de eerder aangehaalde voor en tegens moeten afwegen en deze met de patient bespreken.

Influenza. Als een patient een medische aandoening heeft die ernstig zou kunnen beïnvloed worden door een griep-aanval (bv. hart-ziekte, astma of bronchitis), dan moet een influenza-vaccin zeker worden overwogen. Mijn eigen gegevens wijzen er op dat ca. 60% van de CVS-patiënten een zekere vorm van verslechtering qua vermoeidheid en griep-achtige symptomen (soms redelijk uitgesproken) ervaren volgend op een influenza-vaccin.

Meningitis-C. De feedback die ik kreeg van ongeveer 30 kinderen en adolescenten met CVS die een meningitis-C vaccin kregen in het V.K., is dat er geen ernstige neven-effekten of verslechteringen van CVS-symptomen waren. De enige ongunstige effekten die werden gemeld, waren minder belangrijke verergeringen van vermoeidheid en hoofdpijn.

Polio en difterie. Eén research-studie bewees dat mensen met CVS geen ongunstige reakties op polio-vaccinatie vertoonden. Dat is ook mijn indruk uit feedback die ik van patiënten kreeg die ik polio-boosters adviseerde in verband met buitenland-reizen. Polio-vaccinaties of -boosters zouden zeker moeten worden gegeven aan patiënten die naar landen reizen waar polio nog voorkomt. Hetzelfde geldt voor difterie.

Tetanus. Het handhaven van up-to-date bescherming is van vitaal belang voor individuen wiens tewerkstelling (bv. werk op een boerderij) of vrijetijd-bezigheid (bv. tuinieren) een risico op tetanus inhoudt. Een tetanus-vaccin kan echter neven-effekten veroorzaken bij gezonde mensen en kan CVS-patiënten doen hervallen. De voor en tegens moeten zorgvuldig worden overwogen aangezien werd gerapporteerd dat het tetanus-vaccin CVS kan precipiteren.

Tyfus. Het tyfus-vaccin kan bijwerkingen veroorzaken bij gezonde mensen. De info die ik kreeg van mijn CVS-patiënten wees er echter op dat de orale vorm van tyfus-vaccin over het algemeen goed getolereerd werd.

Wanneer vaccinaties nodig worden geacht, zouden ze aan CVS-patiënten moeten worden gegeven als ze zich redelijk voelen en niet onder stress staan. Het is ook verstandig zich er van te verzekeren dat alle reis-vaccinaties achter de rug zijn ten minste twee weken voor vertrek voor het geval dat een patient verergerde symptomen of een terugval doormaakt.

[…]

[Zie o.m. ook: ‘Chronische microglia aktivatie na overmatige immuun-stimulatie’]

oktober 25, 2009

Interpretatie wetenschappelijke studies

Filed under: Wetenschap - algemeen — mewetenschap @ 4:04 pm
Tags: , , , ,

http://www.cfids.org/about-cfids/medical-research-sense.asp

CFIDS Association of America

Making Sense of Medical Research

[…] Elke nieuwe ontdekking is onderworpen aan verscheidene interpretaties en zou moeten worden gezien in de context van de wetenschappelijke methode.

Hier volgt wat info overgenomen uit een ‘fact-sheet’ van de ‘National Institute on Aging’ getiteld ‘Understanding Risk: What Do Those Headlines Really Mean?’ [U.S. National Institues of Health; http://www.nia.nih.gov/HealthInformation/Publications/risk.htm%5D […] Het kan helpen CVS-studies beter te begrijpen. Het is degelijke informatie om in het achterhoofd te houden telkens een nieuwe studie over CVS verschijnt.

Elke dag zien we verhalen over nieuwe medische vondsten in de krant of op televisie. We horen bijvoorbeeld dat een bepaald medicijn een 300% of drie-voudinge stijging van het aantal beroertes veroorzaakt. Dat is een grote toename – het klinkt angstaanjangend. Maar, als je weet dat bij elke 10.000 mensen die het medicijn niet nemen, er twee beroertes voorkomen, dan betekent een drie-voudige stiging eigenlijk slechts zes extra beroertes. Misschien is dat niet zo heel schrikwekkend. Het is ook verwarrend dat verhalen soms tegenstrijdige resultaten lijken te melden – een nieuw vaccin voorkomt een verwoestende infektie, of doet dat niet. Wie zijn wij om wijs geraken uit dergelijke verhalen? Hoe weten we wat te geloven?

[…]

Als je leest over nieuwe medische bevinding, vraag dan jezelf af:

Was het een studie in het laboratorium, bij dieren of bij mensen? Onderzoeksresultaten bij mensen zijn wellicht meer betekenisvol voor je.

Omvat de studie genoeg mensen zoal jezelf? Je zou moeten controleren om te zien of de mensen in de studie dezelfde leeftijd, hetzelfde geslacht, onderwijsniveau; dezelfde ethnische achtergrond hadden en tot dezelfde inkomsten-groep behoorden als jezelf; en dezelfde gezondheidszorgen hadden.

Was het een gerandomiseerde, gecontroleerde klinische proef met duizenden mensen? Deze zijn de duurste om uit te voeren maar ze geven wetenschappers ook de betrouwbaarste resultaten.

Waar werd het onderzoek uitgevoerd? Wetenschappers aan een geneeskunde-departement of groot ziekenhuis bv. zijn wellicht beter uitgerust om ingewikkelde complex experimenten uit te voeren of hebben meer ervaring met het thema. Vele grote klinische testen omvatten meerdere instituten maar de resultaten kunnen worden gerapporteerd door één coördinerende groep.

Worden de resultaten op een makkelijk te begrijpen manier voorgesteld? Ze zouden het absoluut risico, relatief risico of een ander begrijpbaar getal moeten gebruiken.

Als een nieuwe behandeling werd getest: waren er nevenwerkingen? Soms zijn de bijwerkingen bijna zo ernstig als de ziekte. Of ze kunnen betekenen dat het medicijn een ander gezondheidsprobleem kan doen verergeren.

Wie betaalde voor de research? Zijn degenen die steun bieden er op uit financieel voordeel te halen uit positieve of negatieve resultaten? Soms draagt de regering of een grote stichting financieel bij in de research-kosten. Dit betekent dat ze de plannen van het project hebben bekeken en beslisten ze dat de financiering eerzaam was maar ze er toch geen geld uit winnen. Als een medicijn wordt getest, kan de studie gedeeltelijk of volledig zijn betaald door het bedrijf dat het medicijn zal produceren en verkopen.

Wie rapporteert de resultaten? Is de krant, het tijdschrift, radio- of televisie-station een betrouwbare bron voor medisch nieuws? Sommige grote publicaties en omroep-stations hebben speciale wetesnchap-reporters die gevormd zijn medische bevindingen te interpreteren. Je kan ook gaan praten met je arts om je te helen oordelen hoe correct de meldingen zijn.

Onthou dat vooruitgang op het gebied van medische research vele jaren duurt. De resultaten van één studie moeten worden gedupliceerd door andere wetenschappers op andere plaatsen vooraleer ze worden aanvaard als algemene medische praktijk. Elke stap op het onderzoekspad biedt een sleutel tot het uiteindelijk antwoord – en waarschijnlijk doet het ook een nieuwe vraag rijzen.

[…]

Wetenschap is een sociale onderneming en wetenschappelijk werk wordt meestal door de gemeenschap geaccepteerd als het werd bevestigd. Cruciaal is dat experimentele en theoretische resultaten door anderen binnen de wetenschappelijke gemeenschap moeten worden gereproduceerd. Researchers hebben hun leven gegeven voor deze mening; Georg Wilhelm Richmann werd bv. door een bliksem gedood (1753) terwijl hij het vlieger-experiment van Benjamin Franklin uit 1752 probeerde te herhalen.

Ter bescherming tegen slechte wetenschap en fraudulente gegevens, hebben federale research-financiering agentschappen en wetenschappelijke tijdschriften zoals ‘Nature’ en ‘Science’ de beleidslijn dat researchers hun data en methoden moeten archiveren opdat andere onderzoekers er toegang toe hebben, de data en methoden kunnen testen, en verder bouwen op de research die voorafging. Het archiveren van wetenschappelijke gegevens kan worden gedaan bij een aantal nationale archieven in de V.S. of bij het ‘World Data Centre’.

Reproduceerbaarheid is één van de hoofd-principes van de wetenschappelijke methodologie en refereert naar de mogelijkheid of een test/experiment accuraat kan worden gereproduceerd, of herhaald, door iemand anders die onafhankelijk werkt.

De resultaten van een experiment uitgevoerd door een bepaalde researcher of onderzoeksgroep worden over het algemeen geëvalueerd door andere onafhakelijke researchers die zelf hetzelfde experiment herhalen, gebaseerd op de originele experimentele beschrijving. Dan bekijken ze of hun experiment gelijkaardige – aan die gerapporteerd door de originele groep – resultaten oplevert. De resultaat-waarden worden ‘evenredig’ beschouwd als ze worden bekomen (in afzonderlijke experimentele testen) volgens dezelfde reproduceerbare experimentele beschrijving en procedure.

Reproduceerbaarheid is niet hetzelfde als herhaalbaarheid, wat de slaagkans meet in opéénvolgende experimenten, mogelijks uitgevoerd door dezelfde onderzoekers. Reproduceerbaarheid houdt verband met de overeenkomst van test-resultaten van verschillende operatoren, test-apparaten en laboratoria.

oktober 17, 2009

XMRV bij M.E.(cvs)

Filed under: Infektie — mewetenschap @ 12:34 pm
Tags: , , ,

Door de jaren heen zijn er steeds meldingen/claims geweest over micro-organismen (al dan niet oorzakelijk) verbonden met M.E.(cvs): het Epstein-Barr virus e.a. herpes-virussen (bv. HHV-6), Mycoplasma sp., Chlamydia pneumoniae, enterovirussen, Borrelia burgdorferi (Lyme), Borna-virus, Coxiella burnetti, Parovirus-B19, HERV-K18, Parainfluenza Virus-5, retrovirussen, enz. Tot nu toe bleken geen van de resultaten onafhankelijk reproduceerbaar, kon geen oorzakelijk verband worden bewezen of bleek het om opportunistische infekties te gaan.

Het is tot op heden onze overtuiging dat, ook al zullen vele van deze microben en virussen bij (grote of minder grote) M.E.(cvs)-subgroepen opduiken, geen zal blijken dé oorzaak te zijn. Het feit dat telkens weer andere organismen worden gevonden, bewijst o.i. dat zij een gevolg, eerder dan de oorzaak, van de ziekte zijn. De nadruk van de research aangaande M.E.(cvs) zou moeten liggen op de mechanismen die deze organismen ‘toelaten’ – genetische defekten in bv. transcriptie-factoren zoals NF-κB [zie: ‘Samenspel tussen de Glucocorticoid Receptor en Nuclear Factor-κB’]…

Onderstaande melding over XMRV is interessant maar zoals de auteurs zelf (en menig ander onderzoeker) aangeven is de melding zeker (nog) geen bewijs voor een oorzakelijk verband.

Het verontrust ons dat M.E.(cvs)-patiënten steeds weer wanhopig willen geloven in iets dat nog niet is bewezen. Ze gaan zelfs zo ver mensen die zich afzetten tegen on-wetenschappelijke beweringen, te stigmatiseren en te catalogeren bij de biopsychosociale kliek. Wetenschap is geen geloof of religie!

We geven hier de samenvatting van het artikel in ‘Science’ (met daarnaast duiding door niet aan het onderzoek gerelateerde onderzoekers) en een omschrijving door de britse NHS (overheidsdienst voor gezondheidszorg).

*************************

http://www.sciencemag.org (Published Online October, 2009)

Detection of an Infectious Retrovirus, XMRV, in Blood Cells of Patients with Chronic Fatigue Syndrome

Vincent C. Lombardi 1, Francis W. Ruscetti 2, Jaydip Das Gupta 3, Max A. Pfost 1, Kathryn S. Hagen 1, Daniel L. Peterson 1, Sandra K. Ruscetti 4, Rachel K. Bagni 5, Cari Petrow-Sadowski 6, Bert Gold 2, Michael Dean 2, Robert H. Silverman 3, Judy A. Mikovits 1

1 Whittemore Peterson Institute, Reno, NV 89557, USA.

2 Laboratory of Experimental Immunology, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

3 Department of Cancer Biology, The Lerner Research Institute, The Cleveland Clinic Foundation, Cleveland, OH 44106, USA.

4 Laboratory of Cancer Prevention, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

5 Advanced Technology Program, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

6 Basic Research Program, Scientific Applications International Corporation, National Cancer Institute-Frederick, Frederick, MD 21701, USA.

Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een uitputtende ziekte met onbekende etiologie waarvan wordt geschat dat wereldwijd 17 miljoen mensen zijn aangetast. Bij het bestuderen van perifeer bloed mononucleaire cellen (PBMCs) van CVS-patiënten, identificeerden we DNA van een humaan gamma-retrovirus, xenotroop muizen leukemie virus-gerelateerd virus (XMRV), bij 68 van 101 patiënten (67%) vergeleken met 8 van 218 (3,7%) gezonde controles. Cel-cultuur experimenten reveleerden dat XMRV van patiënten infektueus is, en dat cel-geassocieerde én cel-vrije transmissie van het virus mogelijk zijn. Secundaire virale infekties werden verkregen in niet-geïnfekteerde primaire lymfocyten en indicator cel-lijnen na blootstelling aan geaktiveerde PBMCs, B-cellen, T-cellen of plasma van CVS-patiënten. Deze bevindingen wijzen op de mogelijkheid dat XMRV een contribuerende factor kan zijn bij de pathogenese van CVS.

[Xenotroop virus: een genetisch overgedragen retrovirus dat niet kan vermenigvuldigen in de gastheer-soort die het herbergt maar dat cellen van een verschillende soort kan infekteren en enkel daar kan vermenigvuldigen.]

Vincent Lombardi was de mede-oprichter van REDLabs USA, een lab dat testen aanbiedt (hun belangrijkste test werd door hen zelf ooit uitgeroepen tot ‘merker’ voor CVS maar werd nooit onafhankelijk gevalideerd; de internationale research-gemeenschap schuift die dan ook ter zijde); en ‘directeur operaties’ toen ze hun naam veranderden naar VIP Dx (Viral Immune Pathology Diagnostics). VIP Dx is gelokaliseerd in de buurt van het ‘Whittemore Peterson Institute’ in Reno, Nevada.

Judy Mikovits is tevens vice-president van het medicijn-ontwikkelend bedrijf Genyous Biomed in Henderson, Nevada.

Oprichter/voorzitter van de ‘Wingfield Nevada Group’, de firma achter het ‘Whittemore-Peterson Institute for Neuro-immune diseases’ is Harvey Whittemore: niet onbesproken multimiljonair, advocaat, federaal lobbyist, land-ontwikkelaar en één van het dozijn van de machtigste mensen in Nevada die zaken doet met enkele van Nevada’s grootste bedrijven.

*************************

http://www.nhs.uk/news (October 2009)

Deze studie vergeleek bloed-stalen van 101 CVS-patiënten met stalen van 218 mensen zonder de ziekte. Er werd bewijs gevonden voor het XMRV-virus in ongeveer twee-derden van de mensen met CVS en minder dan 4% mensen zonder de ziekte.

Deze bevindingen alleen bewijzen niet dat het virus CVS veroorzaakt, omdat ze niet aantonen of de infektie gebeurde vóór of na de CVS zich ontwikkelde. Het research-artikel is behoedzaam qua conclusies en stelt dat XMRV een bijdragend factor “kan” zijn tot CVS maar het tegengestelde kan ook waar zijn: CVS kan mensen meer vatbaar maken voor infektie met dit virus.

Ondanks deze beperkingen, zullen deze bevindingen van belang zijn voor de research-gemeenschap, artsen en patiënten. Grotere studies en onderzoek dat vaststelt of de XMRV-infektie vóór of na de aanvang van CVS optreedt zullen nodig zijn vooraleer enige besluiten kunnen worden getrokken.

Waar komt het verhaal vandaan?

Het onderzoek werd uitgevoerd door Dr Vincent C Lombardi en collegas van het ‘Whittemore Peterson Institute’ en andere research-instituten in de V.S. Het werd gefinancierd door het ‘Whittemore Peterson Institute’, de ‘Whittemore Family Foundation’, het ‘National Cancer Institute’, de ‘National Institutes of Health’, het ‘US Department of Defense’, de ‘Foundation for Cancer Research’, de ‘Charlotte Geyer Foundation’, en Mal en Lea Bank.

De studie werd gepubliceerd in het ‘peer-reviewed’ wetenschappelijk tijdschrift ‘Science’.

Welke soort wetenschappelijke studie is dit?

Deze research keek naar de aanwezigheid van een retrovirus in de witte bloedcellen van mensen met Chronische Vermoeidheid Syndroom. Het betrof een gevallen-controle studie en bijkomende laboratorium-experimenten.

CVS tast een reeks organen in het lichaam aan en patiënten vertonen een abnormale werking van het immuunsysteem. De oorzaak is niet gekend maar één theorie is dat bepaalde virussen de ziekte triggeren.

Deze studie onderzocht of een retrovirus genaamd xenotroop muizen leukemie virus-gerelateerd virus (XMRV) betrokken zou kunnen zijn. Eerdere research toonde dit virus aan in enkele stalen van prostaat-kanker weefsel. Andere studies bij muizen hadden gevonden dat de immuun-respons op sommige retrovirussen geassocieerd is met neurologische problemen.

Het onderzoek omvatte het nemen van bloedstalen van 101 mensen met CVS (de gevallen) en van 218 gezonde mensen zonder CVS (controles). Het DNA van witte bloedcellen in deze stalen werd onderzocht om te kijken of ze XMRV-DNA bevatten. De mensen met CVS kregen de diagnose op basis van de standaard criteria (1994 CDC Fukuda criteria en 2003 Canadian Consensus criteria) en ze hadden allemaal ernstige invaliditeit, langdurige uitputtende vermoeidheid, cognitieve stoornissen en immuunsysteem abnormaliteiten. Ze kwamen uit gebieden in de V.S. waar CVS-epidemieën werden gerapporteerd.

De volledige genetische sequentie van het XMRV van twee patiënten die het viraal DNA hadden, werd dan onderzocht om te bepalen welke virus-stam het betrof. Deze stam werd vergeleken met de stam die eerder was geïdentificeerd bij prostaat-kanker patiënten en met een muizen leukemie virus (MLV) dat dikwijls in laboratoria wordt gevonden, om de mogelijkheid uit te sluiten dat MLV de experimenten contamineerde. Testen die zochten naar proteïnen van het XMRV-virus in de bloedcellen werden ook uitgevoerd.

Er werden ook laboratorium-testen gedaan om te kijken of de stalen infektueus XMRV bevatten. Bij die testen werden witte bloedcellen die XMRV bevatten van CVS-patiënten gegroeid en gemengd met prostaat-kanker cellen, die vatbaar zijn voor infektie met XMRV.

De prostaat-kanker cellen werden ook blootgesteld aan vloeistoffen van de CVS-patient of aan controle bloedstalen die waren behandeld door de bloedcellen te verwijderen en mogelijks aanwezige virussen te concentreren. Gelijkaardige experimenten, waarbij pogingen werden ondernomen om T-cellen (een type witte bloedcel) te infekteren, werden ook uitgevoerd.

De researchers onderzochten dan of CVS-patiënten die XMRV-DNA dragen of gezonde controles antilichamen hadden tegen een gelijkaardig virus, wat zou suggereren dat ze een immuun-respons hadden ontwikkeld tegen XMRV.

Wat waren de resultaten van de studie?

De onderzoekers vonden dat bloed van 67% van de mensen met CVS XMRV-DNA bevatte, vergeleken met 3,7% van de controles.

De virale DNA-sequenties waren zeer gelijkend met deze geïdentificeerd in een eerdere studie betreffende prostaat-kanker. De sequenties van deze virussen waren niet genoeg gelijkend met het MLV-virus om te suggereren dat deze resultaten werden veroorzaakt door laboratorium-contaminatie.

Het onderzoeken van de witte bloedcellen van dertig CVS-patiënten toonde dat 63% (19 mensen) van de geteste stalen virale proteïnen vertoonden. Testen op stalen van vijf gezonde controles toonde geen virale proteïnen aan.

Globaal gezien bleken stalen van mensen met CVS 54 keer meer waarschijnlijk virale sequenties te bevatten dan stalen van gezonde controles.

De researchers vonden dat XMRV die in de witte bloedcellen van CVS-patiënten werden aangetroffen kon worden overgedragen op prostaat-kanker cellen wanneer ze samen werden gegroeid in het laboratorium. Bij 10 van de 12 mensen met CVS (83%) kon vloeistof afkomstig van hun bloedstalen ook de prostaat-kanker cellen infekteren in het lab. Gelijkaardige resultaten werden bekomen wanneer niet-geïnfekteerde witte bloedcellen werden blootgesteld aan deze vloeistof. Vloeistof van de bloedstalen van twaalf gezonde controles infekteerde de prostaat-kanker cellen niet.

De onderzoekers vonden dat de helft (9 van de 18) van de CVS-patiënten met XMRV-DNA antilichamen hadden tegen een gelijkaardig virus, terwijl geen enkele van de 7 gezonde controles die werden getest een antilichaam-respons vertoonden. Dit suggereert dat de helft van de CVS-patiënten een immuun-respons tegen XMRV vertoonde.

Welke interpretaties maakten de researchers op basis van deze resultaten?

De researchers concluderen dat hun bevindingen suggereren dat XMRV mogelijks een contribuerende factor is bij de ontwikkeling van CVS. Ze suggereren dat infektie met het XMRV-virus verantwoordelijk zou kunnen zijn voor enkele van de abnormale immuun-respons en neurologische problemen die worden gezien bij CVS.

Wat maakt de ‘NHS Knowledge Service’ van deze studie?

Dit onderzoek heeft een associatie tussen de aanwezigheid van XMRV viraal DNA en Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) geïdentificeerd.

Het is echter nog niet mogelijk om met zekerheid te zeggen of het virus daadwerkelijk CVS veroorzaakt, een feit dat ook wordt erkend door de auteurs. Dit is omdat de aanwezigheid van virus werd vastgesteld bij mensen die reeds CVS hadden, en dus is het niet duidelijk of de infektie gebeurde vóór ze de ziekte ontwikkelden.

Een alternatieve mogelijkheid is dat mensen die reeds CVS hebben, gewijzigde immuunsystemen hebben die hen meer vatbaar voor deze virussen maakt.

De studie heeft enkele beperkingen, enkele daarvan worden ook gemeld in een begeleidend editoriaal:

* Er werden een relatief klein aantal mensen getest, vooral bij sommige experimenten.

* De CVS-stalen komen alle van patiënten die ernstig geïnvalideerd waren, met langdurige uitputtende vermoeidheid, cognitieve defekten en immuunsysteem abnormaliteiten, en die kwamen uit gebieden waar er CVS-‘epidemieën’ of waren. Het is mogelijk dat deze patiënten niet representatief waren voor het volledige spectrum aan patiënten met CVS, waar de ernst nogal kan variëren. De selektie van gevallen die samen werden geclusterd in ‘epidemieën’ kan betekenen dat deze gevallen een verschillende oorzaak of trigger hebben dan de geïsoleerde gevallen.

* De karakteristieken van de bloed-stalen van gezonde mensen die werden gebruikt werden niet gerapporteerd en er zouden meer verschillen kunnen zijn met de CVS-gevallen dan enkel de ziekte zelf die bijdroeg tot de verschillende mate van XMRV-infektie.

* Hoewel de researchers probeerden contaminatie van hun stalen uit te sluiten, suggereert de molekulair bioloog die het XMRV-virus mee ontdekte in het begeleidend editoriaal [zie hieronder] dat ze niet genoeg ondernamen om contaminatie volledig uit te sluiten. Hij wijst er ook op dat bevestiging van de resultaten door een onafhankelijke groep die onwetend is over het feit of stalen van gevallen of controles komen van vitaal belang is.

* Hoewel de studie suggereert dat in het laboratorium het virus zich zou kunnen verspreiden van witte bloedcellen of bloed naar andere cellen, betekent dit niet dat het virus noodzakerlijkerwijs van persoon naar persoon zou kunnen worden overgedragen.

Niettegenstaande deze beperkingen, zijn de oorzaken van CVS nog niet gekend en blijven beschikbare behandelingen beperkt, dus zullen deze bevindingen van belang zijn voor de research-gemeenschap, artsen en patiënten. Verder onderzoek is nodig om deze bevindingen te bevestigen in meer stalen en vast te stellen of de XMRV-infektie gebeurt vóór of na de aanvang van CVS.

*************************

Als achtergrond-informatie betreffende het XMRV-virus, hier een begeleidend stuk (‘Perspective’) van de hand van 2 onderzoekers die niet deelnamen aan de studie, in het zelfde nummer van ‘Science’ als het bovenstaande rapport…

Een Nieuw Virus voor Oude Ziekten?

John M. Coffin [1] & Jonathan P. Stoye [2]

[1] Department of Molecular Microbiology, Tufts University, Boston, MA 02111, USA

[2] Division of Virology, Medical Research Council, National Institute for Medical Research, Mill Hill, London NW7 1AA, UK

Er is weinig consensus in de medische gemeenschap over het feit of het Chronische Vermoeidheid Syndroom een duidelijke ziekte is. Zoals de naam name impliceert, wordt de aandoening gekenmerkt door uitputtende vermoeidheid die vele jaren aanhoudt, en ze tast zowat 1% van de wereld-bevolking aan. Hoewel dikwijls chronische inflammatie wordt gevonden bij deze patiënten, weerden geen infektueuze of toxische agentia gevonden die duidelijk betrokken bleken bij deze ziekte, waarvan de diagnose grotendeels wordt gesteld door het uitsluiten van andere aandoeningen die gelijkaardige symptomen veroorzaken. In deze ‘Science Express’ beschrijven Lombardi et al. de detektie van xenotroop muizen leukemie virus-gerelateerd virus (XMRV) in ongeveer twee-derden van patiënten met de diagnose van Chronische Vermoeidheid Syndroom.

Zowel laboratorium- en epidemiologische studies zijn nu nodig om te bepalen of dit virus een veroorzakende rol speelt, niet enkel voor deze ziekte, maar misschien ook bij andere.

Chronische Vermoeidheid Syndroom is niet de eerste ziekte bij mensen waaraan XMRV wordt gelinkt. Het virus werd in 2006 voor het eerst beschreven bij enkele prostaat-kanker patiënten en in 2009 gedetekteerd bij bijna een kwart van alle prostaat-kanker biopten. Het werd geïsoleerd uit prostaat-kanker én Chronische Vermoeidheid Syndroom patiënten, en is gelijkaardig aan een groep van endogene muizen leukemie virussen (MLVs) die worden gevonden in de genomen van inteelt en verwante wilde muizen. Hoewel een halve eeuw studies betreffende MLVs en andere gamma-retrovirussen hebben geleid tot belangrijke ontdekkingen waarop veel van ons huidig begrip van kanker rust, is er geen duidelijk bewijs gevonden dat infektie bij mensen aantoont met gamma-retrovirussen of die deze agentia associeert men een menselijke ziekte.

Endogene virussen, zoals xenotroop MLV, duiken op wanneer retrovirussen geslacht-cellen infekteren. Het geïntegreerde viraal DNA, of pro-virus, wordt overgedragen op nakomelingen als onderdeel van het gastheer-genoom. Endogene pro-virussen vormen een groot deel van het genetisch aanvulsel [het zgn. afval-DNA] van moderne zoogdieren, ongeveer 8% van het menselijk genoom. Xenotrope pro-virussen maakten voor het eerst hun intrede in de muizen geslacht-cellen ca. een miljoen jaar geleden, maar kunnen cellen van de muis die hen draagt niet infekteren omwille van een mutatie – waarvan wordt verondersteld dat deze ontstaan is na het binnenkomen van het virus in de geslacht-cellen – in de cellulaire receptor voor het virus. De tendens van xenotrope MLVs om snel-delende menselijke cellen te infekteren, heeft het tot een courante contaminant van gecultiveerde cellen gemaakt, in het bijzonder bij bepaalde humane tumor cel-lijnen.

Meer dan 90% van DNA-sequenties van XMRV en xenotroop MLV is identiek, en hun biologische eigenschappen zijn virtueel niet te onderscheiden, waardoor er weinig twijfel wordt gelaten dat het eerste is afgeleid van het laatste door één of meerdere transmissies tussen species. Er zijn meerdere bewijzen dat transmissie gebeurde in de buiten-wereld en dat het geen laboratorium-contaminant was. Eén ervan is dat XMRVs van verschillende lokaties, en van Chronische Vermoeidheid Syndroom en prostaat-kanker patiënten bijna identiek zijn: de virale genomen verschillen slechts in enkele nucleotiden [DNA-bouwstenen], terwijl er honderden sequentie-verschillen zijn tussen XMRVs en xenotroop muizen leukemie pro-virussen van laboratorium-muizen. Ander bewijs omvat de aanwezigheid van XMRV en grote hoeveelheden antilichamen tegen XMRV en andere MLVs bij Chronische Vermoeidheid Syndroom en prostaat-kanker patiënten.

Er is nog veel dat we niet begrijpen. Of het virus een veroorzakende rol speelt bij Chronische Vermoeidheid Syndroom of prostaat-kanker is niet geweten. XMRV-infektie zou bv., toevallig, meer frequent kunnen voorkomen in dezelfde geografische regio als een cluster van patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom. En individuen met één van beide ziekten zouden gewoonweg meer geïnfekteerd kunnen zijn omwille van immuun-aktivatie. XMRV zou preferentieel kunnen groeien in snel-delende prostaat-kanker cellen en de aanwezigheid van snel-delende cellen bij één van beide aandoeningen zou infektie gemakkelijker detekteerbaar kunnen maken. We weten niet hoe het virus wordt overgedragen en de suggestie, gebaseerd op indirect bewijs, dat er sexuele transmissie zou zijn, is voorbarig. Gezien het feit dat er infektueus virus aanwezig is in plasma en in bloed-cellen, is transmissie via bloed een mogelijkheid. Verder weten niet wat de prevalentie of distributie van virus is in menselijke of dierlijke populaties, en dier-modellen voor infektie en pathogenese zijn dringend gewenst.

Twee kenmerken van XMRV zijn bijzonder opmerkenswaardig. Eén is de bijna genetische gelijkheid van isolaten afkomstig van verschillende ziekten en van individuen uit verschillende delen van de Verenigde Staten. De twee meest ver verwijderde genomen waarvan tot op heden de sequentie werd bepaald verschillen in minder dan 30 van de ca. 8.000 nucleotiden. Alle XMRV-isolaten lijken dus meer op elkaar dan de genomen geïsoleerd uit eender welk individu geïnfekteerd met het HIV. In dit opzicht lijkt XMRV meer op humaan T-cel lymfotrope virussen (HTLVs) geïsoleerd in dezelfde geografische regio. Zoals het geval is bij HTLV, impliceert het gebrek aan diversiteit dat XMRV recent afstamt van een, gemeenschappelijke ‘voorvader’, en dat het aantal replicatie-cycli binnen één geïnfekteerd individu beperkt is.

Een andere meldenswaardige eigenschap van XMRV is dat de frequentie van infektie in niet-zieke controles opmerkelijk hoog is: ongeveer 4% in normale individuen van dezelfde geografische regio als geïnfekteerde patiënten met Chronische Vermoeidheid Syndroom, én in niet-kwaadaardige prostaten. Als deze cijfers worden bevestigd in grotere studies, zou het betekenen dat wellicht 10 miljoen mensen in de Verenigde Staten en honderden of miljoenen wereldwijd geïnfekteerd zijn met een virus waarvan het pathogeen potentieel bij mensen nog onbekend is. Het is echter duidelijk dat nauw verwante virussen een waaier aan belangrijke ziekten veroorzaken, inclusief kanker, in veel andere zoogdieren. Verder onderzoek zou XMRV kunnen aanduiden als een oorzaak van meer dan één goed-gekende ‘oude’ ziekte, met mogelijks belangrijke implicaties voor diagnose, preventie en behandeling.

*************************

Nog enkele losse commentaren…

“Dit zou wel eens de controverse kunnen beëindigen over de vraag of ere en onderliggende infektie is bij sommige gevallen van Chronische Vermoeidheid Syndroom maar het is onwaarschijnlijk dat dit alle gevallen verklaart. Retrovirussen kunnen latente virussen die reeds in de cellen aanwezig zijn wakker maken. Het is mogelijk dat chronische vermoeidheid symptomen niet worden veroorzaakt door XMRV maar door andere virussen die het aktiveert.” (internist Dedra Buchwald van de ‘University of Washington’http://www.sciencenews.org 8 okt 09).

>> De auteurs stellen vragen over deze ontdekking op het einde van het artrkel: “Is XMRV infektie een oorzakelijke factor in de pathogenese van CVS of een ‘passagier-virus’ in de CVS patiënten-populatie met onderdrukt immuunsysteem?” Deze en andere vragen stellen dat bijkomend onderzoek en de herhaling van de bevindingen van deze studie bij andere patiënten-groepen een prioriteit zou moeten zijn. << (www.cfids.org)

>> Precies hoe dit virus gerelateerd is met chronische vermoeidheid blijft echter een mysterie. Eén van de problemen bij het opsporen van CVS is dat dit wellicht niet één enkele ziekte is. “We denken dat het probleem is dat CVS een verzameling is van vele verschillende ziekten zelfs al hebben ze gelijkaardige symptomen.” Zij en anderen vermoeden dat het retrovirus andere onderliggende aandoeningen en virussen in het lichaam zou kunnen loslaten. <<

“Dit nieuw retrovirus zou, door infektie van menselijke cellen, transcriptie van een endogeen virus kunnen induceren. We hebben al aangetoond dat Epstein-Barr virus dit kan doen. “Hoewel deze achtergrond-ruis van verscheidene virussen moeilijk te onderscheiden zou kunnen zijn, reikt het sleutels aan die researchers helpen de hoofd-oorzaak van CVS te vinden. “Het is mogelijk dat, downstream, dit allemal zal uitmonden in het zelfde mechanisme.” (Brigitte Huber, professor pathologie aan de ‘Tufts University’s Sackler School of Graduate Biomedical Sciences’. – http://www.scientificamerican.com 8 okt 09)

>> Dr. William C. Reeves […] waarschuwt voor haastige conclusies gebaseerd op de bevindingen, hoewel hij ze belovend noemde. “Het is bijna ongehoord om een verband van deze grootte-orde te vinden in om het even welke studie van een infektueus agens en een goed-gedefinieerde ziekte, laat staan een [slecht-gedefinieerde] ziekte zoals Chronische Vermoeidheid Syndroom.” […]. Het is bijzonder moeilijk om een oorzakelijk verband te bewijzen met een alomtegenwoordig virus zoals XMRV en het “is zelfs nog moeilijker in het geval van CVS, een klinisch en epidemiologisch complexe ziekte”. << (Dr. William C. Reeves, hoofd ‘Chronic Fatigue Syndrome research’ van de ‘Centres for Disease Control and Prevention’ – http://www.latimes.com 9 okt 09)

>> XMRV is een puzzel op zijn eigen. John Coffin, een viroloog aan de ‘Tufts University’ in Boston, die MLV heeft bestudeerd, wijst er op dat de prevalentie van het virus bij gezonde controles “op één of andere manier, een even opmerkelijk resultaat is”. << (www.nature.com 9 okt 09)

“XMRV-infektie van [natural killer] cellen kan hun funktie aantasten.”, zegt Jonathan Kerr die niet betrokken was bij de studie. “Het past.”, voegt hij er aan toe, maar “een onafhankelijke studie die deze bevindingen kan bevestigen is heel erg gewenst”. (Jonathan Kerr, onderzoeker aan ‘St George’s, University of London’ – http://www.newscientist.com 8 okt 2009)

“Dit ziet ere en zeer interessante start uit Het is niet onmogelijk dat dit een ziekte kan veroorzaken met neurologische en immunologische gevolgen maar we weten het niet zeker.” (John Coffin, viroloog aan de ‘Tufts University’ in Boston – http://www.newscientist.com 8 October 2009)

>> [Mikovits’] colleagae vinden de melding van een virale link voorbarig: Joseph DeRisi, een molekular bioloog aan de ‘University of California’, San Francisco, die XMRV mee ontdekte, was niet tevreden over details in het artikel: Hij wilde meer weten over de ‘virale lading’ in CVS-patiënten en hoe de demografie van de controle-groep overeenkwam met die van CVS-patiënten. En het team van Mikovits deed niet voldoende om contaminatie uit te sluiten, zegt hij. “Men moet heel zorgvuldig zijn bij het maken van claims over dergelijke gevoelige en emotioneel geladen zaak als CVS, waarover al veel werd beweerd in het verleden.” Een dubbel-blinde studie waarbij een ‘derde partij’ lab zoekt naar XMRV bij CVS-patiënten controles is vitaal, zegt hij. << (ScienceNOW.org 9 okt 09)

>> Tony Britton van de ‘ME Association’ [V.K.] zei: “Dit is fascinerend – maar het bewijst niet onweerlegbaar dat een link bestaat tussen het XMRV virus en CVS of M.E.”.

Dr Richard Grunewald, een consulterend neuroloog van de ‘Sheffield Teaching Hospitals NHS Foundation Trust’ zei dat hij voorbehoud maakte wat betreft de research. Hij zie: “Het idee dat alle gevallen van CVS worden veroorzaakt door één enkel virus klinkt niet plausibel voor de meeste mensen die op het terrein werken. […]”

Sir Peter Spencer, hoofd bestuurslid van ‘Action for ME’ [V.K.] zei: “Het is nog te vroeg dus proberen we niet al te opgewonden te worden maar dit nieuws zal zeker de hoop doen rijzen in de patiënten-groep die al veel te lang werd verwaarloosd.” <<

(news.bbc.co.uk)

“We weten zelfs niet of infektie met het XMRV-virus de ziekte of één van de meerdere geassocieerde gereaktivateerde virussen (zoals HHV-6, EBV en enterovirus) veroorzaakt. […] Het is belangrijk deze bevindingen over XMRV-virus te bekijken als niet meer dan een opwindende nieuwe ontwikkeling. We hebben nood aan bevestigende studies, daarna studies om te kijken of het virus bijdraagt tot de oorzaak van de ziekte en symptomen.” (Dr. Nancy G. Klimas, directeur van de afdeling immunologie van de ‘University of Miami School of Medicine’ en research-directeur voor klinische AIDS/HIV-research van het ‘Miami Veterans Affairs Medical Centre’ – consults.blogs.nytimes.com 15 okt 09)

[…]

Zie ook:

XMRV controverse

Afwezigheid van XMRV bij CVS-patiënten uit het V.K.

oktober 12, 2009

Arteriële Stijfheid en Inflammatie bij CVS

Filed under: Fysiologie — mewetenschap @ 2:33 pm
Tags: , , , , , ,

Elke contractie van het linker-ventrikel brengt een hoeveelheid bloed in de aorta. Hierdoor neemt de bloeddruk toe waardoor de arterie opgerekt wordt. Tijdens de ventrikulaire systole (Fase waarin het hart samentrekt en bloed het uit hart pompt. De linker-kamer -ventrikel- pompt zuurstofrijk bloed door de aorta naar het lichaam en de hersenen, de rechter-kamer pompt zuurstof-arm bloed naar de longen, waarna dit zuurstofrijk terugkeert naar de linker-boezem of atrium.) trekt de elastische wand van de aorta zich weer terug in zijn oorspronkelijke toestand, waardoor het bloed in het volgende deel van de arterie stroomt, welke op zijn beurt opgerekt wordt. Dit alternerend proces van uitzetten en ontspannen van de arterie-wanden verplaatst zich langs het gehele arteriële stelsel, waardoor er een puls-golf ontstaat. Elke pulsering correspondeert met een hartslag en is het resultaat van het effekt van het uitgepompte bloedvolume op de elastische wand van de arterie. De opeenvolging van drukstijgingen, die zich richting periferie beweegt, vormt een druk-golf (of druk-puls). Zowel de snelheid als de vorm van deze drukgolf wijzigen echter over de arterieën.

De snelheid van de drukgolf neemt toe waneer de viscositeit vermindert en bijvoorbeeld ook bij een verstijven van de wanden (leeftijd), bij afname van de diameter van het bloedvat of wanneer de gemiddelde bloeddruk toeneemt. De snelheid van de drukgolf stijgt dan ook richting periferie. In de aorta is de snelheid ongeveer 3-5 meter per seconde; in de perifere arterieën 8-16 m/s. Het profiel van de druk-golf wijzigt vermits de vaatwanden distaal (verder van het hart weg) progressief verstijven. Hierdoor verhoogt de systolische bloeddruk (SBP). Ook het feit dat de bloedvaten vertakken draagt bij tot de toename.

Golf-reflekties zijn een gevolg van het feit dat wanneer de arteriële golf zich voortplant, de druk in elk meer distaal punt op elk moment niet steeds lager zal zijn dan proximaal (dichter bij het hart). Daardoor kan de druk-verloop in de tegenovergestelde richting gaan zodat de golf meer pulserend wordt. Arteriële golf reflektie (‘arterial wave reflection’, AWR) is de terugkeer van de golf naar de opstijgende aorta tijdens diastole (de ritmische expansie van de hart-kamers waardoor deze zich met bloed vullen; diastolische druk, DBP = onderdruk) nadat de ventrikulaire uitstoot is opgehouden.

Bij druk-golf analyse worden op een niet-invasieve manier de arteriële druk-golf-vormen opgenomen d.m.v. ‘applanatie tonometrie’ (drukmeting waarbij een perifere arterie samengedrukt wordt tussen een sensor en de onderliggende struktuur = bot en spierweefsel). De druk-golf van de pols-slagader (arteria radialis) kan vrij nauwkeurig worden opgenomen en gekalibreerd t.o.v. de brachiale bloedruk-waarden (arteria brachialis = bovenarm-slagader); dit kan worden gebruikt om de druk-golf-vorm van de opstijgende aorta af te leiden. Deze kan belangrijke informatie geven betreffende de effekten van vroege golf-reflektie op de bloeddruk-curve van de aorta. De vorm van de druk-golf van de opstijgende aorta kan worden uitgedrukt in absolute termen als ‘augmentation-pressure, Aug’ en als ‘augmentation index, AIx’ (uitgedrukt als een percentage van de puls-druk, ‘pulse-pressure’ = PP).

Een micromanometer wordt aangebracht op de huid boven de radiale arterie en de perifere radiale puls wordt continu geregistreerd. De golf-vorm van de centrale aorta wordt afgeleid uit de druk aan de pols-slagader en de perifere brachiale bloeddruk, d.m.v. een software-pakket. De golf-vorm van de aorta wordt geanalyseerd om de centrale systolische en diastolische bloeddruk te bekomen, en de ‘augmentation’-druk en ‘augmentation index’ (die golf-reflektie en arteriële stijfheid weerspiegelen) wordt berekend.

Arteriële stijfheid wordt meer en meer erkend als een risico-factor voor cardiovasculaire aandoeningen en draagt bij tot de ontwikkeling van hoge bloeddruk (en linker ventrikulaire dysfunktie).

Als arterieën stijver worden (bv. bij hypertensie), verhoogt de snelheid van de puls-golf, wat de gereflekteerde golf eerder naar de opstijgende aorta doet terugkeren. Een dergelijke vroege golf-reflektie leidt tot verhoogde systolische bloeddruk (van de samentrekkingsfase) en puls-druk, en verminderde druk tijdens de diastole. Stijging van de SBP leidt tot verhoogde zuurstof-vraag van de hartspier (myocard), terwijl een afname van de diastolische bloeddruk leidt verminderde coronaire perfusie; beiden aanleiding gevend tot myocardiale ischemie.

‘C-Reaktief Proteïne (CRP) is gerelateerd met arteriële golf reflektie en stijfheid bij asymptomatische individuen’ (Kullo IJ et.al., American Journal of Hypertension Volume 18, Issue 8, August 2005, Pages 1123-1129): “Systemische inflammatie leidt tot endotheliale dysfunktie wat aanleidng geeft tot arteriële stijfheid en golf-reflektie. CRP, een merker voor systemische inflammatie, is geassocieerd met metingen voor arteriële stijfheid en golf-reflektie in a-symptomatische individuen. Veranderingen qua arteriële stijfheid en golf-reflektie worden vastgesteld bij acute inflammatie én chronische inflammatie. CRP-waarden voorspellen de toekomstige ontwikkeling van hypertensie. Sub-klinische systemische inflammatie is gelinkt met funktionele wijzigingen van het arterieel netwerk. Arteriële stijfheid is verhoogd bij mensen met chronische systemische inflammatie.”.

Zie ook: ‘Identifikatie en behandeling van symptomen geassocieerd met inflammatie

 ————————-

Clinical Science (2007) 114: 561-6

Low grade inflammation and arterial wave reflection in patients with Chronic Fatigue Syndrome

Vance A Spence, Gwen Kennedy, Jill JF Belch, Alexander Hill and Faisel Khan

Division of Medicine and Therapeutics, University of Dundee, DUNDEE DD1 9SY, United Kingdom

Samenvatting

Sommige van de symptomen die worden gerapporteerd door mensen met Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) zijn geassocieerd met verscheidene cardiovasculaire fenomenen. Merkers voor cardiovasculair risico, met inbegrip van inflammatie en oxidatieve stress, werden aangetoond bij sommige CVS-patiënten maar er is weinig bekend over de relatie van deze prognostische indicatoren van het cardiovasculair risico in deze patiënten-groep.

We wilden onderzoeken wat de relatie is tussen inflammatie, oxidatieve stress en de ‘augmentation-index’ – een maat voor arteriële stijfheid – bij 41 goed gekarakteriseerde CVS-patiënten en bij 30 gezonde individuen.

De ‘augmentation-index’, genormaliseerd voor een hartritme van 75 slagen per minuut (AIx@75), was significant hoger bij CVS-patiënten dan bij controle-individuen. CVS-patiënten hadden ook significant verhoogde waarden C-reaktief proteïne [CRP] en 8-iso-prostaglandine F 2alfa isoprostanen.

Bij CVS-patiënten bleek de AIx@75 significant gecorreleerd met log C-reaktief proteïne, isoprostanen, geoxidieerd LDL en systolische bloeddruk.

In een stapsgewijs multipel regressie-model, (met inbegrip van systolische en diastolische bloeddruk, body-mass-index, C-reaktief proteïne, TNF-alfa, IL-1, geoxidieerd LDL, HDL-cholesterol waarden, isoprostanen, leeftijd en sexe, was de AIx@75 was onafhankelijk geassocieerd met log CRP, leeftijd en vrouwelijk gesalcht bij CVS-patiënten.

De combinatie van verhoogde arteriële golf reflektie, inflammatie en oxidatieve stress kunnen resulteren in een verhoogd risico voor toekomstige cardiovasculaire voorvallen. Bepaling van arteriële golf reflektie zou nuttig kunnen zijn bij het vaststellen van het cardiovasculair risico in deze patiënten-groep.

Inleiding

Chronische Vermoeidheid Syndroom (CVS) is een heterogene aandoening met onbekende etiologie die neurologische, immunologische en cardiovasculaire systemen aantast. Het syndroom, dat slecht wordt begrepen, wordt gekarakteriseerd door invaliderende inspanning-intolerantie met significant verminderde aktiviteit-niveaus die worden gelinkt aan intracellulaire immuun-ontregeling. Er is ook accumulerend bewijs dat het cardiovasculair systeem is gecompromiteerd bij veel CVS-patiënten; met meldingen van autonome dysfunktie, verlaagde hartslag […]; dergelijke abnormaliteiten dragen bij tot de destabilisering van bloeddruk en orthostatische intolerantie, en – bij de ernstiger CVS-gevallen – een verminderde cardiale output [aantal liter bloed dat het hart per minuut door het lichaam pompt].

Oxidatieve processen worden in stijgende mate verbonden met symptomen bij in CVS [zie: ‘Oxidatieve stress] en we hebben aangetoond dat CVS-patiënten verhoogde in-vivo lipiden-peroxidatie hebben samen met gestegen F2-isoprostanen [zie: ‘Interleukine-6 en isoprostanen bij CVS na inspanning’]die correleren met post-exertionele spier-pijn, het dominerend symptoom dat de meeste patiënten kenmerkt. We toonden ook dat onze patiënten verhoogde concentraties aktief ‘transforming growth-factor’ β1 hebben [zie ‘Verhoogde neutrofiel apoptose bij CVS’ en items over TGF-β] en we postuleerden dat CVS een pro-inflammatoire aandoening was waarbij vele patiënten in een pro-oxidante toestand consistent met significant cardiovasculair risico verkeren.

C-reactief proteïne (CRP) is een acute fase eiwit en een gevoelige maar niet-specifieke biochemische merker voor chronische inflammatie. Zeer gevoelige testen hebben consistent aangetoond dat CRP een robuste en onafhankelijke voorspeller voor cardiovasculair risico is, inclusief bij gezonde individuen zonder enig bewijs voor cardiovasculaire ziekte. Merkers voor inflammatie, inclusief verhoogde CRP-waarden, werden reeds aangetoond bij sommige CVS-patiënten [Buchwald, D., Wener, M.H., Pearlman, T. and Kith, P. Markers of inflammation and immune-activation in chronic fatigue and Chronic Fatigue Syndrome. J. Rheumatol. 24(1997): 372-376] maar er is weinig geweten over de relatie tussen chronische inflammatie en prognostische indicatoren voor cardiovasculair risico in deze patiënten-groep. In andere populaties werd verhoogde CRP consistent gelinkt met hogere puls-golf snelheid en in sommige, maar niet alle, studies met ‘augmentation-index’, wat een gecombineerde maatstaf voor arteriële stijfheid en golf-reflektie is.

Van de Putte et al. rapporteerden verhoogde arteriële stijfheid en hypotensie in een groep van 32 adolescente (12-18 jaar) CVS-patiënten, die niet kon worden verklaard door veranderingen qua karakteristieken van de arteriële wand of levensstijl. Vasculaire stijfheid beïnvloedt echter de haemodynamiek bij rust en inspanning, en kan bijdragen tot orthostatische hypotensie […] en zou ook de cardiale prestatie bij condities van verhoogde pre-load [uitrekking van de myocard-spier vóór de contractie] in CVS-patiënten kunnen verslechteren [Peckerman, A., Lamanca, J.J., Dahl, K.A., Chemitiganti, R., Qureishi, B. and Natelson, B.H. (2003) Abnormal impedance cardiography predicts symptom-severity in Chronic Fatigue Syndrome. Am. J. Med. Sci. 326(2003): 55-60].

Gezien de associatie tussen inflammatie en verhoogde arteriiële stiijfheid in andere populaties en het groeiende bewijs dat verhoogde arteriiële stiijfheid een onafhankelijke voorspeller is voor ongunstige cardiovasculaire uitkomsten, wilden we de relatie tussen CRP-waarden en ‘augmentation-index’ onderzoeken bij goed gekarakteriseerde CVS-patiënten. ‘Augmentation-index’ bleek een nuttige merker voor cardiovasculair risico bij gezonde controles én bij patiënten met cardiovasculaire ziekte, en is onafhankelijk geassocieerd met ongunstige cardiovasculaire incidenten.

Individuen en en Methoden

Uit een plaatselijk register van M.E.(cvs)-patiënten werden 41 individuen (19 – 63 jaar) gerecruteerd en die ondergingen een medisch onderzoek bij dezelfde arts; allen voldeden aan de CVS-klassificatie van de ‘Centres for Disease Control’ (CDC). Alle patiënten met een geschiedenis van inflammatoire of systemische ziekte werden uitgesloten. De gemiddelde ziekte-duur was 9,2 jaar (SD 5,7 jaar). […] Dertig gezonde vrijwilligers (19-63 jaar) werden ook gerecruteerd uit de plaatselijke gemeenschap en fungeerden als controle-groep. […]

Bloedstalen werden afgenomen […] op hetzelfde tijdstip van de dag. […] Plasma of serum werd bewaard bij -70°C tot het werd getest voor 8-iso-prostaglandine F2α-isoprostanen, CRP, ‘tumor necrosis factor’ α (TNF-α), interleukine-1 (IL-1), totaal en ‘high density lipoprotein’ (HDL) cholesterol, en geoxidieerd ‘low density lipoprotein’ (LDL) cholesterol. […]

Bepaling van de ‘Augmentation Index’ – ‘Pulse Waveform’ Analyse

Metingen werden uitgevoerd in een kamer met gecontroleerde temperatuur (23 ± 1°C). Individuen rustten in een rug-lig voor ten minste 10 minuten waarna de bloeddruk werd gemeten in drievoud gebruikmakend van een automatische bloeddruk-monitor.

Een index voor arteriële stijfheid werd op een niet-invasieve manier bepaald via de meting van de ‘augmentation-index’ (AIx), die een schatting is van systemische arteriële en musculaire stijfheid, gebruikmakend van het gevalideerde SphygmoCor ‘druk-golf vorm’ analyse-systeem. Perifere druk-golf vormen werden opgenomen aan de radiale arterie via ‘applanantie tonometrie’ gebruikmakend van een zeer betrouwbare micromanometer. Ten minste 15 opnames van de druk-golf vorm van hoge kwaliteit werden verkregen van waaruit de druk-golf vorm van de centrale aorta werd berekend, gebruikmakend van een gevalideerde veralgemeende omzetting-funktie. Op basis van de gemiddelde druk-golf van de aorta, werden de volgende parameters berekend:

* ‘Augmentation-index’ (AIx), gedefinieerd als de verhoogde druk gedeeld door de puls-druk, uitgedrukt als een percentage.

* ‘Augmentation-index’ genormaliseerd voor een hartslag van of 75 per minuut (AIx@75). Deze parameter werd berekend om rekening te houden met het effekt van de hartslag op AIx.

* Tijd tot terugkeer van de gereflekteerde golf (Tr). Dit werd gebruikt als een merker voor puls-golf snelheid.

Statistische analyse

[…]

Resultaten

Patiënten met CVS en controle-individuen werden gematcht voor leeftijd, geslacht, roken, lengte en gewicht. Systolische en diastolische bloeddruk, en hartslag waren significant hoger bij CVS-patiënten dan bij controle-individuen (P<0.005, P<0.005 en P<0.05, respectievelijk).

Totaal cholesterol was gelijkaardig in de twee groepen maar HDL-cholesterol was significant lager bij CVS-patiënten dan bij controle-individuen (P<0.005). CVS-patiënten hadden significant gestegen CRP-waarden (P<0.01) en 8-iso-prostaglandine F2α-isoprostanen (P<0.005). Er waren geen significante verschillen tussen de twee groepen voor IL-1 en TNF-α.

De ‘augmentation-index’ (AIx) was significant hoger bij CVS-patiënten in vergelijking met controle-individuen (P=0.017). De AIx lag 52% hoger bij CVS-patiënten. Aangezien AIx wordt beïnvloed door de harstlag – die significant hoger was bij CVS-patiënten – werd echter een index genormaliseerd voor 75 slagen per minuut gebruikt om een betere vergelijking van de arteriële golf reflektie tussen CVS-patiënten en controle-individuen te bieden. Deze index, AIx@75, was ook significant hoger bij CVS-patiënten dan bij controle-individuen (P=0.002) maar het verschil (69%) was groter dan voor de niet-aangepaste AIx (52%). De tijd tot terugkeer van de gereflekteerde golf (Tr) was significant korter bij CVS-patiënten (137.6±21.4 ms) vergeleken met controle-individuen (146.5±12.3 ms), wat wijst op een hoger puls-druk snelheid (P=0.039).

Wat betreft de significante univariate associaties tussen merkers voor arteriële stijfheid, en fysieke en biochemische variabele voor CVS-patiënten: AIx@75 vertoonde de sterkste correlaties met systolische bloeddruk, logCRP, isoprostanen en oxLDL. Tr was significant gecorreleerd met logCRP en isoprostanen. Er waren twijfelachtige verbanden tussen AIx@75 en leeftijd en geslacht (P=0.099 en P=0.087, respectievelijk). In een stapsgewijs regressie-model voor de CVS-patiënten, bleken de onafhankelijke associaties met AIx@75, logCRP (P=0.006), leeftijd (P=0.022) en vrouwelijk sexe (P=0.03) te zijn. Voor Tr was de enige onafhankelijk geassocieerde parameter log CRP (P=0.012).

In de controle-groep waren de onafhankelijke associaties met AIx@75 vrouwelijke geslacht (P<0.001) en brachiale diastolische druk (P=0.026). Er waren geen onafhankelijke associaties met Tr.

Bespreking

Deze studie vond dat CVS-patiënten hogere serum hs-CRP waarden, verhoogde isoprostanen en geoxidieerd LDL en significant gestegen AIx@75, een samengestelde meting voor arteriële stijfeid en golf-reflektie, hebben. AIx@75 bleek significant gecorreleerd met CRP en isoprostanen. CVS-patiënten hadden ook hogere bloeddruk en lagere HDL-cholesterol waarden dan controle-individuen, die mogelijks de AIx@75 beïnvloeden.

De onafhankelijke determinanten van AIx@75 bij CVS-patiënten waren echter hs-CRP, leeftijd en vrouwelijk geslacht. De combinatie van verhoogde arteriële golf-reflektie, inflammatie en oxidatieve stress zou kunnen resulteren in een nadelige haemodynamiek en een verhoogd risico op een toekomstig cardiovasculair incident bij deze patiënten.

Er werden zeer weinig langdurige follow-up studies uitgevoerd bij CVS-patiënten en geen enkele over het voorkomen van andere gezondheid-aandoeningen; dus is het niet mogelijk het cardiovasculair risico voor deze patiënten-groep in te schatten. Lerner documenteerde echter herhaaldelijk abnormale T-golf [onderdeel van een ECG; laat zien hoe de ventrikels ontspannen] oscillaties die wijzen op cardiomyopathie, bij vele van zijn CVS-patiënten [Lerner, A.M., Goldstein, J., Change, C.H. et al. Cardiac involvement in patients with Chronic Fatigue Syndrome as documented with Holter and biopsy data in Birmingham. Michigan. 1991-1993. Infect Dis Clin Prac. 6 (1997): 327-33] en, gebruikmakend van radionuclide ventriculografie [zichtbaar maken van de uitstoot van het linker-ventrikel m.b.v. een radioaktieve stof], toonde hij post-exertionele abnormale beweging van de hart-wand bij ongeveer een kwart van de CVS-patiënten wat wijst op cardiale dysfunktie [Lerner, A.M., Dworkin, H.J., Sayyed, T., Chang, C.H., Fitzgerald, J.T., Beqaj, S., Deeter, R.G., Goldstein, J., Gottipolu, P. and O’Neill W. Prevalence of abnormal cardiac wall motion in the cardiomyopathy associated with incomplete multiplication of Epstein-Barr Virus and/or cytomegalovirus in patients with Chronic Fatigue Syndrome. In Vivo 18 (2004): 417-24]. Bovendien werd in een recent rapport, hart-falen vastgesteld als een belangrijke doodsoorzaak in een groep van CVS-overlijdens en die bleken op een veel jongere leeftijd voor te vallen dan zou kunnen worden verwacht in de ganse populatie [Jason, L.A., Corradi, K., Gress, S., Williams, S. and Torres-Harding, S.Causes of death among patients with Chronic Fatigue Syndrome. Health Care Women Int. 27 (2006): 615-626].

Terwijl verhoogde CRP-waarden beperkte diagnostische waarde hebben bij CVS, zijn hsCRP-waarden indicatief voor chronische, lage-graad, sub-klinische inflammatie die fungeren als een potentieel hulpmiddel bij de globale voorspelling van of cardiovasculair risico . Epidemiologische studies over 30 jaar vonden dat een enkele hsCRP-meting een sterke voorspeller was voor een cardiovasculair incident […], en dat de voorspelling onafhankelijk was van traditionele risico-factoren zoals leeftijd, roken, hypertensie, dyslipidemie [verhoging en/of verlaging van één of meer van de bloedvetten = lipiden, cholesterol, triglyceriden] en diabetes. Anderen hebben gemeld dat inflammatie-merkers bij post-infektueuze vermoeidheid-syndromen niet aanhouden tot in de chronische ziekte-fase en dat ze geen rol spelen in de ontwikkeling van persistente symptomen in een Australische populatie; CVS is echter heterogeen en er is een aanzienlijke diversiteit binnen en tussen patiënten-cohorten in de research.

Onze studie is de eerste melding over hsCRP-waarden bij CVS-patiënten maar anderen hebben verhoogde arteriële golf-reflektie bij CVS gerapporteerd, hoewel bij adolescenten met de ziekte. Of chronische, sub-klinische inflammatie de oorzaak is van verhoogde arteriële golf-reflektie bij CVS-patiënten moet nog worden bepaald, hoewel het positief gecorreleerd was met indicatoren voor stijfheid bij ogenschijnlijk gezonde individuen in de algemene bevolking, bij patiënten met systemische vasculitis [verzamelnaam voor een aantal ziekten die gemeenschappelijk hebben dat de oorzaak ervan onbekend is en dat ze door het hele lichaam heen ontsteking van de bloedvaten kunnen veroorzaken], bij kinderen met Kawasaki ziekte [voornaamste oorzaak van een verworven, dus niet-aangeboren hart-aandoening bij kinderen; gekenmerkt door een veralgemeende ontsteking van de bloedvaten]; hoewel niet bij vrouwen met aktieve reumatoïde arthritis. Levensstijl-kenmerken zoals roken, obesitas en fysieke fitheid spelen ook een rol bij de ontwikkeling van arteriële stijfheid maar enkel een klein percentage van onze patiënten waren rokers, en lichaamsgewicht en BMI waren gelijkaardig bij CVS-patiënten en controle-individuen.

Een mindere fysieke conditie is verbonden met verhoogde arteriële stijfheid en, per definitie, voeren de meeste CVS-patiënten zeer weinig fysieke aktiviteit uit; zelfs vergeleken met sedentaire, gezonde individuen. Experimenteel en epidemiologisch is het evident dat langdurige fysieke aktiviteit een anti-inflammatoir effekt heeft. In een studie werd aangetoond dat inflammatie-merkers omgekeerd gerelateerd zijn met fysieke aktiviteit en fitheid bij sedentaire mannen met goed-behandelde hypertensie, en terwijl voorgeschreven wandel-regimes de fitheid verbeteren en cardiovasculair risico verminderen bij sedentaire ambtenaren, konden ze geen significante daling van CRP induceren.

Verder: terwijl fysieke aktiviteit effektief zou kunnen zijn bij het moduleren van pro-inflammatoire aktiviteit in atherosclerotische aandoeningen, zijn vele CVS-patiënten inspanning-intolerant, mogelijks omwille van oxidatieve schade in de spieren [zie eerder: Fulle, S., Mecocci, P., Fano, G., Vecchiet, I., Vecchini, A., Racciotto, D., Cherubini, A., Pizzigallo, E., Vecchiet, L., Senin, U. and Beal, M.F. Specific oxidative alterations in vastus lateralis muscle of patients with the diagnosis of Chronic Fatigue Syndrome. Free Radical Biol. Med. 29 (2000): 1252-1259 /// Jammes, Y., Steinberg, J.G., Mambrini, O., Bregeon, F. and Delliaux, S. Chronic Fatigue Syndrome: assessment of increased oxidative stress and altered muscle-excitability in response to incremental exercise. J. Intern. Med. 257 (2005): 299-310] of door verhoogde plasma-waarden van oxidatie zoals isoprostanen die worden geassocieerd met post-exertionele spierpijn bij andere aandoeningen.

Oxidatieve stress zou ook pro-inflammatoir kunnen zijn en bij volwasssenen die geen klinische cardiovasculaire ziekte hebben, correleren merkers voor oxidatie significant met hsCRP-waarden, onafhankelijk van andere mogelijks verstorende factoren zoals body-mass-index. Terwijl er in onze studie studie significante univariate correlaties bestaan tussen metingen voor oxidatie, zoals verhoogde waarden aan isoprostanen en oxLDL gedaalde HDL en ‘augmentation-index’, bleken geen enkele hiervan onafhankelijke determinanten van arteriële golf reflektie in het meervoudige regressie model.

Patiënten in onze studie-groep hebben significant verhoogde neutrofielen-apoptose en er is bewijsmateriaal dat CRP degradatie-produkten, gegenereerd door neutrofielen-elastase, neutrofielen-apoptose bevordere. Onder omstandigheden waar CRP wordt afgebroken door neutrofielen-elastase, verwerft CRP een anti-inflammatoire capaciteit die neutrofielen-opruiming bevordert en bescherming kan bieden tegen inflammatoir letsel.

[…] De puls-golf snelheid, maar niet de ‘augmentation-index’, correleert met serum elastase-aktiviteit bij schijnbaar gezonde individuen en mensen met systolische hypertensie, wat aanleiding geeft tot de mogelijkheid dat inflammatie en verhoogde elastase-aktiviteit bijdraagt tot arteriële stijfheid. Echter: niet alle studies tonen dat elastasen positief gecorreleerd zijn met arteriële stijfheid. Hoewel we de arteriële stijfheid niet op een directe manier hebben gemeten, kunnen we niet uitsluiten dat onze meting van de ‘augmentation-index’, die een samengestelde maatstaf is voor arteriële stijfheid en golf-reflekties, geassocieerd zou kunnen zijn met elastase-aktiviteit. We hebben echter wel de tijd-tot-terugkeer van de gereflekteerde golf, een indirecte maatstaf voor puls-golf snelheid, gemeten en vonden dat deze significant korter was bij CVS-patiënten; suggestief voor een verhoogde puls-golf transmissie, en dat CRP onafhankelijk geassocieerd was met Tr.

De ‘gouden standaard’ meting voor arteriële stijfheid is puls-golf snelheid. De ‘augmentation-index’ wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de snelheid waarmee de golf zich verplaatst, de amplitude van de gereflekteerde golven en de elastische eigenschappen van de aorta, samen met de duur en het patroon van ventriculaire uitstoot. Niettemin werd ook aangetoond dat de ‘augmentation-index’ een belangrijke determinant is voor cardiovasculair risico en uitkomst. Het is een onafhankelijke voorspeller van de mortaliteit bij patiënten met nierziekte in het laatste stadium en een onafhankelijke merker voor de ernst van coronaire obstruktie. Daarenboven is de ‘augmentation-index’ onafhankelijk geassocieerd met een verhoogd risico op korte- en lange-termijn cardiovasculaire incidenten bij patiënten die coronaire interventies ondergaan, en een significante voorspeller voor belangrijke ongunstige cardiovasculaire incidenten bij patiënten met vastgestelde ‘hartslagader-ziekte’.

Een beperking van de studie is dat we niet zeker kunnen zijn van de mate waarin arteriële golf reflekties bij CVS-patiënten waren aangetast door medicijnen zoals thyroxine en beta-blokkers. We hebben echter voor elk mogelijk effekt op hartslag gecorrigeerd door gebruik te maken van de ‘augmentation-index’ genormaliseerd voor een hartslag van 75/min.

Tot besluit: we hebben een onafhankelijk verband tussen verhoogde arteriële golf reflektie en ‘low grade’ inflammatie bij patiënten met CVS aangetoond. De resultaten van deze studie genereren hypothesen en de klinische impact van deze associatie kan momenteel niet worden bepaald. Niettemin kunnen ze nuttig zijn voor het vaststellen van het cardiovasculair risico in deze patiënten-groep aangezien metingen van arteriële stijfheid de cardiovasculaire uitkomst voorspellen. Er is echter onzekerheid omtrent de diagnose én prognose van of CVS dus zullen verdere studies nodig zijn om de relatie tussen inflammatie en vasculaire stijfheid in een grotere populatie van of CVS-patiënten vast te stellen. Het dient ook nog te worden bepaald of onderdrukking van het chronisch inflammatoir proces bij zorgvuldig geselekteerde CVS-patiënten leidt tot verbetering van arteriële stijfheid en cardiovasculaire uitkomst op langere termijn.

oktober 4, 2009

Vacuolair APTase bij CVS (‘channelopathy’)

Filed under: Celbiologie — mewetenschap @ 3:29 pm
Tags: , , , ,

Op de ‘9th International IACFS/ME Research and Clinical Conference’ (Reno, Nevada, USA 12-15 maart 2009) gaf Prof. Dr Suzanne Hagan (‘Glasgow Caledonian University’), de researcher die nauw samenwerkt met Prof. Dr John Gow, een presentatie over ‘Ion-channel function and CFS’: “Identificatie van veranderingen in gen-expressie van een aantal ATPase enzymen en ion-kanalen gebruikmakend van DNA micro-array wijst op een mogelijke rol voor ion-kanalen en ATPase-funktie bij de pathologie van CVS. Dit kan helpen bij het formuleren van een rationele hypothese voor de pathogenese van CVS.”.

In verband met de ‘Genetische basis van channelopathie bij M.E.(cvs)’ laat ze optekenen: “Er bestaan verschillende condities waarin schommelende vermoeidheid een symptoom is en vele daarvan worden veroorzaakt door abnormale ion-kanalen in het celmembraan. Deze condities omvatten genetisch bepaalde channelopathieën. Recente gegevens suggereren dat Multiple Sclerose een verworven channelopathie is. Bovendien werd recent een hypothese gesteld over de rol van de ion-channelopathieën in de pathogenese van fibromyalgie, een toestand met gelijkaardige symptomen en ontstaansgeschiedenis als die van M.E.(cvs). Bij 111 vrouwelijke M.E.(cvs)-patiënten werden significante veranderingen vastgesteld in de genen verantwoordelijk voor het ionentransport en de ionkanaal-aktiviteit. Ook een deel van de M.E.(cvs)-patiënten zou dus een ionkanaal-dysfunktie kunnen hebben, wat kan bijdragen tot de veelheid aan symptomen die geassocieerd wordt met M.E.(cvs).”.

In het artikel ‘A Gene Signature for Post-Infectious Chronic Fatigue Syndrome’ (BMC Medical Genomics 2009, 2:38) [zie ‘Gen-signatuur voor Post-Infektie CVS’] wordt daar echter nog niet over gerapporteerd…

Hieronder enkele stukken die verwijzen naar onderzoek dat aan de gang is en naar een patent dat Gow reeds in 2006 nam, anticiperend op resultaten die zij verder verwachten. Bron: European Patent Office (v3.espacenet.com) – August 10, 2006 – World Patent WO2006082390: Materials and Methods for Diagnosis and Treatment of  Chronic Fatigue Syndrome; John W. Gow and Abhijit Chaudhuri (Patent File Number GB0502042.5).

Misschien van belang om te geven is dat Prof. Gow, naast ‘Director for Forensic Investigation’ aan de ‘Glasgow Caledonian University’, ook oprichter en technisch directeur is van het bedrijfje ‘Crucial Genetics’ dat genetische vaderschapstesten aanbiedt…

Nog even herhalen dat er verschillende types ATPasen zijn: P-type ATPasen verbruiken ATP (Na+K+-ATPasen wisselen natrium-ionen uit voor kalium-ionen waardoor een lage Na+-concentratie en een hoge K+-concentratie binnen de cel ontstaat en een transmembraan-potentiaal wordt gecreëerd; H+K+-ATPasen zorgen voor de lage zuurgraad in de maag; Ca2+-ATPasen zorgen voor een lage intracellulaire calcium-concentratie in spiercellen.), F-type ATPasen zorgen voor de aanmaak van ATP uit ADP en anorganisch fosfaat (mitochondrieën) en V-type ATPasen gebruiken ATP om protonen (H+) te pompen naar een compartiment met een hoge zuurgraad.

Vacuolar type H+-ATPase (v-ATPase) is een sterk geconserveerd evolutionair oer-oud enzyme met opmerkelijk diverse funkties bj eukaryote (met een echte kern) organismen. v-ATPasen controleren de zuurtegraad (pH) van een brede waaier intracellulaire organellen (elk van deze vereist een specifieke interne pH) en pompen protonen (H+) doorheen de plasma-membranen van talrijke cel-types. Het v-ATPase complex kan ook deelnemen aan het waarnemen van de interne pH van de organellen

v-ATPasen koppelen de energie van ATP-hydrolyse aan protonen-transport bij intracellulaire en plasma-membranen van eukaryote cellen. v-ATPasen werken dus exclusief als een ATP-afhankelijke protonen-pomp.

In een cel kunnen v-ATPasen betrokken zijn bij verscheidene essentiële cellulaire funkties, inclusief receptor-gemedieerde endocytose (het opnemen van extra-cellulaire macrom-molekulen in de cel via insluiting door het celmembraan; dit trekt steeds iets verder naar binnen toe totdat het uiteindelijk een zelfstandig blaasje of vesikel is), post-translationle modificatie (allerlei chemische wijzigingen van een proteïne na zijn translatie uit het mRNA), proteïne-sortering (het naar zijn bestemming leiden van een nieuw aangemaakt polypeptide) via het secretoir mechansime (proteïne-synthese gebeurt op de ribosomen, de polypeptide-ketens gaan naar het Golgi-complex en worden vandaar naar hun bestemmingen geleid; dit mechanisme waarbij zo proteïnen worden gesynthetiseerd en gesorteerd wordt het secretoir mechansime genoemd), proteïne-afbraak en secundair transport.

Deze processen worden gereguleerd via modulering van de expressie op het plasma-membraan en aktiviteit van het v-ATPase.

[Vraag desgewenst naar referenties]

http://www.ahummingbirdsguide.com

CVS Patent Gow et al.

“Eerdere rapporten hypothiseerden dat CVS een vorm van ‘channelopathy’ is – een aandoening van ion-kanalen in de cel-membranen. Er zijn meerdere meldingen in de literatuur waarvan we geloven dat ze de hypothese versterken die stelt dat vacuolair H+-ATPase een pathogene rol speelt bij CVS.

Lokale anaesthetica, waarvan is geweten dat ze op ion-kanalen inwerken, hebben een ongunstig effekt op patiënten met M.E.(cvs). Er werd ook aangetoond dat er bij sommige patiënten met M.E.(cvs) morfologische veranderingen zijn bij de rode bloedcellen. Opmerkelijk: een studie door Nishiguchi et al. heeft aangetoond dat het lokaal verdovingsmiddel lidocaine omkeerbare morfologische transformatie kan induceren van menselijke rode bloedcellen en dat deze verandering wordt gemedieerd door de aktivatie van vacuolair H+-ATPase. Daarenboven hebben Li et al. getoond dat het gen betrokken is bij ijzer-binding in rode bloedcellen.

Het ion-kanaal gen is een lid van de vacuolaire H+-ATPase proton-transporterende gen-familie. Deze familie van genen is direct betrokken bij de fosfocreatine-afhankelijke [zie Metabole veranderingen in spieren en hersenen bij CVS’] glutamaat-opname door synaptische vesikels [zie items over glutamaat-opname]. Het gen is verantwoordelijk voor ‘vesicle-docking’ / exocytose [‘docking’ is het proces waarbij het vesikel (‘blaasje’ met inhoud) en het pre-synaptisch membraan zich zo positioneren dat ze klaar zijn om te fuseren; na samensmelten van de membranen ontstaat een kleine opening die groeit totdat de exocytose gebeurt en de inhoud van het vesikel wordt vrijgegeven in de synaptische ruimte.] tijdens neurotransmitter-release en is een belangrijke constituent van synaptische vesikels geassocieerd met intracellulaire membraan-strukturen. We hebben aangetoond, gebruikmakend van H-MRS, dat er een verstoring is van het choline/creatine evenwicht in het centraal zenuwstelsel [zie Metabole veranderingen in spieren en hersenen bij CVS’]. Deze bevinding werd bevestigd door Puri et al. Zoals hierboven gesteld, is dit type gen direct betrokken bij de creatine-mechanismen. We hebben eerder aangetoond dat patiënten met CVS lage kalium-waarden in het lichaan hebben. Bailey et al. hebben een verband tussen kalium-depletie en upregulering van H+-ATPase getoond.

Zoals hierboven aangegeven, werden virussen dikwijls geassocieerd met CVS. Het binnenkomen van virussen in de cellen kan worden gemedieerd door H+-ATPase. Naast virale infektie die neurotransmitter-funktie aantast, is er een grote hoeveelheid bewijs dat aantoont dat vacuolair H+-ATPase ook is betrokken.”

[Voor referenties: neem contact]

http://www.ncf-net.org [National CFIDS Foundation]

Alan Cocchetto, NCF Medical Director ©2006

Dr. John Gow, van de ‘Glasgow University in Scotland’, heeft de gen-signatuur aangekondigd die zijn research-groep heeft geïdentificeerd bij patiënten met M.E./ CFIDS (World Patent WO2006082390). Het patent reveleert een aantal geïdentificeerde genen die tot expressie komen aan abnormale waarden bij patiënten met M.E.(cvs) vergeleken met normale, gezonde individuen. Volgens Dr. Gow zouden de geïdentificeerde genen objectieve ziekte-merkers kunnen leveren die kunnen worden gebruikt in diagnostische testen ter ondersteuning van de diagnose van M.E.(cvs).

In zijn patent toonde Dr. Gow zijn interesse in het ATPase-systeem. In dit patent wordt gesteld “Op het cellulair niveau wordt vermoeidheid gelinkt met wijzigingen in de cel-membraan ion-kanaal trafiek en het ATPase-systeem. [Chaudhuri A, Watson WS, Behan PO. Arguments for a role of abnormal ionophore function in Chronic Fatigue Syndrome. In: Yehuda S, Moltofsky DI (eds). Chronic Fatigue Syndrome. New York, Plenum Press 1997; 119-30] ATPasen worden ook gelinkt met neurotransmitter-afgifte (bv. dopamine) [Goncealves PP, Meireles SM, Neves P, Vale MGP. Ca2+-sensitivity of synaptic vesicle dopamine, gamma-aminobutyric acid and glutamate transport-system. Neurochemical research 2001; 26: 75-81] en cellulair energie-metabolisme via creatine-fosfatase. Verhoogde ATPase-aktiviteit werd gerapporteerd in spier-biopten van patiënten met CVS [Gow JW, McGarry F, Behan WMH, Simpson K, Behan PO. Molecular analysis of cell-membrane ion-channel function in Chronic Fatigue Syndrome (Abstract). International Meeting on Chronic Fatigue Syndrome, Dublin 1994]. Uit eerder werk bleek de mogelijkheid dat patiënten met CVS een ion-kanaal dysfunktie zouden kunnen hebben [Chaudhuri A, Watson WS, Pearn J, Behan PO. Symptoms of Chronic Fatigue Syndrome are due to abnormal ion-channel function. Medical Hypotheses 2000; 54: 59-63]. Deze dysfunktie zou kunnen worden geïnduceerd door veranderingen in de ion-kanaal funktie, neurotransmitters betrokken bij kanaal-‘gating’ [openen en sluiten] of door een verschuiving in het evenwicht van de cellulaire ‘energie-lading’, de ratio tussen ATP en ADP, die normalerwijs een funktie is van de ATPase-aktiviteit.”.

Dr. Gow vervolgde: “Een groep aan de ‘University of Ulm’ (Duitsland) heeft gesuggereerd dat een pentapeptide (QYNAD) [klein eiwit bestaande uit 5 aminozuren Gln-Tyr-Asn-Ala-Asp] met Na+-kanaal blokkerende werking een biologische merker zou kunnen zijn van bepaalde inflammatoire en immunologische aandoeningen van het zenuwstelsel. De uitvinders vroegen zich af of het pentapeptide geïdentificeerd door de duitse groep al dan niet een rol zou kunnen spelen bij CVS. Serum-stalen werden naar ‘University of Ulm’ verzonden voor analyse. De 15 stalen omvatten 5 normale controles, 5 patiënten met CVS en 5 ziekte-controles (waarvan 2 patiënten met MS. De stalen waren 1-15 genummerd en de duitse groep was niet op de hoogte wat de stalen waren of welke stalen wat waren, tot na de beëindiging van het experiment. Toen de code werd verbroken, toonden de resultaten dat in de ziekte-controle groep de waarden van het pentapeptide 2,3x die van de normale controles waren (gelijkaardig met de gepubliceerde data) en bij de CVS-stalen lagen de waarden 3x hoger dan de gezonde controles… De duitse groep was niet in staat een endogeen gen te identificeren dat codeert voor het pentapeptide. De uitvinders voerden een […] aminozuur-vergelijking uit voor het pentapeptide QYNAD… Er werden een aantal gekloneerde nucleotide-sequenties gevonden en wanneer deze werden vergeleken met nucleotide-databases, vertoonde slechts één kloon ‘full-length’ homologie met een menselijk gen. Dit gen bleek een menselijk ion-kanaal gen – de vacuolaire protonen-pomp H+-ATPase (v-ATPase).”. Dr. Gow stelde dan: “De uitvinders vroegen zich daarna af of het v-ATPase een kandidaat gen voor een diagnostische test voor CVS vertegenwoordigt… De patiënten-stalen hebben een significant hogere waarden qua v-ATPase mRNA dan de gezonde controles. Dus: het v-ATPase gen lijkt een waarachtige biomerker voor CFS/M.E.(cvs) te vertegenwoordigen.”

[…]

Verder stelt Dr. Gow in zijn patent: “Het v-ATPase staat bekend te zijn betrokken bij de regulering van een aantal metabole funkties die verstoord zijn bij M.E.(cvs). v-ATPase upregulering zou daarom een verklaring kunnen bieden voor een aantal van de symptomen die worden geobserveerd. Bijvoorbeeld: gestegen v-ATPase aktiviteit zou de intracellulaire acidose kunnen verklaren in spieren bij inspanning, borst-pijn (syndroom X) [metabool syndroom; omvat insuline-resistentie in associatie met stoornissen van de koolhydraat-tolerantie en allerlei metabole afwijkingen]), veranderde neurotransmitter (dopamine) funktie en abnormale regulering van hypothalamische hormonen. Daarenboven zou het de verhoogde energie-conumptie en vermoeidheid geassocieerd met de aandoening kunnen verklaren.”.

[…]

Het QYNAD-verhaal blijkt nogal controversieel… Na 2006 is er ook niet meer over gepubliceerd…

Bafilomycine A1 (BFLA1), een lid van de plecomacrolide sub-klasse van macrolide antibiotica , is een krachtige en zeer specifieke inhibitor van vacuolair ATPase en intracellulaire verzuring (bij hoge concetraties). Het zou ook concentratie-afhankelijke effekten hebben op de leefbaarheid van neuronale cellen: BafA1 inhibeert de sterfte van neuronen geïnduceerd door autofage stress (autofagie, of autofagocytose, is een strikt geregeld proces waarbij de cel eigen cel-produkten verteert in de zogenaamde lysomen, het maakt deel uit van normale cel-groei, ontwikkeling en homeostase, en helpt het evenwicht behouden tussen synthese, afbraak en recyclage van cellulaire produkten.; autofage stress komt voor bij nutrienten-tekort of lysosoom-dysfunktie en kan leiden tot cel-sterfte, ook beschreven bij neurodegeneratieve aandoeningen).

Ook het struktureel gelijkaardige bafilomycine B1 en concanamycine A zijn neuroprotektief tegen chloroquine-geïnduceerde sterfte (chloroquine remt autofagie; de lysosomotrope stof chloroquine induceert autofage stress en daaropvolgende neuronale sterfte; het antibioticum bafilomycine A1 vermindert deze neuronale sterfte dramatisch.). Er zijn aanwijzingen dat plecomacroliden excitatorische synaptische transmissie kunnen blokkeren.

Andere meldingen van v-ATPase inhibite betreffen het NO-genererend S-nitrosoglutathion (SNG) en het nieuwere FR177995…

Blog op WordPress.com.