M.E.(cvs)-wetenschap

mei 17, 2009

Glia, glutamaat-transport en chronische pijn

Filed under: Neurologie — mewetenschap @ 7:01 am
Tags: , , , , ,

De hypothese over de mogelijke rol van glutamaat-transport bij mentale vermoeidheid (hiervoor beschreven in ‘Glia, glutamaat-transport en mentale vermoeidheid’) werd verder uitgebreid naar chronische pijn…

De kennis van de biologie van glia-cellen en neuronale gliale signalisering die hier wordt beschreven, is voortgekomen uit experimenteel werk met gecultiveerde cellen. De auteurs stellen dat het verleidelijk is om te speculeren dat de beschreven gebeurtenissen zelfs in vivo voorkomen en dat het astrogliaal netwerk zou kunnen bijdragen tot de efficiënte neurotransmissie van glutamaat.

Deze mogelijke verklaring voor de mentale vermoeidheid en chronsiche pijn oogt zeer ‘elegant’ en zou wel eens heel belangrijk kunnen zijn bij M.E.(cvs)… Hopelijk krijgen we hier meer aanwijzingen over…

Neurochemical Research, Vol. 29, No. 5, May 2004, pp. 989-996

Altered Neuronal – Glial Signaling in Glutamatergic Transmission as a Unifying Mechanism in Chronic Pain and Mental Fatigue*

Elisabeth Hansson and Lars Rönnbäck

Institute of Clinical Neuroscience, Göteborg University, SE 405 30 Göteborg, Sweden

[Samenvatting: zie ‘Gliale Cellen, Astrocyten & M.E.]

INLEIDING

Waarom wordt persistente, neuropathische pijn chronisch? Er bestaan veel verklaringen; de meeste van hen nemen neuronale aktivatie of over-aktivatie in rekening. Farmacologische behandeling focust op neuronale hyper-aktiviteit maar dat is toch meestal onvoldoende, en ons inzicht in de cellulaire en molekulaire mechanismen aan de basis van chronische pijn is beperkt. Biologische gebeurtenissen, waarbij bijkomende cellulaire en neurochemische mechanismen betrokken zijn, moeten in overweging worden genomen om het instandhouden van pijn-signalisering te verklaren. Glia zou één zo’n ‘speler’ kunnen zijn.

CZS Glia

Er zijn verscheidene types glia-cellen in het central zenuwstelsel (CZS). Astroglia-cellen, of astrocyten, behoren tot de meeste talrijke. Die cellen zijn ster-vormig, met ongeveer 12-15 µm in diameter, en voeren een massa processen uit. In een intact brein, zijn er, op morfologisch vlak, twee types astrocyten. Protoplasmische astrocyten zijn belangrijk in de grijze hersenstof, terwijl fibrillaire astrocyten talrijk voorkomen in de witte hersenstof. Interessant is dat protoplasmische astrocyten talrijker te vinden zijn in de cerebrale cortex bij hoger-ontwikkelde soorten. Bij mensen overtreffen astroglia-cellen de neuronen met een factor van 3-5 in de cerebrale cortex. Naast hun strukturele en metabole ondersteuning voor neuronen, spelen astroglia-cellen belangrijke en diverse rollen. Deze omvatten: begeleiden van cyto-architekturale [opbouw van de cel] ontwikkeling tijdens CZS-rijping; regeling van de extracellulaire concentraties aan ionen, metabolieten en neurotransmitters; en ondersteuning van neuronale en synaptische funkties. Hun gecompliceerde set-up van membraan-receptoren gekoppeld met ‘tweede boodschapper’-systemen [Methode van cellulaire signalisering waarbij een signalisering-molekule snel wordt geproduceerd/gesecreteerd, die dan effector-proteïnen in de cel kan aktiveren om een cellulaire respons op te leveren. Een secundaire boodschapper is een component van signaal-transductie mechansismen. De aktivatie kan gebeuren via enzymen of door het openen van ion-kanalen.] [Hansson, E. and Rönnbäck, L. 2004. Astrocytic receptors and second messenger systems. Hertz, L. (ed.), in Advances in Molecular and Cell Biology. 31: 475-501] maakt het waarschijnlijk dat astrocyten synaptische aktiviteit monitoren. De cellen zijn in netwerken verbonden door middel van ‘gap-junctions’ [zie ‘Gliale Cellen, Astrocyten & M.E.], gevormd door het connexin-43 proteïne [Cx43; Connexinen zijn een familie membraan-proteïnen die intercellulaire kanalen vormen die die samenklitten bij ‘gap-junctions’]. Ca2+-signalisering en uitwisseling van substanties met een laag molekulair gewicht zijn dus mogelijk binnen deze netwerken. Resultaten van experimenten hebben de afgifte aangetoond van excitorische aminozuren zoals glutamaat en aspartaat door astrocyten, in respons op neuronale aktiviteit waar Ca2+-oscillaties worden teweeggebracht in het netwerk. Deze bevindingen zijn bijzonder interessant en van belang gezien ze zouden kunnen dienen als een neurobiologische basis voor het feit dat astroglia het prikkelbaarheid-niveau van synapsen en neuronen beïnvloeden en waarschijnlijk regelen.

Microglia worden beschouwd als macrofagen gevestigd in het CZS. Er is echter enige controverse betreffende hun oorsprong; nl. of ze primair afgeleid zijn van het CZS of originerend uit het bloed. Het is waarschijnlijk dat beide types microglia bestaan maar deze die de hersenen binnenkomen uit het bloed zijn talrijker na een hersen-letsel. De cellen worden makkelijk geaktiveerd en in die conditie doen ze aan fagocytose en geven zelfs cytotoxische substanties zoals vrije zuurstof radikalen of stikstof-oxide (NO) af. Microglia participeren ook in inflammatoire reakties door de produktie en afgifte van cytokinen. In rust synthetiseren microglia-cellen trofische factoren, en samen met door astroglia afgegeven neuro-aktieve substanties werken ze als neurochemische modulatoren van de synaps-vorming en andere plastische opbouw van het CZS.

CHRONISCHE PIJN EN GLIA-AKTIVATIE IN HET RUGGEMERG:

ONTSTAAN VAN EEN VICIEUZE CIRKEL DIE PIJN-SIGNALISERING INSTANDHOUDT

Als een pijnlijke stimulus wordt waargenomen, worden perifere zenuwen van de types A-δ en C geprikkeld. Signalen worden overgebracht naar de pre-synaptische uiteinden in de dorsale hoorn van het ruggemerg [zie ook ‘Spier-metaboreceptoren]. Er worden reflex-bogen geaktiveerd die onmiddellijke en adequate reakties op de oorzaak van de pijnlijke stimulus toelaten. Bijkomend is er een simultane aktivatie van neuronen […] voor identificatie en herkenning van de pijnlijke stimulus. Ter hoogte van het ruggemerg zijn glutamaat en substantie-P twee neurotransmitters die worden afgegeven en de post-synaptische receptoren aktiveren in de dorsale hoorn. Bij toestanden van langdurige pijn-signalering, worden de N-methyl-D-aspartaat (NMDA) receptoren op de post-synaptische neuronen in de dorsale hoorn geaktiveerd met een Ca2+-influx via het cel-membaran. Stikstof-oxide synthetase (NOS) zal worden geaktiveerd en stikstof-oxide (NO) gevormd uit L-arginine. Dit proces gebeurt in het post-synaptisch neuron. NO diffundeert op z’n beurt snel door de het post-synaptisch membraan en overschrijdt het pre-synaptisch membraan, waardoor het een verhoogde release van excitatorische neurotransmitters en substantie-P uit het pre-synaptisch uiteinde veroorzaakt. Het resultaat zal een langdurige prikkeling van het post-synaptisch neuron zijn.

Bijkomend aan deze neuronale gebeurtenissen, toonden Watkins en collega’s een gliale aktivatie in de dorsale hoornen na langdurige pijn-signalisering in experimentele situaties. De gliale aktivatie bleek te worden gevolgd door de release van NO, reaktieve zuurstof molekulen, prostaglandinen, pro-inflammatoire cytokinen zoals interleukine-1 (IL-1) en IL-6, tumor necrose factor (TNF), ATP en andere neuro-aktieve substanties. Van vele van deze substanties is geweten dat ze astrogliale glutamaat-opname capaciteit schaden en daarbij een verhoging van extracellulaire glutamaat-waarden veroorzaken. Het resultaat zou een verdere overdrijving van pijn-signalisering kunnen zijn, leidend tot een vicieuze cirkel die het voortduren van pijn-signalisering naar het brein aanmoedigt [Lees ev. het werk van Watkins, L. R. et al. over pathologische pijn-toestanden en gliale aktivatie.].

GLUTAMAAT, ASTROGLIA EN INFORMATIE-VERWERKING IN DE HERSENEN

Glutamaat is de meest uitgebreid bestudeerde excitatorische neurotransmitter in het CZS. Glutamaat neurotransmissie is onontbeerlijk voor informatie-opname en -verwerking in het brein. Nadat glutamaat werd afgegeven door het pre-synaptisch membraan, en zijn effekten op de post-synaptische en omliggende gliale membraan-receptoren heeft uitgeoefend, verwijderen de astroglia-cellen overtollig glutamaat uit de ruimte tussen de cellen. De extracellulaire concentratie van glutamaat moet laag zijn, 1-3 µM, opdat de glutamaat neurotransmissie effektief zou zijn [Hansson, E. and Rönnbäck, L. 1995. Astrocytes in glutamate neurotransmission. FASEB J. 9:343-350]. Astrogliale cel-processen omringen glutamaat-synapsen. De astrogliale membranen brengen de glutamaat-opname transporters GLAST en GLT-1 tot expressie […].

[…] Het ‘gap-junction’ gekoppeld astrogliaal netwerk moet intact zijn om het transport en de redistributie van K+ en andere laag-molekulair-gewicht neuro-aktieve substanties in het astrogliaal netwerk toe te laten. Rothstein et al. verhinderden de synthese van elk glutamaat-transporter sub-type […] en demonstreerden dat inhibitie van de astrogliale glutamaat-transporters GLAST of GLT-1 verhoogde extracellulaire glutamaat-waarden opleverde. Alles te samen werd het fysiologisch belang van astrogliale opname dat was afgeleid op basis van studies met astrocyten in primaire culturen, bevstigd in de hersenen in situ.

NEURONALE-GLIALE SIGNALISERNG IN HET CZS ALS EEN NEUROBIOLOGISCH CORRELAAT

VOOR HET INSTANDHOUDEN VAN PIJN-SIGNALEN,

VOOR PIJN-GEHEUGEN EN VOOR VERHOOGDE PIJN-GEVOELIGHEID

Glutamaat is een belangrijke transmitter bij centrale pijn-signaliserng en verwerking van pijn-informatie in het brein. Glutamaat-neuronen signaliseren niet enkel naar elkaar, maar ook naar de gliale cellen [22. Hansson, E. and Rönnbäck, L. 2003. Glial neuronal signaling in the central nervous system. FASEB J. 17:341-348]. Deze signalen informeren de astrogliale netwerken omtrent neuronale aktiviteit en stellen hen in staat de neuronen metabool en trofisch te ondersteunen, naargelang hun specifieke behoeften. De astrogliale cellen signaliseren ook terug naar de neuronen, ten minste gedeeltelijk door een afgifte van gliaal glutamaat, en moduleren synaptische aktiviteit.

ATP wordt gevormd en afgegeven in de extracellulaire ruimte. We weten dat astroglia, geholpen door ATP, lange-afstand signalisering kunnen bevorderen, van één astroglia-netwerk naar een ander, zelfs als de twee netwerken niet via ‘gap-junction’ zijn gekoppeld. […] Astroglia-netwerken zonder cellulaire bruggen zouden kunnen worden geaktiveerd en excitatorische transmitters zouden kunnen worden afgegeven door astroglia. Deze release zou kunnen leiden tot een verhoogd prikkelbaarheid-niveau van neuronale circuits die niet synaptisch zijn gekoppeld of verbonden via astroglia-netwerken.

Daarnaast aktiveert ATP microglia via de stimulatie van purinerge receptoren [zie ook ‘Spier-metaboreceptoren’]. Microglia en astroglia produceren en releasen neuro-aktieve substanties, zoals ‘basic’ fibroblast groei-factor, ‘nerve growth-factor’, neutrofine-3, ‘ciliary neurotrophic factor’ en S-100β, die synaps-vorming en heropbouw van het CZS ondersteunen.

Rekening houdend met deze kennis, zouden we het verhoogde prikkelbaarheid-niveau te wijten aan glutamaat- en aspartaat-afgifte in neuronale circuits alsook in neuronen en synaps-gebieden die niet primair door glutamaat geaktiveerd zijn kunnen uitleggen. Dit zou kunnen verklaren waarom personen die chronische pijn ervaren, een verhoogde pijn-gevoeligheid in lichamelijke gebieden verschillend van deze die primair zijn aangetast door de pijn-stimulus. De lang-termijn glutamaat neurotransmissie zou een heropbouw van het CZS kunnen stimuleren, inclusief de vorming van nieuwe synapseen, te wijten aan de produktie en afgifte van neurotrofische factoren door astroglia en microglia. Dit geeft ons een eerste glimp van de cellulaire gebeurtenissen aan de basis van de heropbouw van het zenuwstelsel te wijten aan de ‘pathologische’ lang-durige pijn-signaliserng die de vorming van een ‘pijn-geheugen’ zou kunnen tot stand brengen.

CHRONISCHE PIJN EN MENTALE VERMOEIDHEID

Personen met chronische pijn lijden dikwijls onder mentale vermoeidheid, ervaren moeilijkheden met concentratie en geheugen. Met verloop van tijd kan het probleem zich manifesteren als een verminderd vermogen om informatie op te nemen en te verwerken. De symptomen worden duidelijk als de persoon verwacht wordt cognitieve taken uit te voeren gedurende lange perioden zonder onderbreking. Gelijkaardige symptomen worden frequent gezien bij vele organische hersen-processen, zoals tijdens revalidatie na beroerte of een traumatisch hersen-letsel of bij Multipele Sclerose. Het zou moeten worden opgemerkt dat deze symptomen ook verschijnen in afwezigheid van een bewezen hesren-letsel. Mentale vermoeidheid kan zodoende prominent zijn na een hersenschudding of in gevallen van post-traumatische stress aandoening. De symptomen duiken ook op tijdens zware psychologische belasting, zoals ernstige en langdurige stress of angst. Alle psychologische belastingen verergeren eigenlijk de symptomen van mentale vermoeidheid, inclusief post-traumatische of post-infektueuze symptomen, milde cognitieve stoornis of neurasthenie (ICD-10). Volgens de diagnostische klassificatie van Lindqvist en Malmgren maken deze symptomen deel uit van het astheno-emotioneel syndroom.

CHRONISCHE PIJN, MENTALE VERMOEIDHEID

EN ASTROGLIALE STOORNIS VAN DE GLUTAMAAT-OPRUIMING:

EEN HYPOTHESE

We stellen dat één onderliggend mechanisme op cellulair niveau voor mentale vermoeidheid secundair aan chronische pijn, een verminderde capaciteit van astrocyten om glutamaat te verwijderen uit de extracellulaire ruimte [zie ook ‘Glia, glutamaat-transport en mentale vermoeidheid] zou kunnen zijn. Tijdens langdurige neuronale aktiviteit zal deze gedaalde astrogliale glutamaat-opname capaciteit geleidelijk aan leiden tot verhoogde glutamaat-waarden rond de neuronen, en zo tot verminderde synaptische efficiëntie en minder precieze transmissie-signalen, en na enige tijd een gereduceerde glutamaat-release na stimulatie. Een dergelijke gedaalde afgifte zou kunnen het gevolg zijn van een verminderde opbrengst aan glutamaat-voorloper in de glutamaat-glutamine cyclus [In de astrocyten wordt glutamaat omgezet tot glutamine (d.m.v. glutamine-synthase). Glutamine wordt terug getransfereerd naar het pre-synaptische uiteinde waar het naar glutamaat wordt geconverteerd (d.m.v. een glutaminase) om als neurotransmitter hergebruikt te worden.]. Experimentele resultaten, die een gliale aktivatie in de dorsale hoornen van het ruggemerg bij langdurige pijn aantonen, zouden onze hypothese kunnen ondersteunen. Gelijkaardige cellulaire reakties zouden kunnen opduiken in de hersenen door langdurige pijn-signalisering. Angst en stress ten gevolge chronische pijn zou de produktie van substanties en veranderde omstandigheden kunnen versterken. Dergelijke substanties kunnen zijn: vrije zuurstof radikalen, arachidonzuur, melkzuur, cytokinen en leukotriënen, NO, peroxynitraat en glucocorticoïden. De veranderde omstandigheden zouden kunnen zijn: verstoord energie-metabolisme met verlaagde ATP-concentraties of acidose [‘verzuring’]. Deze factoren inhiberen astrogliale glutamaat-opname of verstoren astrogliale ‘gap-junction’ communicatie en, volgens onze hypothese, houden de symptomen voor lange perioden instand.

Voorts werd er aangetoond dat groei-hormoan (GH) waarden verhoogd zijn tijdens acute stress reakties terwijl GH gedaald is bij chronische stress toestanden. Interessant is dat GH de verspreiding van lage-molekulair-gewicht substanties in astroglia-aangerijkte primaire culturen bleek te verhogen, wat wijst op een verhoogde ‘gap-junction’ communicatie. Aan de andere kant verminderden gedaalde GH-waarden ‘gap-junction’ verspreiding van lage-molekulair-gewicht substanties. Gestegen glucocorticoid-waarden zouden kunnen voorkomen bij toestanden van chronische pijn met secundaire angst en stress. Dergelijke verhoogde glucocorticoid-waarden zouden kunnen leiden tot de produktie en afgifte van interleukine-1β en TNF-α. De eerste doet astrogliale ‘gap-junction’ communicatie dalen, terwijl TNF-α bekend staat om astrogliale glutamaat-opname capaciteit te doen dalen.

Onze hypothese zou kunnen dienen als een biologische basis voor ons begrip van de symptomen van mentale vermoeidheid, die sociaal invaliderend zijn en dikwijls het vermogen van de patient om te werken doet dalen. Deze symptomen worden echter als a-specifiek beschouwd en worden dikwijls onderschat in de klinische praktijk.

TESTEN VAN DE HYPOTHESEN

Het is momenteel niet mogelijk om uiteindelijk te bepalen of de beschreven neuronale gliale interakties bij glutamaat-aktiviteit al dan niet zouden kunnen dienen als een model om onderliggende cellulaire mechanismen te verklaren voor de langdurige handhaving van pijn-signalen, verhoogde pijn-sensitiviteit in het primair aangetaste gebied en in gebieden buiten de onmiddellijk aangetaste, ‘pijn-geheugen en mentale vermoeidheid gerelateerd aan chronische pijn. Er zouden experimenten moeten worden uitgevoerd bij mensen die lijden aan chronische pijn. Beeldvorming van de hersenen met de mogelijkheid om de extracellulaire concentraties aan glutamaat, K+, ATP en neurotrofe of neuro-aktieve factoren te identificeren, te bepalen en bij voorkeur in de tijd te volgen, zouden geschikt zijn.

Dergelijke methoden zijn echter momenteel nog niet voor handen omwille van technische redenen. In plaats daarvan moeten we gebruikmaken van experimentele systemen om de biologie van glia-cellen, en neuron-glia-neuron signalisering en interakties te bestuderen. Specifieke delen van de hypothese zouden echter kunnen worden getest. Neuro-aktieve substanties geproduceerd door of veranderde omstandigheden gelinkt aan chronische pijn, zouden kunnen worden geëvalueerd met betrekking tot hun effekten op astrogliale glutamaat-transport capaciteit, in het bijzonder na de produktie van zo’n substanties. De rol van het intact astroglia-netwerk bij hogere hersen-funkties (cognitie) zou kunnen worden bestudeerd in dier-modellen. Effekten van astroglia dysfunktie met betrekking tot glutamaat-transport capaciteit zijn van bijzonder belang. Zelfs klinische studies met verschillende behandel-strategieën zouden belangrijk kunnen zijn om wat licht te werpen op de juistheid van de hypothese.

STRATEGIEËN VOOR BEHANDELING VAN CHRONISCHE PIJN

EN BIJBEHORENDE MENTALE VERMOEIDHEID

Bij het afwegen van een behandeling voor chronische pijn, is het belangrijk om de patient te informeren over de oorzaak van de pijn en de prognose van de ziekte. Gezien de aard van neuron-glia signalisering, moet dergelijke informatie zo spoedig mogelijk aangeboden worden omdat langdurige pijn-signalisering kan leiden tot het heropbouwen van neuronale netwerken, met als gevolg dat de hersenen zich ‘aanpassen’ aan de nieuwe situatie van het constant waarnemen van pijn. Het is ook belangrijk om secundaire angst en stress-reaktie te reduceren. Dergelijke reakties leiden, samen met de pijn zelf, makkelijk tot mentale vermoeidheid. Er ontstaat gemakkelijk een vicieuze cirkel: pijn – verhoogde pijn-gevoeligheid – pijn-geheugen – mentale vermoeidheid – angst – stress – gevoel van verhoogde pijn. De symptomen van mentale vermoeidheid vormen een verborgen invaliditeit en zorgen makkelijk voor bijkomende angst en stress voor de patient. Het verstrekken van informatie aangaande de oorzaken van de pijn en de prognose, of het nu een ziekte, een trauma of andere oorzaak betreft, is belangrijk om de vicieuze cirkel te doorbreken. Deze cyclus is zelf een risico-factor voor secundaire angst en depressie. Door de plasticiteit van het brein, met zijn vermogen om neuronale netwerken her op te bouwen, is accurate informatie cruciaal om pathologische heropbouw ten gevolge blijvende pijn-signalisering te vermijden.

Als onze hypothese correct is, zou het, ten minste theoretisch, mogelijk zijn de symptomen te behandelen door de neuro-aktieve substanties die worden geproduceerd en afgegeven in het CZS tegen te werken. Pro-inflammatoire cytokine-antagonisten bestaan, maar niet in een vorm die bruikbaar is als medicijn (enkel als proteïne-receptor antagonisten, oplosabre receptoren en antilichamen. Twee andere soorten substanties zouden interessanter kunnen zijn: p38 ‘mitogen activated protein’ (MAP) kinase [‘MAPK’ reageren op extracellulaire stimuli (mitogenen) en reguleren verscheidene cellulaire aktiviteiten, zoals gen-expressie, celdeling, differentiatie en cel-overleving/apoptose.] inhibitoren en xanthine-derivaten [zie: Glia, glutamaat-transport en mentale vermoeidheid]. P38 MAP-kinase inhibitoren zouden waarschijnlijk de produktie van pro-inflammatoire cytokinen en signaal-transductie kunnen blokkeren. Van enkele p38 MAP-kinase inhibitoren is ook aangetoond dat ze de bloed-hersen-barrière kunnen overschrijden. Xanthine-derivaten, in het bijzonder pentoxifylline en propentofylline, hebben interessante aktie-profielen. Ze onderdrukken de produktie van pro-inflammatoire cytokinen, reaktieve zuurstof molekulen en stikstof-oxide. Daarenboven verhogen ze gliale glutamaat-opname. Zelfs inhibitoren van microglia-aktivatie zouden een waardevolle aanvulling kunnen zijn op het therapeutisch arsenaal. Minocycline is een andere substantie met een interessant aktie-profiel en het zou farmacologisch kunnen worden veranderd om nuttig te zijn in de klinische praktijk.

OPMERKINGEN TOT BESLUIT EN PERSPEKTIEVEN

Dit kort overzicht toont dat we nog maar net zijn begonnen aan een opwindende ontwikkelingsperiode op het gebied van neuron-glia signalisering en interaktie die meer inzicht in verband met cellulaire mechanismen onderliggend aan neuronale prikkelbaarheid en neuroplasticiteit zou kunnen opleveren. Daarenboven, en uiterst belangrijk vanuit klinisch standpunt, maakt deze nieuwe kennis het voor ons mogelijk de pathofysiologische gebeurtenissen door ‘nieuwe ogen’ te zien.

Tot op heden zijn veel van de symptomen behorende bij een toestand van chronische pijn voor ons moeilijk te begrijpen geweest. Chronische pijn werd bestudeerd vanuit vele perspektieven, meestal omdat het subjectief is en moeilijk te kwantificeren. Door echter de hierboven beschreven recente kennis toe te passen op neuronale gliale interaktie, kunnen we ten minste een eerste glimp krijgen van deze cellulaire mechanismen aan de basis van de verspreiding van pijn, verhoogde pijn-gevoeligheid, pijn-geheugen en mental vermoeidheid tijdens chronische pijn. Het belang van het informeren van de patient over de oorzaak van de pijn om secundaire angst, stress of depressie te verminderen, is reeds lang goed-bekend bij pijn-specialisten en -researchers. […] We beginnen te begrijpen dat het vermogen tot synaptische heropbouw in het normaal CZS kan bijdragen tot pathologische pijn-signalisering.

Prof. Devulder van de Pijnkliniek van de Universiteit Gent zegt hierover: “Microglia zullen zeker een rol spelen bij vele soorten pijn en dus ook bij M.E.(cvs) en fibromyalgie. De rol van de vermoeidheid is heel onduidelijk en waarschijnlijk niet microglia gebonden. Er zijn hopen literatuur omtrent studies maar geen enkele die voor een doorbraak zorgt.”.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: