M.E.(cvs)-wetenschap

februari 28, 2009

Onderscheid CVS & depressie via huid-geleiding

Filed under: Diagnostiek — mewetenschap @ 1:43 pm
Tags: , ,

Onderstaande studie reikt fysisch bewijsmateriaal aan voor het Chronische Vermoeidheid Syndroom, een aandoening die dikwijls gestigmatiseerd en verkeerd gediagnostiseerd wordt. Het stigma betekent een emotionele tol voor de patient en heeft implicaties naar uitkeringen en verzekering toe. Daarnaast zijn er nog een aantal medische professionals die niet geloven dat CVS bestaat en de patiënten dan ook behandelen alsof ze niet ziek zijn. Het is evident dat dit alles heel verontrustend en belastend is voor de patient.

De hier beschreven research toont dat CVS kan worden onderscheiden van depressie door gebruik te maken van onafhankelijke criteria. De twee aandoeningen worden gekenmerkt door gelijkaardige symptoom-profielen die subjectief van aard zijn en moeilijk te kwantificeren of te bevestigen. Hier werd gebruik gemaakt van elektrodermale aktiviteit. Door het meten van huid-temperatuur en -geleiding na geluid- en licht-stimuli bekwam men resultaten die aantoonden dat CVS kan worden onderscheiden van mensen met majeure depressie. Het profiel van CVS-patiënten bleek duidelijk verschillend, wat suggereert dat er een biologische basis is voor de aandoening.

Er bereikten ons berichten dat sommige CVS-‘specialisten’ dergelijke metingen gebruiken. Patiënten die zich afvragen hoe dit in zijn werk gaat, vinden hier aanknopingspunten…

————————-

International Journal of Psychophysiology (2004) 53: 171-182

Electrodermal dissociation of chronic fatigue and depression: Evidence for distinct physiological mechanisms

Hannah Pazderka-Robinsona,b, James W. Morrisona & Pierre Flor-Henrya,b

a Clinical Diagnostics and Research Centre, Alberta Hospital Edmonton, Box 307, 17480 Fort Road, Edmonton, Alberta, Canada T5J 2J7

b University Centre for Neuroscience, 5-13 Heritage Medical Research Building, University of Alberta, Edmonton, Alberta, Canada T6G 2S2

Samenvatting

Chronische Vermoeidheid Syndroom heeft een geschatte prevalentie tussen 0,5% en 3%; toch blijft de diagnose controversieel. CVS wordt gekarakteriseerd door subjectieve symptomen die soms moeilijk te verifiëren zijn; bovendien is depressie een regelmatig gerapporteerde klacht bij CVS, terwijl vermoeidheid een algemeen symptoom is bij depressie. Ons doel was deze aandoeningen te onderscheiden gebruikmakend van psychofysiologische methoden. Aangezien eerdere research de betrokkenheid van het autonoom zenuwstelsel bij CVS heeft getoond, ondernamen we wat wij geloven de eerste analyse te zijn van bilaterale elektrodermale en huid-temperatuur responsen bij rechtshandige vrouwen in een taak waarbij verschillende zintuigen worden geprikkeld [‘cross-modal’], om verschillen te onderzoeken tussen deze twee patiënten-groepen en controles. Het statistisch testen [multivariate analysis of variance, MANOVA] van drie metingen van elektrodermale aktiviteit toonde dat pre-stimulus niveaus van huid-geleidingsvermogen [skin-conductance levels, SCL] duidelijk lager waren voor de CVS-groep, terwijl geen verschil tussen controles en depressieve personen werd gezien. Overeenstemmende huid-temperatuur waarden lagen hoger voor de CVS-groep dan bij de andere twee groepen. Deze bevindingen wijzen er op dat, ondanks gelijkaardige cognitieve en symptoom-profielen, depressieve en CVS-patiënten kunnen worden gedifferentieerd met psychofysiologische metingen. Deze studie draagt bij tot het groeiend bewijsmateriaal dat aantoont dat CVS en depressie verschillende neurobiologicsche profielen hebben, consistent met unieke etiologieën. [etiologie = tak van de geneeskunde die de oorzaken en oorsprong van een ziekte onderzoekt]

1. Inleiding

[…] Jammer genoeg komen vele van de CVS-symptomen ook regelmatig voor bij andere kwalen en kunnen, gezien hun subjectieve aard, moeilijk te kwantificeren of te bevestigen zijn. Diagnose van CVS wordt verder bemoeilijkt door het feit dat patiënten ook soms voldoen aan de DSM-IV depressie-criteria en het feit dat vermoeidheid een gangbaar kenmerk voor klinische depressie is. Beide aandoeningen zijn ook meer prevalent bij vrouwen. Vandaar dat de diagnose van CVS wordt gesteld door uitsluiting.

[…] Sommige auteurs argumenteren dat depressie een voorloper van CVS is, dat eigenlijk een residueel symptoom zou zijn van een de stemmingsstoornis in remissie. Anderen hebben gesuggereerd dat depressie een ‘natuurlijke reaktie’ is op het symptoom-profiel rond CVS. Omdat CVS-symptomen gangbaar zijn in psychologische aandoeningen, beweren sommige researchers anderzijds dat CVS een ‘gemaskeerde depressie’ of “een ‘atypische depressie’ met… prominente angst- en somatische symptomen” is. Het is ook mogelijk dat een gemeenschappelijke etiologische voorloper, zoals stress, verantwoordelijk kan zijn voor de correlatie tussen de aandoeningen. Studies die onderzoeken of conventionele antidepressiva verlichting van de symptomen bieden, hebben tegenstrijdige resultaten opgeleverd. Ten slotte moet worden opgemerkt dat een deel van de CVS-patiënten geen enkele psychiatrische aandoening hebben. In elk geval: niettegenstaande er een overlapping van symptomen is tussen de twee aandoeningen, komen ze slechts gedeeltelijk gelijktijdig voor en zijn er kwalitative verschillen. De klinische implicaties voor diagnose zijn ook een belangrijke overweging, aangezien een diagnose van of depressie dikwijls vrij verontrustend is voor deze patiënten. Dit kan […] behandelingspogingen ondermijnen.

Deze overlapping in symptomatologie tussen de twee aandoeningen geeft aanleiding tot moeilijkheden qua differentiële diagnose. Wat deze verder compliceert is het feit dat CVS sterk varieert in termen van hoe het zich aandient […]. Er werd gesuggereerd dat dit gebrek aan operationalisering [het toepassen van theorie op empirische bevindingen d.m.v. methoden] ongewild individuen kan selekteren met verhoogde neigingen voor somatisatie [mentale stress omzetten in een lichamelijk aandoening of fysiek symptoom]. Dit is ook een factor die de selektie van studie-objecten in experimentele studies bemoeilijkt. Zelfs in een gezonde bevolking zijn moeilijkheden bij het uitéénrafelen van affectieve [verbonden met stemming, gevoelens en gedragingen] en somatische constructies niet ongewoon […] Zo ook dragen inconsistente bevolkingsscreening-factoren bij tot de controverse rond de ziekte.

Talrijke psychologische onderzoeken hebben gepoogd deze groepen te differentiëren, met beperkt succes. In termen van psychosociale aanpassing vertonen CVS-patiënten significant ziekte-identiteit en somatische veranderingen met minder psychologische attributies, terwijl depressieve individuen meer algemene cognitieve wijzigingen, spanning en psychologisch leed vertonen. […] Niettegenstaande er een gelijkaardig patroon van neuropsychologische prestaties in de groepen lijkt te zijn, hebben onafhankelijke reviews van de neuropsychologische literatuur geconcludeerd dat, hoewel CVS-patiënten intacte cognitieve metingen vertonen [ondertussen blijken er toch wel degelijk neuropsychologische stoornissen te zijn; zie ‘Neuroppsychologische prestaties’], er een patroon is van daling van verwerkingssnelheid, werk-geheugen en het opnemen van informatie. […]

Beeldvorming, immunologische en genetische studies zijn [tot dan toe misschien] even dubbelzinnig gebleken. Bij een acute ziekte gekenmerkt door chronische vermoeidheid en geassocieerde klinische symptomen bijvoorbeeld, suggereerden MRI-scans veranderingen in de witte hersenstof consistent met demyelinisatie maar vergelijkbare veranderingen werden ook genoteerd bij majeure depressie. SPECT-studies vertegenwoordigen gelijkaardige moeilijkheden. Zo ook voor een genetisch model dat mono- en dizygote tweelingen vergeleek: men kon geen gemeenschappelijke genetische invloed van de twee aandoeningen vinden. En niettegenstaande het symptoom-profiel van CVS overéénkomt met cytokine-aktiviteit in respons op infektie, heeft de identifikatie van een karakteristiek immunologisch profiel voor CVS niet veel succes gekend. Deze technieken hebben dan ook geen sterk bewijs geleverd voor duidelijke etiologische bassisen voor CVS en depressie.

1.1. Betrokkenheid van het autonoom zenuwstelsel bij CVS

Misschien komt de sterkste aanwijzing voor afzonderlijke fysiologische mechanismen bij de twee aandoeningen van bewijsmateriaal dat gewijzigde sympathische modulatie bij CVS suggereert. Het sympathisch systeem is én funktioneel én anatomisch gelinkt met de hypothalamus-hypofyse-bijnier (HPA) as, en studies suggereren dat CVS-individuen een afgestompte HPA-as funktie vertonen […]. Deze stelling komt algemeen overéén met observaties dat CVS-individuen verhoogde vermoeidheid en aanverwante symptomen vertonen na verlengde fysieke of geestelijke inspanning. Bovendien lijkt deze autonome dysfunktie niet te correleren met pre-morbide depressie, angst of dysthymie [chronisch depressieve stemming].

Researchers die neuro-endocriene verschillen in deze groepen onderzochten, hebben over ’t algemeen bewijs gevonden dat een gedaalde HPA-aktivatie bij CFS suggereert. Researchers die niet-depressieve CVS-patiënten en een groep depressie-patiënten onderzochten, vonden dat – vergeleken met gezonde controles – de eerste groep verminderde cortisol-waarden en gestegen plasma prolactine-concentraties in respons op D-fenfluramine [stof met dezelfde werking als serotonine] had, terwijl de laatstgenoemde groep het tegengestelde patroon vertoonde. Op gelijkaardige manier vond men bij CVS-patiënten met co-morbide depressie, urinaire cortisol-excretie patronen vergelijkbaar met die van niet-depressieve patiënten, wat argumenteert tegen een gemeeschappelijke pathologie. Opmerkelijk ook: de resultaten spreken onderzoeken tegen bij somatisatie-syndroom en fibromyalgie, die verhoogde cortisol-waarden tonen.

Anderen argumenteren dat verhoogde sympathische tonus, met bijkomende gedaalde stimulus-responsiviteit, het best CVS kan karakteriseren. Inderdaad: er werd gevonden dat sympathetische zenuw-aktiviteit in spieren correleert met het gerapporteerd niveau aan vermoeidheid tijdens langdurige statische contractie. […]

De exacte rol van de HPA-as bij CVS is onduidelijk. Terwijl sommige auteurs hebben geargumenteerd voor verhoogde sympathische tonnus met gedaalde stimulus-reaktiviteit, suggereren resultaten van cortisol-studies over het algemeen het tegengestelde.

1.2. Doelstelling

Gezien de controverse rond de etiologische basis voor CVS en depressie, was ons doel te bepalen of psychofysiologische indicatoren de twee aandoeningen konden onderscheiden. Aangezien eerder werk wijzigingen heeft gesuggereerd in sympathische aktivatie bij CVS én depressie, dienen elektrodermale metingen zich aan als een voor de hand liggende onderzoeksmethode. We geloven dat dit het eerste artikel is waarbij elektrodermale aktiviteit (EDA) metingen worden gebruikt bij de studie van CVS. EDA werd dikwijls aangewend om oriënterende of aandacht-processen te bestuderen in relatie tot gehoor- of visuele stimuli bij depressie. In het bijzonder werden tonische metingen van huid-geleiding (‘skin-conductance level’, SCL) dikwijls gebruikt als een index voor ‘arousal’ [opwinding] bij klinische groepen. Voorafgaand werk heeft gedaalde tonische niveaus aangetoond bij depressie, aktief of in remissie. […]

[Het tonische niveau wordt over het algemeen het huid-geleidingsniveau genoemd; een fasische reaktie wordt veelal aangeduid als elektrodermale respons.]

Om de suggestie van verhoogde sympathische tonus met verminderde respons na stimulus bij CVS te testen, hypothiseerden we dat tonische niveaus verhoogd zouden zijn, terwijl de fasische respons verlaagd zou zijn. Wat betreft huid-temperatuur hebben vroegere onderzoeken perifere vasodilatie bij CVS gesuggereerd [Spence VA, Khan, F and Belch, JJF. Enhanced sensitivity of the peripheral cholinergic vascular response in patients with Chronic Fatigue Syndrome. Am. J. Med. 108 (2000) 736-739] wat ons tot de hypothese van verhoogde huid-temperatuur in deze groep leidde; geen specifieke hypothesen werden gesteld wat betreft huid-temperatuur bij de depressie-groep. Daarom trachtten we te onderzoeken of fasische en tonische elektrodermale en huid-temperatuur metingen in respons op onschadelijke stimuli de twee groepen konden differentiëren.

2. Materialen en methoden

2.1. Deelnemers

[…] De individuen omvatten 43 CVS-patiënten, 25 depressie- patiënten en 44 controles; allen vrouwen. Gemiddelde leeftijden voor de respectievelijke groepen waren 46,3, 35,3 en 27,8 jaar; leeftijd werd niet significant bevonden in statische analyses en wordt daarom niet verder besproken. Alle individuen waren rechts-handig […].

CVS-patiënten waren doorverwezen door specialisten inwendige geneeskunde en voldeden aan de Fukuda et al. (1994) criteria. Niettegenstaande ongeveer 40% van de CVS-patiënten een geschiedenis van secundaire depressie hadden, was geen enkele depressief bij het testen (gemeten met de depressie-subschaal van de ‘Basic Personality Inventory’).

Patiënten met een DSM-IV diagnose van depressie werden geselekteerd op basis van psychiatrische evaluatie in het Alberta Hospital in Edmonton. Jammer genoeg was gedetailleerde informatie aangaande het depressie-subtype (bv. geagiteerd, psychomotorisch vertraagd of seizoensgebonden), niet beschikbaar; er werden echter geen seizoens-variaties in de depressie-graad opgemerkt. Controle-individuen werden gerecruteerd via kranten-advertenties voor betaalde research-deelnemers, als onderdeel van lopende verzameling van gegevens voor het opzetten van een normatieve database. In de eesrte fase van controle-selektie, werden ze voor-gescreend via een mailing die informeerde naar pertinente info betreffende medische geschiedenis. Na goedkeuring in deze fase, werden ze verder gescreend voor psychopathologieën gebruikmakend van de gecomputeriseerde ‘Quick Diagnostic Interview Schedule, QDIS’. Geen enkel individu nam medicijnen.

Om er zeker van te zijn dat geobserveerde verschillen niet te wijten waren aan baseline discrepanties qua aantal niet-responderede individuen, werden deze die bilateraal geen enkele repons (≥ 0.05 µS) vertoonden op de eerste drie stimuli (‘non-responders’) uitgesloten van verdere analyse. Deze maatregel resulteerde in verlaagde aantallen: 33, 36 en 19 voor de controle-, CVS- en depressie-groepen, respectievelijk. Het aandeel non-responders in de drie groenpen verschilde niet. […]

2.2. Experimentele omstandigheden

Individuen zaten in een zachte leunstoel bij gedempt licht en geluid, in een elektrisch afgeschermde kamer, bij een temperatuur tussen 22 en 24 °C. Ze werden verteld dat de studie gericht was op het meten van de aktiviteit van het zenuwstelsel na geluid- en licht-stimuli, en werden gevraagd een comfortabele rust-houding aan te nemen met de ogen open. Opname-apparatuur en de onderzoeker bevonden zich buiten de kamer.

Individuen kregen een oriënterende taak gepresenteerd, waarbij 15 herhaalde testen (geluid of licht) werden gevolgd door een verandering van zintuig, en dan werd de originele stimulus tijdens de laatste test gegeven. […] Het interval tussen de testen varieerde van 37 tot 53 s (gemiddeld 45 s) om de voorspelbaarheid van de stimulus te verminderen. […]

De toon-stimulus bestond uit auditieve stereofonische geluiden (2000 Hz, 72 dB) via hoofdtelefoons. De visuele stimulus bestond uit een korte verhoging van de kamer-verlichting (van gedempt licht tot 108 lx) d.m.v. een lamp. Beide stimuli duurden 300 ms (in piloot-studies werd vastgesteld dat dit vergelijkbare fasische elektrodermale en vasomotor responsen [vernauwen en verwijden van de bloedvaten] voor de eerste drie proeven teweegbrengen). […]

2.3. Apparaat- en respons-specificaties

Bilaterale elektrodermale aktiviteit werd gemeten met […] elektroden geplaatst op de toppen van derde en vierde vinger van elke hand, onder constante spanning (0,6 V). Het elektrode-contactgebied werd beperkt tot ongeveer 0,7 cm2 […].

Drie metingen van de autonome funktie werden geanalyseerd. Fasische huid-geleiding responsen werden gedefinieerd als verhogingen in huid-geleiding ≥ 0,05 microsiemens (µS) 1 tot 4 s na de stimulus […]. Data betreffende tonische huid-geleiding niveaus omvatten de gemiddelde pre-stimulus waarden voor de periode van 5 s voorafgaan aan de stimulus voor elke test. […] Huid-temperatuur werden werden verkregen via commerciële thermometers op de vingertop van de vijfde vinger van beide handen en werd opgenomen 5 s vóór de stimulus van elke test.

3. Resultaten

3.1. Elektrodermale aktiviteit

Statistische analyse (MANOVA) werd uitgevoerd om de effekten te onderzoeken van drie elektrodermale variabelen: fysiologisch rust-niveau (gemiddeld pre-stimulus tonisch niveau); intensiteit van de reaktie (gemiddelde amplitude van de eerste huid-geleiding respons) en gewenning na initiële stimuli (amplitude-verschil tussen test 1 en test 3). […]

Er was een significant verschil tussen de groepen. […]

Om het patroon van verschillen tussen individuele gemiddelden te evalueren, werden […] 95% betrouwbaarheidsintervallen gebruikt. […] Die voor tonisch niveau wezen op een significant verschil tussen de CVS-groep en het gemiddelde van de controle- en depressie-groepen, dat niet van elkaar verschilde.

Gemiddelde responsen op stimulus 1 verschilden niet significant tussen de groepen […]. De depressie-groep vertoonde de laagste respons-amplitudes (0,90 µS, vergeleken met 1,00 en 1,26 µS voor de CVS- en controle-groepen, respectievelijk). De depressie-groep vertoonde ook de grootste gewenningsgraad (0,71 µS, vergeleken met 0,44 en 0,69 µS voor de CVS- en controle-groepen).

[…]

3.2. Huid-temperatuur waarden

Wat betreft de pre-stimulus huid-temperatuur data: aantallen waren gereduceerd door sporadische technische problemen met de temperatuur-sensoren: 29, 10 en 21 voor de controle-, depressie- en CVS-groepen.

Aangezien de huid-temperaturen de neiging hadden af te wijken van een normale verdeling, werden groep-verschillen statisch geëvalueerd. Dit toonde een significant verschil […] tussen de drie groepen. Visuele inspektie van de resultaten [op een grafiek] reveleerde bij de CVS-groep significant hogere perifere huid-temperaturen dan de depressie- en controle-groepen. De gemiddelde temperatuur voor de CVS-groep was 34,1 °C, vergeleken met 31,1 en 30,1 °C voor de depressie- en controle-groepen, respectievelijk […].

4. Bespreking

In deze studie, onderzochten we elektrodermale responsen (‘skin-conductance response’, SCR en ‘skin-conductance level’ SCL) en huid-temperatuur na stimuli in niet-gemediceerde CVS- en depressie-patiënten, en gezonde normale controles. Het hoofd-doel van studie was te bepalen of elektrodermale en huid-temperatuur metingen deze groepen konden onderscheiden. Onze resultaten toonden aan dat, ondanks gelijkenissen qua symptoom-profiel en cognitief funktioneren, individuen met CVS kunnen worden onderscheiden van die met majeure depressie door middel van het meten van of buid-temperatuur en elekrodermale aktiviteit […].CVS-patiënten vertoonden een patroon van lagere pre-stimulus tonische huid-geleiding, met bijkomende hogere pre-stimulus huid-temperatuur. Beide bevindingen wijzen in de richting van down-regulering van de autonome sympathetische tonus, aangezien het sympathisch systeem verantwoordelijk is voor vasoconstrictie [vaat-vernauwing] in de periferie. Er werden geen groepsverschillen gevonden voor de fasische (SCR amplitude) metingen.

Het patroon van onze elektrodermale resultaten is tegengesteld aan de veronderstelling van verhoogde sympathische tonus in rust bij CVS. Het valt op te merken dat deze voorspelling hoofdzakelijk gebaseerd was op bevindingen van gewijzigde cardiovasculaire aktiviteit bij in CVS. Cardiovasculaire variabelen, die geregeld worden door de parasympathicus (PNS) zowel als door sympathische invloeden, kunnen deels de veranderde PNS-aktiviteit in deze groep weerspiegelen.

Onze bevindingen zijn over het algemeen meer consistent met meldingen van verlaagde cortisol-concentraties bij CVS (Cleare et al. 1995 en Scott and Dinan 1998). […]. Blootstelling aan een stressor werd reeds gelinkt aan het begin van CVS. Dit stemt overeen met studies die een dramatisch verhoogde CVS-prevalentie bij oorlogsveteranen tonen en verminderde hypofyse-bijnier aktivatie bij post-traumatische stress. Het is ook overeenkomstig met het idee dat een infektueuze ziekte of acute emotionele stress CVS kunnen triggeren.

Ter zelfder tijd kunnen relatief hoge niveaus centrale aktivatie (bv. te wijten aan dagelijkse stressors) zonder rust-perioden resulteren in receptor down-regulering. Deze down-regulering zou zich kunnen manifesteren als verminderde basale tonische niveaus, met kennelijke gemiddelde responsiviteit op een stimulus. Deze hypothese past bij onze gegevens en is in overeenstemming met een review over HPA-reaktiviteit bij CVS die over het algemeen verminderde basale waarden en gemiddelde of afgestompte responsen bij provocatie-testen vertoont.

[…] Niettegenstaande we concluderen dat CVS en depressie differentieerbaar zijn gerbuik makend van psychofysiologische metingen, moet het worden erkend dat de tonische niveaus voor de depressie-groep niet zo laag waren al zou kunnen worden verwacht gezien eerdere onderzoeken.

Onze bevindingen van verhoogde huid-temperatuur zijn van belang gezien de subjectieve ervaring van CVS-patiënten die symptomen zoals verlaagde lichaamstemperatuur en lichte koorts tijdens symptomatische perioden melden. Dit is in tegenstelling met werk waar geen verschil werd gevonden qua lichaamstemperatuur tussen controles, CVS-individuen en depressie-patiënten. Vandaar dat men zou kunnen gissen dat CVS-individuen in feite gevoelig zijn voor de ongelijkheid tussen lichaamstemperatuur en die van de extremiteiten. Opmerkelijk is de eerdere bevinding van onderzoekers die verhoogde huid-temperatuur vonden in het aangetaste lidmaat bij hemiplegie ten gevolge een hersen-trauma, wat door de auteurs werd toegeschreven aan vasodilatie [vaat-verwijding] ten gevolge een verminderde sympathische tonus. Onze resultaten zijn ook consistent met bewijs voor cholinergische vasodilatie via perifere muscarine receptoren [zie hierboven: Spence VA et al.; en eerder ‘Cholinergisch Anti-inflammatoir Mechanisme’], suggererend dat de verminderde SCL-waarden niet te wijten zijn aan gereduceerde vasculaire toevoer. Belangrijk is dat deze data samenvallen met onze hypothese van gedaalde sympathische aktiviteit als een merker voor CVS.

[…]

Onze studie onderzocht enkel niet-depressieve CVS-patiënten. Een voor de hand liggende richting voor toekomstige research zou zijn: het onderzoeken van deze metingen bij klinisch depressieve CVS-patiënten. Ter zelfder tijd, zou moeten worden opgemerkt dat onze studie geen verschillende subtypes depressie onderzocht, hoewel eerdere research geen verschillen heeft getoond in EDA volgens subtype, […]. Onze studie is ook vrij verschillend in de zin dat de resultaten werden beperkt tot medicatie-vrije patiënten, wat ook discrepanties kan veroorzaken als vergelijkingen met andere gegevens worden gemaakt.

Elektrodermale analyse kan een bruikbaar instrument zijn bij de differentiële diagnose van CVS en depressie. Onze data tonen meetbare verschillen tussen de twee groepen. Naar ons weten vertegenwoordigen deze data de eerste poging om CVS en depressie te scheiden d.m.v. het opnemen van elektrodermale wijzigingen, samenlopend met metingen van de perifere huid-temperatuur.

[…]

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: