M.E.(cvs)-wetenschap

oktober 11, 2008

CVS-patiënten hebben GEEN inspanningsfobie

Filed under: Inspanning — mewetenschap @ 12:38 pm
Tags: , ,

Even terug in de tijd…

Dikwijls krijgen M.E.(cvs)-patiënten te horen (van kinesitherapeuten, in de referentiecentra,…) dat ze meer moeten bewegen, dat oefentherapieën goed voor hen zijn. Als we dan aanhalen dat we zieker worden (uren of dagen) na inspanning, dan negeert men dat en valt al gauw de term bewegings- of inspanningsfobie. Onderstaand artikel bewijst dat daar niets van aan is! (Merk op: de auteurs zijn zitten in psychiatrische hoek.)

Volgens Ellen Goudsmit (M.E.-patiënte, ervaringsdeskundige, klinisch psychologe, publiciste en archivaris) is dit overigens research die het CGT-model ondermijnt…

Journal of Psychosomatic Research (2005) Vol. 58, #4, pp. 367-373

Is Chronic Fatigue Syndrome an exercise-phobia?

A.M. Gallagher(a), A.R. Coldrick(a), B. Hedge(b), W.R.C. Weir(c), P.D. White(a)

a Centre for Psychiatry, Institute of Community Health Sciences, Queen Mary School of Medicine and Dentistry, St. Bartholomew’s Hospital, EC1A 7BE London, UK

b Torbay Hospital, South Devon Healthcare NHS Trust, UK

c Coppett’s Wood Hospital, Royal Free Hospital Trust, London, UK

* This work was supported by the Linbury Trust and was conducted as part of an MSc for the University of Leicester, funded by the MRC.

Samenvatting

Doelstelling: Het doel van deze studie was te testen of patiënten met CVS een inspanningsfobie hebben door het meten van onrust-gerelateerde fysiologische en psychologischel reakties op gewone aktiviteit en inspanning.

Methode: Patiënten en gezonde maar sedentaire controles werden gedurende 8 uur van een gewone dag beoordeeld, en voor, tijdens en na een oplopende inspanningstest op een gemotoriseerde loopband. Om verstorende effekten te vermijden, werden patiënten met co-morbide psychiatrische aandoeningen uitgesloten. Hartslag, galvanische huid-weerstand (GSR) en de hoeveelheid aktiviteit werden gemeten, alsook parameters voor onrust.

Resultaten: Patiënten met CVS waren meer vermoeid en hadden meer slaapstoornissen dan de controles en ervaarden grotere moeite tijdens de inspanningstest. Er werden geen statistisch significante verschillen gevonden qua hartslag of GSR tijdens een normale dag, en voor, tijdens of na de inspanningstest. Patiënten met CVS waren meer onrustig maar dit vermeerderde niet bij inspanning.

Conclusie: De gegevens suggereren dat CVS-patiënten zonder een co-morbide psychiatrische aandoening geen inspanningsfobie hebben.

Inleiding

[…]

Vijftig percent van 2.338 leden van een ME zelfhulpgroep ervaarden graduele oefentherapie (GOT) als ‘nadelig’ [Action for ME. Severely neglected ME in the UK. London, Action for ME, 2001. http://www.afme.org.uk/res/img/resources/Severely%20Neglected.pdf].

[…]

Nijs et al. vonden dat 47 van 64 CVS-patiënten (72%) een TSK [Tampa Scale of Kinesiophobia]-score voor vermoeidheid van meer dan 37 hadden, wat volgens hen wijst op kinesiofobie [bewegingsangst].

Een fobie is een “uitgesproken en voortdurende angst die buitensporig en onredelijk is, veroorzaakt door de aanwezigheid van of het anticiperen op een specifiek voorwerp of de situatie”. Blootstelling aan de stimulus lokt een onmiddellijke onrust uit, met daaropvolgende vermijding. Wij testten de hypothese dat CVS-patiënten inspanning fobisch vermijden tijdens hun dagelijkse aktiviteiten en bij specifieke inspanning. We verwachtten dat als deze patiënten zo’n fobie hebben, ze dan een abnormale fysiologische opwinding zouden vertonen in anticipatie van en/of tijdens blootstelling van hun gevreesde stimulus: een inspanning. […]

Om de aanwezigheid van een inspanningsfobie te testen, hypothiseerden we het volgende aangaande CVS in vergelijking met controles: (a) ze zouden over het algemeen meer angstig zijn; (b) ze zouden meer onrustig zijn in afwachting van en in respons op inspanning; (c) ze zouden fysiologische tekenen van een grotere opwinding (hogere hartslag en een grotere daling van de galvanische huidweerstand – GSR) hebben tijdens gewone dagelijkse aktiviteiten en in respons op inspanning en (d) ze zouden meer waarschijnlijk fysische aktiviteit en inspanning vermijden. Als een fobie voor inspanning of aktiviteit aanwezig zou zijn, dan zouden we verwachten een verhoogde symptomatische onrust en een fysiologische reaktie in afwachting van de gevreesde stimulus te zien.

Methode

Deelnemers

42 CVS-patiënten […] Oxford-criteria [bredere definitie die ook ‘gewoon’ chronisch vermoeiden selekteert]; 24 patiënten (57%) beantwoordden aan de internationale criteria voor CVS en 16 patiënten (38%) aan de criteria voor idiopathische chronische vermoeidheid [idiopatisch = ontstaan onafhankelijk van andere ziekten of invloeden]. […]. Patiënten met een co-morbide psychiatrische aadoening (zoals stemmings- of somatisatie-aandoeningen) werden uitgesloten. […]. Werden ook uitgesloten: […] zij die niet konden wandelen.

[…]

Metingen

[…] De subschaal ‘fysiek funktioneren’ van de verkorte ‘Health Status Survey’ (SF-36) werd gebruikt voor de eigen beoordeling van het fysiek funktioneren. Vermoeidheid werd gemeten met de ‘Chalder Fatigue Scale’ (vragenlijst met 11 items met een (0, 0, 1, 1) score. Slaapstoornissen werden zelf beoordeeld gebruimakend van de ‘Pittsburgh Sleep Quality Index’ (PSQI). Metingen voor de symptomatische onrust omvatten de ‘Hospital Anxiety and Depression Scale’ (HADS). […]

Een ambulante monitor werd gebruikt om fysiologische metingen van de opwinding te verzamelen. Deze mat hartslag (elektrocardiografisch) en GSR (met een vinger-elektrode). Een verhoogde opwinding werd aangetoond als een daling van de huidweerstand […].

Resultaten

[…] Noch de scores van HADS-onrust of HADS-depressie wezen op een psychiatrische aandoening. Er waren geen statistisch significante veranderingen in onrust tussen de dag 1 [vóór de inspanningstest] en dag 2 [van de loopband-test] bij CVS-patiënten of controles. Er waren geen statistisch significante verschillen in fysieke aktiviteit, GSR of hartslag tijdens dag 1. Er was geen statistisch significant verschil in het percentage inaktiviteit.

[…] Er was geen statistisch significant verschil in het GSR-patroon of hartslag tussen de groepen […].

Discussie

Alhoewel patiënten met CVS over het algemeen iets angstiger en somatisch gevoelig waren dan de controles, werd er geen bewijs voor inspanningsfobie gevonden. Er was geen vermeerdering in symptomatische angst, GSR of hartslag in afwachting van of respons op inspanning. […] Het ontbreken van significante verschillen in hartslag suggereert dat de respons op inspanning van de twee groepen niet verschilde, zoals ook bij andere studies werd gevonden, consistent met gelijke niveaus deconditionering en opwinding. Het ontbreken van een significant verschil in fysieke aktiviteit in afwachting van de inspanningstest, op de dag vóór en de dag van de test, suggereert dat er geen sprake is van meer vermijdend gedrag bij CVS-patiënten vergeleken met gezonde controles. Er was een tendens bij de CVS-groep om minder lang op de loopband te staan, wat consistent is met hun significant hoger ervaren uitputting. Dit wijst er op dat de CVS-groep de inspanning als een grotere moeite ervaarde dan de controles; een consistente bevinding in eerdere studies. Dit was niet geassocieerd met overmatige fysiologische opwinding en daarom besluiten wij dat dit de aanwezigheid van inspanningsfobie NIET ondersteunt.

Omdat patiënten met co-morbide psychiatrische aandoeningen werden uitgesloten, is het nog mogelijk dat kinesiofobie van belang is bij dergelijke co-morbide patiënten. Dit kan verklaren waarom kinesiofobie, enkel en alleen gemeten via vragenlijsten, van belang bleek in twee eerdere studies die wel co-morbide patiënten omvatten. De nauwe correlatie tussen de kinesiofobie-vragenlijst-score en de HADS-despressie- en angst-scores, gerapporteerd door Silver et al. kan suggereren dat kinesiofobie mogelijks primair verbonden is met co-morbide stemmingsaandoeningen, eerder dan met CVS zelf. Onze gegevens suggereren dat het onwaarschijnlijk is dat inspanningsfobie een onderhoudende factor is bij CVS, zonder de aanwezigheid van een co-morbide aandoening. De andere tegenstelling met eerder werk is dat we objectieve in plaats van subjectieve metingen voor vermijding en opwinding gebruikten.

[…]

Vermoeidheidsniveaus en zelf-gerapporteerde fysieke invaliditeit waren gelijkaardig met groepen van andere klinieken in de secundaire zorg. Het kan dat kinesiofobe patiënten weigerden deel te nemen. We denken echter dat dit onwaarschijnlijk is omwille van de gelijkaardige demografie van deelnemers en niet-deelnemers, en omdat slechts 3 van de 46 niet-deelnemers (7%) weigerden omdat ze dachten dat de studie hen slechter zou maken. […]

Aangezien beide groepen even sedentair en inaktief waren, suggereert dit dat vermoeidheid niet werd veroorzaakt door de huidige inaktiviteitsniveaus. […] CVS-patiënten hadden een lagere inspanningstolerantie dan de controles, alhoewel ze niet meer gedeconditioneerd waren dan de sedentaire controles. […]

We concluderen dat CVS, zonder een co-morbide psychiatrische aandoening, waarschijnlijk geen inspanningsfobie is en angst-vermijding misschien minder belangrijk is bij CVS dan chronische pijn aandoeningen.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: