M.E.(cvs)-wetenschap

juli 25, 2008

Studie identificeert vooringenomenheid ten voordele van publikatie positieve proeven

Filed under: Behandeling — mewetenschap @ 12:50 pm
Tags: , , ,

[Medscape Medical News]

Studie identificeert vooringenomenheid ten voordele van publikatie positieve antidepressiva-proeven

Een studie van door de ‘Food and Drug Administration’ [FDA, amerikaans agentschap voor voedsel en geneesmiddelen] geregistreerde klinische proeven met 12 antidepressiva vond een vooringenomheid ten voordele van publikatie van positieve resultaten. Bijna alle studies die door de FDA als positief werden gezien, werden gepubliceerd. De klinische proeven die door de FDA als negatief of twijfelachtig werden geacht, werden grotendeels niet gepubliceerd of, in sommige gevallen, als positieve uitkomsten gepubliceerd.

Voor elk van de 12 medicijnen, werd minstens 1 studie niet gepubliceerd of werd in de literatuur als positief gerapporteerd niettegenstaande een tegenstrijdig oordeel door de FDA.

De globale effekt-grootte van de antidepressiva (tegenover placebo) die werd aangegeven in de gepubliceerde literatuur was bijna één-derde groter dan de effekt-grootte die werd afgeleid uit de FDA-gegevens voor deze medicijnen.

Selektieve rapportering van resultaten van klinische proeven kan ongunstige gevolgen hebben have voor researchers, studie-deelnemers, gezondheidszorg professionals en patiënten.”, besluiten ze.

Deze bevindingen werden gepubliceerd in de editie van 17 januari 2008 van de ‘New England Journal of Medicine’.

‘Evidence-based or biased evidence’? [Gebaseerd op bewijs of vooringenomen bewijs?]

“Men zou uit de gepubliceerde literatuur de indruk kunnen krijgen dat deze medicamenten consistent effektief zijn; niettemin is de uitkomst van deze studie dat ze dan wel effektief zijn maar dan op een onsamenhangende manier.”, vertelde de leidinggevende auteur, Eric H. Turner, MD, van de ‘Oregon Health and Science University’, in Portland, Oregon, aan Medscape.

“Evidence-based geneeskunde is waardevol als dat bewijs compleet en onbevooroordeeld is.”, merkte hij op, en voegde er aan toe dat het selektief publiceren van klinische proeven de risico/benefiet-verhouding van medicijnen kan veranderen, wat dan beslissingen aangaande het voorschrijven kan beïnvloeden.

De huidige studie probeerde te onderzoeken hoe accuraat de gepubliceerde literatuur gegevens over de doeltreffendheid van medicijnen overbrengt naar de medishe gemeenschap.

Het team identificeerde de fase 2 en 3 klinische onderzoeksprogrammas voor 12 antidepressiva goedgekeurd door de FDA tussen 1987 en 2004, welke 12.564 volwassen patiënten omvatten. Ze bepaalden ook of de FDA de studies beoordeelde als zijnde positief of negatief wat betreft de primaire onderzoeksdoeleinden.

Om passende studie-publikaties te identificeren, voerden de researchers een systematische literatuur-‘search’ uit en contacteerden de sponsors van de medicijn-studies.

Onder de 74 FDA-geregistreerde antidepressiva-studies, vond het team dat 23 proeven (31%) niet gepubliceerd geweest waren.

Onder de 38 van 74 studies (51%) die de FDA als positief had bevonden, waren er 37 gepubliceerd.

De resterende 36 studies (49%) werden enerzijds negatief (24 studies) of twijfelachtig (12) bevonden. Van deze 36 studies warden er 22 niet gepubliceerd, 11 gepubliceerd als positief en 3 werden gepubliceerd als negatief.

Publikatie-status van FDA-geregistreerde antidepressiva-studies

Publikatie-status: Aantal studies, n (%)

Gepubliceerde resultaten in overeenkomst met de FDA-beslissing: 40 (54)

Gepubliceerde resultaten tegenstrijdig aan de FDA-beslissing (gepubliceerd als positief): 11 (15)

Resultaten niet gepubliceerd: 23 (31)

Totaal: 74 (100)

Voor elk medicament was de effekt-grootte gebaseerd op gepubliceerde literatuur hoger dan effekt-grootte gebaseerd op FDA-gegevens. De verhoging in effekt-grootte varieerde van 11% tot 69% voor de individuele medicijnen en was globaal 32%.

“We kunnen niet vaststellen of de geobserveerde vooringenomenheid resulteerde uit een mislukking van de auteurs en sponsors om manuscripten in te dienen of door beslissingen door de tijdschrift-uitgevers en reviewers om ingediende manuscripten niet te publiceren, of beide.”, schrijft de groep.

“Elk medicijn, wanneer het werd voorgelegd voor een meta-analyse, was superieur boven placebo. Aan de andere kant: de echte grootte-orde van de superieuriteit van elk medicijn boven placebo was minder dan een ijverige ‘review’ van de literatuur zou kunnen aanwijzen.”, laten ze opmerken.

Meer negatieve studies dienen te worden gepubliceerd

“Dit is één van de eerste insapnningen om de impact (van publikatie-vooringenomenheid) eigenlijk te kwantificeren in termen van gerapporteerde effektiviteit.”, vertelde David Fassler, MD, van de University of Vermont College of Medicine, in Burlington, en een bestuurder van de American Psychiatric Association (APA) aan Medscape. Wanneer ze gepubliceerd wordt, kan literatuur de effektiviteit van specifieke medicatie of interventies overdrijven of de risico’s onderschatten, wat dan overduidelijk een significant probleem is voor artsen, researchers en het publiek, voegde hij er aan toe.

De georganiseerde psychiatrie heeft het voortouw genomen bij het proberen aanpakken van deze zaak, merkte hij op. In juli 2004, bracht de APA en de American Academy of Child and Adolescent Psychiatry (AACAP) een resolutie over dit onderwerp aan bij de American Medical Association, die deze organisatie er toe aanzette de oproep voor een nationaal register te ondersteunen, voegde hij er aan toe.

Als resultaat van deze en andere inspanningen, volgen de meeste belangrijke tijdschriften de dag van vandaag een beleid bepaald door de International Committee of Medical Journal Editors (ICMJE) en willen ze enkel artikels in overweging nemen, gebaseerd op proeven ingebracht in 1 van 5 aanvaardde, gecentraliseerde, publiek toegankelijke registers voor klinische proeven voorafgaandelijk aan de studie-inschrijving, stelde hij vast.

Bijkomende stappen zijn nodig. “Tijdschrift-uitgevers moeten verzekeren dat goed-ontworpen studies met negatieve resultaten ook worden aanvaard voor publikatie, in verhouding met vergelijkbare studies met positieve bevindingen.”, Zei Dr. Fassler. “Researchers betrokken bij klinische proeven zouden de mogelijkheid moeten hebben om te publiceren of gegevens te presenteren van hun inspanningen. Artsen, de media en het publiek moeten nieuwe studies lezen en interpreteren met de aangewezen voorzichtigheid.”

APA en AACAP hernieuwen oproep voor verplicht register

In het licht van het rapport door Turner en collegas, hebben de APA en AACAP a verklaring uitgegeven die hun oproep voor een verplicht, publiek register voor klinische proeven hernieuwt en hun steun herhaalt voor federale wetgeving om vrije toegang te voorzien tot gegevens klinische proeven.

“Onze patiënten verdienen de beste gezondheidszorg die beschikbaar is en volledige onthulling van research-bevindingen – zowel positieve als negatieve – zal klinici helpen de meest efficiënte behandel-plannen te ontwikkelen.”, zei APA voorzitter Carolyn Robinowitz, MD in een verklaring. Kwesties aangaande publikatie-vooringenomenheid zijn niet uniek voor de psychiatrie, merkte ze op. “Publikatie-vooringenomenheid is ook goed gedocumenteerd bij cardiovasculaire en anti-inflammatoire medicatie. Een register voor klinische proeven opgezet en gecontroleerd door de federale regering zou goed zijn voor de gehele geneeskunde.”

“Grotere transparantie in het proces van klinische proeven, in het bijzonder vrije toegang tot belangrijke gegevens, heeft significant voordeel voor de research-gemeenschap, voor artsen en voor onze patiënten.”, zei AACAP voorzitter Robert L. Hendren, MD. “Een nationaal register zal patiënten de mogelijkheid bieden om toegang te hebben tot gegevens over een complete waaier van behandel-opties, inclusief medicatie, om met hun arts te bespreken.”

Bron: N Engl J Med. 2008 Jan 17;358(3):252-60 * Selective publication of antidepressant trials and its influence on apparent efficacy * Turner EH et al.; Department of Psychiatry, Oregon Health and Science University, Portland, OR, USA: “Volgens de gepubliceerde literatuur bleek 94% van de uitgevoerde klinische proeven positief. Tegenstrijdig daaraan, toonde de analyse van de FDA dat [eigenlijk slechts] 51% positief was.”

Misschien kunnen de dames en heren ME(cvs)-onderzoekers hier reeds het voortouw in nemen en onze verenigingen op de hoogte houden van hun positieve maar ook negatieve resultaten? Als ze goeie resultaten hebben lijkt de kans groot en zullen ze er alles aan doen om het gepubliceerd te krijgen maar – ook gezien de vele subgroepen bij ME(cvs) – is het aangewezen de negatieve niet te ‘begraven’; ook al levert dat minder publiciteit op.

Prins en collegas uit Nijmegen bijvoorbeeld bleken in de beruchte publikatie over de zogezegd goede effektiviteit van CGT-GOT geen gewag te hebben gemaakt van alle actometer-resultaten (die zouden hebben aangetoond dat de oefentherapie eigenlijk niet zo goed werkt). Gelukkig recupereerden britse verenigingen deze informatie en kunnen de adviezen worden bijgeschaafd. De vraag blijft of ze bij toekomstige meta-analyses die (‘negatieve’) data wel zullen ophoesten?

In een Cochrane review over CGT voor CVS stond: “Data aangaande tewerstellingsstatus werden klaarblijkelijk verzameld in één proef (Sharpe 1996) maar ze werden niet gerapporteerd.”. “Er waren enkele andere tekortkomingen bij de gepubliceerde gegevens […]. Deze gegevens worden nog steeds verwacht.” Dit niettgestaande het volgende: “Twee studies (Lloyd 1993, Sharpe 1996) rapporteerden geen standaard-deviaties. De auteurs (Sharpe 1996) hebben ze nu vriendelijk verstrekt voor deze review.” Natuurlijk weet Sharpe trouwens dat tewerkstellingsgegevens zeer belangrijk zijn voor invaliditeitsuitkeringen te betalen door verzekeringsinstellingen…

En zo zijn er nog wel een boel voorbeelden… Ook hier in de lage landen verzwijgen commerciële test-laboratoria negatieve gegevens!

En vanzelfsprekend is het ook belangrijk patiënten in een bepaalde behandel-optie lang genoeg op te volgen en dit ook te publiceren (eventueel in latere meta-analyses). Soms blijft enkel een snelle communicatie van een (voorbarig) positief resultaat, gedaan op een conferentie, hangen maar van objectieve wetenschappers mag men toch iets anders verwachten, nl. dat ze een compleet beeld schetsen.

In de Cochrane Database of Systematic Reviews Vol 16, #3 (online juli 2008.) besloten Jonathan Price en medewerkers (van Oxford University): “Bij follow-up, 1-7 maand na de behandeling, [..] als men de in drop-outs meerekende, was er geen verschil tussen CGT en andere zorg.” Het was volgens hen “moeilijk omconclusies te trekken”. “Weinig studies rapporteerden over de toegankelijkheid en geen enkele studie onderzocht bijwerkingen.”

Waar we als patiënten daarenboven ook zelf moeten voor opletten, zijn artsen-researchers die tijdens onderzoekstudies kwistig zijn met aangedikte medische verslagen en ziekenbriefjes (bedoeld als een soort compensatie). Patiënten die daar naar vissen (meestal als wanhoopsdaad, wegens het onbgrip van verzekeringsinstanties), zeggen dikwijls wat die onderzoekers willen horen. Een rondvraag door AfME [Action for M.E., een britse patiëntenvereniging] reveleerde zo’n licht belangenconflict. Het spreekt vanzelf dat dit de resultaten ook ‘verkleurd’. Iets waar niemand baat bij heeft.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: